Bijna dertig hoogleraren ondertekenden een brief aan de Tweede Kamer over de gebreken in de Sleepwet. Daar is te weinig mee gebeurd, vinden zij. Maar een referendum maakt de situatie nóg slechter.
Zwart-wit
Ook bang dat de inlichtingendiensten straks over je schouder meekijken op je computerscherm? Grote kans dat je de petitie tekende voor een referendum tegen de ‘Sleepwet’. Dat referendum komt er, besloot de Kiesraad gisteren. Zonder de doorslaggevende uitzending van Zondag met Lubach was dat nooit gelukt.
De petitie kwam van een handvol UvA-studenten. Wat niet iedereen weet, is dat een grote groep academici eind vorig jaar al een open brief aan de Tweede Kamer schreef over de gebreken in de Sleepwet. Nico van Eijk, hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam, stelde die brief destijds samen met de Nijmeegse hoogleraar Bart Jacobs op. ‘Het is voor de politiek een hele lange weg geweest om die wet erdoorheen te krijgen’, vertelt Van Eijk. ‘Wij wezen ze met de brief op de zwaktes van de wet.’ Die zwaktes waren onder andere de ‘rommelige’ wijze van toezicht op de inlichtingsdiensten en de ‘lacuneuze’ manier waarop informatie met buitenlandse overheden gedeeld mag worden.
De Amsterdamse hoogleraar weet nog goed hoe hij na de brief voor een hoorzitting in de Tweede Kamer werd uitgenodigd. Hij kreeg drie minuten om de Kamer te vertellen wat er mis was met de wet. ‘Daarna zijn er allerlei amendementen ingediend. Maar de meerderheid was niet overtuigd.’ In plaats daarvan nam de Kamer een aantal moties aan, waar bijvoorbeeld instond dat de Algemene Inlichtingen– en Veiligheidsdienst (AIVD) een Sleepnet-opdracht pas kan uitvoeren als er aan strengere eisen voldaan wordt. Zo werd ingestemd met een motie om de bevoegdheid tot het verzamelen van gegevens zo gericht mogelijk uit te voeren. Van Eijk: ‘Een tegenvaller. Moties zijn veel minder sterk en helder dan geschreven toevoegingen aan de wet.’
Nu raken we verzeild in een betekenisloze zwart-witdiscussie. Er wordt ingespeeld op de angst dat we straks altijd kunnen worden afgeluisterd.
Volgens medeondertekenaar en hoogleraar Recht en de informatiemaatschappij Gerrit-Jan Zwenne aan de Universiteit Leiden had de ‘cartooneske’ ophef van nu voorkomen kunnen worden, als de Kamer naar de brief had gehandeld. ‘Nu raken we verzeild in een betekenisloze zwart-witdiscussie. Er wordt ingespeeld op de angst dat we straks altijd kunnen worden afgeluisterd. Daarover gaat de wet niet. Oud AIVD-baas Rob Bertholee zegt dat je terroristen steunt als je tegen de wet bent. Ook dat is onzin.’
Geen referendum
Vanwege het vertekende beeld van de Sleepwet en de ‘ergerlijke’ discussie staat Zwenne niet achter het referendum. Wel is hij tegen de wet, om redenen die volgens hem genuanceerder liggen. ‘Ik kan me er in vinden dat de inlichtingsdiensten verregaande bevoegdheden krijgen. Maar als de controle op de Sleepwet zo gebrekkig is, vond en vind ik de rechtsbescherming van burgers te mager.’ Als oplossing voor die gebrekkige controle is Zwenne geneigd naar de rechter te stappen. Volgens hem bieden het EU Handvest en het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens voldoende aanknopingspunten om de wetgever te dwingen de wet aan te passen.
Ook Van Eijk betreurt de komst van het referendum en de ludieke wijze waarop de UvA-studenten het volgens hem de wereld inriepen. Daardoor ziet hij iets ingewikkelds in de media kapot-gesimplificeerd worden. ‘Er zitten veel onderdelen in die we hard nodig hebben, bijvoorbeeld tegen economische cyberaanvallen. Het zou gevaarlijk kunnen zijn als die niet worden doorgevoerd.’ Hij verwacht (nog steeds) dat de wet in de praktijk aangescherpt zal worden. Maar daarvoor zal de nieuwe wet eerst door de toezichthouders en de rechter getoetst moeten worden: pas dan zal de Kamer mogelijk redenen zien om de eerder verworpen amendementen alsnog in te voeren of de wet aan te scherpen. In de praktijk bestaat dan de kans dat Sleepnet-opdrachten vóór die tijd op onvoldoende gronden worden uitgevoerd.
Niet mensenrechten-proof
Niet alle wetenschappers die de brief destijds ondertekenden zijn tegen het referendum. Waar Zwenne en Van Eijk het met Amnesty eens zijn dat de Sleepwet ‘misschien niet helemaal mensenrechten-proof’ is, vindt hoogleraar recht en techniek Jan Smits aan de Technische Universiteit Eindhoven de hele Sleepwet één grote schending van mensenrechten. ‘Ik heb grote problemen met het ongericht aftappen van mensen én de manier van toezicht daarop. Het is te groots nageaapt van Amerikaanse wetgeving. Die hele wet had er absoluut nooit mogen komen.’
Ik heb grote problemen met het ongericht aftappen van mensen én de manier van toezicht daarop. Het is te groots nageaapt van Amerikaanse wetgeving.
Van Eijk en Smits kennen elkaar goed, en Smits vertelt dat dit niet de eerste keer is dat ze het met elkaar oneens zijn. ‘Nico is bang dat er wijzigingen komen die de situatie gevaarlijker maken. Ik ben principiëler: die wet had er nooit mogen komen en ik sta achter elke aanleiding die mensen hierover aan het denken zet. Dus ook achter het referendum.’ Van Eijk noemt zelf meer redenen om tegen het referendum te zijn. Petities zouden tegenwoordig hun waarde verloren hebben, nu ze online zo makkelijk op te zetten zijn. Ook vindt hij dat een raadgevend referendum impliceert dat politici zelf niet weten wat er in de samenleving gebeurt, terwijl ze dat volgens hem ‘donders goed’ doen. Hij benadrukt dat de mening van het Nederlandse volk dagelijks gepeild wordt.
Smits is de studenten dankbaar. Hij hoopt op een wake-up call. Voor de toekomst van de wet gaat hij een stap verder dan zijn collega’s. ‘Ik denk dat er juridisch gezien genoeg gaatjes zijn om dit hele bouwwerk kapot te trekken.’
Wat houdt de Sleepwet precies in?
De ‘Sleepwet’ is een update van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) uit 2002. De update bevat verschillende onderdelen, maar dankt haar bijnaam aan de meest beruchte: de mogelijkheid van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) tot het uitvoeren van een zogenoemde Sleepnet-opdracht. Bij hoge terroristische dreiging en op basis van trefwoorden kunnen inlichtingendiensten daarmee grote hoeveelheden internet- en ander communicatieverkeer aftappen, bijvoorbeeld van een wijk.
De diensten kunnen alleen zien wie met wie contact heeft. De inhoud van die contacten kan pas vele stappen later worden ingezien. Relevante gegevens kunnen tot drie jaar lang bewaard worden. Voor het uitvoeren van een Sleepnet-opdracht moet het voorstel langs een nieuwe onafhankelijke toetsingscommissie. Ook houdt een andere onafhankelijke toezichthouder (de CTIVD) in de gaten hoe de diensten de opdracht uitvoeren. In de huidige discussie gaat kritiek op de wet vooral uit naar de toegenomen mogelijkheden tot het aftappen van burgers.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.