Ik weet niet of ik de enige was, maar in mijn voorspellingen stond het Forum voor Democratie niet als winnaar te boek. Sterker nog: ik had de stellige verwachting dat het na 15 maart meteen afgelopen zou zijn met het pretentieuze gezwets van Thierry Baudet c.s. Het was dan ook niet echt lekker wakker worden donderdagochtend: de Partij Tegen Homeopathische Volksverdunning had niet één, maar twee zetels behaald. Meteen braken er hevige debatten uit op de sociale media: Baudet is een racist, een pathologisch leugenaar en een voorstander van een verkrachtinkje op z’n tijd.

Al snel deed een foto van de openingspagina van Baudets roman Voorwaardelijke liefde de ronde. Een boek dat zulke slechte recensies oogstte dat je bijna medelijden zou krijgen met de auteur. Het verhaal opent met een betoog over vrouwen, en waarom die in wezen overmand willen worden door een man die geen respect voor ze heeft. Het is dusdanig beeldend en ongenuanceerd opgetekend dat het vrijwel onmogelijk is om niet boos te worden. ‘Kijk, Nederland, dit zit nu in de Tweede Kamer,’ zette men boven het Facebookbericht.

Twitter

Deze dienst is alleen beschikbaar wanneer alle cookies zijn geaccepteerd

Wijzig cookie voorkeur

De openingsscène van Baudets roman is inderdaad beledigend voor elke vrouw. Alleen is het gevaarlijk om dat aan te dragen als bewijs dat Baudet zelf niet deugt. We kennen in Nederland al een tijdje het goede gebruik om auteurs niet gelijk te stellen aan de personages die ze creëren, en dat heeft een reden: kunstenaars moeten zich de vrijheid kunnen veroorloven om personages op te voeren die niet deugen, zonder dat ze daar zelf op aangesproken worden. Zouden we dat principe niet handhaven, dan vrees ik voor een golf aan dodelijk saaie romans.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er absolute vrijheid bestaat – die bestaat voor niemand, ook niet voor kunstenaars. Maar Baudet afrekenen op zijn tenenkrommende betoog in zijn roman zou betekenen dat het voor een grote groep kunstenaars onmogelijk zou zijn om nog een publieke functie te bekleden, en dat doet geen recht aan de democratie waar we voor vechten. Bovendien: de discussie over Baudets romanpersonage maakt dat de discussie over zijn eigen gedrag ondergesneeuwd dreigt te raken, en dat vind ik misschien nog het schadelijkst.

Een versiergoeroe

Je hebt Baudets roman namelijk helemaal niet nodig om aan te tonen hoe hij over de positie van vrouwen denkt. Je zou het door alle pianofoto’s bijna vergeten, maar we leerden Baudet ooit kennen als de man die in De Wereld Draait Door kwam betogen dat Julien Blanc een prima gozer is. Julien Blanc – mocht u het vergeten zijn – is een ‘versiergoeroe’ die mannen vertelt dat een vrouw ‘ja’ bedoelt wanneer ze ‘nee’ zegt, en dat vrouwenemancipatie een tegennatuurlijk fenomeen is.

De realiteit is dat vrouwen overrompeld, overheerst, ja: overmand willen worden.

Tegen Matthijs van Nieuwkerk zei Baudet: ‘Omdat we in een tijd leven waarin we vrouwen respecteren en niets tegen hun zin doen, weten we niet meer hoe we moeten flirten. Als een vrouw “nee” zegt moet je niet denken “O, ze wil het niet”, dan moet je zeggen: “Schatje, we gaan nog even wat drinken.” Gewoon nog even aandringen.’
En mocht Baudet zich er weer vanaf willen maken door te zeggen dat hij het allemaal niet zo letterlijk bedoeld heeft: ditzelfde argument heeft hij destijds ook gemaakt in een opiniestuk over hetzelfde onderwerp: ‘De realiteit is dat vrouwen niet alleen maar met omzichtig “respect” behandeld willen worden door hun sexpartner; dat ze helemaal niet willen dat je hun ‘nee’, hun weerstand respecteert: de realiteit is dat vrouwen overrompeld, overheerst, ja: overmand willen worden.’

Dit zijn uitspraken die Baudet geheel op eigen conto, namens zichzelf, deed. Ze zijn walgelijk genoeg om hem op aan te pakken, zonder dat er een discussie ontstaat over de scheiding tussen auteur en romanpersonage. Natuurlijk snap ik dat de verleiding groot is om zijn boek erbij te halen: in alles straalt Baudet uit dat hij het liefst over zichzelf schrijft, en het lijkt erop dat hij vooral zijn eigen natte wensdromen heeft willen opschrijven, maar doe het niet: het geeft zijn kamp alleen maar munitie om terug te vuren. Pak hem gewoon op z’n eigen woorden, die zijn al huiveringwekkend genoeg.