Freek de Jonge volgt voor Vrij Nederland het nieuws. Vandaag: de hype rond Mayweather en McGregor, en de kameraadschap tussen rivalen Fausto Coppi en Gino Bartali.

Tijdens de zomerborrel van de uitgeverij kwam ik mijn oude vriend Benjo tegen. Al snel hadden we het over onze geliefde wielersport en dus duurde het niet lang of de namen van Bartali en Coppi vielen. Ik vroeg hem, kenner bij uitstek, welke renner het geliefdst was bij de tifosi.

In 1946 won Gino Bartali de Ronde van Italië en werd Fausto Coppi tweede. Een jaar later was het andersom. Coppi werd in 1947 gehuldigd op het plein van zijn woonplaats. De bisschop was er, de pastoor en de burgemeester. Er was eten, drinken en muziek. Iedereen sprak over de geweldige prestatie van Fausto.

Opeens ging het gerucht dat Bartali zou komen. De opwinding steeg. Zou de grote Gino zijn rivaal komen gelukwensen?

Bartali kwam. Hij kuste de ring van de bisschop, schudde de handen van de burgemeester en pastoor en nam het woord:

Zoals hij, Bartali, in 1946 de sterkste was, zo was dat dit jaar Coppi geweest. Hij was een groot kampioen, maar meer nog een vriend. Maar nu moest hij door, want hij had een afspraak in Florence.

Hij liet een verbluft gezelschap achter en tot diep in de avond gingen de gesprekken alleen nog maar over Bartali. Over zijn nederigheid en kameraadschap.

Aldus het antwoord van Benjo.

Dat is nog eens andere koek dan die hype rond Mayweather en McGregor.