Het is wat pijnlijk, maar Deon Meyer moet me op een ochtend in een Amsterdams hotel uitleggen waar zijn laatste boek Koorts eigenlijk over gaat: ‘Het verbeeldt het nieuwe begin dat Zuid-Afrika nooit heeft gehad.’ Ik had het niet gezien. Ik had een verhaal gelezen dat vooral heel anders was dan de tien eerdere detectives van zijn hand. Ja, er is een moord, maar geen politie, dus ook geen onderzoek, en de ontknoping is bijzaak. En het speelt zich af in de toekomst, in een vrijwel leeg, post-apocalyptisch land, waar de mens een ultieme prijs heeft moeten betalen om de aarde te redden.
De vriendelijke Meyer (1958) haast zich me gerust te stellen: ‘Ik wilde het er ook niet heel dik bovenop leggen. Het is in de eerste plaats een avonturenroman. Ik wil niet pretenderen dat het diepzinniger is dan dat, maar voor mij ging het wel om de vraag: wat als we opnieuw zouden kunnen beginnen? Wat als goede mensen iets nieuws zouden proberen? Want op de een of andere manier hebben wij in Zuid-Afrika ons nieuwe begin verkloot.’
Microkosmos van de nieuwe samenleving
Zo heb ik Meyer niet eerder gehoord. We weten dat hij zich ten tijde van de apartheid afzijdig hield, in de public relations werkte en geen misdaadroman wilde schrijven, omdat hij niet zag hoe een politieman van zo’n regime een aanvaardbaar hoofdpersoon kon zijn. De verkiezing van Nelson Mandela in 1994 bevrijdde ook hem als schrijver.
Er verschenen tien boeken waarin hij zijn verhalen vertelt tegen het decor van het nieuwe Zuid-Afrika. Meyer wil het niet over dé politiek hebben, hoogstens over de mensen die zo lang in strikt gescheiden ordening – blank, kleurling, zwart – tegenover elkaar stonden en zich nu voor het eerst tot elkaar moeten zien te verhouden als gelijken. Het politiebureau in Kaapstad is een microkosmos van de nieuwe samenleving.
Meyer gaat de uitwassen niet uit de weg: de corruptie, de bureaucratie, het geweld. De mensen verschillen nog steeds van elkaar door kleur, maar zij hebben daar zelf weinig mee; het is vooral de politiek die ze eraan herinnert. En ook daarover schrijft Meyer met consideratie. Meestal terughoudend, in tussenzinnen, komen de gebreken van post-apartheid langs. Slechts een enkele keer haalt hij uit naar degenen die volgens hem met twee maten meten. Zoals in 13 uur, het boek dat in 2012 werd uitverkoren tot ‘VN-Thriller van het Jaar’ en zijn doorbraak in Nederland betekende. Daarin ontploft een Kaapse kleurling over de promotie van zwarte politiecollega’s, gevolg van het voorkeursbeleid van het heersende ANC om achtergestelden hun plek te bezorgen: ‘Het is míjn leven verdomme. Ik was nog maar zó groot toen ik tegen mijn moeder zei dat ik policeman wilde worden. Ze heeft haar gat afgechar zodat ik naar de middelbare school kon en bij de polieste kon en niet op een fokking geldauto hoef te rijden.’
Hij vaart uit tegen de blanke hoofdpersoon, inspecteur Bennie Griessel: ‘Nu jullie whitey’s de positieve discriminatie in je nek beginnen te voelen, nu denken jullie dat jullie het snappen? Jullie snappen er geen fok van, dat zeg ik je. Jullie waren altijd Baas of Knecht, wij waren geen fok, en dat zijn we nog steeds niet, eerst niet blank genoeg, en nu weer niet zwart genoeg, het houdt nooit op.’
Kleurenblinde politieman
Deon Meyer heeft in interviews met buitenlandse media de Zuid-Afrikaanse regering lange tijd vurig verdedigd. Ook nu in Amsterdam zegt hij: ‘We hebben zoveel goed gedaan in de afgelopen tien jaar, en ondanks het feit dat mensen menselijk zijn en fouten maken, heeft het ANC een geweldig karwei geklaard. Ik voel me er verantwoordelijk voor dat er fair over Zuid-Afrika wordt geschreven.’
Meyer heeft ook altijd een hekel gehad aan vragen waarin een link werd gelegd tussen zijn moordverhalen en de gewelddadige reputatie van zijn land. Als thrillers representatief waren, zou het in Zweden een dagelijks bloedbad zijn, kaatste hij dan terug. Misdaadverhalen zijn er voor het vermaak en bieden volgens hem hoogstens een beperkte blik op een samenleving. ‘Ik vermijd het niet als het verhaal erom vraagt, maar ik wil verder niks over het land zeggen. Ik wil alleen maar een verhaal vertellen en daarbij probeer ik recht te doen aan de omgeving van mijn personages.’
We hebben zoveel goed gedaan in de afgelopen tien jaar, en ondanks het feit dat mensen menselijk zijn en fouten maken, heeft het ANC een geweldig karwei geklaard.
Die omgeving is een niet weg te denken bestanddeel van zijn succes. Meyer wordt vaak vergeleken met Scandinavische auteurs, maar waar Zweedse detectives zich onderscheiden in sombere, egale blauwgrijze tinten, is zijn wereld opwindend bont. Ook in de stad is de natuur nabij, maar hij neemt ons graag verder mee naar buiten: van de wijnranken van Franschhoek en de heuvels bij Vanderkloof tot de Kalahariwoestijn en de wildparken bij de grens met Mozambique.
Griessel mag een stadse, kleurenblinde politieman zijn, een tweede hoofdpersoon (Lemmer in Onzichtbaar en Spoor) is een ongepolijste bodyguard, die als een jager de voetafdrukken van zijn prooi volgt. En een derde (Thobele in Duivelspiek en Proteus) is een zwarte oud-ANC’er die het recht in eigen hand neemt.
Roofdier
Het is een cliché, maar de afstand tussen beschaving en wildernis, tussen torenflat en kraal, tussen de Glock met zeventien patronen en de speer, is in elk geval in het Zuid-Afrika van Deon Meyer heel klein.
Meyer schrijft graag over achtervolgingen: de jacht van mensen op elkaar. Hij verhoogt daarbij de spanning met parallelle verhaallijnen en tijdsdruk (zoals in 7 dagen). Meyer gebruikt plastisch geweld en schrijft in detail over wapens en machines. Hij volgt graag de les van Alfred Hitchcock: een bom onder een cafétafeltje is nog spannender als alleen de bioscoopbezoeker het weet. De schrijver, die zelf graag einden mag rijden op zijn motor, lijkt macho, maar zijn personages zijn meestal zacht en kwetsbaar, ook als ze geweld gebruiken.
In Koorts draait het om de verhouding tussen een vader en zoon. De eerste is de stichter van een nieuwe, utopisch aandoende gemeenschap. Hij gelooft dat de mens uiteindelijk al het kwaad overwint. Als geweld dreigt, is hij zelf niet in staat dat het hoofd te bieden, maar aangewezen op zijn nog jonge zoon en een buitenstaander, Domingo, cynisch en gehard in de gevangenis. ‘Zijn gang was die van een roofdier aan de top van de voedselketen, zonder aarzelen en vol zelfvertrouwen.’
De zoon volgt de leer van Domingo: de mens onderscheidt zich slechts van de dieren door een dun laagje beschaving. ‘Zachtaardige dieren zolang de wereld oké is, zolang de sociale omstandigheden onverstoord en normaal zijn. Maar als je de omstandigheden verstoort, dan slijt het laagje vernis eraf. Dan worden we wild, dan worden we predators, killers, jagen we in troepen.’
Deon Meyer zegt dat hij een beetje jaloers is op mensen als Domingo, ‘want ik denk dat zij ons uiteindelijk redden. Ik ben zelf niet zo. Ik ben een imperfect mens. Ik heb dingen gedaan waarvoor ik me schaam en dingen waar ik heel trots op ben. Mijn karakters hebben altijd beide kanten in zich. Ik denk dat we nooit alleen maar slecht zijn. Mijn zoon is autistisch en toen ik me daarin verdiepte, besefte ik dat wij allemaal verschillende bedradingen hebben en dat we daar mee moeten omgaan. Mijn grootste zorg in deze wereld is de polarisatie op sociale media. De haat die naar boven komt als mensen niet hetzelfde blijken te denken, is verschrikkelijk.’
Een risico
Gespeeld of niet, in het Amsterdamse hotel toont Meyer zich onzeker over het boek. Hij ontvangt mijn compliment dankbaar, bijna als de schrijver van een debuut die zijn eerste lezer ontmoet. Niet dat hij zelf twijfelt over de kwaliteit (‘Het beste dat ik ooit heb geschreven’), het gaat hem om de ontvangst. Koorts is anders dan zijn andere thrillers. ‘Ik begon er vier jaar geleden mee, en toen mijn agent de eerste hoofdstukken had ontvangen, zei hij: “Wacht even, dit is niet de goede timing.” Het heeft mij twintig jaar gekost om een lezerspubliek op te bouwen in verschillende landen. De lezers hebben mij gebracht waar ik ben. Toen ik dit boek schreef, wist ik dat ik een deel tijdelijk kwijt zou raken, maar ik wilde ook nieuwe lezers trekken met een andersoortig verhaal.’
En dus wachtte Meyer enkele jaren waarin eerst nog de ‘gewone’ boeken Cobra en Icarus in vele talen en recordoplages verschenen. Maar nog steeds spreekt hij over een risico. ‘Ik moet ook aan mijn kinderen denken, ze zitten nog op de universiteit,’ zegt hij met een glimlach. ‘Maar het is ook mijn meest persoonlijke boek. Het doet meer pijn als dat kritiek krijgt.’
Koorts verscheen zoals gebruikelijk eerst in het Afrikaans. Meyer groeide op in een eenvoudig blank gezin in een Kaaps mijnwerkersstadje. Zijn taal is een noodgedwongen isolement, waar hij zich uit moet zien te schrijven om een echt publiek te bereiken. Zoals verwacht waren er in die kleine Afrikaner kring ook negatieve reacties. Meyer: ‘Wat ik interessant vind, is dat mensen zich kennelijk heel ongemakkelijk voelen over wat er in het boek gebeurt, alsof het ze angst aanjaagt. Ik wil trouw zijn aan mijn lezers, maar ik wil ook nieuwe lezers bereiken. En dat gebeurt onder Afrikaners. Ik win er meer bij dan ik verlies.’
Bananenrepubliek
De roman is zeker geen definitieve breuk met het misdaadverhaal. Meyer werkt aan een nieuwe roman met de labiele, alcoholische hoofdinspecteur Bennie Griessel, de man ‘over wie ik me altijd zorgen blijf maken als ik klaar ben met een boek’.
Maar de schrijver heeft wel echt gebroken met zijn politieke omzichtigheid. Hij wil in zijn nieuwe boek de corruptie op het hoogste niveau aan de kaak stellen. ‘Als het zo doorgaat met deze president en zijn kliek wordt Zuid-Afrika een bananenrepubliek, een dictatuur. Ik heb nog hoop dat we een kans hebben het tij te keren, maar ik maak me zorgen als je ziet hoeveel schade er wordt aangericht aan de economie. Nog hebben we een onafhankelijke rechtspraak en een vrije pers, maar het vertrouwen van mensen in het systeem is tanende. Er is een factie binnen het ANC die de strijd met president Zuma wil aanbinden, maar we weten niet welke kant het opgaat.’
Een van de grootste problemen van Zuid-Afrika is nog de worsteling met het verleden en dat verleden is een schaamlap geworden voor de politiek.
Koorts is een oefening in het wegdenken van het verleden. ‘Een van de grootste problemen van Zuid-Afrika is nog de worsteling met het verleden en dat verleden is een schaamlap geworden voor de politiek. Zuma gaat maar door over de bevoorrechting van blanken, maar dat klopt niet; door positieve discriminatie is er heel veel veranderd. In Koorts is geen verleden, iedereen is gelijk. De mens kan alleen overleven door samen te werken tegen bedreigingen.’
Maar Deon Meyer weet wat zijn eerste plicht aan de lezer is: een goed verhaal. ‘Alle romans zijn een ontdekkingsreis. Ik wilde ontdekken wat er zou gebeuren als wij opnieuw zouden kunnen beginnen en ik wilde de lezer daarin meenemen.’
Koorts en alle andere boeken van Deon Meyer zijn uitgegeven bij A.W. Bruna en uitstekend vertaald uit het Afrikaans door Martine Vosmaer en Karina van Santen. Zie ook de recensie in de D&T-gids.
Geschenkboek
Deon Meyer heeft het geschenk voor de Spannende Boeken Weken 2017 (9 tot 25 juni) geschreven: De vrouw in de blauwe mantel. De lezer krijgt het gratis bij de aankoop van een Nederlandstalig boek vanaf € 12,50. Het is een compact, klassiek detectiveverhaal. De vondst van een lijk – een Amerikaanse vrouw bewerkt met bleekwater – brengt hoofdinspecteur Bennie Griessel en zijn collega Vaughn Cupido op het spoor van een Nederlandse meester. Meyer: ‘De opdracht was eervol en ik wilde iets terugdoen. Onze landen hebben zulke sterke historische banden, dat ik daar een link zocht voor het verhaal.’ Het boek van Donna Tartt, Het puttertje, bracht hem op het idee. Net als Tartt laat Meyer de lezer het spoor volgen van een schilderij.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.