Buitenland

Tarin Kowt, eind september. Rondom de stad zijn de granaatinslagen goed te horen. De ramen van mijn slaapkamer trillen in hun sponningen. De Amerikanen die het bevel op Camp Holland (de K is vervangen door een C) in augustus hebben overgenomen, zetten er meteen goed de beuk in. Wat ze precies aan het doen zijn, blijft onduidelijk. Zeker is dat de zeer voorzichtige aanpak van de Nederlanders erg onder druk staat.

Ook als het gaat om het bestuur van de provincie is de afbraak begonnen. De Nederlanders hadden dat met veel moeite opgebouwd. Een Nederlandse diplomaat verbijt zich. Wekenlang heeft de ambassade in Kabul geprobeerd president Hamid Karzai ervan te overtuigen de bij de Nederlanders onomstreden districtsleider Daoud Khan niet te ontslaan. En dat is nu toch gebeurd, op volgens de diplomaat onzinnige gronden als seksueel misbruik en disfunctioneren. Kamp Holland is nog niet eens helemaal opgedoekt, of de mensen met wie de Nederlanders werkten, worden op een zijspoor gezet.

Daoud heerste over het district Chora, dat aanvankelijk vijandig stond tegenover de Nederlandse komst. De ongeveer vijfentwintigjarige Daoud is de zoon van de roemruchte commandant Rozi Khan die in 2008 om het leven kwam. Ondanks het feit dat ook Rozi en Daoud de nodige doden op hun geweten hebben, boden zij volgens de Nederlanders politiek evenwicht in Uruzgan en daarmee stabiliteit en veiligheid. Toen bekend was dat de Nederlanders zouden vertrekken, voelde Daoud zich steeds meer in het nauw gedreven. Vooral door Matiullah Khan, de almachtige clanleider van de Popolzai-stam die de enige toegangsweg tot de provincie vanuit Kandahar beheerst. Khan ontving de afgelopen jaren miljoenen van de Amerikanen én van de Nederlanders om militaire konvooien te beschermen.

De Amerikanen die de Nederlanders opvolgen, geloven meer in Matiullah Khan en zijn oom Jan Mohammed, oud-gouverneur en warlord waarmee de Nederlanders nooit wilden samenwerken. Ook Australiërs die samen met de Nederlanders op Kamp Holland zaten, werkten regelmatig samen met Matiullah en Jan Mohammed.

De positie van de twee Popolzai-leiders lijkt alleen maar sterker geworden, nu Daoud is vervangen door een officier uit het Afghaanse leger. Provincie-gouverneur Hamdam, die van buiten Uruzgan kwam en niet veel ophad met de door de Nederlanders gesteunde Khans, had al eerder het veld geruimd. Zijn opvolger is nog niet officieel aangesteld, maar zit al wel een half jaar op zijn post. Het gaat om een nabij familielid van Matiullah.

Bij de parlementsverkiezingen traden er uit verschillende stammen en clans kandidaten naar voren. Het leek dus een interessante strijd te worden. De opkomst viel tegen: van de 177.000 stemgerechtigden waren maar negenduizend mensen bereid naar het stemhokje te komen. In 2005 kwamen er nog 35.000 mensen en toen was de veiligheidssituatie veel ernstiger. Vermoedelijk hebben veel Uruzgani’s geen vertrouwen in het gekonkel van de Popolzai en bleven dus thuis. Zeker is volgens waarnemers dat er met de negenduizend uitgebrachte stemmen zo is geknoeid dat precies de drie kandidaten met wie Jan Mohammed en Matiullah Khan goede banden hebben naar Kabul zullen worden afgevaardigd.

Conclusie lijkt dat de machtsverhoudingen in Uruzgan weer zijn zoals voor de komst van de Nederlanders. Grote vraag is wat de Amerikanen en Australiërs gaan doen. Een Australische diplomaat die na het vertrek van de Nederlanders veel met Daoud Khan sprak, zegt dat hij het ontslag van de districtleider heeft geprobeerd te voorkomen. ‘Maar ja, Karzai en de Popolzai hebben het ontslag doorgezet. En dat is zeer irritant.’

De Nederlanders hebben de afgelopen jaren hard gewerkt aan een groot prestigeproject in Urzugan dat nog steeds niet af is: de aanleg van een weg tussen Tarin Kowt en Chora. Daarvoor was de steun van Daoud Khan essentieel, omdat zijn mensen in het gebied wonen en dus veiligheid konden bieden. Zal de weg, die nu half af is, worden voltooid?

‘Je belt midden in een crisis,’ zegt een Nederlandse diplomaat. ‘We hopen dat de rust terugkeert. Dat Daoud zonder gezichtsverlies kan terugtreden. Maar we zijn hier niet meer in charge. Nog niet alles is verloren, maar dat risico is er wel.’