De beste uitvaartbegeleiders Beste in haar vak: Gijsje Teunissen

Vroeger droeg de dood een zwarte hoed, handschoenen en een lange slippenjas. Wie dertig jaar geleden overleed, werd nog uitgedragen door klassieke kraaien. De uitvaartbranche is sindsdien onherkenbaar veranderd. De moderne uitvaartondernemer draagt gewone kleren en valt op door betrokkenheid en empathie. Bovendien is de laatste zorg steeds meer een vrouwenvak geworden. Het aantal eenvrouwsbedrijfjes is de laatste jaren enorm toegenomen. Het vak is minder plechtig geworden, maar zeker niet minder intens. ‘Ik hoop voor mensen die het moeilijk hebben echt iets te kunnen betekenen,’ zegt uitvaartondernemer Elise Alders in deze editie van De beste in zijn vak. Dat is misschien wel de essentie van deze rondtocht door de wereld van zerk en urn. Want die ene zekerheid van het leven blijft onaangetast: de dood staat altijd om de hoek. Eén stuurfoutje en achter die flauwe bocht van de A4 blijkt opeens Isfahan te liggen. Maar weet in elk geval dat u daarna steeds vaker in goede handen bent.

David Elders

David Elders (51) was begin jaren negentig met zijn broer en vader in India toen hij een uitvaart voorbij zag komen. Hij was onder de indruk van de vanzelfsprekendheid. ‘Er stak tijdens de crematie een arm uit, die door jochies van zeven gewoon weer werd teruggeduwd. Ik dacht: daar moet je in Nederland mee aankomen. Daar ontkennen we de dood. “Waarom ga je er niet iets mee doen?” vroegen mijn broer en mijn vader. Terug in Nederland ben ik de vakopleiding voor uitvaartondernemer gaan doen.’ Inmiddels is Elders al twintig jaar een bekende uitvaartondernemer in Amsterdam. Hij verzorgt zo’n 130 uitvaarten per jaar, vaak van bekende Amsterdammers, zoals Hans van Mierlo, Joop van Tijn, Ramses Shaffy en Jeroen Willems. ‘Een uitvaartondernemer moet allereerst goed kunnen organiseren. Alles moet op dat ene moment samenkomen. Je werkt naar de apotheose toe. Laatst wilde iemand een tocht per koets door het Vondelpark. Dan ga ik van tevoren toch echt even opmeten hoe breed dat ene bruggetje is. Het zal je maar gebeuren…’ Elders doet ook de verzorging van de dode zelf. ‘Dat is een heel rustgevende bezigheid. Prettig om te merken dat je iemand mooier kunt maken. Daarmee doe je echt iets zinvols voor de nabestaanden.’ Het is wel een belastend vak, vindt hij. ‘Ik kan het redelijk van me afzetten, omdat ik weet dat het mijn verdriet niet is. Bij het begraven van vrienden en familie is dat natuurlijk anders. Dat doe ik ook. En dan raakt het je natuurlijk meer. Toch is het heel prettig om dat voor je naasten te kunnen doen. Ik zou eigenlijk het liefst ooit mezelf begraven.’

De beste in zijn vak? ‘Ik zie collega’s niet aan het werk. Maar over Martien Weel hoor ik goede verhalen.’

Judy Koopman

Judy Koopman (60) was twintig toen haar vader plotseling overleed. De uitvaart verliep precies zoals het niet moet, weet ze nu. ‘Ik heb hem tien minuten mogen zien, daarna verdween hij al in een koelcel.’ In 1996 begon ze een eigen uitvaartbedrijf in Limburg en sinds 2000 werkt ze in de regio Eindhoven. Ze kreeg het direct voor haar kiezen. ‘Mijn eerste drie doden waren heel jonge mensen. De allereerste was zelfs pas zeventien; een jongen die verongelukt was. Ik kreeg er buikpijn van, stond te trillen op mijn benen en dacht: jeetje, dit wíl ik helemaal niet. Maar de uitvaart verliep gelukkig goed.’ Koopman leidt zo’n dertig uitvaarten per jaar. Meer wil ze er niet. ‘Want ik doe alles zelf, ook het verzorgen.

Mensen vragen weleens: had jij geen leuker vak kunnen kiezen? Dan zeg ik: we gaan allemaal dood. Daar kan ik ook niks aan veranderen. Maar ik kan mensen wel tot steun zijn, en orde in de chaos scheppen tijdens de meest cruciale dagen in hun leven. Het belastende van dit werk is de tijdsdruk en de stress die daarmee gepaard gaan. De rouwkaart moet kloppen en moet op tijd de deur uit. Je mag geen enkele fout maken. Ik probeer altijd erg mijn best te doen om bijzondere plekken voor de uitvaart te vinden: iemands stamcafé, het clubhuis van de voetbalvereniging, het Evoluon. En ik promoot het opbaren zonder koeling. Daar gebruik ik graszoden voor. Daarmee koel je de ruimte. Al hangt dat sterk van de overledene af; je leeft op je eigen manier, maar je ontbindt dus ook op je eigen manier.

De beste in haar vak vind ik Franca van der Kerkhof uit Lieshout. Omdat ze zo enorm consciëntieus is.’

Martien Weel

Martien Weel (58) is sinds 1999 uitvaartondernemer in Hoorn. Een belangrijke kwaliteit van een uitvaartbegeleider is dat hij rust en vertrouwen uitstraalt, vindt Weel. ‘Je komt binnen in een vaak hectische situatie. De mensen moeten zich op hun gemak voelen. Ook moet je soms subtiel manoeuvreren binnen complexe familiesituaties.’ De verzorging van de overledene doet Weel veelal samen met familieleden. ‘Het merendeel wil dat wel, soms aanvankelijk schuchter en voorzichtig. De eerste keer dat ik een dode verzorgde, was bij mijn eigen vader. Toen was ik nog geen uitvaartverzorger. Dat wassen van zijn mooie, nog warme lijf, dat voel ik nu nóg. Een dierbare herinnering. Het blijft elke keer ontroerend om te zien hoe familie ermee omgaat. Angst voor een dode heb ik niet. Ik zal proberen om familieleden vertrouwd te maken met hún dode, al is dat soms aangrijpend. Er was iemand verdronken die daarna dagenlang in het water had gelegen. Toch wilde de familie hem heel graag nog een keer zien. Stap voor stap heb ik ze daarin begeleid. Toen we het laken voorzichtig opzij schoven, was dat enorm emotioneel. Maar achteraf was dit een moment van grote betekenis.’

Soms benaderen mensen Weel als ze nog in leven zijn. ‘Dan is de datum voor de euthanasie al vastgelegd. Het komt voor dat de mensen tot in detail hun eigen uitvaart regisseren: “En denk erom: de koffiemelk staat links in de koelkast.” Ik ben niet bang voor de dood. Te midden van al die ontelbaren die mij voorgingen en na mij zullen gaan, ga ik ook een keer. Dat relativeert.

Gijsje Teunissen vind ik erg goed. Die werkt echt met hart en ziel. De beste is in mijn ogen Jacqueline Vegt uit Alphen aan de Rijn. Ze doet haar werk liefdevol en bescheiden.’

Elise Alders

Elise Alders (42) was werkzaam in de reclamewereld, maar vond daar geen bevrediging in. ‘Ik was erg op zoek naar menselijker werk. En ik wilde graag ondernemen.’ Sinds een jaar heeft ze met haar compagnon Martine Klumper een eigen uitvaartonderneming, Hart en Ziel Uitvaarten, in Haarlem. En het bevalt haar erg goed. ‘Ik zag vooraf nogal op tegen het verdriet. Met emoties ben ik net een spons. Toch is het goed te doen. We zeiden wel tegen elkaar: “Laten we hopen dat we pas na tien keer een kind hoeven te doen.” Inmiddels is dat al twee keer gebeurd. Ook nog eens in de leeftijd van mijn eigen kinderen, twee en vijf jaar. Dat viel niet mee. Je wilt het zo ontzettend graag góéd doen. Gelukkig waren het allebei mooie uitvaarten.’ Empathie is de belangrijkste eigenschap die je in haar vak moet hebben, denkt Alders. ‘Aanvoelen wat iemand nodig heeft. En je proberen te verplaatsen in de overledene: wat zou bij hem of haar gepast hebben?

De uitvaartbranche is steeds meer een vrouwenvak geworden. Dat heeft te maken met het regelen. Dat doen vrouwen van nature nou eenmaal beter. Vrouwen communiceren ook makkelijker, vinden het niet gek om even troostend een bovenarm aan te raken. Dat doe ik zelf ook. Ik hoop voor mensen die het moeilijk hebben echt iets te kunnen betekenen. In die paar dagen tijd ga je zo intensief met de familie om. Na afloop ga je zelden weg zonder een dikke knuffel.

De beste in haar vak vind ik Gijsje Teunissen uit Egmond aan den Hoef. Ze is een zeer bevlogen vakvrouw, die met hart en ziel haar vak uitoefent.’

Hans Bleijerveld

Hans Bleijerveld (47) werkt sinds 2000 bij Monuta. Hij is sinds 2002 hoofd van het Team Bijzondere Uitvaarten. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om uitvaarten met militaire eer en uitvaarten van omgekomen politiemensen met korpseer. ‘We doen er zo’n zestig per jaar. Bijzondere uitvaarten hebben andere kenmerken. Een uitvaart met militaire eer kent een protocol van zo’n 250 pagina’s. Met regels voor erewacht, saluutschoten en hoornblazers.’ Daarnaast verzorgt het team van Bleijerveld uitvaarten voor de Koninklijke Familie. Daar wil hij niet over in detail treden. In essentie zijn het ‘gewoon uitvaarten als iedere andere uitvaart’. ‘Alleen is er bij bijzondere uitvaarten veel meer media-aandacht. Het hele land kijkt mee. Maar ik verzorg ook reguliere uitvaarten. Die levensverhalen zijn net zo indrukwekkend. Verdriet van andere mensen raakt je natuurlijk. Je mag ook best laten blijken dat iets je ontroert, door later tegen de familie te zeggen hoe mooi je het vond. Soms sta je echt te knokken tegen de tranen. Bijvoorbeeld bij een jonge militair die sneuvelt tijdens zijn missie. Je ziet dat jonge gezin, die ontreddering… dat komt enorm bij je binnen.

Je moet goed kunnen luisteren naar wat nabestaanden willen. En je moet niet in het middelpunt willen staan. Ik hoor soms uitvaartleiders zeggen: “Ik heet u welkom bij deze plechtigheid.” Dat kan dus echt niet. De familie heeft die mensen uitgenodigd, niet jij. De juiste toon, daar gaat het om in dit vak.’ Hij weet dat collega’s van kleinere bedrijven soms geringschattend praten over grote bedrijven als Monuta. ‘Maar wij leveren absoluut geen lopendebandwerk. Juist omdat wij groot zijn – zo’n negenhonderd mensen – kunnen wij ons specialiseren en echt maatwerk leveren.

De beste in zijn vak is voor mij Elbert Sluijmer uit Harderwijk. Hij heeft een enorm goed oog voor details.’

Peter van der Aa

Peter van der Aa (46) had vroeger twee kappersbedrijven. Mooi werk, maar hij wilde toch meer voor mensen kunnen betekenen. Twaalf jaar geleden begon hij in de uitvaartbranche, inmiddels heeft hij een eigen bedrijf, Lupine, met zes uitvaartleiders en drie vestigingen in Zuid-Holland, die tezamen goed zijn voor 350 uitvaarten per jaar. Hij heeft prachtig werk, vindt Van der Aa, al is het wel opslokkend. ‘Ik heb een gezin met vier kinderen van één tot veertien jaar, maar ik ben wel vierentwintig uur per dag bereikbaar. Ze gaan er thuis altijd vanuit dat ik er niet ben. Als ik wel mee-eet, is dat een fijne verrassing. Het werk staat vaak op de eerste plaats. Dit is een verslavend vak waarin ik mezelf volledig kwijt kan. Ik doe geen rondje-rond-de-kerk, maar maak er echt iets van.

Ik heb al jong mijn ouders verloren. Mijn vader stierf op mijn zevende aan kanker. Mijn moeder heb ik dood gevonden toen ik zevenentwintig was. Die ervaring is bepalend voor me geweest. Ik belde een ondernemer uit de Gouden Gids. Er kwam een grijze muis. Een half uur later hoorde ik een hoes dichtritsen en zag ik hoe ze uit huis gedragen werd. Mijn moeder was een echte dame, die enorm aan uiterlijke verzorging hechtte. Ik dacht opeens: o jee, ze heeft de goede oorbellen niet bij zich. Ik belde op. “Ja maar mijnheer, wat maakt dát nou uit?” Echt schokkend. “De kraai” van vroeger bestaat gelukkig bijna niet meer. De uitvaartverzorger van tegenwoordig is in de eerste plaats een mens, die er alles aan zal doen om er iets prachtigs van te maken.

Als beste noem ik Herman Tomesen uit Terborg. Een warm en sociaal mens met een geheel eigen visie op het vak.’

De beste in zijn vak

In de serie ‘De beste in zijn vak’ neemt Vrij Nederland steeds een beroepsgroep onder de loep, beurtelings geportretteerd door Mischa Cohen en Coen Verbraak. Wat drijft de toppers in een vakgebied, over welke eigenschappen moet je beschikken om op hun terrein te slagen, wie beschouwen zij als de beste in hun vak – behalve zichzelf dan?

Nee