Kehinde Wiley, de maker van Barack Obama’s maandag onthulde staatsieportret dat in de Smithsonian National Portrait Gallery komt te hangen, schilderde ook zwarte vrouwen met de afgesneden hoofden van witte vrouwen in hun hand. En daar zijn een heleboel Amerikanen heel erg boos over. ‘Misselijkmakend’, klonk het. ‘Anti-wit racisme.’ Dit moest een trap na zijn van de voormalige president, die eindelijk naar lieve lust met zijn radicale gedachtegoed kon pronken. Waren we het er net zo’n beetje over eens dat ook kunst waarin geen maatschappelijke utopie wordt uitgedragen bestaansrecht heeft, blijkt het een heel ander verhaal als het geen minderheden zijn die er slecht vanaf komen maar minderheden die het máken.

Kehinde Wiley en Barack Obama onthullen het staatsieportret van laatstgenoemde, afgelopen maandag in de National Portrait Gallery. Foto: HH/AP Photo/Andrew Harnik

Het mooie van Wiley is dat hij zwarte mensen in een overwegend witte (kunst)geschiedenis plaatst. Karel I van Engeland draagt ineens een baggy spijkerbroek en een gouden gewatteerde jas met bontkraag. Op Napoleons paard zit niet de door David geschilderde Franse keizer maar een hyperrealistische zwarte man met een legerpak aan en een bandana om zijn hoofd geknoopt. In precies dezelfde houding, dat dan weer wel. Op Wileys glas-in-loodramen hebben de heiligen geen lange gewaden aan, maar Timberlands en shorts in felle prints. Maria’s ronde billen zijn in skinny jeans gehuld en het kindeke in haar armen is een meisje met kroeshaar en twee knotjes.

Kehinde Wiley schildert zwarte mensen in een historische context. Foto: HH/Zach Hilty/BFA/REX/Shutterstock

De schilderijen van de New Yorkse kunstenaar hebben dezelfde titels als die van oude meesters. Zo ook de werken waarop de hoofden van witte vrouwen als trofeeën omhoog worden gehouden, getiteld Judith and Holofernus. Dit bijbelverhaal, waarin een rijke Joodse weduwe om haar stad te redden een Babylonische generaal verleidt en een kopje kleiner maakt, werd eerder door onder anderen Botticelli, Michelangelo, Caravaggio, Goya en Klimt geschilderd. Judith ziet er steeds iets anders uit, de ene keer met zwarte vlechtjes, dan weer met rossige krulletjes, maar nooit eerder was haar huidskleur zwart. En ook het uiterlijk van Holofernus is aan de grillen van de schilder onderhevig geweest, maar nooit eerder was hij een vrouw. Verwarrend natuurlijk.

Witte geschiedenis

Voordat Wileys afgehakte hoofden uit de kast kwamen donderen werd het portret van Obama vooral lachwekkend gevonden. Bij zijn voorgangers, van George Washington tot en met George W. Bush, kunnen er standaard een aantal elementen afgevinkt worden. Zo zijn bijna alle heren dramatisch belicht, alsof ze door Caravaggio zelf zijn geschilderd, en ook op de achtergrond komen steeds dezelfde dingen terug. Gedrapeerde gordijnen van brokaat, schemerige kamers, onheilspellende grijze luchten en de koepel van het Capitool. Er hangt ergens een oud schilderij of er staat een wereldbol, en natuurlijk ligt er binnen handbereik een belangrijk ogend boek of een stapeltje papieren, opdat we niet denken hier met een analfabeet te maken te hebben.

Bij Obama niets van dit alles. Hij zit ontspannen op een stoel voor een achtergrond van blaadjes en bloemen, zijn armen losjes over elkaar en de belichting redelijk vlak, alsof er aan alle kanten studiolampen staan. Het duurde dan ook niet lang tot er een collage van presidentiële staatsieportretten opdook met één vreemde, kleurrijke eend in de bijt, wat in conservatieve kringen tot nog meer hilariteit leidde dan de vergelijking met Homer Simpson die achteruit een heg in loopt.

Als Obama nooit president was geworden, had Kehinde Wiley hem ongetwijfeld afgebeeld als George Washington, met een bombastisch decor en dito symboliek, een wijds gebaar makend met zijn arm. Maar verwijzingen naar oude meesters waren dit keer niet nodig, moet de schilder gedacht hebben. Deze zwarte man had zichzelf al in een witte geschiedenis geplaatst.