Ooit was staatssecretaris van Volksgezondheid Martin van Rijn voor het kabinet een rustige rots in de branding. Nu eisen de slapeloze nachten rond de pgb-perikelen hun tol.
Aan Martin van Rijn is te zien wat hem overkomt. Toen de PvdA-staatssecretaris tweeënhalf jaar geleden aantrad om de hervormingen in de zorg te leiden, stond daar een man die tegen een stootje kon. Soeverein verdedigde hij zich in Kamerdebatten tegen schimpscheuten van de oppositie die en masse riep dat de enorme decentralisatieoperatie van jeugdzorg en langdurige zorg uit de hand zou gaan lopen. De coalitiepartijen liepen met hem weg. Hier en daar zag men hem zelfs als informele leider van het PvdA-smaldeel in het kabinet. ‘Hij praat over alles mee, en hij is zo rustig en verstandig,’ oordeelde een insider rond de regering.
Wie Van Rijn nu in de Kamer ziet optreden, ontwaart een andere man. Als gevolg van de hervormingen in de zorg moesten ook de Persoonsgebonden Budgetten (pgb’s) op de schop, maar de uitvoering daarvan stuit op enorme problemen. Tal van mensen kregen plotseling geen geld meer voor noodzakelijke zorg. Hoezeer Van Rijn de Kamer ook bezwoer dat het goed kwam, telkens doken er weer schrijnende gevallen op waaruit leek te blijken dat het helemaal niet goed aan het komen was. Van Rijn bleef rustig uitleggen wat hij allemaal aan de problemen deed. Maar langzaam verscheen ook wanhoop in de ogen van de staatssecretaris. Je kunt haast aan hem zien dat hij zich afvraagt of zijn boodschap nog wel aankomt.
Wat je vermoedelijk ook ziet is het chronische slaapgebrek dat de staatssecretaris parten moet spelen. Volgens premier Rutte is Van Rijn continu met de problemen bezig, tot aan de individuele dossiers toe. Daar is hij niet voor ingehuurd, maar kennelijk zijn de zaken zo ingewikkeld dat de oud-topambtenaar het niet langer alleen aan zijn ambtenaren durft over te laten. De ministeriële verantwoordelijkheid neemt Van Rijn wel erg letterlijk.
Donderdag houdt de Kamer het uitgestelde debat over de problemen met de pgb’s. Voor Van Rijn is het er opnieuw erop of eronder. Vermoedelijk is hij de steun van de ‘constructieve oppositie’ (D66, ChristenUnie, SGP) kwijt, maar zal de coalitie hem niet laten vallen omdat de decentralisaties te cruciaal zijn voor dit kabinet. Toch zullen PvdA en VVD wel moeten oppassen dat er deze week niemand ziek, zwak of misselijk is. Na eerdere afsplitsingen beschikt de coalitie met 76 zetels over de kleinst mogelijke meerderheid. Een of twee wegblijvers kunnen het lot van Martin van Rijn bezegelen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.