De dader van de aanslag in Nice heeft veel weg van Al-Zarqawi, de Jordaanse terrorist die aan de wieg stond van IS. Journalist Joby Warrick schreef een prijswinnend boek over het kalifaat: ‘Zarqawi was een pooier, een gewelddadige crimineel.’

Een moving target. Zo noemt journalist Joby Warrick terreurorganisatie Islamitische Staat ergens in ons gesprek. En dan heeft hij het over IS als onderwerp van zijn recente boek Zwarte vlaggen waarmee hij eerder dit jaar de Pulitzer Price in de wacht sleepte. Warrick keerde voor zijn portret terug naar de wortels van het kalifaat, maar zag tijdens het schrijven hoe de jihadistische organisatie onder zijn ogen veranderde. Op 12 juli schreef hij op de voorpagina van zijn krant The Washington Post dat de leiders van de jihadistische beweging rekening houden met het mogelijke verlies van hun grondgebied in Syrië en Irak. Ze bereiden hun aanhang daarop voor en kondigen aan de aanslagen in het Westen op te voeren.

Nog geen twee dagen later leken de gruwelijke gebeurtenissen in Nice de analyse van Warrick gelijk te geven. Op quatorze juillet reed Mohamed Lahouaiej Bouhlel met een diepvrieswagen 85 onschuldige feestvierders in Nice dood. En weer een paar dagen later viel een jonge Afghaanse vluchteling toeristen aan in een Duitse trein, uit naam van IS. Warrick: ‘Uit de recente aanslagen in Europa, maar ook die in het Amerikaanse Orlando in juni, kun je de conclusie trekken dat het leger van IS veel groter is dan we dachten. Het gaat niet alleen om typische jihadisten, maar ook om mensen die zich achtergesteld voelen, boos zijn of gewoon gestoord.’

Het IS-leger is veel groter dan we dachten: het gaat ook om mensen die zich achtergesteld voelen, boos zijn of gewoon gestoord.

Gevaarlijk werk

We spreken met Joby Warrick via een beeldverbinding van Skype. De journalist heeft zich genesteld in een hoekje van een ‘stiltehokje’ op de redactie van The Post, een golvend beige gordijn fungeert als achtergrond. Warrick is net terug van een editorial meeting waar in de vroege ochtend de actualiteit wordt besproken. Op zijn redactie houden zich maar liefst twintig journalisten bezig met ‘een of ander aspect’ van IS, ‘military guys, diplomatic folks’. Warrick is verantwoordelijk voor de trends, de grote lijnen. ‘We zien dat het kalifaat door de voortdurende aanvallen van alle kanten is verzwakt. Maar dat betekent nog niet dat het netwerk van geradicaliseerde strijders in Europa en elders is aangetast. Sterker nog, waarschijnlijk zal IS ze nog meer inzetten voor aanslagen.’

Het boek van Warrick over het ontstaan van IS leest als een seizoen uit de hit-serie Homeland. Als lezer zitten we aan tafel in de situation room en kijken mee met de beelden van drones die terroristenleiders in Irak volgen en wachten in spanning af of de raket doel treft. Ook volgen we een arts in een zwaarbewaakte Jordaanse gevangenis midden in de woestijn waar jihadisten vastzitten. Voor zijn boek sprak de journalist met tientallen directe getuigen van de opkomst van Abu Musab al-Zarqawi, de Jordaanse terrorist die in 2006 omkwam maar volgens Warrick aan de wieg stond van het huidige kalifaat. Gevaarlijk werk waarvoor Warrick ook bronnen sprak die zich bevonden in de ‘periferie’ van IS: ‘Er waren mensen die me vertelden dat als we op dat moment niet in een hotel in Jordanië hadden gezeten, ze verplicht waren geweest om me te vermoorden. Je moet de veiligheidsrisico’s serieus nemen. Ik werkte altijd met lokale fixers, ging niet in hotels logeren met veel Amerikanen en zat in een restaurant nooit bij het raam. Heel basale dingen die je doet als je in die omstandigheden werkt.’

Foto: André Chung
Al-Qaida 2.0

Zarqawi, wiens echte naam Ahmed Fadheel al-Khalayleh was, werd geboren in Zarqa, een stoffige industriestad in het noorden van Jordanië. Hij groeide op tot een dronkenlap, een pooier, een gewelddadige crimineel met tatoeages. Die tatoeages probeerde hij later zelf weg te halen omdat ze verboden zijn in de islam. Eind jaren tachtig vertrok Zarqawi voor de jihad naar Afghanistan. Terug in Jordanië pleegde hij zijn eerste aanslagen, belandde zeven jaar in de gevangenis, kreeg amnestie en vertrok weer naar Afghanistan om zich aan te sluiten bij Al-Qaida. Na de Amerikaanse inval in 2002 vluchtte Zarqawi naar de bergen in Noord-Irak. Daar begon hij in een afgelegen vallei zijn eigen islamistische ministaat. De regering Bush beweerde dat Zarqawi de link vormde tussen de Iraakse dictator Saddam Hoessein en Al-Qaida. Iets waarvoor nooit bewijzen zijn gevonden.

In zijn boek beschrijft Warrick hoe Amerikaanse veiligheidsmensen zich de haren uit het hoofd trekken als minister Colin Powell van Buitenlandse Zaken in een beroemd geworden en misleidende presentatie voor de Veiligheidsraad stelt dat Bagdad de leiding had over de jihadisten. ‘Door deze presentatie werd Zarqawi in één klap een wereldberoemde terrorist.’

Niet veel later vielen de Amerikanen ook Irak binnen en maakten ze de cruciale fout alle medewerkers van het regime van de verslagen Saddam Hoessein te ontslaan. ‘In Irak landde Zarqawi op de juiste plek op het juiste moment,’ vertelt Warrick. ‘Hij wist een alliantie te smeden tussen jihadi’s en ontevreden mensen uit Saddams voormalige veiligheidsapparaat. Zijn organisatie groeide vervolgens uit tot een soort Al-Qaida 2.0. Virulenter, wreder, minder bereid tot compromissen. Zelfs Bin Laden vond hem te gevaarlijk.’

Zarqawi’s groep, die ondanks meningsverschillen met de grote leider ‘Al-Qaida in Irak’ ging heten, ging verder dan wie ook. Als eerste onthoofdden ze gijzelaars voor een videocamera, soms met Zarqawi zelf als gemaskerde beul. En ze wakkerden de tegenstellingen binnen Irak aan door bloederige aanslagen te plegen op sjiitische heiligdommen, iets wat Bin Laden afkeurde.

Wie

Joby Warrick (1960)

Bekend van

Warrick is verslaggever bij The Washington Post en schrijft over terrorisme.

Waarom

In Nederland verscheen onlangs zijn boek Zwarte vlaggen, de opkomst van IS. Hiervoor kreeg hij eerder dit jaar de prestigieuze Pulitzer Prize voor het beste non-fictie boek van 2015. Het is een met veel vaart geschreven boek dat leest als een spionagethriller. Warrick beschrijft de opkomst van de kleine Jordaanse crimineel Abu Musab al-Zarqawi, die zou uitgroeien tot de spil van het terrorisme in de regio, de oprichter van Al-Qaida in Irak en de man die ervan droomde een islamitisch kalifaat te stichten.

Enz

In 1996 won Warrick ook een Pulitzer Prize voor onderzoek naar een corruptieschandaal in North Carolina, waar hij toen nog werkte voor The News&Observer. Grote varkenshouderijen (met wel 30.000 dieren) overtraden milieuregels, waarbij de autoriteiten werden omgekocht. De serie onthullingen werd nationaal nieuws, Warrick won zijn prijs en beleefde zijn doorbraak: hij kon aan de slag bij The Washington Post.

Giftige cocktail

De geschiedenis had anders kunnen lopen als de Amerikanen begin 2003 Zarqawi in zijn schuilplaats in de bergen hadden uitgeschakeld. In zijn boek beschrijft Warrick hoe een team CIA-agenten erin slaagde de terrorist en zijn mannen vanuit een nabijgelegen huisje maandenlang te observeren. Aan Washington meldden ze dat ze ‘een gouden kans’ hadden om met de gevaarlijke en ambitieuze organisatie af te rekenen.

Waarom sloeg de VS niet toe?
‘Als verslaggever heeft het me altijd verbaasd hoeveel dingen er anders hadden kunnen lopen. De CIA wist tot op de vierkante meter nauwkeurig waar Zarqawi zat. Maar de regering Bush greep niet in omdat ze bezig was de invasie van Irak voor te bereiden en dacht Zarqawi dan toch wel te pakken te kunnen nemen. Dat bleek alleen nog heel lang te duren.’

De leiders van Al-Qaida waren ingenieurs, Zarqawi was een straatvechter. In naam van Islam wilde hij niets anders dan moorden. 

Zou IS er nu zijn, als Zarqawi toen was omgekomen?
‘Ik geloof oprecht van niet, in ieder geval niet op de manier zoals we IS nu kennen. Na de Amerikaanse inval was het Zarqawi die de giftige cocktail mixte van opstandige Irakezen en gewelddadig jihadisme. Zarqawi belichaamt de ziel van IS. Waar de leiders van Al-Qaida ingenieurs en dokters waren met in hun verwrongen wereldbeeld nog enige ruimte voor rationaliteit, was Zarqawi een straatvechter. In naam van de islam wilde hij niets anders dan slachten en moorden.’

U beschrijft in een spectaculaire passage een achtervolging in 2005 die eindigde met de vondst van een auto met Zarqawi’s laptop. Daarop stond een video van een soort oorlogsberaad waar Zarqawi al spreekt over een kalifaat.
‘Opmerkelijk, toch? Niemand denkt aan hem als de Caliphate-guy, we kennen hem als “de sjeik van de slachters”. Maar nu weten we dat Zarqawi toen al het idee van een kalifaat pushte. Dat deed hij op een haast apocalyptische manier. Zarqawi geloofde dat zijn rol voorbeschikt was. Hij zag zichzelf misschien niet als de kalief, maar wel als de man die het zou laten gebeuren.’

Onder het puin vandaan

Ruim een jaar na de vondst van de video was het wel raak. Twee Amerikaanse F-16’s vuurden op 7 juni 2006 raketten af op Zarqawi’s schuilplaats. De jihadistenleider werd zwaargewond onder het puin vandaan gehaald en overleed twee uur later.

In de twee jaren die volgden, slaagden de Amerikanen erin Al-Qaida in Irak zo goed als uit te schakelen. Maar niet helemaal. Met de opstand die in 2010 in Syrië uitbrak, zagen de overgebleven leden van Zarqawi’s groep mogelijkheden om daar de strijd tegen ongelovigen voort te zetten. Het land leende zich er uitstekend voor omdat het in chaos was vervallen en er geen Amerikanen waren die ze, zoals in Irak, tot aan de poorten van de hel zouden achtervolgen.

Het idee van ‘sjeik Zarqawi’ om zo snel mogelijk een kalifaat te stichten, groeide uit tot het belangrijkste doel van de opnieuw opgeleefde beweging. Op 29 juni 2014 riep Abu Bakr al-Baghdadi daadwerkelijk het kalifaat uit. Baghdadi was emir geworden nadat in 2010 de nummer een en twee in de hiërarchie waren gedood.

Hoe valt voor u de vergelijking uit tussen Zarqawi en diens latere opvolger Baghdadi?
‘Baghdadi heeft een aantal eigenschappen die nu belangrijk zijn voor IS. Zijn familiestamboom zou terug te voeren zijn op de profeet Mohammed, hij is een geleerde die jarenlang aan de universiteit werkte en die kennis gebruikt om alle gruweldaden goed te praten. Onder zijn leiding heeft IS een infrastructuur opgebouwd. Het is een werkende machine die in staat was grondgebied te behouden en de bevolking te voorzien van melk en brood. Dus hij is een heel andere man dan de nauwelijks geletterde Zarqawi, die weliswaar koranpassages uit zijn hoofd leerde maar de helft van de tijd niet precies wist waar hij het over had. Toch is voor mij één ding zeker: anders dan in het geval van Zarqawi, zou IS ook hebben bestaan zonder Baghdadi. Baghdadi is niet cruciaal voor de evolutie van de beweging. Hij klom wel op het podium om het Kalifaat uit te roepen en zei daarna nog twee of drie dingen in het openbaar. Maar als leider is Baghdadi verder onzichtbaar. En dat suggereert toch wel dat hij niet zo belangrijk is of dat hij bang is zijn nek uit te steken.’

De kans om Zarqawi in een vroeg stadium uit te schakelen, werd getroffen door een veto van Bush. Maar ook president Obama miste de afgelopen jaren belangrijke kansen. Hij aarzelde lang om steun te verlenen aan de gematigde rebellen in Syrië.
‘Historici oordelen vrijwel unaniem dat de invasie van Irak in 2003 een grote fout was. Of dat ook geldt voor de vraag of Obama de gematigde krachten in Syrië eerder had moeten helpen, daarover zullen geschiedkundigen nog jarenlang debatteren.

Veel mensen bij de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in de VS, maar ook toenmalig minister van buitenlandse zaken Hillary Clinton, denken dat er een moment was waarop ze de burgeroorlog in Syrië met wat hulp tot een goed einde hadden kunnen brengen. Dan zou IS nooit tot deze proporties hebben kunnen uitgroeien. Ik vind dat wel een overtuigende redenering.’

Had het ooit gekund zonder de situatie te laten escaleren?
‘Als ze in het begin van de burgeroorlog snel een no-fly-zone hadden ingesteld om de troepen van de Syrische president Assad te hinderen, was het misschien goed gegaan. Maar van de andere kant heeft ook Obama een goed verhaal als hij zegt: toon mij één interventie die goed afliep. Kijk maar naar het huidige drama in Libië.’

Onthoofdingen kon je nog goedkeuren met de koran in de hand. Maar levend verbranden, gaat echt tegen alle islamitische regels in.

Het verbranden van de piloot

Het kalifaat is de afgelopen maanden veel van zijn grondgebied kwijtgeraakt. In Irak viel de belangrijke stad Fallujah, terwijl in Syrië de internationale coalitie, rebellengroepen én het leger van Assad de ‘hoofdstad’ Raqqa steeds verder insluiten.

Het lijkt een keerpunt. Maar volgens Warrick is de neergang van IS al eerder ingezet: met de op 3 februari 2015 vrijgegeven video van de gruwelijke executie van een Jordaanse piloot. De gevangengenomen Mu’ath al-Kasasbeh werd gehuld in een oranje overall en overgoten met benzine levend in een ijzeren kooi verbrand.

Foto: André Chung

Waarom was juist dat zo’n belangrijk moment? We zijn de afgelopen jaren toch overspoeld door de ene na de andere gruwelvideo?
‘Ik heb lang genoeg in de regio doorgebracht om dit met enig zelfvertrouwen te durven zeggen: onder soennitische moslims had IS flink wat fans. Vergeet niet dat er ook vanuit de Golfstaten grote sommen geld werden gestuurd. Niet iedereen vond de methoden van IS prettig. Maar het idee van een islamitische staat resoneerde met dat van veel Arabieren. Na het verbranden van de piloot vond er echter een verschuiving plaats. Ik merkte het in Jordanië, maar ook in nogal wat buurlanden. Daar was sprake van een massaal afgrijzen. Onthoofdingen kon je nog goedkeuren met de koran in de hand – in Saoedi Arabië gebeurt het zelfs van staatswege. Maar levend verbranden, gaat echt tegen alle islamitische regels in. Zeker nu het ook nog om een soenniet ging.’

U schrijft: ‘Alleen God straft met vuur.’
‘Ja, dat is een uitspraak van de groot-imam in Egypte, die de executie fel veroordeelde. IS heeft nog geprobeerd de verbranding met een soort theologische jiujitsu te rechtvaardigen door te zeggen dat de piloot met zijn bommen ook mensen had verbrand. Maar over dat taboe konden veel mensen niet heenstappen. In de meest recente peilingen in het Midden-Oosten is het gevoel over IS nu uitermate negatief.’

Onlangs verscheen opnieuw een filmpje online van de ontvoerde Britse journalist John Cantlie. Slecht gemonteerd en rommelig in plaats van de gelikte producties die IS eerder maakte. Is dat een teken aan de wand?
‘Dat denk ik wel. Leden van IS klagen ook dat hun twitteraccounts zijn geblokkeerd. En sinds de bombardementen van de olievelden behelpen ze zich met heel primitieve processen om de olie te raffineren.’

Onlangs ontsnapte de Nederlandse Laura Hansen uit het kalifaat. Ze sprak over een hel waarin ze leefde.
‘IS heeft de mythe gecreëerd dat het een heilige islamitische staat opbouwt. Dit soort verhalen uit het kalifaat doen IS pijn. Iedereen kan nu zien dat het gewoon boeven zijn.’

Denkt u dat het einde van het kalifaat nabij is?
‘Het kalifaat in Syrië en Irak zal op den duur verdwijnen. Maar IS heeft krachten ontketend die we niet mogen onderschatten. Waar bij Al-Qaida de organisatie zelf haar moordplannen maakte en door eigen mensen liet uitvoeren, is dat nu heel anders. Overal – van de Filippijnen tot Frankrijk – blazen achtergestelde jonge mensen zichzelf in winkelcentra op in naam van IS. Daar heb je geen speciale training of papieren voor nodig. Je hoeft zelfs niet in contact te staan met IS. Dat bleek maar weer in Nice, waar de dader niet meer was dan een kleine crimineel. Een drinker zonder enige geschiedenis van religieus radicalisme die zonder ingewikkelde explosieven dood en verderf zaaide.’

Lijken dat soort daders ergens niet op Zarqawi?
‘Jazeker. Zarqawi is daarvoor het prototype. Hij is de essentie van IS. Zarqawi was een stout kind, van jongs af aan al enorm gewelddadig. En toen kwam de religie als excuus om al die verschrikkelijke dingen te blijven uithalen. Net zoals we zien bij mensen in Europa die zich nu aangetrokken voelen door IS.’

Houdt het dan nooit op?
‘In het beste scenario zal het kalifaat worden ontmanteld en zullen de overgebleven leiders over de wereld worden verspreid zonder de mogelijkheden fondsen te werven en aanslagen te plannen. Maar dan nog: er zullen nog lang aanhangers van het idee blijven die al hun energie en woede loslaten op de wereld. In onze westerse samenlevingen zijn er duizenden en duizenden van dit soort mensen. Ze zijn onvoorspelbaar. Als ze het idee krijgen om slachtoffers te maken en ze een wapen in handen krijgen – en dat kan dus gewoon een vrachtwagen zijn – kun je ze haast niet stoppen.’

Dat klinkt allesbehalve hoopvol.
‘We zullen in elk geval moeten wennen aan meer veiligheidsmaatregelen in ons leven. Maar ik wil ook weer niet té somber zijn. Volgens mij zijn er ook redenen voor hoop. Ja, de ondergang van het kalifaat zal leiden tot wraakacties zonder enige terughoudendheid. Maar met het verdwijnen van een reëel bestaande islamitische staat zal de organisatie uiteindelijk zijn belangrijkste aantrekkingskracht kwijt zijn. Van IS zal dan niet meer overblijven dan een marginaal opererende terroristische organisatie die in de loop van de tijd steeds zwakker wordt. Net zoals met Al-Qaida gebeurde na het verlies van zijn vrijhaven in Afghanistan.’

Joby Warrick, ‘Zwarte vlaggen. De opkomst van IS’, vertaling Alexandra van Raab van Canstein, Tijmen Roozenboom en Carla Zijlemaker, Querido, 400 p., € 21,99