‘Lizaveta – House!’ roept Oksana als ik met haar plaatsneem in twee leren fauteuils in de hoek van de woonkamer. Verbaasd kijk ik op, omdat ik niet snap tegen wie ze het heeft. Ze legt uit dat ze praat tegen de ‘draadloze assistent’, een geluidsboxje in de hoek, en laat het apparaat achtereenvolgens de temperatuur in Moskou en Amsterdam vertellen. Inmiddels klinkt er housemuziek.

Het boxje is typerend voor het mooie tweekamerappartement in centrum Moskou, waar de 47-jarige Oksana woont met haar 38-jarige vriendin en hun bijna twee jaar oude dochtertje. Mijn meeste vrienden in Moskou wonen in oude Sovjethuizen, vaak in een buitenwijk. Ik ken het stel via twee gemeenschappelijke vriendinnen.

Haar vriendin, met eenzelfde modieuze bril en kortgeknipt blond haar als Oksana, kiepert ondertussen in het midden van de woonkamer twee dozen speelgoed om voor hun dochtertje en een peuter, die met zijn twee moeders op bezoek is.

‘Als je je niet manifesteert als lesbisch stel, heb je nergens last van,’ zegt Oksana, alsof dat niet meer dan vanzelfsprekend is.

Vrijwel alle lesbische vrouwen die ik spreek in Moskou zeggen het haar na. In het verlengde daarvan huldigen de meeste Russen de stelling dat je in Poetins Rusland prima kunt leven als je je kritiek op het Kremlin maar voor je houdt.

Acht messteken

Dat de angst van Russen om openlijk uit te komen voor hun afwijkende mening of gerichtheid niet overdreven is, bleek toen eind juli mijn goede vriendin Bootsman (haar bijnaam, die in het Russisch bijna hetzelfde klinkt), een inmiddels 65-jarige zwaarlijvige Russische lesbisch activiste van het eerste uur, op mijn hotelbed lag te poseren. Voor haar was mijn viersterrenhotel in hartje Moskou iets exotisch, dus wilde ze graag dat ik een foto van haar maakte op het bed, gekleed in haar kaki-bloes met groene legerbroek.

Bootsman, voorheen geoloog, is al jaren gepensioneerd en besteedt al haar tijd aan de ‘lesbische zaak’. Tijdens de ‘fotosessie’ werd ze gebeld en ik zag haar gezicht betrekken. ‘De activiste Jelena Grigorjeva is vermoord in Sint-Petersburg,’ vertelde ze me na het telefoongesprek. Bootsman keek niet op van de moord. Sinds de invoering van de Russische antihomowet in 2013, die verbiedt dat minderjarigen in aanraking komen met homoseksuelen, waren al veel homoseksuelen slachtoffer van anti-homogeweld. Kremlin-getrouwe groeperingen zien in de wet een legitimatie voor agressie.

Na het telefoontje ging Bootsman er snel vandoor om het nieuws via haar eigen netwerk te verspreiden. De staatsmedia zwegen, zoals gewoonlijk, over het voorval. Dankzij de weinige nog overgebleven onafhankelijke Russische media werd echter duidelijk wat er was gebeurd.

Grigorjeva stond op de ‘dodenlijst’ van de haatgroep Pila, die mensen opriep tot het opjagen en elimineren van homoseksuelen.

De 41-jarige Grigorjeva, die in Sint-Petersburg regelmatig deelnam aan protesten van de oppositie en opkwam voor de rechten van LHBT’ers (lesbiennes, homo- en biseksuelen, transgenders), was met acht messteken en gewurgd aangetroffen bij haar huis. Haar medestanders wezen direct naar homohaat als motief. De moord was echter minder eenduidig dan het op het eerste gezicht leek. Grigorjeva had een verleden als nationalist en was meer dan eens veroordeeld voor het gebruik van nazisymbolen op sociale media.

Tegelijkertijd wees veel op een moord uit homofobe hoek, want Grigorjeva stond op de ‘dodenlijst’ van de haatgroep Pila, die mensen opriep tot het opjagen en elimineren van homoseksuelen. De benaming ‘Pila’, het Russische woord voor ‘zaag’, is ontleend aan de gelijknamige serie Amerikaanse horrorfilms (Saw). De website werd in juli op last van de Russische internetwaakhond geblokkeerd.

Een asociaal leven

Zoals ze niet echt meer opkeek van deze moord, was Bootsman ook veel minder geschokt dan ik door het bestaan van Pila. Het is niet de eerste en, vreest ze, ook niet de laatste van dergelijke groepen in Poetins Rusland. Persoonlijk is ze er niet bang voor. ‘Die idioten weten niet eens hoe ik er uitzie,’ reageerde ze stoïcijns op mijn vraag daarover.

Het onderzoek naar de moord op Grigorjeva was typerend voor de manier waarop de Russische staat homoseksuelen als ‘Untermenschen’ behandelt.

Het onderzoek naar de moord op Grigorjeva was typerend voor de manier waarop de Russische staat homoseksuelen als ‘Untermenschen’ behandelt, en zo de atmosfeer voor dergelijke agressie kweekt. In de weken voorafgaand aan haar dood had zij al verschillende keren aangifte gedaan bij de politie van de vele bedreigingen aan haar adres. De politie zag in die bedreigingen ‘geen tekenen van een misdrijf’ en deed niets.

Een paar dagen na de moord pakte de politie een migrant op. Justitie verklaarde dat het ging om een bekende van Grigorjeva, die haar in een vlaag van woede had vermoord. Het onderzoek, aldus justitie, had uitgewezen dat Grigorjeva ‘een asociaal leven leidde en meer dan eens te veel alcohol dronk, onder meer samen met de verdachte.’ Nog geen week later arresteerde de politie een 28-jarige man voor de moord, die haar, dronken, zou hebben vermoord omdat ze hem had beledigd.

Medestanders van de vermoorde activiste en onafhankelijke Russische journalisten zijn sceptisch, maar er komt geen onafhankelijk onderzoek.

Letterlijk ondergronds

Bootsman wilde mij dit keer ook graag het voor mij nieuwe Moscow Community Center (MCC) laten zien. Die onschuldige benaming doet denken aan die van het Nederlandse COC, die dateert uit 1949: Cultuur- en Ontspanningscentrum. Het MCC is de grootste LHBT-locatie in Moskou. Dagelijks kunnen mensen er terecht voor allerlei activiteiten, van Engelse les tot psychologische trainingen. Het adres is geheim en als je contact met het centrum opneemt, volgt er eerst een achtergrondonderzoekje via het eigen netwerk en internet om te kijken of de beller te goeder trouw is.

Om er zeker van te zijn dat ik het voortaan ook zelfstandig zou kunnen vinden, gidste Bootsman mij er de eerste keer naar toe. Met haar gebruikelijke ironie legde ze me uit dat ik om de roze kerk heen moest lopen en vervolgens langs het blauwe gebouw, het Russische woord voor ‘blauw’ is ‘golloeboj’, slang voor ‘flikker’.

Het MCC bevindt zich letterlijk ondergronds, en eenmaal binnen stonden we vrijwel direct voor een bak met sloffen en slippers, want in Rusland is het gebruikelijk dat je je schoenen uitdoet als je ergens binnenkomt. Op de wc voor de bakken was een A4’tje geplakt met vier stukjes regenboogplakband en het Engelse opschrift: ‘All-gender WC’.

Naar de centrale ruimte van het MCC loopt een gang waar verschillende deuren op uitkomen. In die gang vielen mij de ongeveer acht felgekleurde vlaggen op die tussen de deuren hingen. Hoewel ik al lang meeloop in het roze circuit in Nederland, stelden de meeste vlaggen mij voor een raadsel. ‘Lesbiennes, panseksuelen, transgenders, aseksuelen,’ begon medewerkster Lara van het centrum mij de betekenis van de vlaggen uit te leggen. De vlaggen onderstrepen dat iedereen erbij hoort bij het MCC, alsof dit centrum een tegenwicht wil bieden voor de harde werkelijkheid in het dagelijkse Russische leven.

Geen openlijk activisme

Bij het MCC merkte ik onmiddellijk de onrust binnen de gemeenschap door de moord op Grigorjeva. Lara vertelde dat ze veel telefoontjes kregen van bezorgde bezoeksters, die zich afvroegen of ze ook gevaar liepen. Sommigen wilden graag langs gaan bij een van de psychologen die vrijwillig werken voor het MCC .

Ook de achttienjarige Natasja, een regelmatige bezoekster van het centrum, was vol van de moord. Met haar kleine, tengere gestalte, korte piekerhaar en brilletje lijkt ze op een eigenwijs veertienjarig puberjongetje dat nog niet de baard in de keel heeft. Ze noemt zichzelf een ‘straatactiviste’, wat werd onderstreept door het regenbooglintje op haar spijkerjack en het speldje ‘Zeg “Nee” tegen de oorlog!’

Natasja vreesde dat deze moord nog meer homoseksuelen ervan zal weerhouden om openlijk op te komen voor hun rechten. ‘De LHBT-gemeenschap in Rusland kent eigenlijk geen openlijk activisme, uit angst. Na deze moord zie je dat er een soort paniek ontstaat, zoals eerder naar aanleiding van de berichten over de homovervolging in Tsjetsjenië.’

Russische homoseksuelen voelen zich vogelvrij, omdat de machthebbers eerder de homohaters steunen dan hen. Zo geeft Poetin de Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov de vrije hand voor het voeren van een schikbewind, in ruil voor het buiten de deur houden van islamitische fundamentalisten. Dankzij een onderzoeksjournaliste van de onafhankelijke krant Novaja Gazeta kwam aan het licht dat de politie in Tsjetsjenië vanaf eind 2016 systematisch homoseksuelen in geheime gevangenissen opsloot en martelde. Vaak werd een beroep gedaan op de familie, erg belangrijk in deze traditionele islamitische republiek, om af te rekenen met homoseksuele familieleden.

In het rapport van het Russische LHBT-netwerk over deze misstanden, staat de getuigenis van een lesbische vrouw. Zij vertelt hoe haar broer haar in elkaar sloeg en haar zus haar met de dood bedreigde. Het lukte de vrouw verschillende keren om met behulp van mensenrechtenactivisten te ontsnappen uit Tsjetsjenië. Ze werd onder meer ondergebracht in het door het MCC geopende opvanghuis voor de Tsjetsjenen in Moskou. Uiteindelijk wist haar familie haar toch te vinden en bracht haar terug naar Tsjetsjenië. Een week later was ze dood, volgens de familie door de complicaties van koorts.

Regenboogplakkaat

Natasja meent dat gezamenlijke actie de enige oplossing is om de repressie in Rusland te bestrijden. ‘De staat zal ons niet vermoorden, maar beschermt ons ook niet. Homoseksuelen en transgenders zouden zich moeten verenigen om de bedreigingen het hoofd te bieden, maar dat durven ze nu juist niet. De LHBT-beweging zou zich moeten aansluiten bij de politieke oppositie, want we weten allemaal dat de wantoestanden beginnen bij Poetin.’

Natasja geeft zelf het goede voorbeeld, ze was op 20 juli vrijwilliger bij het toegestane protest van afgewezen kandidaten voor de komende Moskouse gemeenteraadsverkiezingen. Een week later ontmoette ik haar op het centrale Poesjkinplein, te midden van cordons van de oproerpolitie, die haar en andere ervan probeerden te weerhouden deel te nemen aan een niet toegestaan verkiezingsprotest bij het gemeentehuis.

Na het grootste anti-Kremlin protest sinds 2011, afgelopen 10 augustus, meldde Natasje op haar Telegramkanaal verheugd dat ‘de onzen’ ook aanwezig waren, geïllustreerd door een foto van een demonstrant met een regenboogplakkaat, waarop het opschrift:‘Homofobe machthebbers kunnen niet democratisch zijn.’

Toch vindt Natasja het goed dat het adres van het MCC geheim is.

‘Dit is een rustige en veilige ontmoetingsplek. De buitenwereld weet niet altijd precies wie, wat, waar organiseert. Als we een sterke beweging hebben en weerstand kunnen bieden aan haatgroepen als Pila, moeten we uiteindelijk in de openbaarheid treden, anders is het zinloos. Maar voorlopig moeten we te werk gaan als partizanen,’ zei ze half schertsend.

Showprocessen

Zoals in de politieke straatprotesten in Moskou deze zomer de hoofdrol is weggelegd voor jongeren, zo loopt ook de achttienjarige Natasja voor de roze troepen uit. De angst lijkt inderdaad te regeren bij de dertigplussers. ‘Het is voor mij het makkelijkst helemaal geen vragen te beantwoorden,’ zegt Oksana. ‘Met het geven van een interview loop je een risico in Rusland.’

In haar eigen omgeving weet iedereen wel wat ze doet en met wie ze leeft, licht ze toe, maar ze heeft liever niet dat ik dat opschrijf. Ze heeft namelijk hooggeplaatste klanten. ‘Zeg maar dat ik dokter ben,’ zegt ze. Zelfs een artikel in een Nederlands tijdschrift ziet ze als een potentieel risico. ‘Tien jaar geleden zou ik me hier absoluut niet druk over hebben gemaakt, maar de situatie is erg veranderd.’

Net als Natasja meent Oksana dat de antihomowet deel uitmaakt van de algehele verwording van Rusland tot een politiestaat. Dat aandraaien van de duimschroeven, zoals de Russen het noemen, begon na de massale oppositieprotesten, voorafgaand aan de derde termijn van Poetin als president, die voorjaar 2012 begon. Poetin en zijn vertrouwelingen schrokken zo van de protesten, dat direct een serie repressieve wetten volgde die demonstraties en maatschappelijke organisatie vrijwel onmogelijk maakten. Om mensen ervan te weerhouden de straat op te gaan, werd een groep demonstranten in showprocessen tot jarenlange gevangenisstraffen veroordeeld.

‘De antihomowet geeft een uitlaatklep voor de bestaande agressie bij veel mensen.’

De repressie kwam in een stroomversnelling na de volksopstand in Oekraïne en de annexatie van de Krim door Rusland, begin 2014. Uit vrees voor een revolutie in eigen land haalde Poetin toen weer het Sovjetscenario uit de kast waarin het Westen als vijand wordt afgeschilderd en andersdenkenden in Rusland als ‘buitenlandse agenten’.

Oksana ziet de antihomowet als integraal onderdeel van deze neo-Sovjetstrategie. ‘De antihomowet wordt gebruikt om de aandacht van de gemiddelde Rus af te leiden van de echte problemen in het land. Het geeft een uitlaatklep voor de bestaande agressie bij veel mensen. Homoseksuelen staan in die gedachtegang symbool voor het gezicht van de westerse maatschappij.’

Het Kremlin hanteert inderdaad graag het beeld van de homoseksueel als symbool voor de verdorven westerse maatschappij. Of het nu de tsaar, de communistisch partijsecretaris of de president is: de Russische leider beschermt in deze eeuwenoude Kremlinstrategie de hoogstaande Russische morele waarden.

Liberasten

Dat die platte nationalistische propaganda er bij de gemiddelde Rus uitstekend ingaat, zag ik afgelopen 20 juli op het toegestane oppositieprotest op de Sacharovboulevard in Moskou. Tegenover de duizenden mensen die toestroomden, stond daar voor de metaaldetectors waar iedereen doorheen moest, een vrouw van middelbare leeftijd met een bord boven haar hoofd. Ze liet de aanwezigen weten dat ze ‘liberasten’ waren, een combinatie van liberaal en pederast, die Rusland willen overleveren aan ‘Gayropa’, zoals Europa wordt afgeschilderd in de Russische retoriek.

Oksana ziet de repressie als een langzaam werkend gif.

‘Iedereen is voorzichtiger geworden. Dat gaat heel geleidelijk. Het is niet zo dat de machthebbers meteen wreed op gingen treden, maar ze gaven te kennen dat je je hoofd niet boven het maaiveld moet uitsteken, omdat het er anders afgehakt kan worden. Wij zijn de nakomelingen van generaties die getekend zijn door repressie en die anders dan westerlingen nooit op durfden te komen voor hun rechten. In mijn ogen was het in 2008 een stuk vrijer en gedroegen we ons ook zo. Nu de duimschroeven weer worden aangehaald, houden we ons weer net zo makkelijk in.’

De open en vriendelijke 23-jarige Aljona, onlangs afgestudeerd als basisarts en werkzaam als vrijwilliger bij het MCC en het roze filmfestival ‘Zij aan zij’ in Moskou, herkent wat Oksana zegt. Toch denkt ze dat dit voor mensen van haar generatie anders is. ‘De ouderen leven al lang onder een repressief regime, wij hebben tenminste nog hoop.’

Maar net als Oksana is ook Aljona niet open over haar geaardheid tegenover haar ouders. Beiden gaan ervan uit dat hun ouders het wel weten, maar er wordt niet over gepraat. In Rusland, zegt Oksana, geldt wat dat betreft doorgaans het Amerikaanse principe ‘don’t ask, don’t tell’. Alleen activiste Natasja heeft haar ouders verteld dat ze op vrouwen valt. Met als gevolg dat ze nu bij haar oma woont, omdat ze voortdurend ruzie heeft met haar moeder.

Aljona, die doorstudeert voor kinderarts, vertelt op de universiteit niet dat ze op vrouwen valt. ‘Ik leef een behoorlijk gesloten leven, juist om agressie te ontlopen,’ zegt ze. Haar eerste vriendin ontmoette ze op de universiteit, in het jaar dat de antihomowet werd aangenomen. Ze was erachter gekomen dat ze op vrouwen viel doordat ze op internet de Amerikaanse lesbo-serie The L Word had ontdekt. In 2004 was die serie uitgezonden in Rusland op de zender MTV. Aljona vindt het erg dat dat nu niet meer zou kunnen.

‘Onlangs werd de film Rocketman, over Elton John, gecensureerd. Alle verwijzingen naar zijn verhoudingen met mannen werden eruit geknipt, ook de vermelding op het eind dat hij een man en een kind heeft.’

Kinderen met maar één mamma

Net als Oksana en haar vriendin zijn Olga en Irina naar de buitenwereld toe heel behoedzaam over hun privéleven, vooral omdat ze een kind hebben. De 41-jarige Olga is de biologische moeder van een jongetje van anderhalf jaar. Haar 36-jarige vriendin is hoogzwanger als ik het stel spreek in de bescheiden tweekamerwoning in Moskou, die ze in onderhuur hebben. In beide uithoeken van de woonkamer staat een bureau met computer waar ze hun werk als zelfstandig webdesigner doen. In een derde hoek staat een hobbelpaard.

Hoewel er in Rusland nog geen gevallen bekend zijn waarbij biologische kinderen zijn afgenomen van homoparen, doen zowel Oksana en haar vriendin als Olga en haar partner er uit voorzorg alles aan om te verhullen dat hun kind twee moeders heeft. Zelfs met hun ouders praten ze hier niet openlijk over, al denken ze dat die dit wel begrijpen.

‘We denken dat onze kinderen zelf ook wel zullen begrijpen dat ze moeten zwijgen over het feit dat ze twee moeders hebben.’

De twee stellen zijn niet bevreesd dat hun kinderen op het kinderdagverblijf of later op school gaan vertellen dat ze twee mamma’s hebben. Om dit te voorkomen leren ze de kinderen om alleen mamma te zeggen tegen hun biologische moeder, de partner wordt met de voornaam aangesproken. Olga is niet zo bang dat haar zoontje zijn mond voorbij zal praten.

‘Een bevriend lesbisch stel van ons met een kind, vertelt dat hij op het kinderdagverblijf uit zichzelf mamma en pappa tekent, in plaats van zijn twee moeders. We denken dat onze kinderen zelf ook wel zullen begrijpen dat ze hierover moeten zwijgen.’

Bloeiend ondergronds homoleven

Het was hun eigen emancipatie die de bescheiden psychologe Anja en haar partner Julia in 2012 tot het oprichten van de LHBT-organisatie Resoers (Hulpbron) aanzette. Anja was aanvankelijk getrouwd, voordat ze een relatie begon met Julia, indertijd werkzaam in de sociale hulpverlening. Anja’s twintigjarige zoon accepteert haar relatie en is naar Tsjechië uitgeweken vanwege de repressie en het gebrek aan toekomstkansen in Rusland. ‘Het geeft mij veel rust dat mijn zoon het land heeft verlaten,’ zegt ze.

Omdat zij zelf hulp vonden bij de toentertijd bestaande plekken voor homoseksuelen, besloten Anja en Julia dat ze met hun eigen kennis wilden bijdragen aan steun voor deze groep. Net als het MCC organiseert Resoers verschillende activiteiten, op wisselende locaties. Bezoeksters kunnen zelf groepen starten op basis van hun expertise en interesses. Zo zijn er groepen om Engels te leren, en een populaire ‘Literaire club’, maar de nadruk ligt op psychologische steun. Anja en Julia richtten hun organisatie net voor de aanname van de antihomowet op, en merkten duidelijk hoe die wet hun werk bemoeilijkte. Maar Anja zag ook hoe de activiteiten voor homoseksuelen en transgenders zich daarna uitbreidden, niet alleen ondanks, maar ook dankzij de wet.

‘De antihomowet leidde aan één kant tot homohaat, maar een deel van onze gemeenschap vatte de wet ook op als een uitdaging die hen dwong actief te worden in de LHBT-beweging,’ vertelt ze op de weloverwogen toon die haar eigen is.

Net als bij de vermoordde Grigorjeva zag de politie ook geen reden om op te treden tegen de persoonlijke bedreigingen die Anja en Julia ontvingen.

Een ander positief gevolg van de wet, zegt de energieke Julia, is dat de LHBT-beweging is gaan samenwerken met mensenrechtenorganisaties. Net als bij het MCC organiseren zij hun psychologische groepen en de vrijetijdsactiviteiten op besloten locaties.

Maar zelfs dat blijkt riskant. Zowel in 2017 als 2018 werden vrijwilligers bij de jaarlijkse Resoersbijeenkomst voor homoparen met kinderen, buiten aangevallen door extreemrechtse mannen. De eerste keer zocht en arresteerde de politie de schuldigen. De tweede keer reageerden de politieagenten sceptisch en gaven hen te kennen dat ze de problemen over zichzelf afriepen door hun activiteiten. Net als bij de vermoordde Grigorjeva zag de politie ook geen reden om op te treden tegen de persoonlijke bedreigingen die Anja en Julia ontvingen.

Alleen voor ingewijden

Behalve bij het MCC en Resoers, kunnen Moskouse homoseksuelen op nog maar weinig plekken terecht. Vanwege de agressie tegen de bezoekers en eigenaars zijn er sinds de aanname van de antihomowetnog maar een handjevol homoclubs over. ‘12 Volt’, ‘69 papegaaien’, ‘De Stoot’ en ‘Matriarchaat’. Alle vrouwenclubs en -avonden die ik ken uit de tijd dat ik in Moskou woonde, van 2007 tot 2010, zijn inmiddels verdwenen. En dat terwijl Moskou zo’n veertien miljoen inwoners telt. Het enige wat er nog is voor lesbische vrouwen zijn incidentele uitgaansavonden op verschillende locaties, die alleen de ingewijden weten te vinden.

Homoseksuelen mogen er zijn, zolang ze maar ondergronds blijven.

Net als het MCC bevindt ook een van de weinig overgebleven homoclubs in Moskou zich letterlijk ondergronds. Mijn vriendinnen Rita en Marina leiden mij naar deze voor mij onvindbare plek. Het ene moment sta ik met ze in de brede en chique hoofdstraat van Moskou, de Tverskaja, het volgende bevinden we ons in een donkere zijstraat, voor een piepklein bloemenwinkeltje in een souterrain. Getuige de gekleurde neoncijfers ‘24’, gaat het winkeltje nooit dicht. Aan de voet van de treden zitten aan de rechterkant twee mannen voor een houten deur. Rita zegt zachtjes waarvoor we komen, en de mannen laten ons binnen. Een elegant bewegende forse man leidt ons naar een tafeltje in de donkere ruimte.

Aan de tafeltjes zitten vooral mannen met hun eigen gezelschap. Hoogtepunt van de avond is een show door een travestiet. De show onderscheidt zich in niets van wat je in een gemiddeld homocafé in Amsterdam tegenkomt: een forse opgedirkte travestiet in zilver glitterkostuum die playbackt en het publiek gevat probeert toe te spreken.

De ‘bloemenclub’ lijkt symbolisch voor de staat van de LHBT-gemeenschap in Poetins Rusland: homoseksuelen mogen er zijn, zolang ze maar ondergronds blijven. Ondanks de toenemende protesten in alle geledingen van de Russische samenleving, gelooft zestigplusser Bootsman niet dat in haar leven Russische homoseksuelen en transgenders ooit nog bovengronds zullen komen, om het nog maar niet te hebben over een Gay Pride.

Zelfs de drieëntwintigjarige Aljona ziet dat voorlopig nog niet gebeuren: ‘Zolang onze maatschappij anders in elkaar zit dan die in het Westen, is een Gay Pride hier zinloos.’

Om hun anonimiteit te waarborgen, zijn de voornamen van alle geïnterviewden veranderd, m.u.v. die van Anja en Julia.

Helga Salemon, Russische ravage. Leven met gewone Russen, Pegasus, 208 p., €19,50