Het lukte Jamal maar niet om zich een mening te vormen over de hervonden misbruikherinneringen van Griet Op de Beeck. Tot hij inzag dat het eigenlijk heel eenvoudig is.
Vaak weet ik wel wat ik vind van wat er zoal in de actualiteit voorbijkomt, maar er zijn ook kwesties waarbij het maar niet wil lukken tot een standpunt te komen. Dan blijf je voors en tegens afwegen, tik-tak, voor-tegen, tik-tak, alsof er in je bewustzijn een tenniswedstrijd gaande is. Misschien is dat maar goed ook. Zodra je een positie inneemt dreigt het denken tot een halt te komen. Soms is dat prettig, rust in je kop, soms noodzakelijk, als er knopen moeten worden doorgehakt. Maar soms is het beter niet onmiddellijk al te stellig iets te vinden.
Ik vond aanvankelijk niet zo gek veel van het veelbesproken optreden, afgelopen maandag bij De Wereld Draait Door, van schrijver Griet Op de Beeck. Zij onthulde daar dat zij in haar jeugd misbruikt is door haar vader, dat zij die episode lange tijd verdrongen heeft, maar dat de herinneringen dankzij haar therapeut weer boven water zijn gekomen.
Ja, erg voor die vrouw – dat dacht ik. En ergens, ergens in mijn achterhoofd knorde een cynisch stemmetje: ‘geniale marketingcampagne’. Want Op de Beeck zat daar om haar nieuwste boek aan te prijzen, het eerste deel van een trilogie over incest. Maar ook dat cynische stemmetje zweeg al snel. Aan sommige oprispingen van wat Freud het id noemde, moet je niet al te veel aandacht besteden. (Ik geloof trouwens niet in Freud.)
Toen kwam er een column van Max Pam, in de Volkskrant. Pam plaatste een paar kanttekeningen bij het fenomeen van de hervonden herinnering. Ik ben geen fan van Pam, maar de voormalig psycholoog in mij moest onderkennen dat hij een punt had. Dat vond niet iedereen. Bij de Volkskrant kwamen ‘verontwaardigde reacties’ binnen, zo schreef hoofdredacteur Philippe Remarque in zijn zaterdagse rubriek waarin hij terugblikt op de voorbije week. ‘Misselijk waren sommige lezers ervan geworden.’
Ook vuurwerkfabriek Twitter explodeerde uiteraard weer: waar haalde Pam het lef vandaan… hoe durfde hij… blaming the victim! … was die man helemaal krankzinnig geworden… wat een walgelijke – enfin, u kunt het morele slagveld zelf verder uittekenen.
Tot mijn eigen ontsteltenis begon mijn sympathie voor Max Pam te groeien. Want ja, ze zijn inderdaad onbetrouwbaar, die hervonden herinneringen.
Vanaf dat moment kreeg ik de kwestie niet meer uit mijn hoofd. Als mensen massaal roepen dat je iets niet mag zeggen, slaat bij mij de ergernis toe. Incest is zo’n pijnlijk onderwerp, dat er niet alleen voor de slachtoffers een taboe op rust. Taboes werken soms twee kanten op: bij incest geldt ook voor omstanders een zwijgplicht die erop neerkomt dat je over zo’n delicaat onderwerp geen kritische vragen behoort te stellen.
Je ziet dat fenomeen ook optreden bij momenten van collectieve rouw. Ik herinner me hoe dat ging in de nasleep van de MH17-aanslag. Het was absoluut niet toegestaan te wijzen op de hypocrisie van de aanwezigheid van het koninklijk echtpaar toen de stoffelijke overschotten van de slachtoffers op vliegbasis Eindhoven arriveerden. Dat echtpaar had niet lang daarvoor nog gezellig bier zitten drinken met Vladimir Poetin in het Holland Heineken Huis. ‘Het is nu niet het moment om daarover te beginnen.’ Nee. Het is nooit het moment om pijnlijke kwesties aan de orde te stellen.
Kortom, tot mijn eigen ontsteltenis begon mijn sympathie voor Max Pam te groeien. Want ja, ze zijn inderdaad onbetrouwbaar, die hervonden herinneringen, en bovendien: hier werd een vader – postuum en ten overstaan van een miljoenenpubliek – de geschiedenis ingestuurd als ‘gemene incestpleger’, zoals Pam schrijft. Daar hoorde je de verontwaardigde Griet-verdedigers niet over, noch over het feit dat je in onze rechtstaat onschuldig bent tot het tegendeel bewezen is, en het bewijs was in dit geval dus nogal dun. Had de vader nog geleefd, dan was het misschien wel tot een rechtszaak gekomen. En dan zou de rechter alsnog zijn ingegaan op de betrouwbaarheid van het bewijs. Hoe pijnlijk dat ook is.
En toch bleef het knagen. Want Max Pam is geen rechter – dus wie denkt hij eigenlijk wel dat hij is? En bovendien: is het voor een incestslachtoffer überhaupt wel mogelijk hard bewijs aan te dragen? En wat zou ik me eigenlijk bekommeren om die dooie vader?
Het antwoord op die laatste vraag is natuurlijk: identificatie. Ik ben zelf vader. Van een dochter. Een heel jonge dochter, gisteren precies een halfjaar oud. Dus ik barst van de onzekerheden. Zo gaat dat nu eenmaal, en ik blijk een gevoeligheid te hebben ontwikkeld voor nieuws dat raakt aan die onzekerheden.
Elke dag buig ik mij over de edele delen van mijn dochter, want luiers moeten nu eenmaal verschoond worden. Als ze last heeft van uitslag ga ik in de weer met crèmetjes. Ik kleed haar uit, doe haar in bad, ik droog haar af, kleed haar weer aan. Bij een baby moet dat allemaal wel – ze kan het niet zelf. En bij geen van die handelingen bespeur ik ook maar iets van een seksuele gedachte of aandrang bij mezelf. Tot zover niets aan de hand, dus.
Het enige juiste perspectief is dat van het kind. En dan is het ineens niet meer zo moeilijk om iets te vinden van de kwestie-Op de Beeck.
Maar ze zal ouder worden en er zal een moment komen dat een vader niet meer met goed fatsoen samen met zijn dochter onder de douche kan. Wanneer? Zal ik te zijner tijd oplettend genoeg zijn om dat moment te herkennen? En zal ik dan aan haar kunnen uitleggen waarom ze beter niet meer samen met papa kan douchen, zonder meteen van een naakt lichaam iets te maken waar je je voor moet schamen, iets wat problematisch is, iets wat een wig drijft tussen vader en dochter? Hoe zal ik het gesprek met haar aangaan over seksualiteit als ze daar eenmaal de leeftijd voor heeft? Wat zeg je wel, wat niet?
Nu al ga ik dood van gêne als ik wakker word met een ochtenderectie en in die toestand dochterlief uit haar bedje moet tillen voor haar eerste fles van de dag. Dat soort ongemakken, daar lees je nou nooit eens iets over in de opvoedboeken.
Maar waar ben ik dan bang voor? Dat ze me later ten onrechte van misbruik zal beschuldigen? Nee, zo concreet is het allemaal niet, het is waarschijnlijk meer de algemene angst dat je het niet goed doet, als ouder. Alles wat je doet en zegt, kan impact hebben, en als je maar vaak genoeg iets verkeerd doet, of iets wat verkeerd geïnterpreteerd kan worden, verknal je het leven van een ander mens.
Daar komt dus de identificatie met die vader van Op de Beeck vandaan. Maar het is het verkeerde perspectief. Als je niet oppast, leidt dat perspectief ertoe dat je misbruik gaat rechtlullen: ‘ach ja, het zijn van die ambigue handelingen die je als ouder verricht, het kind heeft dat allemaal gewoon verkeerd geïnterpreteerd.’
Het enige juiste perspectief is dat van het kind. En als je dat aanneemt, is het ineens niet meer zo moeilijk om iets te vinden van de kwestie-Op de Beeck. Zelfs als die misbruikherinneringen ‘vals’ zijn, of geïmplanteerd door een overijverige psychotherapeut, dan nog heeft haar vader haar een jeugd bezorgd die zij als onaangenaam beleefd heeft. Hoe dat ook gegaan is, met of zonder misbruik – dát kun je de vader toch zeker verwijten. En dan hoef je verder ook niet meer bij zijn postume deconfiture stil te staan. Dan kan al je sympathie naar het slachtoffer gaan.
Het enige teleurstellende is dat ik dit niet meteen, in eerste instantie, dacht. Wat zegt het over onze tijd dat we bij alles wat we horen, zien of lezen, denken: nou nou, is dat wel waar? Dat we altijd iedereen wanvertrouwen, zelfs een vrouw die al haar moed bijeen heeft geraapt om haar pijnlijkste geheim op tafel te leggen?
Lees ook: Met stralende lach maakte Griet Op de Beeck het zware licht (onze recensie van haar aflevering van Zomergasten).
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.