SoundCloud

Deze dienst is alleen beschikbaar wanneer alle cookies zijn geaccepteerd

Wijzig cookie voorkeur

Liever luisteren dan lezen? Blendle Audio heeft dit verhaal ingesproken.

Met een grijns loopt Muhammad Saleem Sheikh tussen grauwgele huizen, langs de vergane vlaggen van de permanent gesloten Spar-supermarkt. ‘Dit is geen getto,’ zegt hij. ‘Dit is de mooiste buurt van Kopenhagen!’ Naast het buurtcentrum – waar de werkloze 57-jarige Sheikh vrijwilliger is, en dat binnenkort gesloopt zal worden om plaats te maken voor dure appartementencomplexen – staan pokdalige witte Denen met bruine tanden en halveliterblikken in hun hand. ‘Frisse-lucht-mensen’ noemt Sheikh ze. ‘Alcoholisten is zo’n lelijk woord.’

Dit is Tingbjerg, een buitenwijk in het noordwesten van Kopenhagen met vijfduizend inwoners. Vanaf de jaren vijftig verrezen hier als een kunstproject rijen gele huizenblokken met drie verdiepingen. Het waren de hoogtijdagen van de Scandinavische sociaal-democratie: betaalbare woningen voor iedereen, luidde het devies. Tingbjerg werd een stadje binnen een stad, met veel ruimte voor groen en grote speeltuinen.

Decennia later staat de wijk onder Denen bekend als een van de meest problematische gebieden van Kopenhagen. Hier vandaan vertrokken jongeren naar Syrië om zich aan te sluiten bij het Kalifaat, anderen sloten zich aan bij de gewelddadige straatbende Loyal to Familia.

Advertentie

Advertentie

Twee keer zo hoog gestraft

De Deense overheid zette Tingbjerg op de officiële ‘gettolijst’, een lijst van wijken waar men niet leeft volgens de ‘Deense waarden’. Daarom gelden sinds kort strenge ‘gettowetten’ in deze wijken.

Denemarken stond altijd bekend als een tolerante Scandinavische natie. Het gaat prat op zijn gendergelijkheid, maar maakte de afgelopen drie jaar een sterke ruk naar rechts als het gaat over migranten.

Denemarken is het enige westerse land dat het woord ‘getto’ officieel gebruikt.

In ‘getto’s’ wordt twee keer zo hoog gestraft en uitgeprocedeerde asielzoekers worden verplaatst naar een afgelegen eiland in de Baltische zee. ‘Het Deense model’ wekte interesse bij verschillende Nederlandse politici: VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff, PvdA-leider Lees ook Lodewijk Asscher: ‘Ik zie onze ideeën over migratie niet als hard’ 13 september 2018 Lodewijk Asscher en recentelijk ook SP-immigratiewoordvoerder Jasper van Dijk bezochten Denemarken. In het kielzog van deze politici trok Vrij Nederland naar de verpauperde wijken van Kopenhagen.

Op de ‘gettolijst’ staan 29 wijken. Die worden datagedreven geselecteerd: een wijk moet meer dan 50 procent bewoners met een niet-westerse migratieachtergrond hebben om als ‘getto’ te tellen. Dan moeten nog twee van de volgende vier criteria afgevinkt worden: meer dan 40 procent werkloosheid, drie keer het nationaal gemiddelde percentage criminelen, meer dan 60 procent inwoners die alleen basisonderwijs hebben genoten, en een gemiddeld inkomen dat minder is dan 55 procent van de omringende regio.

Kopenhagen
In wijken waar mensen niet leven volgens de ‘Deense waarden’ gelden sinds kort strengere wetten. Sarah van Rij maakte deze fotoserie in de ‘gettowijk’ Mjølnerparken.
Een betere mix

Denemarken is het enige westerse land dat het woord ‘getto’ officieel gebruikt. In talkshows en respectabele kranten wordt rustig gesproken van ‘getto-ouders’ en ‘gettokinderen’. In deze wijken leven mensen niet volgens de ‘Deense waarden’, vindt de overheid. Dat moet veranderen. Een 22 punten tellend programma genaamd ‘Een Denemarken zonder parallelle samenlevingen – geen getto’s in 2030’ is vorig jaar aangenomen in het parlement. Langzaamaan worden de zogenaamde ‘gettowetten’ over de wijken uitgerold.

Het aandeel sociale woningen voor gezinnen wordt de komende tijd teruggebracht van in sommige wijken 100 procent naar maximaal 40 procent. In plaats daarvan komen studentenwoningen, ouderenwoningen, private huur en koopwoningen om voor een betere mix van mensen te zorgen. Oude gebouwen worden gesloopt, nieuwbouw komt daarvoor in de plaats. Veel mensen zullen moeten verhuizen. De overheid belooft ze een nieuw huis binnen de stad, maar op de oververhitte woningmarkt van Kopenhagen zijn geen vrije woningen.

Muhammad Saleem Sheikh houdt intussen vol: ‘Tingbjerg is géén getto.’ ‘Ben je neergeschoten toen je de wijk binnenliep?’ vraagt hij half lachend, half serieus. ‘Vlogen de kogels je om de oren?’

Gevaarlijk, gewelddadig of anderszins onveilig voelt zijn buurt niet, wel multicultureel en armoedig.

Getto-ouders

‘Het ergste is dat ik niet weet of en waarheen ik moet verhuizen,’ verzucht de 45-jarige moslima Laila Belhaj, die in Lundoftegade, een van de Kopenhaagse ‘getto’s’ woont. De grijze flats van haar buurt steken schril af tegen de pastelkleurige negentiende-eeuwse appartementen eromheen. ‘Ik weet gewoon niet wat er gaat gebeuren.’

‘Getto-ouders’ als Belhaj moeten hun kinderen verplicht 25 uur per week naar de buitenschoolse opvang sturen om de ‘Deense waarden’ en Deense taal te leren – anders worden ze gekort op hun uitkering. In de rest van het land krijgen ouders geld toe als ze hun kind niet naar de staatsgefinancierde gratis kinderdagverblijven brengen. ‘Gettokinderen’ als de dochter van Belhaj moeten hun kennis over de Deense waarden laten toetsen. ‘Terwijl klasgenoten die twee straten verderop wonen die toets niet hoeven te maken.’

Klaas Dijkhoff, de fractievoorzitter van de VVD, noemde het Deense model ‘inspirerend’.

En, misschien wel het meest controversieel: bepaalde vormen van misdaad zouden in het getto twee keer zo zwaar bestraft moeten worden als elders, om bewoners te ‘beschermen’. Tot nu toe is dat nog niet gebeurd.

Kopenhagen
‘Om de Deense verzorgingsstaat te redden, moeten we controle krijgen over parallelle samenlevingen.’
Dijkhoff-wijken

‘Inspirerend’ noemt Klaas Dijkhoff, de fractievoorzitter van de VVD, het ‘Deense model’. Op een warme februariochtend spreekt hij met Vrij Nederland in zijn Mad Men-esque werkkamer aan het Binnenhof. In het Algemeen Dagblad stelde Dijkhoff vorig jaar september voor om het Deense model over te nemen – al neemt hij het woord ‘getto’ niet in de mond. Volgens de VVD-fractievoorzitter zijn er wijken in Nederland waar ‘andere normen en waarden gelden dan in Nederland dominant moeten zijn’. De Deense aanpak noemt hij ‘stevig’. Maar in het parlement zei hij al dat het hem ‘niet stevig genoeg kan zijn als het gaat om mensen de vrijheid te bieden waar ze recht op hebben’.

Dijkhoff wil net als de Denen in bepaalde wijken twee keer zo hard straffen. Hij wil huisvestingsregels invoeren om de bevolkingssamenstelling te veranderen. Kinderen moeten verplicht naar een kinderdagverblijf om ze de Nederlandse taal, normen en waarden bij te brengen. Gemeenten zullen beloond worden als het beter gaat met deze wijken.

‘Postcoderacisme’ noemde Denk-voorman Tunahan Kuzu het. SP-leider Lilian Marijnissen voorspelde: ‘Hier gaan we nooit meer iets over horen.’ Ook in de VVD rommelde het, een burgemeester stapte uit de partij.

De voorstellen werden algemeen gezien als een typische ‘proefballon’ van Dijkhoff, niet inhoudelijk bedoeld, maar om de aandacht van de afschaffing van de dividendbelasting af te leiden.

‘Dat maakt me toch helemaal geen zak uit?’ grinnikt Dijkhoff in zijn werkkamer; bij het raam staat een mahoniebruin gelakt tafeltje met kristallen karaffen whisky. ‘Van mij mogen ze het een proefballon noemen. De discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris bij het kinderpardon afschaffen werd ook zo genoemd. Inmiddels is dat gewoon gebeurd.’

Dijkhoff benadrukt dat zijn plan oorspronkelijk verkeerd geïnterpreteerd werd. ‘Het is niet dat we mensen uit die wijken dubbel willen straffen, we willen misdaden die in zo’n wijk gepleegd worden twee keer zo hard bestraffen. Dat is een wezenlijk verschil.’

Het plan is nog niet af, maar in de afgelopen maanden heeft Dijkhoff, zegt hij, gestaag doorgewerkt aan zijn idee. Hij doet dat samen met de rest van de VVD-fractie, voornamelijk met integratiewoordvoerder Bente Becker.

Dijkhoff wil net als de Denen ‘datagedreven’ kijken in welke wijken problemen zijn. ‘Ik wil niet dat we vanuit Den Haag de wijken aanwijzen,’ zegt hij. ‘Het moet zo objectiveerbaar mogelijk.’ Het percentage mensen met een niet-westerse achtergrond noemt hij ‘gewoon een belangrijk criterium’.

Hij heeft het kabinet gevraagd te onderzoeken of de criteria van de Denen bruikbaar zijn in Nederland. Rutte zei destijds in de Kamer dat het kabinet de maatregelen niet overneemt, maar de premier zegde wel een onderzoek toe. Daar is vooralsnog niets uitgekomen, dus is er nog geen lijst van ‘Dijkhoff-wijken’.

Inmiddels heeft Dijkhoff nog een scala aan extra maatregelen waarvan hij wil onderzoeken of ze werken, vertelt hij. ‘Aan het plan zitten harde kanten,’ zegt hij. ‘Bij de verhoogde strafmaat hoort ook een verhoogde politie-inzet. En we kunnen rechtspraak in het buurthuis faciliteren, zodat mensen de rechtsstaat in de praktijk kunnen zien.’

‘Het dubbel straffen kan juridisch gewoon,’ zegt Dijkhoff. Volgens premier Rutte ligt het ‘strafrechtelijk ingewikkeld’. VVD-coryfee Frits Bolkestein zei in het Algemeen Dagblad: ‘Dat kan niet. Je kunt in het strafrecht geen onderscheid per regio maken. Dat is een misvatting.’

Rutte heeft daar het meest gelijk, volgens Pauline Schuyt, hoogleraar sanctierecht en straftoemeting aan de Universiteit Leiden, want het is inderdaad ingewikkeld. ‘Maar wat Dijkhoff zegt, klopt ook,’ zegt Schuyt. ‘Je kan dat met een strafverhogende factor in de wet – bijvoorbeeld: waar een delict gepleegd wordt – mogelijk maken.’ Zo staat voor diefstal met geweld in een rijdende trein een hogere straf dan daarbuiten. ‘Of je kan beleidsmatig het OM dwingen om twee keer zo hoog te eisen. Maar dat betekent niet dat er ook twee keer zo hoog gestraft wórdt. Uiteindelijk beslist de rechter.’

Kopenhagen
‘Getto-ouders’ moeten hun kinderen verplicht 25 uur per week naar de buitenschoolse opvang sturen.
Voorbeeldfiguren

Naast law and order pleit de VVD-fractievoorzitter ook voor maatregelen ‘aan de softe kant: meer wijkwerkers, meer plekken waar je weet dat je geholpen kan worden als je bijvoorbeeld wordt mishandeld’.

‘Op scholen elders in de stad kunnen we plaatsen reserveren voor kinderen uit deze wijken. Om te stimuleren dat er meer onderlinge contacten zijn tussen verschillende mensen.’ Voor het woord ‘quota’ bedankt hij. ‘Reserveringen, wil ik het noemen.’

‘De Denen spreken ieder lid van het gezin aan op welke pogingen er zijn gedaan om te werken. Plat gezegd: ook eisen dat vrouwen werken of een opleiding volgen. Je moet niet accepteren dat alleen de man een aanspreekpunt is voor de overheid. Je kunt mensen stimuleren om vrijwillig als voorbeeldfiguren in zo’n wijk te gaan wonen en zich er actief mee te bemoeien. In België krijgen deze voorbeeldfiguren korting op de huur, in ruil daarvoor doen ze vrijwilligerswerk.’ Dijkhoff wil daar dan wel lokaal draagvlak voor hebben.

Waar in Nederland gedoogsteun van populisten tot nu toe altijd is mislukt, is het in Denemarken doodnormaal.

‘De middelen zijn niet altijd liberaal, dat is lastig. Maar met liberale middelen heb ik soms onliberale uitkomsten te slikken,’ zegt Dijkhoff. ‘We moeten ophouden met de heiligverklaring van middelen, maar kijken naar doelen. Als je focust op het doel: meer vrijheid voor het individu en gelijkwaardigheid voor iedereen, zul je soms onliberale middelen moeten accepteren om uiteindelijk toch een liberale samenleving te bereiken. Fixeer je op een middel, of fixeer je op een doel, dat is de vraag. Ik kies voor het laatste.’

Kleine, rijke landen

Dijkhoff kijkt graag naar Denemarken, omdat de situatie daar volgens hem vergelijkbaar is met die in Nederland. Wat ook belangrijk is: in Denemarken steunt een brede coalitie de maatregelen, iets waar ook de VVD-leider naar streeft.

Niet alleen het rechtse ‘blauwe blok’ in Denemarken juicht de ‘gettowetten’ toe. Dat blok bestaat uit Venstre, de conservatief-liberale regeringspartij, kleine liberale en conservatieve coalitiepartners en de rechts-populistische gedoogpartner de Deense Volkspartij. Ook de sociaal-democraten in de oppositie zijn voorstander. Slechts drie kleine partijen zijn tegen: de socialisten, de groenen en de sociaal-liberalen – samen goed voor nog geen 20 procent van de stemmen.

Denemarken en Nederland lijken op elkaar: klein, rijk en met een grote sociaal-democratische traditie. Maar in Denemarken kregen de populisten al in de jaren zeventig voet aan de grond. Het was het eerste land in Europa waar het rechtspopulisme zo groot werd. Waar in Nederland gedoogsteun van populisten mislukte, is het in Denemarken doodnormaal: de Volkspartij ondersteunt vanaf 2001 alle rechtse kabinetten.

Een spijkerhard migratiebeleid

‘Denemarken is een christelijk land,’ zegt de 62-jarige Peter Willemsen, met een afkeurende blik op een groepje druk in het Arabisch kletsende moslima’s. Willemsen staat in het winkelcentrum van Ishøj, een grijzig en multicultureel voorstadje van Kopenhagen. Hij draagt een rechthoekige bril en is ambtenaar. ‘Wat als het straks islamitisch is?’

Op de Volkspartij stemt Willemsen waarschijnlijk niet. ‘Ik blijf een socialist, daarom stem ik denk ik toch op de Sociaaldemocraten.’

Sinds kort staan ook de Deense Sociaaldemocraten voor een spijkerhard integratie- en migratiebeleid. Na de regeringsperiode tussen 2011 en 2015 verloor de partij flink. Het moest anders, beseften de Deense sociaal-democraten, als ze niet wilden eindigen als de Nederlandse Partij van de Arbeid, met nog geen 5 procent van de stemmen en verdoemd tot een rol in de marge.

Terugkeer naar het oude links

Mattias Tesfaye is de 38-jarige woordvoerder migratie bij de Sociaaldemocraten, en een hardliner. Van de Brusselse insiderskrant Politico Europe kreeg hij de bijnaam ‘De Grenswacht’ en een plaats in het lijstje van 28 politici die Europa vorm gaan geven. In de kantine van het parlement legt hij de nieuwe koers uit.

‘Om de Deense verzorgingsstaat te redden, moeten we controle krijgen over migratie en parallelle samenlevingen,’ zegt hij. Op zijn vinger heeft hij een tatoeage, in zijn oor een piercing. Tesfaye is zoon van een Ethiopische vluchteling en een Deense communistische moeder, maar vindt dat zijn huidskleur niets te maken heeft met zijn standpunt. Eerder ziet hij zichzelf als iemand uit de arbeidersklasse. Voordat hij de politiek in ging, was hij metselaar. ‘Identiteitspolitiek maakt links kapot,’ zegt hij.

De boodschap: je bent geen racist als je je zorgen maakt over migratie.

De koerswijziging in zijn partij ziet de voormalig communist niet als een ‘ruk naar rechts’, eerder als een ‘terugkeer’ naar het oude links. In zijn boek Welkom, Mustafa beschrijft Tesfaye de geschiedenis van het migratiestandpunt van zijn eigen partij. ‘Vóór de jaren tachtig was de sociaal-democratie helemaal niet zo pro-immigratie als men denkt. Daarna, in de jaren tachtig en negentig, dacht de sociaal-democratische elite dat integratie vanzelf zou gaan: economische rechtvaardigheid, dan is de volgende generatie gewoon Deens. Kritiek op dat idee werd door het establishment weggewuifd als racisme.’

Geen racist

Na vrijwel de hele twintigste eeuw aan het roer van de Deense verzorgingsstaat te hebben gestaan, kapseisde de sociaal-democratische partij na de wisseling van het millennium. Hun machtspositie was niet vanzelfsprekend meer. Veel kiezers verruilden de Sociaaldemocraten voor het populisme en het anti-migratiestandpunt van de Deense Volkspartij.

Het moest anders, wilden de sociaal-democraten weer gaan regeren. De traditionele band met de sociaal-liberalen (het ‘rode blok’) werd verbroken, nu zoekt de partij zonder scrupules naar samenwerking met de populisten.

Toen de nieuwe leider van de partij Mette Frederiksen de koerswijziging qua migratie en integratie aankondigde, bood ze ook haar excuses aan. De boodschap: je bent geen racist als je je zorgen maakt over migratie.

De grenzen gaan dicht, als het aan de Sociaaldemocraten ligt, asielzoekers zijn niet meer welkom. Spontane asielaanvragen worden onmogelijk – alleen via quota van de VN kunnen oorlogsvluchtelingen Denemarken nog inkomen. Migranten worden opgevangen in VN-kampen buiten Europa. Vrouwen met een migratieachtergrond moeten emanciperen en fulltime werken, anders vervallen uitkeringen. Als kinderen geen vloeiend Deens spreken, mogen ze niet naar school.

‘Het lijkt hier op een verplaswedstrijd wie het best migranten kan pesten.’

Die plannen oogsten lof en steun: de Sociaaldemocraten staan op kop in de peilingen en gaan waarschijnlijk de nieuwe regering leiden na de verkiezingen. Maar naast alle lof is er ook kritiek. De nieuwe toon en maatregelen van de Sociaaldemocraten zou wel erg als de rechts-populistische Deense Volkspartij klinken.

‘Dat interesseert me niet,’ zegt Tesfaye. ‘Sommigen zeggen dat ik klink als een populist. Dan denk ik: so what? Het kan me niet schelen hoe ik klink. Het is belangrijker om te denken over problemen en oplossingen. Als sociaal-democraten in Europa willen winnen, zullen ze moeten beseffen dat conservatisme geen vies woord is. Het is nodig.’

Verplaswedstrijd

De Deense Sociaaldemocraten riepen na de koerswijziging hun Nederlandse zusterpartij op om langs te komen. ‘Het is gewoon triest om te zien hoe slecht de PvdA het in Nederland doet,’ zei Henrik Sass Larsen, de tweede man van de Deense Sociaaldemocraten in maart vorig jaar tegen Nieuwsuur. ‘Ik hoop dat als ze hier komen kijken, ze het met mij eens zijn hoe je migratiepolitiek moet voeren.’

Drie maanden later bezocht PvdA-leider Lodewijk Asscher de Deense Sociaaldemocraten om met hen te praten over overeenkomsten en verschillen. Aan een interview voor dit stuk wil Asscher niet meewerken, laat de persvoorlichter van de partij weten. De Deense sociaal-democratische plannen passen dan ook niet in de koers die de PvdA is ingeslagen: Asscher kan tegenwoordig nauwelijks nog een zin uitspreken zonder het woord ‘zekerheid’ in zijn mond te nemen, over migratie praat hij minder graag.

Ook Jasper van Dijk, de migratiewoordvoerder van de SP, bezocht Kopenhagen onlangs om over migratiebeleid te praten. ‘Het lijkt hier op een verplaswedstrijd wie het best migranten kan pesten,’ zegt een weinig geïnspireerde Van Dijk. ‘Dat moeten we in Nederland niet willen.’

Kopenhagen
‘Een hoog aandeel niet-westerse migranten is een noodzakelijk criterium om een getto te zijn.’
Juwelenwet

De ‘gettowetten’ in Denemarken zijn slechts een greep uit de harde nieuwe maatregelen en retoriek over migratie en integratie. Er is ook een ‘juwelenwet’ ingevoerd, die de politie het recht geeft om asielzoekers bij de grens te fouilleren en hun juwelen en contant geld af te pakken. Daarnaast zijn uitkeringen van migranten gekort en boerka’s verboden.

Recent besloot het parlement dat Denemarken niet meer focust op integreren, maar op het repatriëren van nieuwkomers. Ook Syrische oorlogsvluchtelingen moeten niet verwachten dat ze mogen blijven, ze moeten zich klaarmaken om terug te keren.

Als klap op de vuurpijl ligt het plan klaar om uitgeprocedeerde asielzoekers te verplaatsen naar een piepklein en moeilijk te bereiken eilandje in de Baltische zee, waar eerder besmettelijke veeziektes werden onderzocht. Een van de boten die de uitgeprocedeerden naar het eiland moet verplaatsen, heet ‘Virus’.

‘Ze zijn ongewild in Denemarken,’ schreef immigratieminister Inger Støjberg van de liberaal-conservatieve regeringspartij Venstre op Facebook. ‘En dat zullen ze voelen.’

Er is nog geen grenswacht die juwelen van migranten aan de grens heeft afgepakt, noch is er een crimineel in het getto twee keer zo hoog gestraft. Maar de boodschap is kristalhelder.

Een wapen tegen populisten

‘Het immigratiedebat in Denemarken is compleet geradicaliseerd, daar is geen twijfel over mogelijk,’ zegt Jakob Nielsen, hoofdredacteur bij het neutrale politieke blad Altinget. Vanuit het raam van zijn kantoor op de vierde verdieping kun je het paleis Borgen, waar het Deense parlement zetelt, bijna zien.

‘Venstre, de liberaal-conservatieve partij, is al sinds de eeuwwisseling hard op immigratie en integratie. Maar nu lopen de sociaal-democraten achter de populisten aan qua retoriek,’ zegt Nielsen. ‘Het gevaarlijke daaraan is dat populisten altijd bereid zijn een stap verder te doen. Het is een race to the bottom.’

Toch is dat niet het hele verhaal. ‘De Volkspartij is geaccepteerd in de mainstream en wordt daarmee gedwongen om zich te gedragen als een serieuze politieke partij. Ze kunnen niet meer alleen schreeuwen vanaf de zijlijn, maar moeten ook meedoen met bijvoorbeeld moeilijke pensioenhervormingen.’ Anders dan in Nederland neemt de populariteit van de populisten in Denemarken af. In Denemarken lijkt macht geven een wapen tegen populisten.

Áf van de getto’s

‘In het buitenland denkt men: in Denemarken maken ze getto’s voor immigranten, maar dat is niet zo,’ zegt hoogleraar politicologie Peter Nedergaard in zijn snikhete kantoortje op de Universiteit van Kopenhagen.

Hij legt uit hoe de harde aanpak in de traditie van de Deense sociaal-democratie past: ‘Alle partijen willen juist áf van de getto’s. Het idee achter deze wetten komt voort uit het ideaal van een egalitaire samenleving.’

Hoewel die opvatting breed gedragen wordt onder Denen, zeggen bewoners van de wijken bijna allemaal bang te zijn en grote delen van het beleid ‘inhumaan’, ‘racistisch’ en ‘extreem’ te vinden – al zijn er ook positieve geluiden te horen over de betere mix van mensen.

Bespuugd

‘De wetten zijn zo bizar, soms denk ik: gebeurt dit allemaal echt?’ zegt Laila Belhaj. ‘Ja, het gebeurt echt. De discriminatie is zo veel extremer dan vroeger,’ zucht ze. Belhaj zit in Fata Morgana, een café op de hoek van het ‘getto’ Lundoftegade, waar ze in een van de vier grote grijze flats woont. De straat links van Fata Morgana is een ‘getto’; de straat aan de rechterkant is dat niet. Een paar straten verderop worden peperdure Deense designtassen van gerecycled plastic verkocht.

Ze vertelt hoe ze meermalen op straat is bespuugd, hoe haar zoon om niks wordt aangehouden, hoe mensen haar hijab van haar hoofd probeerden te trekken, hoe een man haar 75-jarige moeder in het gezicht sloeg. Midden in het gesprek wordt de opeenstapeling haar te veel, wanneer ze vertelt over een geliefde, een uitgeprocedeerde asielzoeker die onlangs is uitgezet. Ze barst in tranen uit.

‘Ik ben zo bang voor de toekomst,’ zegt ze, haar stem nog trillend, terwijl ze de uitgelopen make-up onder haar ogen vandaan veegt. ‘We moeten blijven vechten. Maar we kunnen dit zo niet volhouden.’

Natuurlijk is dat racistisch

Kamille Hjuler Kofod woont vlak naast het ‘getto’ Mjølnerparken, in het hippe Nørrebro, waar vintage kledingboetiekjes en halalslagerijen elkaar afwisselen. Een fietspad en een strook gras scheiden haar appartementenblok van het getto. Vanaf haar balkon wijst ze naar de overkant. ‘Ik woonde daar een paar jaar geleden nog. Het is zo bizar, per toeval ben ik verhuisd naar de andere kant van het fietspad, nu gelden de “gettowetten” niet meer voor mij en mijn kinderen.’

‘Het is overduidelijk dat de gettowetten racistisch zijn,’ zegt Hjuler Kofod, aangesloten bij actiegroep Almen Modstand, die demonstraties organiseert tegen het beleid. ‘Een hoog aandeel niet-westerse migranten is letterlijk een noodzakelijk criterium om een getto te zijn, natuurlijk is dat racistisch.’

De actiegroep informeert bewoners die geen Deens spreken, en dat zijn er nogal wat, over de ‘gettowetten’.

Volgens activisten en juristen worden zowel de grondwet als mensenrechten geschonden: het gelijkheidsbeginsel staat onder druk. De Open Society Foundation van filantroop George Soros is momenteel in gesprek met Almen Modstand en andere mensenrechtenorganisaties over een mogelijke samenwerking. Het doel: de Deense staat aanklagen voor discriminatie bij de gettowetten.

De schuld van alle problemen

Aan de overkant, in Mjølnerparken, woont de 52-jarige Muhammad Aslam. Hij woont er al dertig jaar en is bewonersvertegenwoordiger van Mjølnerparken.

‘Dit land was ooit een rolmodel,’ herinnert hij zich. ‘Mensen van over de hele wereld droomden dat ze in een land konden wonen dat zo sociaal was als Denemarken.’
Hij kijkt met nostalgie terug op zijn jeugd: de sociaal-democratische heilstaat was op zijn hoogtepunt, de sterken kwamen op voor de zwakken, voor minderheden was veel tolerantie. Maar dat is allemaal veranderd, constateert hij treurig. ‘Ik had nooit gedacht dat mijn land zo’n U-bocht zou nemen.’

‘Het is een self-fulfilling prophecy: als je een wijk een getto noemt, dan wordt het ook een getto.’

In Mjølnerparken zien de roodbruine appartementenblokken er netjes uit, de hagen zijn keurig bijgehouden, over het pad langs de groene speelplaats loopt een stel met een kinderwagen, genietend van de zon.

‘Wij “niet-westerse migranten”, waar ze gewoon moslims mee bedoelen, krijgen de schuld van alle problemen in Denemarken,’ zegt Aslam. Hij heeft zijn lidmaatschap van de Sociaaldemocraten opgezegd. ‘Het voortbestaan van de verzorgingsstaat is in gevaar vanwege ons, zeggen ze. Het maakt niet uit of het klopt of niet, wij krijgen de schuld. In Duitsland werd de mensen destijds verteld dat al hun problemen door de joden kwamen. We weten hoe dat is afgelopen.’

Door wijken een ‘getto’ te noemen, zal de discriminatie alleen maar toenemen, denkt de Iraans-Deense socioloog Aydin Soei. Het is volgens hem een self-fulfilling prophecy: als je een wijk een getto noemt, dan wordt het ook een getto.

‘Bovendien hebben de wetten weinig te maken met de realiteit in die wijken,’ zegt Soei.

Vijftien jaar doet hij nu onderzoek naar de criminele en geradicaliseerde jongeren uit de ‘getto’s’. Hij schreef er een veelgeprezen boek over: Omar en de anderen. Boze jonge mannen en tegenburgerschap. ‘Als je naar de statistieken kijkt, zie je dat criminaliteit en analfabetisme ontzettend afnemen. Jongeren in wat de overheid “getto’s” noemt, werken meer en zitten vaker achter de computer dan dat ze op straat hangen. Het gaat al jaren veel beter dan media en politici ons doen geloven.’

De ‘bad boys’

In buurthuis Klub 43 in het getto Lundoftegade hangen Ilyas Khomsi (17), Younes Azam (17) en Khaled Esteiti (19) op de bank, Khaled met zijn telefoon in z’n hand. Of hij zich Deens voelt? Hij buldert het uit van het lachen: natuurlijk niet, hij is Palestijn! De drie jongens dragen zwarte trainingsbroeken en grote donkere jassen. Ze worden de ‘bad boys’ van de buurt genoemd, maar zijn eigenlijk heel lief, verzekert Laila Belhaj.

‘Ik voel me geen Deen en ik wil me ook geen Deen voelen,’ zegt Ilyas, zoon van Marokkaanse Denen. Hij gaat naar een muziekschool waar hij een van de weinige niet-witte studenten is. Hij is rapper en rapt over ‘van alles’, over wanneer hij rijk zal zijn, over het leven in het getto.

‘Ik voel dat ze me niet als Deen zien.’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Gewoon, door hoe ze naar me kijken als ik loop, door hoe ze me behandelen. Toen ik laatst in de trein zat, zei een man dat ik moest opstaan voor hem, omdat apen moeten staan voor blanken.’

Younes is wat stiller dan Ilyas en Khaled. Een Deens paspoort heeft hij niet. Hij is Marokkaan, maar hier in Kopenhagen geboren. Als burger van het land wordt hij niet gezien, zegt hij zacht. ‘Als ik alleen op m’n kamer ben, dan komt het naar boven.’ Hij is even stil, twijfelt, en geeft dan schoorvoetend toe dat hij daar wel eens moet huilen.

Khaled proest: ‘Huilen? Moet je echt huilen?’ Als Younes zijn hoofd laat zakken, lacht Khaled niet meer.

‘Daarom moet Denemarken dood!’ roept Ilyas uit. Hij slaat zijn arm om Younes heen en slaat met zijn vuist op tafel. ‘Waarom moeten voor ons in het getto andere regels gelden dan voor de rest van het land? We zijn hier geboren, maar niemand accepteert ons. En het wordt alleen maar erger.’

Contraburger

Socioloog Aydin Soei noemt het sentiment van de jongens ‘modborgerskab’ – counter citizenship in het Engels, contraburgerschap in het Nederlands – een term die hij zelf muntte. ‘Jonge boze mannen’ in het ‘getto’, ook degenen die wél een paspoort hebben, voelen zich geen burger, maar het tegenovergestelde. Een contraburger. Volgens Soei voelen ze zich alsof ze de samenleving continu moeten blijven afbetalen voor hun identiteit.

Het Deense burgerschap voelt voor veel immigranten en hun kinderen als een ladder: elke keer dat je een stapje omhoog doet qua integratie – je leert de taal, gaat studeren, krijgt een baan, werkt hard – komt er weer een lat bij.

Echt erbij horen, dat is niet makkelijk. Geen wonder, zegt Soei, dat sommige jongeren radicaliseren of de criminaliteit in gaan.

Ongepaste taal

Tijdens het parlementaire debat over de ‘paradigmaverschuiving’, waarin werd besloten dat vluchtelingen niet meer geïntegreerd maar gerepatrieerd worden, werd de schijnbare onhaalbaarheid van integratie voor moslims in Denemarken weer eens pijnlijk duidelijk.

Kenneth Kristensen Berth, parlementslid van de populistische partij Dansk Folkeparti, zei tijdens dat debat dat het ‘onmogelijk’ is om moslims te integreren in een westers land. Het socialistische parlementslid Pelle Dragsted was ‘geschokt’ en zei dat hij die opmerking ‘racistisch’ vond.

Prompt werd Dragsted op de vingers getikt door de voorzitter van het parlement, tevens oprichter van de Deense Volkspartij: dat soort ongepaste taal is niet toegestaan in het parlement.

‘Ongelooflijk,’ zegt Dragsted nu. ‘Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt.’ Hij vindt het incident exemplarisch voor het politieke debat in Denemarken. ‘Racistische uitspraken kunnen blijkbaar door de beugel, maar zeggen dat je dat racistisch vindt, wordt gezien als ongepast.’

Kenneth Kristensen Berth vindt zijn uitspraak niet racistisch en staat er nog steeds achter, vertelt hij in zijn werkkamer in het parlement. ‘Alles wordt tegenwoordig racistisch genoemd. Kijk eens naar de criminaliteitsstatistieken. Er is gewoon een groot verschil tussen moslims en niet-moslims, het is onmogelijk om ze te integreren,’ zegt hij. ‘Daarom is het belangrijk om te discrimineren.’

Aan de grens met Duitsland moeten hoge hekken met prikkeldraad en bewapende grenswachters komen, vindt hij, immigratie vanuit islamitische landen moet compleet stoppen. ‘Maar dat kan niet omdat we ons aan totaal debiele mensenrechtenverklaringen moeten houden. En we hebben niet genoeg zetels in het parlement.’

Kristensen Berth laat trots statistieken zien waaruit blijkt dat de gehonoreerde asielaanvragen in Denemarken tot de laagste van Europa behoren. ‘De harde maatregelen werken,’ zegt hij glunderend. ‘Immigranten willen niet meer naar Denemarken komen.’

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en de Lira Startsubsidie voor jonge journalisten.