Het morgen gepresenteerde rapport over de sluiting van Utrechtse bordelen toont opnieuw aan: de discussie over prostitutie is een moreel mijnenveld.

De gemeente Utrecht heeft in 2013 ‘onverantwoord’, ‘ongefundeerd’ en ‘overhaast’ de bordelen aan het Zandpad gesloten, vanuit de – verkeerde – premisse dat prostitutie gelijk staat aan mensenhandel. Daar zijn de hoeren de dupe van geworden. Dat concluderen onderzoekers van de Universiteit Utrecht in een morgen gepresenteerd rapport. De auteurs interviewden dertig sekswerkers (van de ruim 700 raamprostituees die er bij sluiting waren geregistreerd) en dertien klanten, bezochten hulpverleners, bestuurders, politiemensen, seksinrichtingen, politieke bijeenkomsten en demonstraties.

Ragfijn onderscheid
De titel van het onderzoek geeft de eindconclusie al meteen weg: Bordelen sluiten is de ogen sluiten. ‘Wie een negatief waardeoordeel over prostitutie heeft, kan moeilijk geloven dat er sekswerkers bestaan die vrijwillig in de prostitutie werken,’ stellen criminologe Dina Siegel en haar co-auteurs in de inleiding. ‘Zo wordt het onderscheid tussen mensenhandel en prostitutie ragfijn. Is het überhaupt mogelijk een positief, of zelfs neutraal beeld van sekswerkers te hebben in onze maatschappij anno 2015?’

Sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000 staan de verhoudingen tussen voor- en tegenstanders op scherp. De bedoeling van de nieuwe wetgeving was om prostitutie uit het illegale circuit te halen en zicht te krijgen op de branche, zodoende dwang en misbruik beter te kunnen bestrijden. Maar sinds enkele jaren is de teneur dat die missie niet is geslaagd.

Met name door de gruwelijke details uit het strafonderzoek Sneep (mensenhandel op met name de Amsterdamse Wallen), wordt prostitutie geassocieerd met criminaliteit en staat de legale status van sekswerkers ter discussie. In dat debat staan voor- en tegenstanders steeds vaker lijnrecht tegenover elkaar, zonder naar elkaar te luisteren.

‘De burgemeester heeft ons beloofd dat de vrouwen ter compensatie iets zullen krijgen, maar niemand heeft iets gekregen’

Het kamp van critici bestaat uit een coalitie van bezorgde opsporingsambtenaren en politici die vooral wantoestanden in de sector ontwaren. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel veegt graag de vloer aan met het ‘romantische beeld’ van een beroepsgroep die louter zou bestaan uit mondige Nederlandse prostituees. Zij ziet vooral uitbuiting, machtsmisbruik en mensenhandel. Ze weet zich daarbij gesteund door burgemeesters als Eberhard van der Laan (Amsterdam) en Aleid Wolfsen (Utrecht), minister Lodewijk Asscher (ex-wethouder Amsterdam) en (ex)-Kamerleden als Myrthe Hilkens (PvdA) en Gert-Jan Segers (CU).

Ook Vrij Nederland-collega Elma Drayer fileerde onlangs het idee van de Happy Hooker (let op: Blendle-link, het stuk kost € 0.79). Sinds de afschaffing van het bordeelverbod geldt er volgens haar ‘een heilig onderscheid tussen onvrijwillige en vrijwillige prostitutie. Het eerste verdient bestrijding, het tweede is legaal. En wie er nu nog vraagtekens bij plaatst, belandt als vanzelf in het kamp der benepen moraalridders.’ Ze haalt de Zwitserse filosoof Peter Bieri aan die meent dat Nederland zou kunnen besluiten ‘dat je geen samenleving wilt zijn waarin het normaal is dat menselijke wezens als handelswaar in de etalage uitgestald staan.’

Dat de onderzoekers van de Universiteit Utrecht prostitutie anders benaderen, blijkt uit hun constatering dat ‘het idee dat sekswerk als “leuk” of aantrekkelijk opgevat kan worden voor vele hulpverleners, politie, gemeenteambtenaren en andere moral enterpreneurs ondenkbaar blijft.’

Dubbele agenda
Terug naar het Zandpad. Daar baseerde burgemeester Aleid Wolfsen zijn besluit om de bordelen in 2013 te sluiten, op aangetroffen wantoestanden en signalen van mensenhandel. Daarbij wezen hij en zijn ambtenaren veelvuldig op een zaak waarbij een zwangere vrouw verplicht moest doorwerken van haar pooier. Bij een andere prostituee werd een been gebroken. Volgens de politie waren er in Utrecht ‘ongeveer 700 opgestapelde signalen van mensenhandel, vergaard vanuit de verschillende bronnen, van Kamer van Koophandel tot de buren op het Zandpad en de vrouwen zelf.’

De prostituees die in het onderzoek van de Universiteit Utrecht aan het woord komen, betwijfelen die cijfers, die deels afkomstig zijn uit een geheim rapport. Bijna geen van de respondenten kon een concreet voorbeeld van gedwongen prostitutie geven. Ze hebben daarover alleen van de media of van de gemeenteambtenaren gehoord. De vrouwen vermoeden een dubbele agenda van het stadsbestuur dat de hoerenbuurt liever kwijt dan rijk is.

Volgens de auteurs zijn er maar een paar daadwerkelijk aantoonbare voorbeelden van mensenhandel in Utrecht en is de rest vooral gebaseerd op intuïtie van de politiemensen. De onderzoekers spreken van ‘zachte feiten’ en ‘onderbuikgevoelens’. En dat creëert volgens hen ‘morele paniek’ in het publieke debat over mensenhandel. ‘Schattingen, vermoedens en signalen aan de ene kant, en een beperkt aantal werkelijke slachtoffers van mensenhandel (tussen 4 en 8, volgens verschillende bronnen in de periode tussen 2000 – 2014) hebben het beeld en uiteindelijk de sluiting van de raamprostitutie in Utrecht bepaald.’

‘Ik ben gewoon een hoer en ik hou van mijn werk, het is een bedrijf, het is legaal’

De Utrechtse criminologen menen dat de gemeente op zoek is gegaan naar een ‘slechterik’ – in dit geval de exploitant – die misstanden mogelijk maakte. De sluiting is volgens hen ‘een voorbeeld van diep wantrouwen en angst, die tussen de verschillende maatschappelijke groepen (beleidmakers en actoren in seksbranche) zich ontwikkelden.’ Die giftige cocktail, die ‘morele paniek’, staat effectieve oplossingen in de weg ‘en brengt de sociale cohesie niet dichterbij’.

En dat is jammer, zeggen de prostituees, want het was goed toeven op het Zandpad. Er waren goede en heldere regels. Het was er veilig. Toch ging het slot er op. Tot frustratie van de vrouwen die er werkten. De ondervraagden zeiden bijna allemaal dat ze terug willen naar de Utrechtse locatie. ‘Het is niet te vergelijken met andere straten: centraal, veilig, goed geregeld, de fijnste plek in Nederland’, aldus een van hen. Een ander vat het zo samen: ‘Ik ben gewoon een hoer en ik hou van mijn werk, het is een bedrijf, het is legaal.’

Terugkeer lijkt een idee fixe en het beloofde (tijdelijke) alternatief voor het Zandpad laat op zich wachten. ‘De burgemeester heeft ons beloofd dat de vrouwen ter compensatie iets zullen krijgen,’ zegt een geïnterviewde prostituee, ‘maar niemand, niet eens Nederlandse vrouwen, heeft iets gekregen.’

Schrijnende gevallen
Na de sluiting waaierden de vrouwen uit. Waar bleven ze? Volgens de onderzoekers hebben de gemeente, politie en hulpverlenende instanties de Zandpadvrouwen uit het zicht verloren. ‘Ze hebben weinig tot helemaal geen informatie over de mobiliteit, huidige werkplaats en de omstandigheden waarin deze ongeveer 320 vrouwen zich bevinden.’ Het team van de Universiteit Utrecht volgde zelf dertig vrouwen die de Utrechtse locatie moesten verlaten. Hun bevindingen zijn somber stemmend. Sommige vrouwen zijn werkloos, anderen klagen over de arbeidsomstandigheden elders in het land of in het buitenland. Daar is de huur hoger, zijn hygiëne en veiligheid minder en de klanten botter. Ze maken langere werkdagen en moeten soms op verschillende locaties werken. Bij gebrek aan vergunde werkplekken kiezen vrouwen er voor om vanuit een hotel of vanuit huis te werken. Sommigen zijn na de sluiting in de financiële problemen gekomen. ‘De gemeente weet niet wat we mee maken,’ vertelt een respondent. ‘Ze hebben geen enkel idee hoe dat voelt… Ze hebben ons nooit gevraagd hoe het met ons gaat.’ Ze krijgt bijval van een hulpverlener, die zegt na de sluiting ‘steeds schrijnender gevallen’ te zien. ‘Soms zo schrijnend, daar zijn geen woorden voor’.

Een van de ondervraagde vrouwen zegt dat ze ziek is geworden en hartklachten heeft. Ze is in het ziekenhuis opgenomen. ‘De dokter denkt dat het gewoon allemaal stress is…Pijn, verdriet, stress, alles, verkeerd ademen.’ Een collega van wordt ’s nachts wakker met paniekaanvallen. ‘Het kan toch niet dat ineens alles, alle klanten niet meer komen? Alles is kapot. Ik wil mijn klanten terug.’ Ze waren sterke zakenvrouwen in hun eigen ogen zegt een van hen, maar daar is na de sluiting van het Zandpad weinig van over. ‘Stabiliteit, vrienden, sociale leven, mijn vriend, mijn geld, weg! Ik heb alles verloren. Alles, en alle vrouwen, niet alleen ik.’

Volgens het onderzoek zijn de Zandpadvrouwen dubbel gestigmatiseerd. ‘Niet alleen als “hoeren”, maar ook als degenen die met mensenhandel hadden te maken. Door de laatste stigma ervaren ze veel vijandigheid en argwaan van de kant van de lokale vrouwen en exploitanten in de andere steden en hebben moeite aan de nieuwe werkplek te komen.’ Het eindoordeel is dan ook niet mals. De criminologen spreken van een ‘mensenhandelhype’, waarbij ‘de overdreven en intensieve promotie van negatieve beelden van prostitutie’ er voor hebben gezorgd dat de problemen voor de vrouwen meer zijn geworden in plaats van minder. ‘Honderden sekswerkers, die niets met de mensenhandelproblematiek te maken hebben gehad, zijn slachtoffers geworden van onverantwoorde en haastige beleidsbeslissingen van de gemeente Utrecht om het Zandpad te sluiten.’