Jamal doet een greep in het nieuws van de afgelopen weken en ontdekt: wij doen onszelf ontzettend tekort.
– Volgens een onlangs verschenen studie, het World Inequality Report, neemt de ongelijkheid wereldwijd extreme vormen aan. Sinds 1980 is de mondiale economie flink gegroeid, maar van die toename in inkomen heeft de rijkste 0,1 van de wereldbevolking een even groot deel naar zich toe kunnen harken als de armste 50 procent.
– De Europese Commissie gaat afspraken onderzoeken die IKEA heeft gemaakt met de Nederlandse Belastingdienst. De Zweedse meubelboer heeft dankzij die afspraken mogelijk 1 miljard euro aan belasting ontweken. (Zomaar een statistiekje voor het contrast: in Nederland leven 1,2 miljoen mensen onder de armoedegrens. Rekentaakje: hoeveel euro zou je ieder van die mensen kunnen geven als je dat IKEA-miljard gelijkelijk onder hen verdeelde?)
– President Trump zette afgelopen vrijdag zijn handtekening onder een herziening van de Amerikaanse belastingwet, die vooral gunstig is voor bedrijven en voor rijkere Amerikanen.
– Miljardair Sebastian Piñera is opnieuw verkozen tot president van Chili. De Volkskrant publiceerde in de aanloop naar die verkiezingen een onthutsend portret van het land, dat als de bakermat van het neoliberalisme geldt, en waar de welvaart de afgelopen decennia weliswaar enorm is toegenomen, maar waar ook 1 procent van de bevolking maar liefst een derde van het kapitaal in handen heeft, terwijl 11 procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft. In een economie waarin alles om geld draait, staat iedereen onder grote druk om dat geld te verdienen. Volgens een rapport van de Wereld Gezondheidsorganisatie is het aantal mensen met een depressie nergens hoger dan in Chili. De zelfmoordcijfers van het land behoren tot de hoogste ter wereld.
Depressief word ik zelf ook als ik al die berichten lees – en dan is dit nog maar een kleine selectie. Je kunt er je schouders over ophalen, je kunt doorbladeren naar een ongevaarlijk artikeltje over een lifestyledingetje. Je kunt zeggen dat het incidenten zijn, of dat de wereld nu eenmaal oneerlijk in elkaar zit, dat de wereld er in ieder geval een stuk rooskleuriger uitziet dan pakweg zeventig jaar geleden. Dat kan, ja. Maar moet je de status quo dan maar accepteren, puur en alleen omdat je er zelf geen last van hebt? Moet je het kapitalisme dan maar vieren omdat het óók veel positiefs heeft voortgebracht? Mag je er om die reden geen kritiek op hebben, mag je niet dromen van alternatieven?
Stel je dit alternatief voor: ‘een egalitaire samenleving, waarbij kennis, macht en inkomen rechtvaardig worden verdeeld. Een samenleving die haar toekomst vindt in gemeenschappelijk geformuleerde rechten en gemeenschappelijk geformuleerde plichten, een samenleving dus die functioneert onder rigoureus democratisch gezag.’
Wie kan dáár nou tegen zijn?
Het citaat is afkomstig uit het pamflet Verzet! van romancier Gustaaf Peek. Hij hanteert de geciteerde woorden als definitie ‘in de meest algemene zin’ van communisme. Want de ondertitel van Verzet! luidt: Pleidooi voor communisme.
Communisme? Wie kan dáár nou voor zijn, laat staan een pleidooi voor houden?
Dat was althans mijn eerste reactie, en volgens mij de eerste reactie van de meeste mensen die over dit pamflet horen. Je gedachten heffen een kermende klaagzang aan waarin de talloze gruwelijkheden bezongen worden die het communisme op zijn naam heeft staan. De miljoenen doden van Lenin, de miljoenen doden van Stalin, de miljoenen, miljoenen, miljoenen doden van Mao. Op zoveel plekken op aarde heeft dat communisme in de loop van de twintigste eeuw op afgrijselijke wijze huisgehouden. De onderdrukking, de onvrijheid, de indoctrinatie – nog altijd aan de gang in Noord-Korea. En natuurlijk in China – maar daar doen we dermate goede zaken mee, dat we het daar liever niet over hebben.
Peek erkent die duisternis. Hij schetst de fouten van het communisme zoals Lenin dat vormgaf, en stelt: ‘Lenin heeft de blauwdruk ontwikkeld voor ieder totalitair regime dat werkelijk lijdende volkeren wil lokken met valse communistische ideeën.’ Met andere woorden: niet het communisme zelf is een monsterlijke ideologie, het probleem is de wijze waarop het in de praktijk vorm heeft gekregen.
Is dat gemakzuchtig? Niet gemakzuchtiger dan, omgekeerd, het categorische afwijzen van bepaald gedachtegoed omdat het in de praktijk negatief heeft uitgepakt. Alles wat positief is aan communistische denkbeelden staat in dit pamflet fier overeind als alternatief voor die andere ideologie, het kapitalisme, waar Peek terechte en vurige kritiek op levert.
Welnu, dat is in zeer beknopte termen mijn leeservaring en daar zou ik normaal gesproken op deze plek niet over zijn begonnen. Ik ben namelijk geen recensent en bovendien kén ik Peek. Onze boeken verschijnen bij dezelfde uitgeverij, we hebben dezelfde redacteur. En hoewel ik niet geloof in die rare wederzijdse smetvrees tussen schrijvers en recensenten, in die angst voor partijdigheid, ja, hoewel ik denk dat in een boekbespreking de zuiverheid van de argumentatie veel belangrijker is dan de vraag of bespreker en schrijver elkaar kennen – ik weet nu eenmaal dat anderen die smetvrees wel hebben.
En toch schrijf ik hier nu over. Omdat ik geschrokken ben van de reacties op dat pamflet. Die waren extreem negatief, slecht beredeneerd en soms zelfs leugenachtig. Och, Peek redt zich wel, ik hoef hem echt niet te verdedigen – maar ik schrok namens mezelf. Dat dit is hoe er gereageerd wordt wanneer iemand vraagtekens durft te plaatsen bij het kapitalisme: agressief, op het kwaadaardige af, ad hominem. Vernietigend.
Hoe kan het dat ik in verschillende ‘serieuze’ media verwijzingen aantrof naar Peeks familieachtergrond – de Peek van Peek & Cloppenburg is een voorouder – alsof zijn veronderstelde rijkdom hem verbiedt na te denken over de vraag of die rijkdom wel rechtvaardig is? Alsof een erfenis je uitsluit van het maatschappelijke debat! Hoe kan het dat hem verweten wordt geen oog te hebben voor de gruwelen van het communisme-in-de-praktijk terwijl hij daar wél oog voor heeft? Heeft het er soms mee te maken dat veel van die cynische recensenten een leeftijd hebben die doet vermoeden dat zij het van leninistisch-marxisme doordrenkte Nederland van de jaren zeventig bewust hebben meegemaakt, er waarschijnlijk zelfs aanhanger van zijn geweest en zich daar nu voor schamen?
Of is het angst? Dezelfde angst die maakt dat we onze grenzen willen sluiten voor migranten, omdat migranten verandering meebrengen, en verandering altijd eng is? Is het de angst voor het verdwijnen van tradities? Hechten we werkelijk zo koppig aan onze ongelijkheid en onze onrechtvaardigheid? Het lijkt bijna een complot. Mag het grote publiek dat pamflet soms niet lezen? Is het zó explosief?
Veel heeft natuurlijk te maken met dat woord communisme. Een besmet woord, en alleen al om die reden is het een loeigrote fout geweest van Peek, zou je kunnen zeggen, om dat woord te gebruiken. Zou je kunnen zeggen, ja. Je zou ook kunnen zeggen: als iets eruitziet als een eend, zwemt als een eend en kwaakt als een eend, waarom zou je het dan niet ‘eend’ noemen? Als Peek de ideeën die hij in zijn pamflet propageert Peekisme had genoemd, waren de reacties uiteindelijk min of meer hetzelfde geweest, vermoed ik, plus een nieuw verwijt: waarom geeft de auteur zijn gedachtegoed niet gewoon de naam die het toekomt, namelijk ‘communisme’?
Wat er bij mij overblijft is een zekere droefheid. Niet alleen halen we, als bevolking, onze schouders op wanneer de zoveelste VVD’er corrupt blijkt te zijn, wanneer de zoveelste manager in de zorg zijn zakken vult, wanneer de zoveelste bankdirecteur een schaamteloos hoge bonus incasseert, wanneer de zoveelste popster of prof-voetballer zijn miljoenen via ingewikkelde internationale belastingconstructies intact weet te houden, niet alleen blijven we keer op keer precies die politieke partijen het grootst maken die een systeem van oneerlijkheid in stand houden – ook wordt de zeldzame enkeling die openlijk en publiekelijk durft te dromen van een alternatief, onmiddellijk bespot, vanwege zijn afkomst gediskwalificeerd en ten slotte neergesabeld als een naïeveling die met een moordzuchtige ideologie dweept.
We doen onszelf echt tekort met onze gelatenheid. We doen onszelf tekort door ons af te sluiten voor andere ideeën, ook als het oude ideeën in een nieuw jasje zijn. We doen onszelf tekort door de status quo te accepteren omdat het wel prettig is… nu… voorlopig… voor ons in het rijke Nederland… of althans voor ons Nederlanders die zich aan de juiste kant van de armoedegrens bevinden…
Ja, laat dat maar mijn niet-al-te-opbeurende kerstboodschap zijn: we doen onszelf tekort. Of, ietsje opbeurender: we hoeven onszelf niet tekort te doen. We kunnen dromen. Verandering is niet onmogelijk. Je moet er alleen wel voor openstaan. Je moet de morele moed opbrengen jezelf ervoor open te stellen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.