De erkenning van Jeruzalem als de Israëlische hoofdstad door de Verenigde Staten is een miskleun waar vooral rechtse lobbyisten en terroristische organisaties baat bij hebben.

De beslissing van Donald Trump om Jeruzalem als hoofdstad van Israël te erkennen is al van honderd kanten belicht, meestal honderd maal zeer kritisch. Misschien is er toch nog iets onderbelichts. Vooropgesteld: het is een onzalige provocatie, een goedkoop binnenlands gebaar aan een stel evangelische radicalen en rijke rechtse lobbyisten met dure buitenlandspolitieke gevolgen. Het argument dat hij, Trump dus, zich ten minste aan zijn woord houdt en zijn verkiezingsbeloften inlost (‘Thank you Donald Trump for delivering!’) is larmoyant: als de president werkelijk had geleverd, zou hij de volgende dag zijn ambassadeur opdracht hebben gegeven om meteen te verhuizen naar het gebouwtje van het Amerikaanse consulaat in West-Jeruzalem en géén opdracht hebben gegeven aan een architect om een nieuwe ambassade te tekenen die pas over vijf jaar beschikbaar zal zijn.

Dit gebaar was dus goed genoeg om de eigen achterban en Netanyahu rood vlees toe te werpen, ook genoeg knuppelige retoriek om het Arabische hoenderhok te verstoren, maar zeker te weinig om het vredesproces te forceren. Op zich al een contradictio in terminis uiteraard, die laatste woorden, maar Trump wil ons doen geloven dat hij met deze geniale zet dat proces weer op gang brengt.

Laten we hem proberen te volgen. Dat kan slechts als we bedenken dat hij een transactionalist is: dat deftige woord voor de handelaar die, niet gehinderd door historisch besef en moraal of recht, op zoek is naar de voordelige deal die in het hier en nu te sluiten is. Het métier van geopolitiek vertoont soms die trekken, soms is een deal de enige mogelijkheid om broodnodige tijd te kopen (denk aan de nucleaire deal die de wereldgemeenschap in 2015 met Iran sloot over bevriezing van het nucleaire programma van Teheran), maar van Jeruzalem kan dit nu uitgerekend niet gezegd worden. Voor moslims, christenen en joden is die stad al tweeduizend jaar een bijzondere (of heilige) plaats, sinds 1949 symbool en hart van het Israëlisch –Palestijnse conflict, en sinds 1967 als bezet grondgebied ook nog eens beladen met juridische en politieke do’s en don’ts die plechtig in de VN zijn bezegeld, bezwaarlijk met eenzijdige acties à la die van Trump te verscheuren.

Er schuilt ontegenzeggelijk enige logica in dit geopolitieke schema en waar gehakt wordt vallen spaanders: de Palestijnse zaak moet kind van de rekening zijn.Welke deal had Trump dan in gedachten? Allereerst gokt hij erop dat het Israëlisch-Palestijnse conflict voor Soennitische leiders nu even minder belangrijk is dan de vrees voor Iran.  Verder hoopt of verwacht de Amerikaanse president dat staten die geregeerd worden door Soennitische leiders als Saoedi-Arabië en Egypte zich koest houden en tot op zekere hoogte zelfs een zwijgende alliantie met Israël zullen willen aangaan tegen de sji’itische as Iran–Syrië-Hezbollah, en dat dus laten prevaleren boven ouderwetse loyaliteit aan de Palestijnse zaak. Dat is ook de kern van een vredesplan dat Jared Kushner (schoonzoon van Trump, aan wie hij het Midden-Oostenbeleid heeft uitbesteed met passeren van zijn minister van Buitenlandse zaken Rex Tillerson) en onderhandelaar Jason Greenblatt aan de man proberen te brengen in het Midden-Oosten. In dat licht moeten ook Trumps steun aan Saoedi-Arabië in zijn machtsstrijd met Iran (in Jemen, Qatar, Syrië) gezien worden, en de frenetieke pogingen om Iran als het grote sji’itische gevaar in de regio en hoofdsponsor van terrorisme te schilderen met wie de ‘worst ever’ nucleaire deal uit 2015 (hoewel het land er zich volgens het Internationale Atoomagentschap aan houdt) liefst zo gauw mogelijk ongedaan moet worden gemaakt. Trump bedient ook Netanyahu hiermee, die niets liever wil dan dat Iran hard door de VS (en Saoedi-Arabië) wordt aangepakt.

Er schuilt ontegenzeggelijk enige logica in dit geopolitieke schema en waar gehakt wordt vallen spaanders: de Palestijnse zaak moet kind van de rekening zijn. Dat heeft weinig met evangelische rechtvaardigheid of vijftig-jaar-realisme (Trump in zijn toespraak afgelopen dinsdag) te maken, maar met het window of opportunity dat de ploeg van Trump nu even meent te zien. Listig is daarbij het door weinigen opgemerkte feit dat Trump niet sprak van het ‘undivided Jerusalem’ (standaard Israëlisch jargon) als hoofdstad van Israël maar van ‘Jerusalem’, zodat hij ook nog enige onderhandelingsruimte heeft om de Palestijnen straks hun deel van de hoofdstad te gunnen. Maar wellicht is dat teveel eer – die ruimte zal hem worden ontnomen door het triomfgevoel van zijn achterban en rechts Israël, dat van dit kiertje niets zal willen weten.

Tot zover kan de actie van Trump nog welwillend worden beschouwd als onderdeel van transactioneel masterplan, een schaakmodel dat we nog niet helemaal kunnen zien. Intussen zijn de eerste tekenen van ontzenuwing al zichtbaar: de Soennitische bondgenoten (prins Salman van Saoedi-Arabië voorop) zijn onaangenaam verrast, vriend en vijand zijn eendrachtig in de gordijnen gejaagd, en ook in eigen huis heeft Trump verder schade aangericht door maar weer eens tegen de adviezen van Rex Tillerson en zijn defensieminister James Mattis in te gaan. De Palestijnen gaan de straat op, terroristische bewegingen wrijven zich in de handen. Ook onderhandelingstechnisch is het geven van cadeaus aan Netanyahu, zonder er concessies aan te verbinden, waarschijnlijk een zware misrekening. De conclusie dat Trumps zet ook vanuit dat perspectief een miskleun is van de eerste orde is, is onvermijdelijk.