Op 20 november, een donderdag, stond ik vroeg op; ik wandelde op mijn gemak naar het Rode Plein en stond even later bij de Alexandertuinen, aan de voet van het Kremlin, turend door de spijlen van het majestueuze hek. Er lag nog geen sneeuw; wel was het koud. De erewacht paradeerde, met muisgrijze bontmutsen op. Hoogwaardigheidsbekleders; patriarch Kirill. Ook was er wat volk opgetrommeld. Er klonk fijne muziek van het leger, zou Reve zeggen. Daar verscheen Poetin. Hij kwam me in zijn zwarte demi-longue jas ieler voor dan ooit.
Even later viel een zijdeachtig, rozerood doek naar beneden en werd tsaar Alexander I op een granieten sokkel onthuld. Naar hem zijn de beroemde tuinen vernoemd. Zijn standbeeld was een van de eerste die in het revolutionaire vuur van 1917 sneuvelden. Poetin begon te spreken. Hij memoreerde de verdiensten van de tsaar, als de monarch die tweehonderd jaar geleden Napoleon overwon. ‘Toen werden de voorwaarden gecreëerd voor de zogeheten “balans” in Europa,’ galmde de stem van de Kremlinleider over de kale gazons. ‘Niet alleen gebaseerd op wederzijds respect voor de belangen van de verschillende landen, maar eveneens stoelend op morele waarden.’ Vervolgens liep de patriarch met een wijwaterkwast toe op de klomp uitgehouwen marmer en besprenkelde die. Zoals ook tanks, nucleaire onderzeeërs en naar het front vertrekkende Russische soldaten onder de autocraat Poetin de zegen krijgen van de Russisch-orthodoxe kerk. God, de leider en het vaderland.
Ruslands versie van de waarheid
Alleen al door in Rusland te wonen voel ik me soms een collaborateur. Sommige van mijn Nederlandse vrienden verwachten van mij dat ik afstand neem van wat hier gebeurt, me uitspreek, partij kies, kortom: engagement toon. Ze verwijzen dan naar een gelauwerd schrijver als Michail Sjisjkin – auteur van onder andere Onvoltooide liefdesbrieven en Venushaar – die afwisselend in Rusland en Zwitserland woont en vindt dat een auteur niet kan zwijgen. ‘Ik voel me net een Duitse schrijver in de jaren dertig: hopeloos. Onze boeken kunnen de oorlog niet tegenhouden. We kunnen alleen toezien hoe de massa’s hun Führer achternalopen, regelrecht de catastrofe in,’ zei hij onlangs in NRC Handelsblad. Naast romancier ben ik correspondent. Tegen de klippen op probeer ik ook gewoon ‘verslag’ te doen. Wekenlang reed ik in een Lada door Oost-Oekraïne, langs de ‘blokposten’ in de omgeving van Donetsk met stadjes als Kramatorks, Gorlovka en Slovjansk, bevolkt door vaak beschonken testosteron-apen met kalasjnikovs, kapmessen en gore taal, zowel aan de kant van de pro-Russische rebellen als aan die van het Oekraïense regeringsleger. Totdat ik er letterlijk misselijk van werd.
Bedrijf je dit journalistieke handwerk, dan is het af en toe onmogelijk om te ontkomen aan min of meer overkoepelende inzichten. Ik herhaal hier een overpeinzing die ik afgelopen juli had in de trein van Charkov naar Kiev. Drie dagen na de tragedie met de MH17. Doelend op de clan in en rond het Kremlin, naar wie de wereld meteen wees als de (direct of indirect) schuldige aan de vliegramp, schreef ik in VN: ‘Hoe lang konden zij hun schizofrenie nog aan? Meezingen in het Poetin-oratorium, in vitriool gedoopte woorden wegzingend over het perfide Westen, waar ze tegelijkertijd hun familie, geld en andere zaken hadden ondergebracht. Zou het kantelpunt komen als hun zakelijke belangen werkelijk, door nog draconischere westerse sancties, werden bedreigd? Of door iets anders? Scheurde het systeem uiteindelijk niet altijd van binnenuit? Zoals in de DDR en de Sovjet-Unie? Of was men desnoods bereid tot een Russische Untergang?’
We zijn nu ruim vijf maanden verder. Bovenstaande is nog even actueel. Misschien nog wel actueler. De catastrofe met de MH17 was het ultieme dieptepunt van wat toen al een annus horribilis was, dat begon met de Maidan-revolutie tegen het verrotte regime van Viktor Janoekovitsj in Kiev, gevolgd door Ruslands annexatie van de Krim en het bloedige slagveld tussen de pro-Russische separatisten en het regeringsleger in Oost-Oekraïne.
Kleptocratie
Poetin gaat intussen, uiterlijk onaangedaan, op de ingeslagen weg voort; terwijl de laatste bolwerken van de vrije pers worden opgeruimd – de krant Vedomosti staat op de nominatie, gevolgd door het radiostation Echo Moskvi en tv-kanaal Dozd, terwijl buitenlandse mediabedrijven door nieuwe draconische wetgeving simpelweg van de markt zullen worden weggevaagd – heeft het Kremlin ruim 120 miljoen euro uitgetrokken om met het mediavehikel Spoetnik Ruslands versie van de waarheid over de wereld uit te stralen. In het Duits, Frans, Engels en zevenentwintig andere talen. Voorts lijken de laatste uren geslagen voor Memorial, dat de herdenking van de slachtoffers van de Stalin-terreur levend houdt.
Bij de recente festiviteiten ter herdenking van de val van de Berlijnse Muur in 1989 schaarde de voormalige Sovjetleider Michail Gorbatsjov zich volledig achter Poetins buitenlandpolitiek. Hij verklaarde dat het Westen destijds in elk geval de geest van de overeengekomen akkoorden schond door de NAVO uit te breiden naar het oosten. Intussen flirt Poetin met populistisch-rechts in Europa. Nadat een Russische bank onlangs een miljoenenkrediet verstrekte aan het Front National van Poetin-bewonderaarster Marie le Pen wordt nu Matteo Salvini, kopstuk van de Italiaanse Lega Nord, door Moskou gepaaid. Ze delen allen hun obsessie met conservatieve morele waarden die geen ruimte laten voor seksuele verdorvenheden als homoseksualiteit. Want het protest in Holland mag dan vrijwel zijn verstomd, de omstreden Russische antihomowet die vorig jaar in de aanloop naar de Olympische Winterspelen in Sotsji zoveel vaderlandse pennen in beweging bracht, geldt nog steeds. ‘Moeten we soms weer wachten tot het WK-voetbal van 2018?’ merkte een lesbische vriendin van me in Petersburg cynisch op. ‘Jullie zogenaamde protesten zijn puur voor binnenlands gebruik.’
Mijn leven in Rusland maakt voor mij de aanhang voor Hitler en Mussolini, in retrospectief, alsnog begrijpelijk
Het Kremlin probeert een wig te drijven in het eenheidsfront tegen Rusland waartoe de Duitse bondskanselier Angela Merkel opriep nadat ze – 36 telefoontjes en urenlange gesprekken met Poetin verder – de hoop op een doorbraak in de Oekraïne-crisis feitelijk opgaf. ‘Hij straalde kilte uit,’ kenschetste een onderhandelaar uit het team van Merkel, na gesprekken op de G20-top vorige maand in het Australische Brisbane. ‘Poetin heeft zichzelf ingegraven en kan er niet meer uit.’ Het Westen staat een internationale rechtsorde voor gebaseerd op principes en verdragen uit de vorige eeuw, die niet alleen zijn voortgekomen uit de twee wereldbranden maar die deze in de toekomst ook willen voorkomen.
Poetins imperiale geest, evenwel, lijkt te laveren tussen de hoogtijdagen van de USSR en de negentiende eeuw. ‘Het tijdperk van Alexander I was het tijdperk van Ruslands wedergeboorte en consolidatie,’ oreerde hij vol pathos vlak na de onthulling van het standbeeld, terwijl het baardige hoofd van patriarch Kirill de gehele tijd goedkeurend knikte. De ‘tsaar overwinnaar’ had op het door de Oostenrijker Von Metternich geleide Weense Congres in 1814 een belangrijke stem, toen de kaart van het oude Europa opnieuw werd verdeeld. Zijn Poetin en de zijnen, in hun rancuneuze patriottisme, uit de kast gehaald om de Russische kleptocratie te consolideren, uiteindelijk hierop uit? Niet alleen voor Oekraïne, Georgië en Moldavië, maar ook voor de Baltische landen is er dan alle reden tot zorg. Tegelijkertijd zullen zij in het Westen die al maanden bepleiten dat Oekraïne ook militair moet worden gesteund in de strijd tegen de separatisten en het Russische expansionisme, zich een vraag moeten stellen. Namelijk deze: of ze bereid zijn hun kinderen – nu nog op school, studerend of backpackend door Australië – op een dag naar de Russische en Oekraïense slagvelden te sturen, waar het, zoals we uit de wereldliteratuur weten, zeer beroerd sneuvelen is.

In het hierboven aangehaalde interview met Sjisjkin vertelde de schrijver dat volgens hem zeker de helft van de honderdduizenden demonstranten die in 2011 en 2012 in Moskou de straat opgingen tegen de vervalste parlements- en presidentsverkiezingen (‘Ik heb deelgenomen aan wat ik de derde burgerlijke revolutie in de geschiedenis noem, na die van 1917 en de perestrojka, maar we kregen een grote grijze kont in ons gezicht geduwd’) is geëmigreerd.
De rekening van de westerse boycot
Het zou kunnen, maar de succesauteur heeft dan wel een zeer speciale en vooral kapitaalkrachtige kennissenkring. Ik was er destijds ook bij, in het ijzig koude revolterende Moskou. En in het voorjaar van 2012, toen Poetin voor de derde keer werd ingehuldigd en moederziel alleen in zijn gepantserde limousine door de angstig stille, gebarricadeerde straten van de hoofdstad op weg was naar het Kremlin, uit vrees voor de toorn van het volk. De dag ervoor waren op het Moerasplein mensen opgepakt, van wie sommigen nu nog steeds vastzitten. Maar van mijn kennissen, die eveneens met spandoeken liepen tegen de corruptie, tegen de onderdrukking van de oppositie en de mensrechtenorganisaties, is iedereen hier nog steeds. In Rusland. Ze kunnen niet zomaar vertrekken; ze hebben geen geld, geen mogelijkheden. Zoals mijn Russische schoonfamilie, fel anti-Poetin.
Het leven van mijn zwager Aleksej is door de westerse boycot van Rusland, als straf voor de annexatie van de Krim en de militaire inmenging in de Donbass, volkomen geruïneerd. Zijn importhandeltje in glycerine en voedingsbestanddelen, waarmee hij met zestig uur werken in de week na jaren eindelijk een kleine 1700 euro in de maand verdiende, is failliet. ‘Met veel van de Ruslandcritici in het Westen ben ik het eens,’ zegt hij, op zijn nogal armoedige tweekamerflatje op het Vasilius-eiland in Petersburg. ‘Alleen is er tussen hen en mij één verschil: zij presenteren, op juridische of morele gronden, de rekening aan Rusland. Maar het zijn de gewone mensen zoals ik die deze nu kunnen betalen.’
Veel privépersonen en banken kunnen geen kredieten meer krijgen in het Westen. Door de lage olieprijs loopt het Kremlin komend jaar zeker honderd miljard euro aan inkomsten mis, terwijl de roebel almaar keldert en inflatie en massale kapitaalvlucht het land teisteren. Russen en buitenlanders die ik in Moskou spreek, zeggen dit: alles staat stil. Anderen, vooral zij die opereren in het grijze circuit, zien juist mogelijkheden. De elite rond Poetin heeft intussen nog altijd amper te lijden. Sommigen van hen mogen door de sancties nu (even) niet naar Europa en de VS. Maar de wereld is groot. Ze hebben hun genietingen verschoven naar de Verenigde Arabische Emiraten, naar Venezuela, Cuba, Vietnam, China en Thailand. Mijn zwager, eind veertig, kampt vanwege de Europese boycot met schulden. Samen met zijn zoon Dima (24) verhuurt hij zich nu als matroos. Hij droomt ervan opnieuw een eigen business op te zetten; het liefst iets met boten. ‘Ik zou met mijn gezin wel naar Letland willen verhuizen. Maar hoe?’ En er zijn miljoenen Russen zoals hij.
Zij die nooit in een autocratie hebben gewoond, met de constante stroom aan propaganda, kunnen zich amper voorstellen hoezeer dat invreet op een heel volk
Toen ik onlangs in een Moskous café bij toeval Maria Baronova tegenkwam, zat ik feitelijk tegenover het failliet van wat ooit het Russische straatprotest was. De hoogblonde Baronova, dertig, is internationaal minder bekend dan de dames van Pussy Riot, maar was destijds wel een spil in de opstand. Baronova was een van de demonstranten die uit de menigte van ruim zeventigduizend mensen werd gepikt en te maken kreeg met ronduit neostalinistische methoden. Nadat haar appartement door veiligheidsagenten was binnengevallen, zat ze anderhalf jaar onder ‘stadsarrest’. Haar huwelijk liep op de klippen; nu woont ze met haar zoontje in bij een Moskouse vriendin. Ze kwam op mij, hoewel wijn drinkend en goedlachs, ronduit gedesillusioneerd over. Zowel over Poetins Rusland als over het Westen. Ze was kwaad dat zij, die voor het verdedigen van ‘westerse waarden’ haar vrijheid had geriskeerd, geen visum kreeg voor Frankrijk, omdat ze in Rusland vanwege haar protesten een strafblad heeft. ‘Wat een hypocrisie. Ik heb genoeg gedaan om dit land te veranderen. Ik kies nu voor mijn leven.’
In het stadje Aleksin, drie kwartier rijden van Tolstojs vroegere landgoed Jasnaja Poljana, stijgen de fabrieksrookpluimen naar de winterhemel. In zijn gifgroene Hyundai Tiburon sportcoupé steelt de 29-jarige horeca-ondernemer Konstantin Koerkov de show tussen de Middeleeuwse uienkoepels. Maar voor de meiden uit het stadje, omgeven door oneindige winterbossen, heeft hij nu geen tijd. Hij is nerveus. Er is paniek in de tent. Uit Moskou komt de onheilstijding dat een kwart van de restaurants binnenkort zal moeten sluiten. En dat is nu juist zijn branche. Alhoewel niet in de hoofdstad, maar hier in de provincie. ‘Die crisis dreigt ons nu de kop te gaan kosten. En dat komt door jullie. Maar wij staan volledig achter onze president, achter Poetin! Waarom laten jullie je in Europa zo onderdrukken door die Amerikanen? Ik weet ook wel dat Obama de Europese Unie die boycot van ons land heeft opgedrongen. Het Witte Huis en de CIA zijn erop uit om Rusland te vernietigen. En jullie zijn te zwak en te laf om weerstand te bieden aan de alleenheerschappij van de Verenigde Staten. Maar wij zullen ons niet laten vermorzelen. Poetin richt zich nu terecht op China.’
Ondanks een polshorloge als een meterkast en een sportstuur in een foedraal van slangenleer is Koerkov geen proleet; eerder goedhartig. Voor hem bestaat het buitenland uit de stranden en de hotels van Turkije en Egypte. Vroeger had hij de wens om ook ‘Europa’ te zien; maar niet langer. Europa gaat ten onder aan decadentie, verval en agressie tegen Rusland. ‘Was de uitbreiding van de NAVO naar het oosten niet genoeg? Waarom moeten jullie met alle geweld ook Oekraïne er nog bij hebben? Wij Russen zijn met de Oekraïners en de Wit-Russen eigenlijk één volk. Waarom willen jullie dat niet erkennen?’ De NAVO-bombardementen eind jaren negentig op Kosovo, gaat Koerkov verder, heeft Rusland het Westen nooit vergeven. Een schoffering van hun Servische bloedbroeders! Dus Kosovo mag wel onafhankelijk worden en de Krim en Oost-Oekraïne niet? Hypocriet!
‘Ik wil dat je hier met de mensen spreekt. Met de stakkers die door de fascisten in Kiev zijn weggebombardeerd uit hun huizen’
De taal die hij bezigt is letterlijk de taal die je hoort op het Eerste Russische tv-kanaal. Dag in dag uit. Zij die nooit in een autocratie hebben gewoond, met de constante stroom aan propaganda, kunnen zich amper voorstellen hoezeer dat invreet op een heel volk. Ik vroeger ook niet. Maar mijn leven in Rusland maakt voor mij de aanhang voor Hitler en Mussolini, in retrospectief, alsnog begrijpelijk.
We houden stil voor het tussen woudreuzen gelegen vakantiepark waar Koerkov de laatste hand legt aan een restaurant. Thema: Duitse keuken. Het moet vooral mensen vanuit de stad gaan trekken, van buiten het kamp. Er is zelfs een huisbrouwerij besteld, met een capaciteit van driehonderd liter bier per dag. ‘Een dollar winst op een liter maak je met gemak. Dat is een miljoen dollar winst per jaar – alleen op bier. Dat kan alleen in Rusland.’ Of liever: dat kon, want omdat de investering voor het restaurant was gecalculeerd op een dollarkoers van 32 roebel – en niet van ruim vijftig – moet het businessplan nu drastisch worden bijgesteld.

De bestelling van de minibrouwerij in Duitsland is geannuleerd. De apparatuur wordt nu geleverd uit China. Het schofterige gedrag van Europa tegenover Rusland zal iedereen daar op een dag, aldus Koerkov, nog eens bezuren. Zijn zakenpartner is Sergej Antropov, een entrepreneur en Poetinfanaat van rond de veertig, voormalige worstelaar en bokser. ‘Ik spreek en lees goed Engels,’ benaderde hij me op een dag in Moskou via de telefoon, na tussenkomst van een wederzijdse kennis. ‘Ik weet wat voor leugens The New York Times over Rusland schrijft. Allemaal Joden, op de payroll van de CIA! Maar men heeft me verteld dat je te vertrouwen bent. Zeg, je bent toch wel te vertrouwen?’
Antropov is de eigenaar van het park met de (voor midden-Rusland) nogal vreemde benaming Zapoljarnij, dat ‘Voorbij de Pool’ betekent. Hij kocht het uit de Brezjnjev-periode stammende complex een paar jaar geleden voor een appel en een ei (‘een paar miljoen dollar’) van Severstal, het staalbedrijf van oligarch Aleksej Mordasjov, die het niet meer in zijn portefeuille vond passen. Over de telefoon had Antropov me meteen verteld waarom hij wilde dat ik kwam: sinds twee maanden herbergt hij negenhonderd vluchtelingen uit Oost-Oekraïne in zijn vakantiecomplex. ‘Dat is het rotte van jullie in het Westen. Voor jullie is het ene leven alles waard en het andere niets. Ik wil dat je hier met de mensen spreekt. Met de stakkers die door de fascisten in Kiev zijn weggebombardeerd uit hun huizen. En dat je dat dan eerlijk opschrijft.’
Lucratieve handel
De eerste middag en avond krijg ik geen vluchteling te zien; om kennis te maken met de staf van het park verblijven we vooral buiten het park, in een restaurant met luide muziek en een trap, bekleed met roze tapijt en lichtjes, die leidt naar een sauna op de tweede verdieping. Er wordt gedronken; veel getoost. Tussendoor verdwijnen mannen met meisjes de trap op en verneem ik dat de opvang van vluchtelingen (‘De gouverneur van Toela is natuurlijk onze beste vriend’) een zeer lucratieve handel is. Het gaat om vele miljoenen roebels per week.
‘Wij Russen zijn nog bereid om voor een idee te sterven,’ oreert Antropov, terwijl hij een glas omhoog houdt. ‘De Krim is van ons! De Krim is van ons! Krim Nasj! En onze mensen in de Donbass zullen we nooit laten stikken. Op Rusland! Op Poetin!’
‘Op Rusland! Op Poetin!’ Zijn staf valt hem unisono bij.
De volgende morgen moeten de beide partners plots naar Moskou. Voor zaken. Ze verdwijnen in de fonkelnieuwe zwarte Porsche van Antropov en geven mij de vrije hand. Zolang ik maar niet lieg. Ik wandel tussen de barakachtige woonblokken; aan de bomen hangt wasgoed te drogen. Overal duiken hevig vervallen parafernalia op uit de Sovjettijd; standbeelden, kinderspeelplaatsjes, schommels. De mensen die er lopen zijn Oekraïense vluchtelingen. Veel gezinnen met kinderen. Ze hebben de plaats ingenomen van de stadsjeugd die hier de afgelopen zomermaanden op de typisch collectieve wijze van de USSR vakantie heeft gevierd, met gezonde boslucht, ontspanning op de sportvelden en in het uitgewoonde binnenzwembad.
Foto Pieter WaterdrinkerEen jongeman in militair camouflagepak stapt uit een wachthuisje op me toe. Hij heeft me eerder zien lopen met de kampleiding. Thee? Binnen, in een warm gestookt hok met een britsachtig bed, doet hij een waterkoker aan en vertelt dat ook hij een vluchteling uit Oekraïne is. Hij heeft geluk, want ze hebben hem hier meteen dit baantje gegeven. Vroeger was hij chemisch laborant. Zijn naam is Vasili Koenitsa. Hij komt uit Gorlovka. Ben ik daar geweest? Werkelijk? Dan weet ik ook dat het er de hele zomer granaten heeft geregend. Op 23 juli sloeg ’s avonds een mortiergranaat in op vijftig meter van zijn slaapkamerraam. Nog dezelfde nacht pakte hij zijn spullen en vluchtte met zijn vrouw en dochtertje van één. Via de Krim belandde hij uiteindelijk hier in Rusland. ‘Porosjenko bombardeert zijn eigen bevolking. En wat doet het Westen? Applaudisseren! Maar weet u wat? Toen ze daar in Kiev op de Maidan stonden en Janoekovitsj werd verdreven, hebben ze mij en miljoenen anderen zoals ik nooit wat gevraagd. Janoekovitsj was een dief, een schoft. Maar de nieuwe door het Westen gesteunde regering in Kiev erken ik niet. Oekraïne is voorgoed opgedeeld, verloren.’
Op weg naar de catastrofe
Het Duitse restaurant van de heren Koerkin en Antropov is bijna klaar; vlak ernaast is de Stolovaja, de in een soort barak ondergebrachte kantine van het kamp waar ’s zomers de kinderen en nu de vluchtelingen te eten krijgen volgens een strak, kazerneachtig schema. Een groter contrast is nauwelijks denkbaar. Terwijl in het restaurant (dat op Oudejaarsavond open moet zijn) naast het eigen bierbrouwsel Franse wijn van vierhonderd dollar per fles kan worden besteld, heerst hier – op minder dan een steenworp afstand – nog de Sovjet-Unie. Vrouwen in blauwe schorten en met koksmutsen op scheppen kleffe puree uit grote pannen op de borden; voor iedereen is er één bordje sla en één vleesschijf. Er is uitsluitend hete thee te drinken. Alcohol zowel als roken op het kamp is voor de vluchtelingen verboden.
‘Toch zijn we dankbaar dat we hier zijn, Poetin heeft ons gered,’ zegt Olga Arakilan even later in woonblok nummer 3, waar ze samen met haar man en vier kinderen – twee dochters, twee zonen – op achttien vierkante meter zijn ondergebracht. ‘We zijn hier nu een maand, maar willen voortaan in Rusland blijven.’ Ook zij vertelt van de verschrikkingen van het Oekraïense regeringsleger. Haar dorpje nabij Donetsk werd tijdens een aanval van Kiev op de separatisten van de zelfuitgeroepen Volksrepubliek Donetsk bijna volledig verwoest. ‘Op een avond schuilden we in de kelder. Boven ons hoofd hoorden we voetstappen van Oekraïense soldaten. En toen een stem: “Waar zijn de wijven? Ze hadden me blyad, alle hoeren nog aan toe, beloofd dat hier lekkere jonge wijven waren.”’ Olga kijk haar man Alexander stilletjes aan. Beiden zijn van Armeense komaf maar hebben hun leven lang in Oost-Oekraïne gewoond. En ze zegt: ‘We hebben twee mooie dochters van zestien en achttien. De schoften waren gekomen om ze te verkrachten.’

Als ik me ’s avonds in het oude centrum van de stad Aleksin begeef, passeer ik een lokaal waarin een paar honderd jongeren bijeen zitten. Een grote wit-blauw-rode Russische vlag hangt als een vaandel gedrapeerd aan de muur. Levende muziek. Het is een bijeenkomst van de Poetinpartij Verenigd Rusland. Er wordt gezongen en gedronken. De jongens ogen welvarend, de meisjes ook. Voor de meesten van hen zijn mijn vrienden in Moskou, het handjevol mensen dat zich nog druk maakt over het verdwijnen van de laatste restjes vrijheden, vijanden. Niet omdat ze elkaar meteen zouden haten als ze elkaar zouden tegenkomen, maar omdat propaganda nu eenmaal zo werkt. Straatkinderen drukken hun neus tegen het koude glas en turen naar binnen, als helden uit een roman van Dickens voor een bakkerswinkel. Op dat moment belt Sergej Antropov. Hij is nog in Moskou. Hoe is het gegaan? Goed? ‘En je gaat nu toch wel de waarheid opschrijven, hè? Dat de ogen daar in het Westen eens open gaan…’
Boven mij is de hemel hoog, met miljarden sterren. Binnen gaat het feesten door. Een stelletje komt naar buiten vallen, dronken, in hevige omstrengeling. Even verderop wordt door een waggelende schim met veel gevloek gekotst. De geparkeerde auto’s op de stoep zijn duur en glanzend. Had ik hier uitzicht op het begin van de ondergang, zoals sommigen deze ook reeds zagen in de Bierstubes van de jaren dertig in Berlijn? Collectief op weg naar de catastrofe? Sjisjkin, met zijn impliciete verwijzing naar Hitler-Duitsland, laat er weinig twijfel over bestaan. Ook andere schrijvers en historici trekken steeds vaker de parallel. Vladimir Poetin is intussen een mens, de mens is sterfelijk en volgens de eeuwenoude logica van het syllogisme zal hij op een dag verdwijnen. De vraag is niet zozeer wanneer maar hoe. Zal hij uiteindelijk doven, als een nat geworden rotje, of in de kruitdampen van een vuurwerkspektakel zoals binnenkort in de straat van de Chinees bij u om de hoek? Het laatste is heel goed mogelijk, het eerste valt te hopen. Maar niemand die het weet.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.