Ed Nijpels: ‘Geniet jij er ook zo van om een zaal met duizend mensen te bespelen?’
Jesse Klaver: ‘Ja. Weinig dingen geven zo veel voldoening als een mooie speech houden.’
Nijpels: ‘De spanning die je voelt als je opkomt.’
Klaver: ‘Je hartslag gaat omhoog, net als bij een wielrenner vlak voor de koers. En dan gebeurt er iets geks: je eerste zinnen lopen moeizaam, maar dan kom je los.’
Nijpels: ‘En raak je in een flow.’
Als lijsttrekker van de VVD in de jaren tachtig was u een soort tieneridool.
Nijpels: ‘Ja. Ik hield ook weleens toespraken in disco’s. Na afloop stonden er dan drommen meisjes in de rij voor mijn handtekening. Ik was nog vrijgezel en kreeg stapels liefdesbrieven die ik keurig in mappen heb bewaard.’ Grinnikend: ‘Vijftig jaar na mijn dood mogen die worden geopenbaard.’
Het verhaal gaat dat u ook weleens slipjes van vrouwelijke fans kreeg opgestuurd.
Nijpels: ‘Jazeker. Alles wat de gemiddelde popster te verduren krijgt, heb ik ook meegemaakt.’
Nu staan er Justin Bieber-achtige rijen voor de deur als Jesse Klaver optreedt in het land.
Klaver: ‘Ik heb nog geen slipjes over de post ontvangen, maar ik organiseer mijn meetups heel bewust in poptempels als De Melkweg in Amsterdam, Het Paard van Troje in Den Haag en Tivoli in Utrecht: de vetste plekken. Het heeft sfeer, het geluid is goed, je kunt na afloop een biertje blijven drinken. Ik wil bij zulke gelegenheden altijd graag nog even napraten en vragen beantwoorden, maar omdat zoveel mensen een selfie met me willen, komt daar meestal niets van terecht.’
Nijpels, destijds bekend om zijn ‘slaapkamerogen’: ‘Als ik naar Jesse kijk, snap ik heel goed dat meisjes zich tot hem aangetrokken voelen. Die gaan straks bij de verkiezingen ongetwijfeld massaal op hem stemmen.’
Klaver, zichtbaar ongemakkelijk: ‘Tja, wat moet ik over mijn uiterlijk zeggen? Ik ben wie ik ben.’
Hoe belangrijk is uiterlijk in de politiek?
Nijpels: ‘Het staat niet op zichzelf. Het gaat om charisma. Dat wordt ook bepaald door je uitstraling, je energie, je stem, je gevoel voor humor, hoe je gekleed gaat, hoe je je presenteert. Én je ideeën.’
Is politiek de kunst van het verleiden?
Klaver: ‘Politiek is, als het goed is, een ideeënstrijd. Maar je moet zoveel mogelijk mensen zover krijgen dat ze jouw ideeën steunen. Daar is verleidingskunst voor nodig. Je moet zo aantrekkelijk mogelijk laten zien waar je voor staat. Mark Rutte kan alles verkopen, maakt niet uit wat. Dat is knap, je zou hem erom kunnen bewonderen. Maar ik vind het leeg. De kiezers verleiden is een kunst, maar het is wel degelijk van cruciaal belang waartoe je ze wilt verleiden.’

De stem van een nieuwe generatie
Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1982 trad VVD’er Ed Nijpels aan als de jongste lijsttrekker uit de Nederlandse geschiedenis. Hij was toen 32. Als opvolger van Hans Wiegel maakte hij furore met de slogan ‘Gewoon jezelf kunnen zijn’. In die sombere crisisjaren was dat voor velen een bevrijdend idee. Nijpels was de lieveling van de media, van het deftige NRC Handelsblad tot de roddelbladen en jongerenzender Veronica. Zijn partijgenote Neelie Kroes stelde vast dat iedereen met hem wegliep: ‘Ed heeft stroop aan zijn achterste.’ Vooral dankzij de steun van kiezers onder de dertig boekte hij met zijn ‘Veronica-liberalisme’ de grootste verkiezingsoverwinning van de VVD tot dan toe: van 26 naar 36 zetels in de Kamer.
Nu is Jesse Klaver de jongste lijsttrekker ooit. Toen het GroenLinks-congres in Amersfoort hem aanwees, was hij nog net geen dertig. Met zijn verzet tegen bankiersbonussen en wat hij het ‘economisme’ noemt – het doorgeschoten rendementsdenken bij de overheid, in de zorg en in het onderwijs – is hij nu de man die zich opwerpt als de stem van een nieuwe generatie. Ook hij lijkt ‘stroop aan zijn achterste’ te hebben. Als Klaver zou willen, zou hij permanent bij Matthijs aan tafel kunnen zitten, of bij Linda op de bank. Zijn via Facebook aangekondigde meetups zijn steevast uitverkocht. Zoals indertijd aan niemand uitgelegd hoefde te worden wie er met ‘Ed Raket’ werd bedoeld, weet iedereen nu wie ‘Jesse’ is. Het internationale persbureau AFP had het dit najaar zelfs over ‘the Dutch JFK’. Klavers politieke toekomst staat nog in de sterren geschreven, maar volgens de opiniepeilers zou GroenLinks dankzij hem spectaculair kunnen groeien. Klaver droomt er openlijk van dat zijn partij bij de verkiezingen in maart de grootste op links wordt en toetreedt tot het volgende kabinet.
Jazeker. Alles wat de gemiddelde popster te verduren krijgt, heb ik ook meegemaakt.
Spraakmakend pleidooi
Er bestaat nóg een treffende overeenkomst tussen VVD’er Nijpels en GroenLinks-leider Klaver: ze zijn allebei geestdriftig bezig met het onderwerp duurzaamheid. Toen Jesse Klaver nog in de wieg lag, maakte Nijpels zich als minister van Milieu al sterk voor ingrijpende maatregelen. Hij drong het gebruik van fosfaten in wasmiddelen en schadelijke drijfgassen in spuitbussen terug en probeerde zelfs het voor de VVD heilige autogebruik door forensen aan banden te leggen. Nijpels is nu voorzitter van de commissie die toeziet op de uitvoering van het Energieakkoord uit 2013. Afgelopen najaar presenteerde hij als kroonlid van de Sociaal Economische Raad een radicaal plan voor de veehouderij: alleen duurzame boeren mogen in de toekomst nog subsidie krijgen. Klaver kondigde als kersverse partijleider samen met Diederik Samsom een nationale klimaatwet aan (in 2050 moet alle energie op een duurzame manier worden opgewekt) en hield in De Wereld Draait Door een spraakmakend pleidooi voor het eten van minder vlees. Daardoor steeg hij in één klap naar plaats 12 in de Duurzame 100 van dagblad Trouw.
Canarische eilanden
Klaver: ‘Het is mooi dat jij je zo voor duurzaamheid inzet, Ed. Maar je bent ook van de VVD en die doet er nog steeds helemaal niets aan.’
Nijpels: ‘Dat klopt. Ik vind het onbestaanbaar dat de grootste partij van Nederland in zo’n belangrijke maatschappelijke kwestie niet de leiding neemt. Het nieuwe verkiezingsprogramma is weer geen haar beter dan het vorige. De VVD wordt nu links en rechts ingehaald door het bedrijfsleven, dat wél het belang van duurzaamheid is gaan inzien.’
Met het milieu win je geen verkiezingen, is kennelijk de gedachte.
Nijpels: ‘Het is electoraal een lastig onderwerp. Het grote probleem van klimaatverandering is dat de gevolgen nog niet zichtbaar zijn in het dagelijks leven. Het is moeilijk uit te leggen wat er zo erg is aan de opwarming van de aarde als mensen denken: dat is toch lekker? Dan wordt het hier tenminste net zo warm als op de Canarische eilanden!’
Klaver: ‘De gevolgen van de klimaatverandering liggen zo ver achter de horizon dat mensen zich er moeilijk een voorstelling van kunnen maken. Daarom probeer ik te laten zien dat groene politiek over veel meer gaat dan abstracte kwesties als de CO2-uitstoot. Het milieuprobleem is onderdeel van het rendementsdenken dat op alle terreinen om zich heen heeft gegrepen. We gaan met milieu en duurzaamheid op dezelfde manier om als met oude mensen: we beschouwen ze louter als kostenpost. Als je laat zien dat dát het probleem is, komt het voor de kiezers veel dichterbij. Als je campagne moet voeren, is dat een overtuigender verhaal dan alleen maar doordrammen over de CO2-uitstoot, hoe belangrijk dat ook is.’
Spa Rood
Het gesprek vindt plaats in De Poentjak vlakbij het Binnenhof: het favoriete restaurant van Jesse Klaver, die als klein jongetje van zijn Indonesische oma ajam pedis en sambal goreng tahoe leerde eten. De keus valt op de rijsttafel Sumatra. Klaver drinkt het grootste deel van de avond Spa Rood, Nijpels bestelt Sancerre. Ze zijn allebei Brabanders in de Randstad. Klaver bracht zijn jeugd door in de volkswijk De Westrand in Roosendaal, Nijpels groeide op in het nabijgelegen Bergen op Zoom (de oud-VVD-leider: ‘Weten jullie wel dat Bergen op Zoom en Roosendaal traditioneel elkaars erfvijanden zijn?’). En ze werden beiden bepaald niet met een gouden lepel in de mond geboren. Toen Jesse Klaver nog een baby was, ging zijn Marokkaanse vader ervandoor om nooit meer terug te keren. Zijn half-Indonesische moeder moest zich bij schoonheidssalons en in een alarmcentrale een slag in de rondte werken, zodat de kleine Jesse grotendeels werd opgevoed door zijn oma en opa. Het was een progressief-katholiek milieu. Zijn opa had priester willen worden, maar werd achtereenvolgens fabrieksarbeider, opbouwwerker en beroepsactivist. Als jongetje kreeg Klaver al van hem te horen hoe belangrijk het was om in verzet te komen tegen de kwalijke kanten van het kapitalisme.
Ed Nijpels komt uit een groot katholiek gezin. Zijn vader dreef handel in textiel, onder meer in badhanddoeken en damesondergoed, en zat in de raad van Bergen op Zoom voor een lokale partij die de oorlog had verklaard aan het roomse establishment en de KVP.
Nijpels: ‘Ik heb je boek over het economisme helemaal gelezen, want je moet weten hoe de vijand denkt. Wat me vooral trof, is dat jouw opa voor jou dezelfde rol heeft gespeeld als mijn vader voor mij. Hij hield me ook altijd voor dat ik me moest verzetten tegen de gevestigde orde. Op mijn dertiende heb ik op school al een handtekeningenactie georganiseerd voor een zwarte Amerikaanse jongen die ter dood was veroordeeld. De rector wilde het verbieden. Hij zei: dit is inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van de Verenigde Staten. Toen ben ik naar de krant gestapt en mocht het opeens wel. Dat was mijn eerste actie.’
Was u links toen u jong was?
Nijpels: ‘Welnee, dat was mijn opvatting van het liberalisme!’
Klaver: ‘Op mijn zesde heeft mijn opa me al meegenomen naar een demonstratie tegen de hogesnelheidslijn omdat die het landschap in Brabant dreigde te verwoesten. Tijdens de Irak-oorlog van 2003 stond ik elke vrijdag op koopavond met mijn opa en zijn kennissen van de kerk in het centrum van Roosendaal te “zwijgen voor vrede”. Ik was inmiddels zestien en begon me een beetje voor zulke acties te generen. Als er mooie meisjes voorbijkwamen, dook ik snel weg in mijn capuchon. Maar ik ben er wel mee doorgegaan.’
Nijpels: ‘Toen ik achttien was, ben ik in mijn eentje naar Tsjechoslowakije gereisd, waar de Praagse lente was uitgebroken. De Joegoslavische president Tito bracht net een bezoek aan Alexander Dubcek, de man van het socialisme met een menselijk gezicht. Een paar weken later hoorde ik via de autoradio dat de Russen waren binnengevallen. Ik ben in huilen uitgebarsten. De Russen hadden de vrijheid vertrapt. Dat was voor mij de reden om lid te worden van de VVD.’

Het politieke walhalla
Klaver maakte 38 jaar later kennis met de partijpolitiek, toen hij in 2006 stage ging lopen bij de Tweede Kamerfractie van GroenLinks. ‘Het kabinet viel en ik kon meewerken aan de verkiezingscampagne van Femke Halsema. Ik had het gevoel dat ik in het politieke walhalla terecht was gekomen.’ In 2009, op zijn 23ste, vroeg Halsema hem of hij zelf Kamerlid wilde worden. ‘Mijn opa waarschuwde dat Den Haag een slangenkuil was, maar hij heeft me uiteindelijk toch zijn zegen gegeven. In 2015 is hij overleden. Hij heeft nog net meegemaakt dat ik tot fractievoorzitter werd gekozen.’
Nijpels: ‘Mijn vader overleed in 1999. Tot het laatst belden we elkaar bijna elke dag om te praten over de politiek.’
Hadden jullie allebei al vroeg de ambitie om partijleider te worden?
Nijpels: ‘Nee, hoor. Ik heb er zelfs nooit van gedroomd om in de Tweede Kamer te komen. Ik wilde burgemeester worden.’
Klaver: ‘Burgemeester? Waarom zou je dat nou willen?’
Nijpels: ‘Het leek me fantastisch om een stad te besturen. Maar het werd de gemeenteraad van Bergen op Zoom en vervolgens de Tweede Kamer. Tijdens een VVD-bijeenkomst in Het Turfschip in Breda in 1982 vroeg Wiegel me opeens: wat zou je ervan vinden als je mij zou opvolgen? Kort daarna bleek dat hij tot commissaris van de Koningin in Friesland was benoemd.’ Grinnikend: ‘Op vakantie naar Israël heb ik toen maar een paar boekjes over sociaal-economische politiek meegenomen, want daar had ik weinig verstand van.’
Klaver: ‘Het klinkt alsof het je allemaal is overkomen. Had je geen brandende ambitie?’
Nijpels: ‘Nou ja, als justitiewoordvoerder in de Kamer timmerde ik wel aan de weg, maar ik heb nooit gedacht: ik moet en zal fractievoorzitter worden. Volgens mij ligt dat bij jou wel anders.’
Klaver: ‘Ik heb nooit een geheim van mijn ambities gemaakt. Op mijn 21ste, toen ik in het bestuur van DWARS zat, kreeg ik een telefoontje van het VPRO-programma Bureau Ambitie. Ze vroegen of ik jonge mensen kende die de politiek in wilden. Ik heb hun een paar namen gegeven, maar ben ook zo brutaal geweest om te zeggen: ik wil zelf wel meedoen. Bij de screentest heb ik verklaard dat ik politiek leider van GroenLinks wilde worden. Ik ben me daar pas echt op gaan voorbereiden na het aftreden van Jolande Sap, de opvolgster van Femke Halsema, in 2012. Toen ben ik heel bewust Financiën gaan doen om de rijksbegroting te snappen en Europese Zaken om met Mark Rutte en Alexander Pechtold te kunnen debatteren.’
Nijpels: ‘Het is heel on-Nederlands om zo duidelijk voor je ambities uit te komen als jij.’
Klaver, schouderophalend: ‘Waarom zou je daar níét open over zijn?’
Twee duimen omhoog
In haar boek Mark. Portret van een premier probeert Sheila Sitalsing te achterhalen waar de gewoonte van Rutte toch vandaan komt om te pas en te onpas triomfantelijk zijn twee duimen omhoog te steken. De uitvinder van dat gebaar blijkt Ed Nijpels te zijn. Bij zijn grote verkiezingsoverwinning van 8 september 1982 stond een stralende Nijpels, twee duimen in de lucht gestoken, te midden van een jubelende menigte.
Nijpels, tevreden: ‘Dat heeft Sheila mooi opgeschreven. Het was alleen geen opzet. Ik had er absoluut niet over nagedacht. Het was eerder uit onhandigheid, want wat moet je met je handen op zo’n moment? Maar die duimen zijn mijn handelsmerk geworden.’
Klaver: ‘Hebben jullie een klasje bij de VVD waar je dat leert?’
Nou, in NRC Handelsblad stond een foto van u tijdens de meetup in De Melkweg in september: wit overhemd, opgestroopte mouwen, de duimen triomfantelijk in de lucht gestoken.
Klaver: ‘Hield ik mijn duimen in de lucht? Dat wist ik helemaal niet. Het is zoals Ed zegt: zoiets ontstaat gewoon.’
Nijpels: ‘Je wilt op zo’n moment natuurlijk wel uitstralen: hier is de oplossing van al uw problemen, Jesse Klaver!!!’
Is het de bedoeling dat het witte overhemd met opgestroopte mouwen uw handelsmerk wordt, net als bij de populaire Canadese premier Justin Trudeau?
Klaver: ‘Als ik campagne voer, moeten de mouwen worden opgestroopt. Zo van: we gaan er tegenaan! Maar dat is niet nieuw. Zo doe ik dat al jaren. Dat Trudeau zich ook zo kleedt, is puur toeval.’
Half ontblote medewerkster
Even is het mooi: de jubelende menigten en meisjes die in de rij staan voor handtekeningen of selfies. Maar wat is de schaduwzijde? Welke nadelen heeft het om rond je dertigste al fractievoorzitter en lijsttrekker te zijn? Wat voor valkuilen dreigen er onderweg? In de jaren tachtig was de euforie over de ‘jonge hond’ Nijpels en zijn ‘Veronica-liberalisme’ snel voorbij. Heden hosanna, morgen kruisigt hem: hij maakte aan den lijve mee hoe snel loftuitingen in verguizing kunnen omslaan. Onder zijn leiding kwam de VVD in de ene na de andere affaire terecht. Al in de eerste week van het kabinet moest de liberale staatssecretaris Charl Schwietert aftreden omdat hij had gesjoemeld met zijn curriculum vitae. Halverwege de regeerperiode raakte VVD-minister Gijs van Aardenne in zware problemen door de RSV-affaire. Ook Nijpels, die hem de hand boven het hoofd hield, kwam steeds heviger onder vuur te liggen. En vlak voor de verkiezingen van 1986 was er nog de ‘Playboy-affaire’: de ambtelijk secretaris van de VVD-fractie had zich samen met een half ontblote medewerkster laten fotograferen voor het mannenblad.
Nijpels: ‘In de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Met zijn hand op haar bil!’
Klaver: ‘Wat? In de vergaderzaal?’
Nijpels: ‘Ja. We moesten er eerst om lachen. Hans Wiegel, die toevallig op bezoek was, zei nog tegen me: “Vrijheid, blijheid. Moet kunnen in de VVD!” Maar de pleuris brak uit, zodat we die secretaris uiteindelijk hebben moeten ontslaan.’
Klaver, verwonderd: ‘Ik wist niet dat het er toen zo wild aan toeging in de Kamer.’
Nijpels: ‘Mijn punt is dat zich altijd incidenten kunnen voordoen die je als partijleider niet onder controle hebt. Voor je het weet ben je de geslagen hond.’
Daar kwam nog bij dat de VVD in de jaren tachtig als juniorpartner van het CDA zuchtte onder een premier die alle successen naar zich toe wist te trekken. Het was Ruud Lubbers die de geschiedenis inging als de man die Nederland door de crisisjaren had geloodst, en niet Ed Nijpels: bij de verkiezingen van 1986 verloor de VVD weer negen zetels, bijna de hele winst van vier jaar daarvoor. Wat indertijd gold voor Lubbers wordt nu van Mark Rutte gezegd: met wie hij ook regeert, híj komt altijd als de winnaar uit de strijd.
Nijpels: ‘Een van de wetten van de Nederlandse politiek is dat de kleinste coalitiepartner er onderdoor gaat.’
Klaver: ‘Die is inderdaad het bokje.’
Nijpels: ‘Kijk maar naar Samsom. Hij deed ontzettend zijn best, maar de premier ging altijd over hem heen. Rutte kreeg dat zelfs voor elkaar bij oppositiepartijen die hem onderweg aan een meerderheid hielpen. Jouw eigen GroenLinks bijvoorbeeld, toen Jolande Sap zich aan de keukentafel door Mark omver liet praten en instemde met een nieuwe missie naar Afghanistan. Een paar maanden later steunden jullie het Lenteakkoord, met maatregelen als de verhoging van de btw en de nullijn voor ambtenaren. Als VVD’er vond ik dat natuurlijk één groot feest, maar bij de volgende verkiezingen werd GroenLinks wel een kopje kleiner gemaakt.’
Klaver: ‘We hebben het Lenteakkoord gesteund uit verantwoordelijkheidsgevoel. Het was midden in de crisis. Maar achteraf was dat electoraal niet zo slim.’
Nijpels: ‘Jullie werden geknipt en geschoren en nu willen jullie ook nog gaan meeregeren in een nieuw kabinet. Hoe voorkom je als kleine partij dat je weer in die val trapt?’
Klaver: ‘Er is maar één remedie: we moeten ervoor zorgen dat we niet de kleinste in het kabinet worden. Daarom heb ik gepleit voor een pact tussen de progressieve partijen. Vrijblijvend een kopje koffie met elkaar drinken vóór de verkiezingen heeft weinig zin, het gaat om de machtsvorming erna. Dat heeft rechts altijd veel beter doorgehad dan links. Als we ons als progressieve partijen bij de kabinetsformatie niet uit elkaar laten spelen, kan niemand om ons heen.’
Wat is dan uw ideale kabinet?
Klaver: ‘Sorry Ed, dat is niet met de VVD maar met PvdA, D66, SP, ChristenUnie en CDA. Die partijen hebben meer gemeenschapszin dan de VVD en daar vraagt deze tijd om. Het is in elk geval goed als de VVD een keer buiten het kabinet wordt gehouden. Ed scoorde in de jaren tachtig met de leus “Gewoon jezelf kunnen zijn”, maar inmiddels zijn de liberalisering en de individualisering totaal doorgeschoten. Waar ik voor sta, is juist een reactie daarop. De nieuwe maatschappelijke onderstroom is het verzet tegen het “ieder voor zich” en de uitwassen van het marktdenken. Daar komt nog bij dat de VVD op migratiegebied een soort PVV-light aan het worden is. Rutte zei bij de presentatie van zijn verkiezingsprogramma bijvoorbeeld dat Turken en Marokkanen van de derde generatie die moeite hebben met de Nederlandse normen en waarden zich moeten afvragen of ze hier wel willen blijven. Dan interpreteer je de Nederlandse identiteit wel op een héél benepen manier.’
Nijpels: ‘Dat ben ik helemaal met Jesse eens. Het ergste is nog dat Rutte geen woord van die uitspraak heeft teruggenomen. Dan zeg je eigenlijk: als je een ander kleurtje en een ander geloof hebt, dan rot je maar op. Ook al ben je hier geboren en evenveel Nederlander als iedereen.’
Klaver: ‘Zulke uitspraken raken me ook persoonlijk heel diep, als kind van een Marokkaanse vader en een half-Indonesische moeder.’
Nijpels: ‘Ik hoop dat de VVD in de verkiezingscampagne niet gaat proberen Wilders rechts in te halen.’
Klaver: ‘Dat is een van de redenen waarom ik liever een keer een kabinet heb zonder de liberalen.’
Nijpels: ‘Dat kun je wel willen, maar wat is het alternatief? Ik moet nog zien of de progressieve partijen elkaar zullen vasthouden bij de kabinetsformatie, zoals jij bepleit. Dat hebben ze nog nooit gedaan. Voorlopig houd ik het op een kabinet van VVD, CDA, D66 en nog een of twee andere partijen. De vraag is of D66 daaraan meedoet, maar Alexander Pechtold wekt de indruk dat hij héél graag wil regeren.’
Als we ons als progressieve partijen bij de kabinetsformatie niet uit elkaar laten spelen, kan niemand om ons heen.
De grootste nederlaag
Aan het eind van de avond komt, met de Indische ‘koffie toebroek’, ook de vraag op tafel welke persoonlijke prijs je ervoor betaalt als je als jong politicus al zo op het schild wordt gehesen.
Klaver: ‘Ik geniet met volle teugen van het fractieleiderschap. Maar zelfs als ik met mijn twee kleine kindertjes naar het park of naar het bos ga, spreken wildvreemde mensen me aan. En de telefoon kan nooit uit. Dat is klote.’
Nijpels: ‘Toen ik net fractievoorzitter was, ben ik met Ingrid getrouwd, zij was medewerkster van D66. Samen hebben we twee kinderen gekregen. Maar ik was voortdurend op pad. We zijn uit elkaar gegroeid. In de week dat ik moest beginnen als burgemeester van Breda, zei Ingrid dat ze in Den Haag bleef omdat ze een andere bestemming voor haar leven had gevonden. De foto met vrouw en kinderen bij het 50-kilometerbord aan de gemeentegrens van Breda was al gemaakt. Toen stond ik er opeens alleen voor. Iedereen vroeg: waar is uw vrouw? Dat was vreselijk, ik heb me nog nooit zo eenzaam gevoeld. Later zijn we allebei hertrouwd. We spreken elkaar nog regelmatig. Maar die scheiding was de grootste nederlaag die ik heb meegemaakt. De Haagse politiek trekt een enorme wissel op je privéleven. Zeker als je een jong gezin hebt, zoals Jesse nu. Je hebt permanent het gevoel dat je je vrouw en kinderen tekort doet.’
Klaver: ‘Ik heb er goede afspraken over gemaakt met Jolein, mijn vrouw. Op vrijdag heb ik bijvoorbeeld papadag. Daar probeer ik me zo veel mogelijk aan te houden. Maar de politiek gaat onherroepelijk ten koste van de tijd die ik aan mijn gezin kan besteden, hoezeer ik ook mijn best doe. Dat is het grootste offer dat ik moet brengen.’

Jesse Klaver
1986 Geboren in Roosendaal
2008 Voorzitter DWARS, jongerenorganisatie van GroenLinks
2009 Voorzitter CNV Jongeren, lid Sociaal Economische Raad
2010 Tweede Kamerlid voor GroenLinks
2015 Fractievoorzitter, publicatie De mythe van het economisme. Pleidooi voor nieuw idealisme
2016 Lijsttrekker, publicatie De empathische samenleving
Ed Nijpels
1950 Geboren in Den Helder
1973 Voorzitter JOVD
1976 Gemeenteraadslid Bergen op Zoom
1977 Tweede Kamerlid voor de VVD
1982 Fractievoorzitter
1986 Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
1990 Burgemeester van Breda
1995 Voorzitter Raad van Bestuur Arbodienst De Twaalf Provinciën
1999 Commissaris van de Koningin in Friesland
2008 Voorzitter brancheorganisatie NL-ingenieurs
2009 Voorzitter pensioenfonds ABP
1990 – heden Tal van nevenfuncties, waaronder voorzitter Wereld Natuur Fonds, voorzitter AVRO-TROS en kroonlid van de Sociaal Economische Raad.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.