Duizend bendes met honderdvijftigduizend bendeleden zijn elke dag actief in Los Angeles. Vlak voor de rellen van een jaar geleden besloten de belangrijkste van die gangs, de Crips en de Bloods, tot een wapenstilstand. Twee weken geleden werd de overeenkomst bekrachtigd op de eerste Amerikaanse ‘gang-top’ in Kansas City. ‘U moet kiezen tussen een leven vol conflicten en gevaren en een ander leven, ’ was bij die gelegenheid de boodschap van president Clinton aan de verzamelde gang-bangers. De werkelijkheid is minder simpel. Fotografe Dana Lixenberg verbleef een maand lang in een van de bolwerken van de Crips: de achterbuurt Imperial Courts. Ze hing er rond samen met de meestal werkloze buurtbewoners. En ze vroeg bendeleden en andere mensen van de straat om voor haar te poseren. Een portret van ‘original gangster’ Toni Bogard, Dirty Rich en de andere leden van de PJ Watts-Crips.

Dit is de reportage uit 1993 van fotografe Dana Lixenberg en VN-journalist Rudie Kagie over Imperal Courts, de wijk in Los Angeles die bekendstond om zijn gang-oorlogen. Lixenberg bleef de inwoners volgen en staat deze week opnieuw in VN, met nieuwe foto’s. Ook verschijnt er een boek en is er vanaf 12 december een tentoonstelling in Huis Marseille. Zie voor de webdocumentaire: www.imperialcourtsproject.com.

Het is maar een spelletje. Het pistool dat op me wordt gericht is van goedkoop plastic en de schutter is een kleuter met een scheur in zijn broek.

‘Hands up!’ zegt hij streng. Ik volg het bevel op.

‘Give me all the money you have.’ Ik zeg dat ik geen geld bij me heb.

‘Okay, put your left hand in your left pocket. Now, slowly lift your hand. ’ Ik doe wat hij me opdraagt.

‘Okay, put your right hand in your right pocket. Raise your right hand, as slowly as you can.’ De jongen stelt vast, dat ik een leugenaar ben. De contouren van mijn portemonnee hebben me verraden. ‘Pang! Pang! Pang! Now you are a dead man!’ brult hij. Ik lach naar een gezicht dat vreugdeloos en zonder uitdrukking blijft. Deryll heet hij. Deryll is vier jaar. Hij heeft de pech op te groeien in Imperial Courts, een van de beruchtste getto’s in Watts. In die zwarte wijk van Los Angeles leeft bijna negentig procent van de bevolking beneden de armoedegrens.

Vernil Jackson, een tweeëndertigjarige alleenstaande moeder die om de drie zinnen een literfles bier naar de tandeloze mond brengt, ziet het kinderspel gelaten aan. ‘Zo groeit de jeugd hier op,’ zegt ze, zittend op de rand van de zandbak. ‘Schietpartijen en berovingen, dat is alles wat ze zien. Kinderen van drie, vier jaar zien hoe iemand op straat wordt neergeknald. Ze weten niet beter, of zoiets is normaal. Tot twee jaar geleden was het nog erger. Kinderen konden niet buiten spelen. Iedereen liep de kans om door de eerste de beste gek te worden doodgeschoten.’ Met haar rechtervoet schopt ze een lege patroonhuls naar de straatgoot; de stille getuigen van de gang bangs slingeren overal rond.

Naast de zandbak staat een lichtblauwe Cadillac met drie kogelgaten in de deur. ‘Een tijdlang had ik gemiddeld vier begrafenissen per week. Tientallen vrienden en bekenden van me kwamen om in een vuurgevecht,’ zegt Barbara Kennedy, die in de wijk opgroeide en er nog steeds woont. Vanuit het kantoortje van de non-profit-organisatie die ze oprichtte, probeert ze buurtgenoten te motiveren om te solliciteren naar een baan. De kans dat ze worden aangenomen is meestal niet groot. Bijna alle mannen zaten gevangenisstraffen uit wegens beroving, moord of handel in drugs. In Imperial Courts is het moeilijk om op het rechte pad te blijven. Wie er woont, is bij voorbaat een gestigmatiseerde drop-out. En wie er blijft wonen, is er meestal al lang achter dat in het illegale circuit veel meer valt te verdienen da n wat de onbereikbare arbeidsmarkt ooit zal kunnen bieden. De wijk wordt volledig gecontroleerd door de PJ Watts-Crips, een onderafdeling van een van de grootste jeugdbendes van Los Angeles. De concurrerende gang noemt zich Bloods – en Crips en Bloods verklaarden elkaar ruim twintig jaar geleden de oorlog in een bloedige territoriumstrijd.

Rodney King

Er is geen stad in de Verenigde Staten waar het gangsterdom zich zo heftig manifesteert als in Los Angeles. Volgens het rapport Gangs, Crime and Violence in Los Angeles, dat de LA County District Attomey’s Office vorig jaar uitbracht, zijn er ruim duizend lokale gangs actief, met in totaal honderdvijftigduizend leden. De Latino-gangs (met naar schatting negentigduizend leden) zijn groter dan de zwarte gangs (met vijftigduizend leden). Maar volgens het openbaar ministerie in Los Angeles valt het grootste gevaar uit de zwarte getto’s te duchten: bijna de helft van de Afro-Americans tussen de eenentwintig en vierentwintig jaar staat bij de politie geregistreerd wegens gepleegde misdrijven en gang activities. De publicatie van deze cijfers bracht verontwaardiging teweeg in de stad, waar de raciale verhoudingen al gevoelig lagen voordat vier politiemannen in de Rodney Kingzaak werden vrijgesproken, met de rampzalige gevolgen van dien. Critici herkenden in het rapport de bekende vooroordelen: vijftigduizend zwarte gangsters, dat getal moest zwaar overdreven zijn. De jonge volwassenen uit de zwarte buurten zouden wel weer allemaal als Bloods of Crips zijn bestempeld.

Een jaar geleden sloten drie voormannen van de Bloods en de Crips een historische overeenkomst. Op 29 april 1992 ondertekenden ze een verdrag, waarvan de tekst was gebaseerd op het Camp David-akkoord, dat Egypte en Israël in 1978 nader tot elkaar bracht. De wapens zouden worden neergelegd; er was te veel nodeloos bloed vergoten.

Onder het motto Black Men United is sindsdien in de drie Watts-wijken Imperial Courts, Jordan Downs (domeinen van de Crips) en Nickerson Gardens (het terrein van de Bloods) een staakt-het-vuren van kracht.Die schietpartijen speelden het politiekorps – ‘hoofdvijand nummer een’ – in de kaart, want razzia’s, huiszoekingen en massale arrestaties waren het gevolg. Zwarten die elkaar uitmoorden, dat was precies waar de white pigs op aanstuurden. Onder het motto Black Men United is sindsdien in de drie Watts-wijken Imperial Courts, Jordan Downs (domeinen van de Crips) en Nickerson Gardens (het terrein van de Bloods) een staakt-het-vuren van kracht.

De omslag in het denken werd door de rappers van Ice-Cube treffend verwoord in de song Cop Killer, een tekst die de autoriteiten het ergste deden vrezen voor de toekomst. De gangs presenteren zichzelf nu als ‘jeugdorganisaties’ die zullen bewijzen dat ze hun overwicht op de gemeenschap ook positief kunnen aanwenden. In Imperial Courts, Jordan Downs en Nickerson Gardens is hun woord wet. Er moeten fondsen komen en uitgebreide programma’s om de kansarme getto’s uit hun isolement te verlossen. Om te onderstrepen hoezeer het hun ernst is, boden de Crips en de Bloods de stad een omvangrijk plan aan voor de ‘wederopbouw’ van het door rellen, werkloosheid en verkrotting geteisterde Los Angeles. Motto: Give us the Hammer and the Nails, We Will Rebuild the City. Voor 3,7 miljard dollar zeggen de Crips en de Bloods eendrachtig te kunnen zorgen voor ziekenhuizen, scholen, een banenplan en een kredietbank voor zwarte ondernemers die een eigen bedrijf willen beginnen. Natuurlijk werden de verheffende voorstellen uit de koker van de meest gevreesde onderwereldfiguren ter stede niet serieus genomen.

Toni Bogard, een original gangster

‘De wereld ziet ons als beesten, maar we zijn mensen, ‘zegt de ‘Ghetto Star’ van Imperial Courts, original gangster (als aanspreektitel afgekort als o.g.) Toni Bogard (36). Iedereen in de wijk erkent zijn gezag. Toni hoeft maar met de vingers te knippen of het gebeurt. Hij overleefde een indrukwekkend strafblad en een reeks aanslagen. Negen kogels doorboorden zijn massale lijf. Een kogelvrij vest onder zijn shirt biedt bescherming als opnieuw het vuur op hem geopend wordt. Ondanks de wapenstilstand is het niet uitgesloten dat oude vijanden alsnog een rekening met hem zullen vereffenen zodra hij buiten zijn grondgebied treedt. Hij vergaarde een vermogen met handel in drugs. Een wagenpark van zes Amerikaanse sleeën maakte deel uit van zijn imperium; zijn negotie verschafte hem het charismatische aanzien van iemand die baantjes en in urgente gevallen leningen te vergeven heeft. Toni Bogard doet iets voor de verpauperde buurt, waarin hij zelf niet meer woont. Hij bewoont een vrijstaande villa in South Central Los Angeles, waar een kogel een rond gat in het televisiescherm sloeg.

DJ, 1993. Foto: Dana Lixenberg

Elke dag gaat hij terug naar het The Project waar hij opgroeide. Daar organiseert hij barbecue-avonden voor volwassenen en uitstapjes naar Disneyland voor de kinderen. Maar onder alle omstandigheden blijft hij wie hij is, dat wil zeggen: een original gangster – en daar is hij trots op.

Omdat hij het goed vond, kon het: een blanke journalist mocht – weliswaar geassisteerd door een ‘gids’ over wiens honorarium met Toni onderhandeld diende te worden – door het zwarte getto zwerven. Twee jaar geleden was zoiets nog ondenkbaar. ‘Binnen vijf minuten zou je je bandrecorder kwijt zijn geweest. En je broek, je shirt, je schoenen en je sokken,’ lachte een groepje buurtbewoners.

De wapenstilstand tussen de gangs werkt in mijn voordeel: de Crips willen de wereld laten zien dat ze geen beesten, maar mensen zijn.

De ogen van de Crips-leider gaan schuil achter de spiegelglazen van zijn zonnebril. ‘Okay man, let’s do that shit. Let’s do that shit, right now,’ zegt hij.Als ik een vierde poging doe om Toni Bogard te spreken – tot dusver wendde hij steeds drukke bezigheden voor, terwijl hij zich genoeglijk koutend met bewoners onderhield – stemt hij zuchtend toe. We zitten aan de rand van de zandbak, waar van de schommels en de wip alleen de stalen geraamten bewaard bleven. De ogen van de Crips-leider gaan schuil achter de spiegelglazen van zijn zonnebril. ‘Okay man, let’s do that shit. Let’s do that shit, right now,’ zegt hij. Maar veel lust om te praten heeft hij niet; het is alsof ik de woorden als vishaken uit zijn mond moet trekken. Ik informeer naar de achtergronden van de afspraak tussen de bendeleden om niet meer op elkaar te schieten. Is het waar dat de dood van Henri Pico daar een rol bij speelde? Pico werd op een novemberavond in 1991 neergeschoten door de politie, op het pleintje waar we ons nu bevinden. Hij zou de agenten met een AK 47 hebben bedreigd, maar dat wapen werd nooit gevonden. Zijn Crips-vrienden waren daar zo ontdaan over, dat werd besloten de wapens voortaan niet meer op zwarte broeders te richten ook al zijn die lid van een andere gang.

Toni Bogard zwijgt. Hij pakt zijn draadloze telefoon en voert op fluistertoon een kort gesprek. Zijn onafscheidelijke metgezel Leroy stoeit met een levenslustige pitbull pup, die hij lachend in mijn richting duwt: ‘Come on. Kill’em, kill’em. ’ De mannen staan op en lopen naar de auto, mij in lichte vertwijfeling achterlatend. Heb ik soms iets verkeerds gezegd?

‘Ja,’ legt Andre Rainey, onze gids, even later uit. ‘Toni voelt zich miskend. Niemand wil hem de eer geven die hem toekomt. Hij had een bloedhekel aan Henri Pico. Het maakt hem razend als mensen zeggen dat de dood van Pico de tijd rijp maakte voor de wapenstilstand. Het is misschien wel waar, maar hij wil die naam niet meer horen. Toni wil, dat iedereen in Imperial Courts hem beschouwt als degene die er voor gezorgd heeft dat er niet meer geschoten wordt.’

Andre adviseert me om, als ik weer met Toni praat, geen enkele naam te noemen. Het ego van de original gangster is snel gekwetst. Hij reageert nogal primair als hij zich aangetast voelt in zijn ijdelheid. De mensen waarmee hij zich heeft omringd, houden daar rekening mee.

Wonen in Imperial Courts

De 482 eengezinshuizen van Imperial Courts werden in 1954 neergezet in het kader van een omvangrijk Housing Development Project, waarmee de stad de woningnood van de allerarmsten dacht op te lossen. Het was altijd een zwarte woonwijk; de eenvoudige huizen met twee of drie slaapkamers boden de eerste vijftien jaar uitsluitend onderdak aan moeders met jonge kinderen. De huren zijn nog steeds afgestemd op de hoogte van de welfare-uitkering, die bijvoorbeeld voor een alleenstaande ouder met twee kinderen niet boven de 311 dollar per maand uitstijgt. Voor het huis brengt de gemeente in dat geval 29 dollar per maand in rekening; bij stijging van het inkomen kan de huur oplopen tot maximaal 129 dollar per maand. Wat als een tijdelijke maatregel was bedoeld, groeide uit tot een permanente voorziening: de kinderen die in Imperial Courts werden geboren, wonen er nu met hun eigen gezinnen en voor de meesten ziet het er niet naar uit dat ze ooit nog uit het getto zullen wegtrekken. Barbara Kennedy, die haar best doet om haar buurtgenoten over te halen om mee te doen aan het arbeidsproces, schat dat het werkloosheidspercentage op achtennegentig procent ligt. Wie naar een verklaring voor de misère zoekt, krijgt steeds de zelfde cirkelredeneringen te horen. Dat een kind de school niet afmaakt, is in Imperial Courts eerder regel dan uitzondering.

Werkloze jongeren in dit stadsdeel komen vrijwel automatisch in de greep van de gangs terecht, waarmee niet alleen hun eigen lot, maar ook dat van hun nazaten is bezegeld. Zonder diploma’s is het bijna niet mogelijk om een baan te vinden. En werkloze jongeren in dit stadsdeel komen vrijwel automatisch in de greep van de gangs terecht, waarmee niet alleen hun eigen lot, maar ook dat van hun nazaten is bezegeld. De oplossing? ‘Beter onderwijs, dat is afgestemd op de interesses van zwarte leerlingen,’ zegt Perry Crouch, die zich one of the community leaders noemt, hoewel zijn autoriteit als zodanig door Toni Bogard wordt betwist. ‘In de geschiedenisboekjes staat niets over de historie van de zwarte gemeenschap in Amerika, met uitzondering van een paar zinnen over de slavernij. Geen wonder dat de leerlingen afhaken.’

De krappe huisvesting wordt als oorzaak genoemd: twaalf personen in een driekamerwoning zijn in Imperial Courts geen uitzondering. Hoe en wanneer zouden de kinderen ooit hun huiswerk kunnen maken? En bovendien: overal om zich heen zien ze werkloze mannen en vrouwen. Er is nauwelijks perspectief, dus is het geen wonder dat het ontbreekt aan motivatie om de school af te maken. Banen moeten er komen, voordat het te laat is. De buurt zou er een stuk van opknappen als de straatslijpers van ’s morgens tot ’s avonds naar hun werk gingen. Bedrijven als IBM, Firestone en Lockheed die tot twintig jaar geleden een groot deel van hun arbeidskrachten uit Imperial Courts betrokken, sloten hun vestigingen.

Dirty Rich, original gangster in het kwadraat

Maar Dirty Rich, van wie maar weinig mensen weten dat hij eigenlijk Michael Anderson heet, gelooft niet dat betere scholen, betere huizen en meer werkgelegenheid de buurt nog kunnen redden. Daarvoor is het volgens hem te laat. ‘It’s all about drugs,’ zegt hij, en Dirty Rich (39) kan het weten. Hij is een o.g.-o.g., een original gangster in het kwadraat. In 1969 maakte hij deel uit van de allereerste Crips, die toen net waren opgericht. Aanvankelijk noemden de Crips zich cripples, niet omdat ze kreupel waren, maar omdat ze gewapend met stokken door de straten liepen. Dirty Rich zegt dat hij zich nu heeft teruggetrokken uit de Crips; hij wordt te oud voor die onzin. De Crips is een jeugdbende, al wordt elke original gangster geacht zich te ontfermen over het lot van een paar toegewijde homeboys of homles, die op zijn bescherming en steun in moeilijke momenten kunnen rekenen.

‘Ik woon al dertig jaar in deze buurt,’ zegt Dirty Rich. ‘Dit is een jungle; wie hier wil overleven, moet van zich af weten te bijten. Ik ben zo’n survivor. De misdrijven waar onze mensen voor worden opgepakt zijn over het algemeen drugshandel, berovingen, gang-activiteiten, moord and stuff like that. Uiteindelijk heeft het allemaal met drugs te maken. Je hebt geld nodig om drugs te kopen en je moet investeren als je drugs wilt verkopen. Drugs verkopen is voor veel mensen de enige manier om te overleven. Maar het is gevaarlijk, want die schietpartijen hebben meestal ook met drugs te maken: er is niet betaald of er is wel betaald, maar niets geleverd. Toch hebben de mensen hier geen slechte karakters. We hadden allemaal goede, hardwerkende moeders. Ze hebben ons niet tot gangsters opgevoed, dat deden we zelf. De maatschappij dreef ons daartoe. De deuren naar een normaal leven bleven voor ons gesloten. Het waren de blanken die hier de drugs brachten. Er zijn twee manieren om drugs het land binnen te smokkelen: door de lucht en over zee. Ik ken geen zwarte man die een vliegtuig bezit of kan besturen. Ik ken evenmin een zwarte man die kapitein is van een schip. Die hele business wordt door blanken gerund, dat is algemeen bekend. Eerst brachten ze de drugs hier, en wij zien wel kans daar winst mee te maken. Daarna voorzagen de blanken ons van vuurwapens; ik ken geen zwarte man die wapens produceert of verkoopt. Zo slaan de blanken dus twee vliegen in een klap: ze worden rijk over onze ruggen en ze zien goedkeurend toe hoe het hele zootje hier zichzelf uitroeit.’

Ik vertel mijn homies dat ze niet op broeders van andere gangs moeten schieten. Dat zijn hun vijanden niet. Haal het geld waar het zit. Bij de blanken. De redenering lijkt ontleend aan het gedachtegoed van een zwarte radicalist als Malcolm X of Bobby Seele, en dat is ook zo, geeft Dirty Rich toe. In totaal bracht hij vijftien jaar achter de tralies door, in vijf verschillende gevangenissen. Op zijn zeventiende kreeg hij zeven jaar voor de moord op een winkelier die hij wilde beroven. ‘Was geloof ik een Hongaar of zoiets. Hij wilde me mijn pistool afpakken, dus ik moest wel schieten.’ De andere keren werd hij opgepakt voor berovingen en mishandelingen. In de gevangenis ging hij ‘politieke boeken’ lezen. Hij sympathiseerde met de Black Panthers en verdiepte zich in Marx en Lenin. ‘I went through that trip. Ik vind nog steeds dat het proletariaat de taak heeft de bourgeoisie omver te werpen. Ik vertel mijn homies dat ze niet op broeders van andere gangs moeten schieten. Dat zijn hun vijanden niet. Haal het geld waar het zit. Bij de blanken. Vecht niet tegen elkaar, maar vecht tegen de politie. Dat is onze grootste vijand.’

Als hij geluk heeft, kan hij een paar maanden per jaar seizoenwerk doen bij Califonia Food Inc., waar vruchtensappen worden geperst. De rest van de tijd moet hij met ‘andere activiteiten’ overbruggen. Als hoofd van een gezin met vijf kinderen heeft hij veel geld nodig en de enige manier om aan veel geld te komen is dus handel in drugs. Heb ik wel eens crack gerookt? Zou ik dat eens willen proberen? Voor tien dollar kan hij me direct een portie leveren. In Imperial Courts is crack, ondanks alle berichten dat het produkt alweer uit de mode zou zijn, nog steeds drug nummer een. Op de tweede plaats komt cocaïne, gevolgd door heroïne. ‘Heroïne is hier goedkoop. Voor twintig dollar heb je hier dezelfde dosis als waar je in Beverly Hills of Hollywood tweehonderd dollar voor betaalt.’

Dirty Rich rekent voor dat het niet moeilijk is om met drugs rijk te worden – smerig rijk, zoals zijn bijnaam aangeeft. Je investeert honderd dollar. De drugs die je daarvoor koopt kun je voor vierhonderd dollar verkopen. Een deel daarvan is voor eigen gebruik bestemd. De jonge Crip die de drugs op straat voor je verhandelt, houdt er vijftig dollar aan over. Van de ongeveer driehonderd dollar die dan overblijft, wordt er honderd dollar in de aanschaf van een nieuwe partij gestoken. Resteert tweehonderd dollar pure winst, het weekinkomen waar het gezin van leeft. ‘That’s the way it works,’ zegt Dirty Rich. ‘Elke avond worden in deze buurt voor duizenden dollars aan drugs verhandeld.’ De vier zandbakken in Imperial Courts waar overdag kinderen spelen, zijn ’s avonds verdeeld over vier clicks-, gangs binnen de gang, die er scherp op toezien dat de concurrentie zich niet binnen hun afzetgebied waagt.

‘We hebben onze eigen sociale codes,’ legt Dirty Rich uit – ‘Het is bijvoorbeeld tegen de code om drugs te verkopen aan een alleenwonende moeder die van de welfare leeft; iedereen weet dat ze dat uitkerinkje hard nodig heeft om zichzelf en haar kinderen op de been te houden. Het is natuurlijk anders als ze een vriend heeft, die haar af en toe geld toestopt. De jongens die crack, cocaïne of heroïne voor volwassenen verkopen, gebruiken dat zwaardere spul meestal zelf niet. Die roken weed en ze drinken bier. Maar die jongens worden op die manier vanaf hun twaalfde, dertiende jaar natuurlijk wel echte gangsters. Ze rollen er vanzelf in het is veel te verleidelijk om er niet aan mee te doen. Bovendien telt een jongen in deze buurt niet mee zolang hij zich niet bij de Crips heeft aangesloten; dat wordt gewoon van hem verwacht. Jongens en ook meisjes zijn veel beter dan volwassenen in staat om de drugs op straat te verkopen.

Ze kunnen sneller rennen en als ze gepakt worden, komen ze er met een betrekkelijk lichte straf vanaf. De politie vertoont zich trouwens zelden ’s avonds in deze wijk. Misschien vinden ze het te gevaarlijk. Misschien vinden ze het ook wel best zo en denken ze dat het geen kwaad kan als de boel hier zichzelf om zeep helpt. Maar je denkt toch niet dat een jongen de school afmaakt als hij honderden dollars per maand met drugs kan verdienen? Of dat iemand voor 4,25 dollar per uur ongeschoold werk gaat doen, als het geld hier op straat ligt? Niemand houdt van moeilijk als het makkelijk kan.’

Alcoholproblemen

Veel mensen zouden het liefst willen verhuizen uit het getto om een meer zorgeloos bestaan op te bouwen. Een dag later zoek ik Barbara Kennedy op in haar kantoortje, van waaruit ze met nimmer aflatende ijver doende is met het ‘activeren, motiveren en stimuleren’ van omwonenden, die met een diploma op zak en een nette baan veel meer kans zouden hebben in de maatschappij. Ik vraag haar of dat geen moedeloze bezigheid is, zo lang de handel in en consumptie van drugs het dagelijks leven in Imperial Courts bepalen. ‘Dat is moeilijk,’ zegt ze, ‘maar niet onmogelijk. Met drugs valt veel geld te verdienen. Daar vertellen de jongens me hele stoere verhalen over. Ik wil dan van ze weten, hoe ze hun toekomst zien. Wat willen ze liever: een paar jaar de gevangenis in of worden doodgeschoten in een gang bang? Veel mensen zouden het liefst willen verhuizen uit het getto om een meer zorgeloos bestaan op te bouwen. Ze weten dat het voor iedereen heel moeilijk is om uit dit moeras te komen. Het is vrijwel uitgesloten om hier weg te trekken voor iemand die zich is gaan inlaten met illegale praktijken.’

Bovendien zijn drugs niet het enige probleem waar de wijk mee worstelt. ‘Stel dat hier vanaf morgen geen drugs meer zouden worden verhandeld,’ zegt ze. ‘Dan zitten we nog altijd met een alcoholprobleem. Veel mensen kunnen niet met geld omgaan. Ze hoeven maar dertig dollar per maand voor hun huis te betalen, maar toch laten ze de huurschulden soms zo hoog oplopen dat ze uit hun huis moeten worden gezet. Er is met de mentaliteit in deze wijk heel veel mis. Veel mannen mishandelen hun vrouw. In bijna alle huizen wordt regelmatig gevochten. Meisjes raken zwanger als ze dertien, veertien jaar oud zijn. Er zijn vrouwen met zes kinderen die allemaal een andere vader hebben. Dat is een kwestie van moraal. Als kinderen op het slechte pad raken, komt dat vaak doordat ze zich identificeren met volwassenen die het slechte voorbeeld geven. Er zijn te weinig ouderen in deze wijk die als positief rolmodel voor de jeugd fungeren.’

Hoewel Barbara Kennedy altijd in Imperial Courts heeft gewoond, slaagde ze er steeds in een veilige afstand tot de Crips te bewaren. ‘Ze hebben hard meegewerkt aan de ondergang van deze buurt,’ zegt ze. ‘De laatste tijd is het rustiger vanwege de wapenstilstand, maar mijn kinderen worden nog regelmatig wakker omdat er ’s avonds of ’s nachts geschoten wordt. Er wordt af en toe zelfs overdag geschoten. Maar dat primitieve gedoe met die kleuren is gelukkig voorbij.’

Gangleden herkennen elkaar aan tatoeages en geheime gebaren die alleen aan insiders bekend zijn. Maar het belangrijkste kenmerk was de kleur van de kleding: de Crips droegen blauw en paars, de Bloods staken zich in het rood. Wie zich in de Crips-wijk Imperial Courts in een rood T-shirt op straat zou wagen, verkeerde in levensgevaar. Er werden zelfs jonge kinderen in dolle drift vermoord omdat ze een kledingstuk in de kleur van de vijand droegen. ‘De mensen leken hier wel kleurenblind. In plaats van dat problemen werden opgelost, hadden we er een probleem bij,’ zegt Barbara Kennedy. Ze draagt demonstratief een rode jurk. Een dag eerder was ze daar nog over aangesproken door een buurtgenoot, die zich afvroeg of ze soms gek was geworden. Ze legde de man uit, dat hij er verouderde denkbeelden op na hield: de Bloods en de Crips hebben hun trouw aan de kleuren van hun gang plechtig afgezworen. Nu zouden de gangs zichzelf nog moeten afzweren, zegt ze. ‘Toni Bogard vindt zichzelf de meest gezaghebbende vertegenwoordiger van deze wijk, maar hij is geen leider die namens iedereen kan spreken. Hij zegt dat er dankzij hem een wapenstilstand werd bereikt, maar dat die wordt nageleefd is het werk van alle mensen samen. Als je hem dat zegt, dan wordt hij kwaad. Dat er naar hem wordt geluisterd, komt doordat iedereen bang voor hem is. Maar dat maakt nog geen leider van hem. Hij heeft nog nooit iemand uit deze buurt aan een fatsoenlijke baan of aan een huis geholpen. Toni Bogard moet het hebben van zijn grote mond.’

De goede kanten van gangs

Maar Andre Rainey, de gids met wie ik een dagelijkse ronde door de wijk maak, wil geen kwaad woord over Toni Bogard horen. Die man bewaakt gewoon als een soort Al Capone de orde en de veiligheid in de wijk. Dat beschouwt hij als zijn taak. Zonder zijn toestemming zou een blanke hier niet kunnen rondlopen. Een zwarte die van elders komt trouwens ook niet. Toni is a hell of a guy. Laat anderen maar contacten met de politiek onderhouden of buurtgenoten helpen in hun gevecht tegen drugsverslaving of een bijdrage leveren aan het streven naar meer werkgelegenheid en betere huisvesting. Leiders zijn er in verschillende soorten, op allerlei gebied. Van hen wordt Toni het minst begrepen. De jonge Crips dragen hem op handen, maar er zijn ouderen die hem blijven wantrouwen. Het wil erbij hen maar niet in dat de beruchtste original gangster van Imperial Courts zich nu ineens onbaatzuchtig voor het algemeen welzijn zou inspannen.

‘Vergelijk het met de maffia, dat is ook een soort gang,’ zegt Andre. ‘Als mensen in een dorp waar de maffia regeert een probleem hebben, kloppen ze altijd bij de godfather aan want die heeft de macht om het op te lossen. Zo werkt het hier ook. Onze godfather heet Toni Bogard.’ Gangs hebben een slechte reputatie. Ten onrechte, vindt mijn begeleider. Volgens hem wordt er te weinig naar de goede kanten van gangs gekeken, zoals de vriendschap en de steun die de leden bij elkaar vinden. Crips komen op voor de buurt waar ze wonen; ze zijn bereid, om desnoods voor die buurt te sterven. En tot een jaar geleden gebeurde dat ook regelmatig, in straatgevechten over de verdediging van het territorium.

De Crips beginnen binnenkort met een Project Control, een soort burgerwacht die ’s avonds en ’s nachts overtreders van de wapenstilstand in de wijk zal opsporen.Andre zegt dat hij een gang beschouwt als een task farce. Er heerst strikte discipline, net als in het leger. De leden voeren de plannen van de leiding uit. De Crips beginnen binnenkort met een Project Control, een soort burgerwacht die ’s avonds en ’s nachts overtreders van de wapenstilstand in de wijk zal opsporen. ‘Maar iedereen weet waar een gang zich nog meer mee bezighoudt; het zijn geen padvinders, zegt Andre, die zelf twee en een half jaar in de gevangenis doorbracht. Hij kreeg die straf omdat hij naast de bestuurder zat van een auto, waarin de politie drugs en vuurwapens aantrof.

In zijn wilde jaren deed hij ook mee aan gang-banging. Maar in die tijd werd er ‘alleen geschoten als daar aanleiding voor was’. In de tweede helft van de jaren tachtig gingen de gangbangers steeds gewelddadiger te werk. Pistolen werden vervangen door machinegeweren; bij de kleinste onenigheid daverden de schoten door de straten. De Crips vielen uiteen in tientallen clicks, die elkaar naar het leven stonden. De grootste vijanden van de Crips waren niet langer de Bloods. Crips hadden het meest te vrezen van andere Crips. In de gevangenis konden ze elkaar niet ontlopen, en daar kwam uiteindelijk ook de grote verzoening tot stand. ‘Dat is het enige voordeel van de gevangenis,’ zegt Andre Rainey. ‘De mensen vinden er de rust en de tijd om over dingen na te denken. Er wordt veel gediscussieerd. Ook de wapenstilstand tussen de Bloods en de Crips werd in de gevangenis voorbereid.’

Opgewekt spreekt hij over de toekomst: als iedereen meewerkt, zal Imperial Courts binnen twee jaar de meest vreedzame buurt van Los Angeles zijn. Zelf hoopt hij die ontwikkeling op veilige afstand te kunnen volgen. ‘Zodra ik vast werk heb, verhuis ik naar een betere wijk,’ zegt hij. ‘Ik ben nu dertig jaar; ik was zestien toen ik op mezelf ging wonen. Ik werd al jong vader. Binnenkort wordt het vijfde kind in ons gezin geboren. Ik wil niet dat mijn kinderen straks als lid van een gang eindigen; ze zien hier te veel slechte dingen om zich heen.’ Op zondagmiddag volgt Andre een videocursus. In die richting zou hij verder willen. ‘Dat is mijn droom: een eigen bedrijf dat in opdracht videoprodukties maakt. Zoiets zou ook goed zijn voor de werkgelegenheid in deze buurt. We moeten daar zelf voor zorgen, want de autoriteiten helpen ons niet.’

Andre begrijpt trouwens niet wat Rodney King bezielt: ‘Er is hem iets van twee miljoen dollar smartegeld toegewezen, maar we hebben hem hier nog niet gezien. Dankzij de steun van de zwarte gemeenschap heeft hij die zaak in hoger beroep gewonnen. Ik vind dat Rodney King ons iets verschuldigd is. Als ik hem was zou ik een deel van dat geld gebruiken om een job training center voor zwarte jongeren op te zetten of zoiets.’

xxx

Alles went, ook het getto. De eerste dag van mijn verblijf in Imperial Courts zie ik uiterst neutraal kijkende gezichten, waarvan vooral reserve valt af te lezen. De vragen worden niet aan mij, maar aan mijn begeleider gesteld.

Hij zwijgt even en beveelt dan op agressieve toon dat ik hem een boek moet geven. Althans, dat versta ik, maar hij bedoelt: a buck, een dollar. ‘Who is that guy, Andre?’ Werk ik echt niet voor de politie? Honderd meter verderop staat een groepje jongens te schreeuwen, dat blanken eerst voor banen moeten zorgen, voordat ze hun neus in andermans zaken komen steken. ‘Chili man, chili’, roept Andre terug. ‘He is a journalist from Europe, he can’t offer you a job. ’ Jerome, een crackhead die van ’s morgens tot ’s avonds luidkeels tierend door de buurt zwerft, treft me zonder gezelschap aan, als Andre zich even heeft afgezonderd. Dreigend komt Jerome voor me staan en scheldt me uit voor alles wat lelijk is. Ik kan zijn tirade moeilijk verstaan, maar uit het frequente gebruik van motherfucker, discrimination en racism valt af te leiden wat hij ongeveer bedoelt. Hij zwijgt even en beveelt dan op agressieve toon dat ik hem een boek moet geven. Althans, dat versta ik, maar hij bedoelt: a buck, een dollar. Het zal die week nog vaak gebeuren dat mensen niet om geld vragen, maar min of meer sommeren dat ik het moet geven. Of ze zeggen: buy me beer. De toegefrommelde dollar is niet genoeg: een literfles Old English bij de buurtwinkel kost twee dollar. De mensen drinken die typische gettodrank de hele dag. Hoewel Old English bier genoemd wordt, is het vanwege twintig procent alcohol eigenlijk een sterkedrank.

‘Geef me vijf dollar,’ zegt Jessica die er veel ouder uitziet dan de vijftien jaren die ze telt. Ik geef haar een dollar. ‘Psst, for fifty dollars I let you in. ’ Even later vraagt ze opnieuw om een dollar. Maar die had ik haar toch al gegeven? ‘Oh no, sir, that was my sister. You know, we black folks all look the same. ’ Maar er is geen misverstand mogelijk. Jessica had al verteld dat ze vijftien broers en zusters heeft, maar die zitten allemaal in de gevangenis. Haar moeder overleed in december vorig jaar. Jessica woont nu bij haar vijftien jaar oudere vriend die – ze vertelt het zonder spoor van gêne – verschrikkelijk jaloers is en haar regelmatig aftuigt. Waarom blijft ze dan bij hem? ‘Omdat hij de enige is die voor me kan zorgen,’ klinkt het bedrukt. Ze wil fotomodel worden, maar zolang ze in Imperial Courts woont, valt die droom niet te verwezenlijken. Het liefst zou ze naar Hollywood verhuizen, maar ze weet niet hoe dat zou kunnen. Wat vind ik trouwens van haar kleding? Ze ontwerpt haar eigen mode en ze is handig met naald en draad. Zeker, ze heeft talent, dat is al vaak tegen haar gezegd. Maar wat heb je aan talent zolang je in Imperial Courts woont?

Met loeiende sirenes arriveren maar liefst vier politiewagens, een ambulance en – om onduidelijke redenen – een brandweerauto.Op de middag van de eerste dag raken twee vrouwen slaags met elkaar op de hoek van Croesus Avenue. Het gegil is straten verder te horen, van alle kanten rennen nieuwsgierigen toe. Een vrouw zit in shocktoestand op de rand van een stoep en wordt door twee vriendinnen in bedwang gehouden. Ze is hoogzwanger en werd door haar rivale, met wie ze ruzie had over een minnaar, krachtig in de buik geschopt. Binnen een paar minuten ziet het op de plaats waar het gebeurde zwart van de mensen. Het tafereel wordt muzikaal ondersteund met tegen elkaar in dreunende rap-ritmen uit diverse meegevoerde ghettoblasters. Met loeiende sirenes arriveren maar liefst vier politiewagens, een ambulance en – om onduidelijke redenen – een brandweerauto. ‘Never a dull moment in Imperial Courts,’ lacht een omstander. Maar nadat het slachtoffer is afgevoerd, krijgen de blanke fotografe en de blanke journalist het advies, het vandaag voor gezien te houden. ‘You better leave, there is too much tension in the ’hood. Maybe we will have some shooting here and in that case you’ll be an easy target. ’

Als we de volgende dag terugkomen, blijkt dat het nogal meeviel. Er is niets gebeurd. Bij nadere kennismaking verliest de buurt de grimmige dreiging, die er tijdens de eerste wandeling van leek uit te gaan. De getatoeëerde Crips die op straathoeken samenscholen, zien er nog steeds uit als gangsters maar het zijn aardige jongens en meisjes, die hun goede humeur niet door hun sombere kijk op de wereld laten vergallen. De theorie dat het de blanken waren die het getto met drugs perverteerden kan ik langzamerhand dromen. Iedereen begint er over. Het openbare leven wordt bepaald door heel veel kleine kinderen, puberjongens en mannen (die zelden ouder zijn dan veertig). Vrouwen hebben het druk met het huishouden of zitten op een stoel voor het huis. Er ligt veel afval op straat, maar aan lichaamsverzorging wordt veel aandacht besteed. Twee, drie keer per dag trekken de Imperial People schone kleren aan. De meeste mannen doen aan bodybuilding en doden de tijd met het heffen van gewichten, ’s Morgens hebben ze krulspelden in hun haar of ze dragen een plastic kapje op het hoofd dat de coiffure in vorm moet houden. Aan het eind van de middag spelen de mannen domino (om geld), op het plein achter de sporthal. Of ze dobbelen, ook om geld. Zo verstrijken de dagen, de weken, de jaren.

‘Weet je waarom de gangs hier altijd aan het vechten zijn? Omdat het leven hier anders niet zou zijn vol te houden,’ zegt Phil Jackson (36). ‘Er zijn in deze buurt geen clubhuizen, geen cafés, geen bioscopen. We zijn zelfs niet aangesloten op de kabeltelevisie, zodat we onwetend blijven van wat in de wereld gebeurt. Deze buurt telt wel drie motels, vijf slijterijen en vier kerken. Want dat is alles wat niggas doen: they fuck, they drink and then they pray God to forgive their sins. Hij moet er hard om lachen. Maar als hij vertelt, dat de buurt doelbewust in alles wordt achtergesteld, is hij heel serieus. ‘Nergens in Los Angeles kopen de mensen meer loten dan in Imperial Courts. Iedereen doet mee in de loterij, maar in de vijftien jaar dat ik hier woon heb ik nooit meegemaakt dat iemand hier een prijs won. De prijzen gaan altijd naar mensen in Hollywood, Beverly Hills, Pasadena of Santa Monica. Niemand maakt mij wijs dat daar geen opzet achter steekt. Ze gunnen het ons gewoon niet. Als je in het getto woont, mag je niet opeens rijk worden. ’ Phil Jackson zit zonder werk, sinds de Pink Market waar hij magazijnbediende was, vorig jaar bij de rellen in as werd gelegd. Met zijn vrouw en vier kinderen leeft hij van een paar honderd dollar bijstand per maand. ‘It’s tough man, it’s real tough. Het liefst zou ik werken. Ploegendienst, dag of nacht, maakt niet uit, schilderwerk, de bouwvak. Ik kan alles. Maar er zijn geen banen.’ Zijn twee broers zitten beiden levenslange gevangenisstraffen uit wegens meervoudige moord. ‘Die kant wil ik niet op,’ zegt Phil, ‘maar dat is wat het getto met je doet. Als je geen slecht mens bent, dan word je het hier.’ Zijn zus Vernil woont een paar straten verderop, maar met haar heeft hij een slecht contact. ‘Als ze al iets tegen me zegt, dan is dat omdat ze geld nodig heeft.’ Kijk, daar komt Ray (21) aangewankeld, die altijd dronken is. Aardige jongen. De rechtbank sprak hem onlangs vrij van moord op zijn moeder. Hij schoot haar weliswaar dood, maar dat ging per ongeluk. Moeder woonde samen met een vriend, die haar mishandelde waar Ray bij was. Tijdens zo’n vechtpartij trok Ray zijn vuurwapen en richtte op de man waar hij zo’n hekel aan had. Op het moment dat hij de trekker overhaalde, sprong de moeder voor haar vriend, om hem als een levend schild te beschermen: ‘De kogel trof haar recht in het hart.’ De vriend loopt nog steeds vrij rond, maar op een dag zal Ray de rekening met die vent vereffenen.

Nog steeds schieten

‘Hi Phil, heb je een kwartje voor me?’ Vernil Jackson heeft haar broer gesignaleerd, maar helaas, Phil heeft geen kleingeld op zak. ‘Het is hier één grote familie, iedereen helpt elkaar, alleen je eigen broer doet niks voor je,’ zegt Vernil. Het bevalt haar in Imperial Courts. De mensen zijn aardig voor elkaar en er is veel groen in de wijk. ‘Het is alleen jammer dat de teenagers zoveel problemen veroorzaken,’ zegt ze. ‘Er is nu minder geweld dan een jaar geleden, maar er wordt nog steeds geschoten. Vorige week gingen twee vrouwen elkaar met een bijl te lijf. Gisteravond werd voor de deur van mijn huis een zwarte man beroofd en toegetakeld, terwijl iedereen stond toe te kijken. Die man kwam uit een andere wijk. Zijn portemonnee was gestolen en hij wist wie dat gedaan had. Hij wilde alleen zijn identiteitskaart terug, die tussen de papieren zat, de portemonnee en het geld mocht de dief houden. Tjonge, wat werd die man te grazen genomen. Dat soort dingen gebeurt nog steeds in Imperial Courts. Ondanks de wapenstilstand.’

Uit manshoge luidsprekerboxen die twee tegenover elkaar wonende buren voor hun deur hebben gezet stampen de laatste hits van rappers, die in de wijk zo populair zijn. Tegen betaling van drie dollar scheert kapper Mastermind in de open lucht het ‘X’-symbool in de nek van zijn klanten. Ex-marinier Richard Brown (39) – ‘I survived the battlefields of Vietnam’ – wast en poetst voor anderhalve dollar de auto’s van buurtgenoten. De opbrengst is in combinatie met zijn pensioen als oorlogsinvalide net genoeg om van rond te komen. Brown ontbloot zijn bovenlijf en laat de striemen en wonden in zijn maag zien. Een week eerder werd hij ’s avonds beroofd en met een mes gestoken. ‘Ik merk weinig van die wapenstilstand tussen de Bloods en de Crips,’ zegt hij. ‘Overdag is het rustig, maar ’s avonds en ’s nachts hoor je hier nog steeds schieten.’ De mensen zijn aardig, maar het leven is hard. Toch maakt Imperial Courts, waar bijna altijd de zon schijnt, op een doordeweekse middag een vredige en op den duur zelfs vrolijke indruk. Lachend steken voorbijgangers de hand op naar de blanke fotografe en de blanke journalist, die zij inmiddels op z’n minst van gezicht kennen. De witte bestelwagen van Mister Softie maakt urenlang de dagelijkse ronde door de straten. Met een eindeloos herhaalde en op vol volume afgespeelde speeldoostingel maakt de ijscoman zijn aanwezigheid bekend. Er lijkt niets aan de hand.

De portretten van Dana Lixenberg zijn tijdens het Fotofestival Naarden (15 mei tot en met 6 juni 1993) tentoongesteld in een van de kazematten van het Vestingmuseum, Westwalstraat 6, Naarden.