Jamal bekijkt wat er zoal geschreven wordt over #MeToo, en concludeert dat een serieus begonnen discussie overloopt in excessen.

Wat kan het soms toch lekker zijn, even de deur uit zonder smartphone, gewoon een wandelingetje maken door de echte wereld, u weet wel, de wereld van zuurstof, steen en momenten van vale zonneschijn tussen twee najaarsbuien door. Een wereld zonder hashtags – een verademing. Want my goodness, het was me het weekje wel weer, met #MeToo en #IHave en #Weetikveelwatverderallemaalnog. De massaliteit van dergelijke discussies leidt altijd binnen een mum van tijd tot absurdistische excessen, waardoor de serieuze aanleiding ondergesneeuwd dreigt te raken.

Ook nu was het weer zo ver. Op Joop.nl schreef publicist Pascal Vanenburg in een vlaag van autocastratische aandrang een soort mea culpa namens alle mannen, of nee, toch geen mea culpa, want hij had nooit iemand aangerand, maar toch ook weer wel een mea culpa, want ‘in een discotheek net even te lang achter dat ene meisje blijven dansen? Op straat net even te lang naar die ene vrouw gekeken?’ – ja, daar zal hij zich vast en zeker aan hebben bezondigd, dat stuk vrouwenhatende gluurdanser. In het universum van Vanenburg zal de Gestapo (Geheime Staar Politie) niet rusten voordat bij elke man die een gretige blik op de wereld durft te werpen, de ogen uitgestoken zijn. En ik denk: waarom? Wie zit hierop te wachten? Er zijn verdomme vrouwen die met de meest afschuwelijke verkrachtingsverhalen naar buiten treden, dezer dagen. Je zou kunnen overwegen om die verhalen eerst eens goed tot je te laten doordringen voordat je jezelf als good guy naar voren dringt, maar nee. Vanenburg wil ons graag laten weten hoe bewust hij zich ervan is dat ook hij weleens GEDANST heeft. In een DISCOTHEEK. MET EEN MEISJE!

En ik denk: waarom? Wie ziet hier op te wachten? Er zijn verdomme vrouwen die met de meest verschrikkelijke verkrachtingsverhalen naar buiten treden, dezer dagen.Schrijver Philip Huff maakte het in NRC Handelsblad nog bonter door zichzelf eveneens opzichtig aan de juiste kant van het debat te positioneren en uit te leggen waarom elke man ‘het uiterlijk van een dader draagt’. (Iemand moet het doen, hè, de vrouwtjes kunnen dat niet op eigen kracht duidelijk maken.) Huff duwt de lezer een soort you’re either with us or against us-argumentatie door de strot, afgetopt met een alinea vol imperatieven: ‘Lees boeken met vrouwelijke hoofdpersonen.’ (Moet je niet bij Huff zijn.) ‘Let op je taal.’ (Doe het zelf.) ‘En abonneer jezelf niet op vrouwonvriendelijke tijdschriften. Wat zeg ik? Kijk niet eens in dat soort tijdschriften of weblogs.’

Aha, daar is de oogpolitie weer. Dat wordt ook ’s winters een zonnebrilletje dragen, mannen!

Het kan altijd nóg gekker. De rap radicaliserende Trouw-redacteur Seada Nourhussen maakte zich in haar column kwaad omdat zwart leed weer eens ‘genegeerd’ werd in de discussie rond seksueel grensoverschrijdend gedrag, ja, dat het Weinstein-rumoer zich toch vooral concentreerde op rijke, witte vrouwen.

Och, hemel. Het feminisme is weer eens te wit. En dan zijn er nóg mensen die zich afvragen waarom intersectionaliteit zo’n slechte naam heeft. Het is om razend van te worden. Je zou bijna zelf imperatieven gaan uitschreeuwen: ‘Haal je neus eens uit je huidskleur en kijk om je heen.’ Maar nee. Kijken mag niet, van Pascal Vanenburg en Philip Huff.

En dan zijn er nóg mensen die zich afvragen waarom intersectionaliteit zo’n slechte naam heeft. Het is om razend van te worden.Enfin. Laat dit alles geen reden tot mediapessimisme zijn. Wie een béétje speurt en graaft onder de dikke plakken #ophef waar het gros van de mensen in loopt te wroeten, kan soms prachtige klompjes discussiegoud aantreffen.

Voorbeeld. Wetenschappers van de TU Eindhoven maakten afgelopen week de resultaten bekend van een onderzoek naar de akoestiek van klassieke Griekse amfitheaters. Je kent de beweringen wel: zelfs als je helemaal bovenin zit zou je nog een speld op het podium kunnen horen vallen. Nou, na gedetailleerde akoestische metingen bleek dat verhaal een mythe. De akoestiek van die amfitheaters was helemaal niet zo fenomenaal als de reisgidsen ons willen doen geloven.

Dat wordt herschrijven, voor de peoples van Lonely Planet!

Jammer alleen dat Grieken geen amfitheaters bouwden, zo legde classicus en archeoloog Miko Flohr, verbonden aan de Universiteit Leiden, uit op Twitter. ‘Grieken bouwden theaters,’ schreef hij, ‘Romeinen bouwden twee theaters tegen elkaar en noemden dat een amfitheater.’

Plus nog even het feit dat akoestische metingen in ruïnes misschien niet helemaal een betrouwbaar beeld geven van hoe het er in de oudheid aan toeging, toen die bouwwerken nog intact waren. Plus het feit dat de metingen zijn uitgevoerd zonder de dempende werking van een publiek. Plus… nu ja, er ontrolde zich een buitengewoon smakelijk polemiekje tussen geesteswetenschappers en bètawetenschappers. De Eindhovenaren reageerden gepikeerd, hier en daar verdween het prefix ‘amfi-’ van een website, al had je er ook een TU’er tussen zitten die snoeihard bleef volhouden dat amfi- ‘gewoon correct’ was. Wat wist zo’n classicus er nu helemaal van, hm?

Als je je neus ophaalt voor dergelijke details, wordt alles een generieke brij. Juist de details geven het bestaan zin.Menigeen zal dergelijk onderzoek volstrekt zinloos noemen en een discussie erover tussen akoestici en classici al helemáál, maar dat is een misvatting. Hoe ik de kritiek van Miko Flohr las, is als een pleidooi voor zorgvuldigheid. Dat er geen classici en archeologen zijn geraadpleegd voor een onderzoek naar antieke theaters, mag je grove nalatigheid en eigenlijk ook wel minachting voor de klassieke cultuur noemen. Die minachting zit meteen al in dat gebruik van ‘amfi-‘ voor ‘theater’. Als je je neus ophaalt voor dergelijke details, wordt alles een generieke brij. Juist de details geven het bestaan zin.

Wat ik me ondertussen zelf afvraag met betrekking tot die klassieke theatercultuur, is hoe de oude Grieken hun special effects verzorgden. Ik bedoel: als Koning Oedipus in het gelijknamige stuk van Sofokles ontdekt heeft dat degene die hij vermoordde zijn vader is en degene met wie hij trouwde zijn moeder, steekt hij zich de ogen uit. Dat doet hij, als ik de tekst van het stuk goed interpreteer, backstage, waarna hij blind het podium weer op komt gestrompeld. Hoe zag dat eruit? Hoe wekte de acteur de suggestie dat hij zijn ogen had uitgestoken? Liep er nepbloed over zijn wangen (of over zijn masker)? Hield hij gewoon zijn ogen dicht?

Het lijkt misschien een zinloos detail. Maar overtuigend veinzen dat je je ogen hebt uitgestoken – daar hébben sommigen van ons misschien nog wat aan, als de Geheime Staar Politie ons straks komt halen.