Bijna alle Duitse werklozen zijn uit de 
statistieken verdwenen. Daarvoor in de plaats kwamen lage lonen, 
verlies van 
arbeidsrechten en armoede. 
‘Jobwunder? Een sociale aardbeving!’

Wat moet het heerlijk voor Mark Rutte zijn geweest dat hij op 25 juni in Berlijn de gouden Ludwig Erhard-munt kreeg uitgereikt.

De onderscheiding, vernoemd naar de grondlegger van de Duitse sociale markteconomie, werd eerder toegekend aan onder anderen bondskanselier Helmut Kohl en bankpresident Jean-Claude Trichet. In het Inter Continental Hotel aan de Budapester Strasse sneed Angela Merkel met Rutte een reusachtige schuimtaart aan. Kurt Lauk, president van de werkgeverskring van de CDU, prees Rutte uitbundig. Hij zag in de Nederlandse premier een man die standvastig een pro-Europese koers had gevaren, zijn volk van het belang van een straffe begrotingsdiscipline had overtuigd en dapper weerstand had geboden aan het rechtse populisme. Dat Rutte anderhalf jaar lang met gedoogsteun van Wilders regeerde, tijdens de verkiezingscampagne de euroscepticus uithing en in eigen land vaak een man zonder ruggengraat wordt genoemd, deed in Berlijn niet ter zake.

In zijn dankwoord stak de premier de loftrompet over de Duitse economie. ‘Vanuit Nederland kijken wij met bewondering – en eerlijk is eerlijk: ook met een tikje jaloezie – naar u in Duitsland.’ Met een tijdige hervorming van de arbeidsmarkt en een krachtige industriepolitiek hadden de oosterburen hun internationale positie aanzienlijk versterkt. Uiteraard liet Rutte dat compliment volgen door een citaat van zijn lievelingsschrijver Thomas Mann.

Advertentie

Advertentie

De jaloezie van Rutte is begrijpelijk: anders dan de rest van Europa heeft Duitsland geen last van stijgende werkloosheid en een uit de hand gelopen begrotingstekort. Het nijvere Duitse bedrijfsleven exporteert landbouwmachines naar Afrika, industriële stekkers naar Scandinavië en containers vol Volkswagens en BMW’s naar de oprukkende Aziatische Tijgers. Terwijl de concurrentie droomde van een postindustriële samenleving vol Financial Centers en Business Districts, bleven de Duitsers onverstoorbaar saaie maar degelijke producten maken. Sinds de kredietcrisis betaalt die keus zich uit.

Er is veel Armut trotz Arbeit: mensen die wel werken en toch in armoede leven.

De lage werkloosheid wordt ook toegeschreven aan de flexibilisering van de arbeidsmarkt die de linkse regering van Gerhard Schröder in 2003 doorvoerde. Tot die tijd kwamen werknemers na hun ontslag drie jaar lang in de WW terecht. Ze kregen een uitkering gerelateerd aan hun laatstverdiende loon. Tegenwoordig zit iedereen na een jaar op bijstandsniveau, in de hoop dat werklozen zo snel mogelijk de handen weer uit de mouwen steken.

Ook de mogelijkheden voor uitzend- en deeltijdwerk zijn verruimd. Meer dan 7 miljoen Duitsers, onder wie veel kappers, kelners, kassières en taxichauffeurs, hebben een Minijob. Ze mogen tot 450 euro per maand verdienen zonder belastingen en premies te hoeven afdragen. Alleen hebben ze geen recht op sociale voorzieningen en bouwen ze geen pensioen op. Het meest te doen is er in Duitsland over de 1,3 miljoen werkende armen, die wel een baan hebben maar zo weinig verdienen dat ze niet eens het bijstandsniveau halen. Zij moeten, na werktijd, alsnog hun hand ophouden bij de sociale dienst. Onder economen, vakbondsmensen en sociaal werkers wordt er schande van gesproken dat er in het welvarende Duitsland zoiets als Armut trotz Arbeit bestaat: mensen die wel werken en toch in armoede leven. Maar het voordeel van het Duitse systeem is dat bijna iedereen uit de werkeloosheidsstatistieken is verdwenen.

Grenzeloze bewondering
En dus komen hele volksstammen politici en journalisten naar Berlijn om te kijken hoe de Duitsers dat hebben geflikt. In een Italiaans restaurant in de Rudi-Dutschke-Strasse zegt Ulrike Guérot van de invloedrijke denktank European Council on Foreign Relations dat we de zoveelste zijn die haar over het Duitse Jobwunder komen interviewen. Ze heeft al Britse, Finse en Sloveense belangstellenden over de vloer gehad. Allemaal met de vraag: hoe kunnen we jullie succes thuis kopiëren?

In de Berlijnse wijk Wedding. (foto: Daniel Rosenthal)
In de Berlijnse wijk Wedding. (foto: Daniel Rosenthal)

Sebastian Dullien, hoogleraar aan de Hochschule Technik und Wirtschaft in Berlijn, vertelt over zijn studiereis naar Oeganda. Diep in de Oost-Afrikaanse binnenlanden trof hij fabrieken vol Duitse textielmachines aan. Raar, vond hij, want die zijn duur. Maar de plaatselijke manager verzekerde hem dat het toch de beste keus was: ‘De machines houden langer en als er iets is, sturen de Duitsers meteen iemand om hem te repareren.’ Dullien zelf vindt het te veel eer voor zijn landgenoten, maar ‘de hele wereld wil zijn zoals Duitsland’.

Economieredacteur van Die Zeit Elisabeth 
Niejahr reisde in het kader van een journalistenuitwisseling door China: ‘De Chinese hoofdredacteuren en topjournalisten complimenteerden ons voortdurend omdat we uit Duitsland kwamen. Ze fluisterden ons toe: ‘Wij kopen geen Spaanse auto’s, wij hebben liever Volkswagens.’ Ook Niejahr vond het wat overdreven. ‘Maar veel Duitse collega-journalisten voelden zich gevleid.’

Een decennium geleden werd Duitsland in de economische vakliteratuur nog de ‘sick man of Europe’ genoemd, vanwege de moeizame nasleep van de hereniging en de hoge werkloosheid in met name het oosten van het land. Nu lees je heel andere krantenkoppen. The Economist juichte: ‘Modell Deutschland über alles’, The Observer vroeg zich af: ‘How did Germany become the new champion of Europe?’ Tekenend vond de krant dat Duitsland niet alleen economisch maar ook in het Europese voetbal op eenzame hoogte verkeert. In de finale van de Champions League versloeg het Duitse Bayern München het Duitse Borussia Dortmund.

Ook Nederland put zich inmiddels uit in 
grenzeloze bewondering voor de ooit zo gehate oosterbuur. Oud-Volkskrant-correspondent Merlijn Schoonenboom publiceerde onlangs het boek Waarom we ineens van de Duitsers houden, en in de Amsterdamse poptempel de Melkweg wordt op de avond van de Bondsdagverkiezingen (22 september) gedebatteerd onder het motto ‘Liebe Deutschland’.

Aardverschuiving
Al die liefdesverklaringen leiden bij sommige van onze Duitse gesprekspartners tot ongemak. Mooi, dat enthousiasme, maar kennen ze in het buitenland de schaduwzijden van het Duitse Jobwunder wel? Ulrich Schneider houdt kantoor aan de Oranienburgerstrasse in Berlijn-Mitte, te midden van cafés waar yuppen aan hun latte macchiato nippen. Op straat in Mitte zie je alleen de mensen die het hebben gemaakt, zegt de directeur van het Paritätischer Wohlfahrtsverband, een koepel van sociale hulporganisaties. Maar dat is niet het hele verhaal. Schneider (breedgeschouderd, bakkebaarden) dreunt geroutineerd zijn bezwaren tegen de flexibilisering van de arbeidsmarkt op. Duitsland is het Amerika van Europa geworden. Op Litouwen na bestaat nergens zo’n omvangrijke lagelonensector. Eén op de zes Duitsers wordt door armoede bedreigd. In Berlijn groeit één op de drie kinderen op in gezinnen die van de bijstand afhankelijk zijn. In probleembuurten als Neukölln leven hele straten van de sociale dienst.

Menschen helfen Menschen, een particuliere voedsel- en kledingbank in Wedding. (foto: Daniel Rosenthal)
Menschen helfen Menschen, een particuliere voedsel- en kledingbank in Wedding. (foto: Daniel Rosenthal)

Schneider kijkt vooral de SPD daar op aan. ‘Jobwunder? Jobwunder?’ hoont hij. ‘Gerhard Schröder heeft met zijn neoliberale hervormingspolitiek een sociale aardbeving veroorzaakt.’

Aan zo’n aardverschuiving was Duitsland juist hard toe, vindt Wolfgang Steiger, secretaris van de Wirtschaftsrat, de christelijke werkgeversclub die in juni Mark Rutte naar Berlijn haalde. Steiger zat in de zaal toen de premier 2700 Duitse ondernemers toesprak. In zijn kantoor aan de Luisenstrasse neemt hij plaats aan het hoofd van de lange notenhouten vergadertafel met zachtgele Biedermeier stoelen eromheen. Achter hem prijken de portretten van twee christendemocratische oud-kanseliers: Konrad Adenauer (1949-1963) en Ludwig Erhard (1963-1966). Erhard trekt aan een dikke sigaar, Adenauer heft dreigend zijn wijsvinger. De woorden die Rutte in het InterContinental Hotel sprak over de ‘tijdige hervorming van de arbeidsmarkt’ waren hem uit het hart gegrepen. ‘Duitsland staat er stralend voor,’ zegt Steiger, ‘en dat is te danken aan een combinatie van ondernemersgeest, vakbonden die bereid zijn de lonen te matigen en de flexibele arbeidsmarkt. Natuurlijk verdienen sommige mensen nu minder dan vroeger, maar de lage lonen zijn goed voor onze concurrentiepositie.’ De secretaris van de christendemocratische Wirtschaftsrat noemt de hervormingen van Schröder ‘een zegen voor het land’.

Dat vindt ook de junior partner binnen de regering van Angela Merkel, de liberale FDP. Johannes Vogel is jong (31) en succesvol (sinds 2009 lid van de Bondsdag). Als we hem bellen, is de fractiewoordvoerder arbeidsmarkt in zijn Audi A3 onderweg van een spreekbeurt in Bonn naar zijn woonplaats in het Sauerland. ‘Ik rijd in een product van de Duitse succeseconomie dwars door de Duitse succesindustrie,’ meldt hij tevreden. Critici als Ulrich Schneider moeten niet zo overdrijven, vindt hij. Er is helemaal geen reden om bang te zijn voor het ontstaan van een onderklasse van mensen die hun hele leven zijn aangewezen op kleine, slecht betaalde baantjes. Vogel ziet de Minijobs als een eerste stap. Met een beetje goede wil stroomt zo iemand door naar een volwaardige plaats op de arbeidsmarkt. ‘Ik ontken niet dat sommigen in een Minijob blijven hangen. Maar dat is nog altijd beter dan buiten het arbeidsproces staan.’

Sinds de verkiezingskoorts is uitgebroken, moet Vogel het gedachtegoed van Gerhard Schröder steeds vaker verdedigen. En wel tegen diens eigen partijgenoten. SPD-kandidaten met wie hij in het land debatteert, roepen om het hardst dat de Minijobs en andere vormen van flexwerk aan banden moeten worden gelegd omdat ze tot asociale toestanden leiden. Vogel is het daar niet mee eens. Het is een malle situatie: ‘Ik heb het gevoel dat ik de erfenis van Schröder moet redden uit de handen van de SPD.’

Geen wettelijk minimumloon
In 2003 regeerden de sociaaldemocraten met de Groenen. Ze voelden zich met de rug tegen de muur staan: Duitsland gold met bijna vijf miljoen werklozen als de zwakke broeder binnen Europa. Schröder was in de ban geraakt van Tony Blair, die in Engeland experimenteerde met een derde weg tussen de sociaaldemocratie en de vrijemarkteconomie. Zo wilde de bondskanselier het ook. Hij zette de voormalige personeelschef van Volkswagen, Peter Hartz, aan het werk. Die mocht voorstellen doen om de verzorgingsstaat te moderniseren. Dat werden Hartz I (de wet die het makkelijker maakte mensen kortstondig in dienst te nemen), Hartz II (de drastische uitbreiding van de Minijobs) en Hartz III (de reorganisatie van de arbeidsbureaus). Het meest omstreden was Hartz IV, de regeling die werklozen na één jaar de bijstand in duwde.

‘Ik moet de erfenis van Schröder redden uit de handen van de SPD’

De voorstellen samen noemde Schröder trots de Agenda 2010. Zijn grand design voor de sociaal-democratie leidde tot een gigantische opstand binnen de partij. Tienduizenden leden liepen woedend weg. In Oost-Duitse steden als Leipzig, Magdeburg en Jena gingen demonstranten net als in 1989 de straat op. Nu niet om te protesteren tegen de dictatoriale DDR maar tegen de ‘Sozialabbau’ door Gerhard Schröder. In 2005 verloor hij mede door al dat tumult de verkiezingen en moest hij het bondskanselierschap overdragen aan Angela Merkel. Tegenwoordig verdient de ‘Genosse der Bosse’ zijn geld als topman van een Zwitsers consortium dat een gaspijplijn bouwt van Rusland naar Duitsland.

Minstens zo traumatisch voor de SPD als de verkiezingsnederlaag was de oprichting van een nieuwe concurrerende partij. Teleurgestelde kaderleden vormden samen met voormalige Oost-Duitse communisten Die Linke. De partij ageert ook nu nog dag en nacht tegen het verraad dat Schröder zou hebben gepleegd aan de sociaal-democratische beginselen.

Inmiddels zijn SPD en Groenen ook niet meer zo trots op de hervormingsijver van hun voormalige bondskanselier. In de huidige verkiezingscampagne buitelen de linkse partijen over elkaar heen met voorstellen om de flexibilisering van de arbeidsmarkt van zijn scherpe kantjes te ontdoen. De Duitse hoofdstad hangt vol affiches waarop de invoering van een wettelijk minimumloon wordt geëist, een instituut dat Duitsland anders dan de meeste Europese landen niet kent. Vroeger gaf dat geen problemen omdat het bedrijfsleven je – als je eenmaal werk had – goed betaalde. Maar nu miljoenen Duitsers voor hun broodwinning zijn aangewezen op Leiharbeit, Teilzeitarbeit en Minijobs, wreekt zich het gebrek aan zo’n wettelijk minimumloon. ‘Een minimum aan bestaanszekerheid in plaats van Hartz IV,’ schreeuwen de verkiezingsposters van Die Linke.

De SPD zit met het dilemma dat ze van twee kanten wordt aangevallen. De een verwijt de partij dat ze de flexibilisering uit de hand heeft laten lopen, de ander dat ze nu terugkrabbelt en daarmee de Duitse succeseconomie op het spel zet. Het zorgt binnen de partij voor de nodige verwarring en frustratie.

Gemakzuchtige republiek
Overal in Berlijn hangt de beeltenis van Eva Högl, een blonde veertiger met rood gestifte lippen. De oud-topambtenaar op het ministerie van Sociale Zaken is sinds 2009 lid van de Bondsdag en bij deze verkiezingen lijsttrekker van de SPD in de hoofdstad. Högl heeft in Leiden gestudeerd, zit in het overleg tussen Duitse en Nederlandse parlementariërs en bewondert de Hollandse ‘openheid en tolerantie’. Ze komt haar kantoor in de Wilhelmstrasse binnenstuiven met een helmpje op. De liefde voor de fiets heeft ze ook van de Hollanders overgenomen.

Als ambtenaar heeft ze aan Schröders Agenda 2010 meegewerkt. Ze is er trots op, zegt ze: ‘De hervormingen hebben onze concurrentiepositie versterkt. Duitsland komt fenomenaal door de crisis. Dat had ook anders kunnen zijn. Angela Merkel mag Schröder wel dankbaar zijn.’
Maar dat is niet het verhaal dat ze als topkandidaat in het linkse Berlijn kan vertellen. ‘De Agenda heeft bij veel van onze kiezers kwaad bloed gezet. Sommigen zijn overgelopen naar Die Linke, anderen gaan überhaupt niet meer stemmen. Vooral in de buurten waar de sociaal zwakkeren wonen. Daar krijgt de SPD de schuld van de armoede.’

Peer Steinbrück en Eva Högl op werkbezoek. (foto: Daniel Rosenthal)
Peer Steinbrück en Eva Högl op werkbezoek. (foto: Daniel Rosenthal)

De hervormingen zijn te ver doorgeschoten, vindt ze achteraf. Te veel mensen kunnen niets anders krijgen dan een Minijob. De verruiming van de mogelijkheden voor uitzendwerk is een ‘reuzenvergissing’ gebleken. ‘We hoopten dat mensen op den duur in een vaste, goedbetaalde baan terecht zouden komen. Maar het tegenovergestelde is gebeurd. Vast personeel werd ontslagen om er een goedkopere uitzendkracht of Minijobber voor in de plaats te nemen. De werkgevers hebben op een schandalige manier misbruik gemaakt van de moge-
lijkheden die we hen hebben gegeven.’ Dat had de SPD toch kunnen verwachten? Högl zucht: ‘Nou, we hebben dat niet voorzien. We hebben te laat beseft tot wat voor uitwassen de hervormingen konden leiden. Op dit moment proberen we onze fouten te herstellen, maar de vraag is of we de kiezers daarmee terugkrijgen.’

De SPD zal het niet makkelijk krijgen op 22 september. Angela Merkel kan goede sier maken met het economisch succes waarvoor haar sociaal-democratische voorganger de grondslag legde. Zijn partij schreeuwt nu van de daken dat alles rechtvaardiger moet. Merkels uitdager Peer Steinbrück, toevallig de bovenbuurman van Eva Högl, eist dat de huren omlaag gaan, het minimumloon wordt ingevoerd, de oudedagsvoorziening wordt verbeterd. Uit zijn mond klinkt die linkse taal niet helemaal geloofwaardig. Meteen in het begin van de campagne raakte Steinbrück in opspraak omdat hij zich dik liet betalen voor spreekbeurten in den lande. Bovendien riep hij dat hij geen goedkope slobberwijn drinkt.

Daarbij komt: de gemiddelde Duitser heeft het goed. Het al of niet ontstaan van een onderklasse zal bij het uitbrengen van zijn stem niet de doorslag geven. Der Spiegel typeerde Duits land onlangs als een ‘gemakzuchtige republiek’ vol lethargische burgers die vooral geen veranderingen willen. Die Zeit noemde de Duitsers ‘satt und sorglos’, volgevreten en onbezorgd: ‘Door het economisch succes verdampt de belangstelling voor elk ander onderwerp’.

Högl windt zich op over de lethargie onder de Duitse kiezers: ‘Weet u, het gaat velen in dit land níét goed! U zou eens met me mee moeten gaan naar de Soldinerbuurt in Wedding. Daar ligt de armoede op straat. Je ziet er mensen zonder tanden in hun mond. Op mijn spreekuur komen daklozen af met hun hele hebben en houden in één plastic zak.’ Ze schakelt over op onvervalst klassenstrijdproza: ‘Voor die mensen doe ik het. De rijke Berlijners met hun appartement aan de Potsdamer Platz of de Gendarmenmarkt redden het prima zonder mij.’

Hongerloon
De Wollankstrasse ligt in de Soldinerbuurt in Wedding. Woonblokken van grijs beton, de balkons veelal voorzien van schotelantennes. Langs de discountshops, videotheken en gokkantoortjes slenteren oudere mannen met een blik bier in de hand. Vrouwen met hoofddoek drommen samen bij de buurtsupers.

Vrijwilligers van Menschen helfen Menschen na gedane arbeid. (foto: Daniel Rosenthal)
Vrijwilligers van Menschen helfen Menschen na gedane arbeid. (foto: Daniel Rosenthal)

Högl houdt op deze donderdagmiddag spreekuur in het gebouwtje van de stichting Menschen helfen Menschen, een particuliere voedsel- en kledingbank. Behalve de drie burgers die op het spreekuur zijn afgekomen, zitten er in het benauwde zaaltje ook veertien vakbondsactivisten. Ze zijn op Bildungsreise door Berlijn. Vrij snel ontstaat een verhitte discussie over de ‘hongerloontjes’ van alleenstaande moeders die bij de REWE achter de kassa zitten en de ‘schandalige’ 450-Euro-Jobs. ‘Jullie hebben deze onzin bedacht, hoe lang laat u dit nog voortbestaan?’ wil een vakbondsvrouw uit Sleeswijk-Holstein van Eva Högl weten. Högl geeft omstandig toe dat de SPD fouten heeft gemaakt. De vakbondsleden beginnen meteen instemmend op de tafel te roffelen.

Een week later zijn we terug in de Wollankstrasse. Om twee uur deelt het echtpaar Schmiele, oprichters van Menschen helfen Menschen, grote plastic tassen met groenten en brood uit. In de rij staan bejaarden en moeders met kind op de arm, maar ook Oskar. De dertiger draagt een hippe zwarte muts en dito sneakers. Hij werkte in Keulen als timmerman, later verkocht hij popcorn in een bioscoop. Vier jaar geleden kwam hij vanwege de liefde naar Berlijn, sindsdien is hij werkloos. Op twee maanden na. Toen had hij een tijdelijk baantje bij een logistiek centrum, hij laadde dozen op vrachtwagens en sjouwde met pakketten. ‘Ik maakte overuren en verdiende nauwelijks wat.’ Toch had hij best willen blijven, maar dan als vaste kracht. Dat kon niet. Oskar: ‘Die ellendige flexibilisering is alleen goed voor de werkgevers. In Duitsland komen mensen zoals ik nooit meer aan een vaste baan.’

Amina (42) zit sinds zeven jaar in een uitkering. Ze werkte als verpleegster in een ziekenhuis maar kreeg rugklachten. Haar man is ook afhankelijk van de sociale dienst. Hij is onlangs verderop in Wedding een minisupermarkt begonnen. Hij werkt van acht tot acht, maar verdient nog altijd minder dan het bijstandsniveau. De staat past het verschil bij. Amina: ‘We moeten elke cent omdraaien. Na aftrek van huur en stookkosten houden we 500 euro per maand over. Daar moeten we met vier kinderen van leven.’ Haar hele familie heeft last van de flexibilisering van de arbeidsmarkt: ‘Mijn ene broer had een vaste baan in een restaurant maar werd ingeruild voor een Minijobber. Mijn andere broer werkt acht uur per dag als conciërge, maar verdient nog steeds onder bijstandsniveau.’ Ze wordt steeds bozer: ‘De lonen in Duitsland zijn bespottelijk. Het is gewoon crimineel hoe we hier uitgebuit worden. Als mensen denken dat dit een goed systeem is, zijn ze niet wijs.’

Als alle plastic tassen met broccoli zijn uitgedeeld, moeten Horst en Sabine Schmiele de administratie nog doen. Het kantoor staat vol ijskasten, ordners en dozen met spullen. Een reusachtige Rottweiler ligt in zijn mand. Horst, met baard en grijze krullen, heeft vroeger in de bouw gezeten. Sabine ook. Ze heeft een indrukwekkende tattoo op haar schouder. Toen ze allebei hun baan verloren, zijn ze deze voedselbank begonnen.

‘Die ellendige flexibilisering is alleen goed voor de werkgevers’

Horst: ‘Ik ben hier geboren, ik wilde iets voor de buurt doen.’
Sabine: ‘Er woonden hier altijd al arme mensen, maar nu zijn er ook nog veel buitenlanders bijgekomen.’
Horst: ‘Hier in de straat zitten nog drie Duitse winkels. De rest is Turks, Bulgaars of Joegoslavisch.’
Sabine: ‘Een kwart van de buurt heeft geen baan, een vijfde leeft van een uitkering. Het ergst vind ik het voor mensen die fulltime werken en dan toch nog naar de bijstand moeten. Dat is zo pijnlijk.’
Horst, met stemverheffing: ‘En wie heeft dat op zijn geweten? De SPD! Voor veel mensen in Wedding ís de SPD Hartz IV.’

Raar systeem
Hebben de Duitsers reden om trots te zijn? Of moeten ze zich schamen voor de armoede van Oskar en Amina? Hoogleraar Sebastian Dullien woont in Rummelsburg, helemaal in het oosten van Berlijn. Waar nu gezinsvriendelijke rijtjeshuizen staan, werden in de nazitijd bedelaars, zwervers en andere werkschuwe individuen opgesloten. Ze moesten er dwangarbeid verrichten. Voor zover ze althans niet naar een concentratiekamp werden versleept. Nu schommelen er kinderen en staan er barbecues in de achtertuinen. Dullien was journalist bij de Financial Times Deutschland en is gespecialiseerd in internationale economie. Hij geldt als tegenstander van al te opzichtige Duitse borstklopperij. Volgens Dullien wordt het effect van de hervorming van de arbeidsmarkt door voor- en tegenstanders zwaar overschat. Het Duitse economische succes is veel meer te danken aan factoren als de florerende export, de gunstige ligging van het land midden in Europa en de vakbonden die bereid zijn verstandige afspraken met het bedrijfsleven te maken.

Die hele lagelonensector die door de SPD is gecreëerd, was voor het economisch succes eigenlijk niet nodig geweest. Sterker nog, hij vindt het maar een raar systeem: de werkgevers mogen hun personeel onderbetalen, de sociale dienst past toch tot het bijstandsniveau bij. ‘Eigenlijk subsidieert de overheid de werkgevers om de lonen laag te houden.’ Economisch vindt hij dat geen grote kwestie, maar moreel wel: ‘Je dwingt mensen die werken om hun hand bij de overheid op te houden. Dat deugt niet.’

Merkel met de Chinese premier Wen Jiabao, onder: Peer Steinbrück bij de 150e verjaardag van de SPD. (foto's: Thomas Peter / Reuters en Herman Bredehorst / HH)
Merkel met de Chinese premier Wen Jiabao, onder: Peer Steinbrück bij de 150e verjaardag van de SPD. (foto’s: Thomas Peter / Reuters en Herman Bredehorst / HH)

Bij de politieke redactie van Die Zeit in Berlijn-Mitte relativeert Elisabeth Niejahr de omvang van het armoedeprobleem in Duitsland. Niejahr studeerde economie en journalistiek in Keulen en kreeg daarna een baan als politiek verslaggever bij Der Spiegel. Zij was het die Schröder de bijnaam ‘Genosse der Bosse’ gaf. Tussen de bedrijven door deed ze onderzoek aan Harvard. Haar specialisme bij Die Zeit: de hervorming van de verzorgingsstaat. Niejahr wijst er op dat de uitbreiding van flexwerk ook een teken is van vrouwenemancipatie. ‘Onder de Minijobbers vind je veel parttime werkende vrouwen. Onder de werknemers die boven op hun inkomen nog bijstand krijgen ook. Een deel van hen heeft een man die ook nog geld binnenbrengt.’ Nuchter: ‘Ben je dan arm? Nee.’

Van de 1,3 miljoen werkenden die bij de sociale dienst lopen, hebben er 300.000 een fulltime baan. ‘Afhankelijk van hun gezinssituatie zal het voor hen lastig zijn rond te komen. Voor de anderen loopt dat wel los.’

Maar op de langere termijn is Niejahr er minder gerust op. En dat heeft vooral te maken met een van Schröders andere hervormingen: de verkorting van de WW van drie tot één jaar, daarna wacht de bijstand. In die maatregel schuilt het gevaar, zegt ze. Nu loopt de Duitse economie als een trein. Maar wat als de Afrikanen op een dag geen Duitse landbouwmachines meer bestellen en de Chinezen zijn uitgekeken op hun Volkswagens? ‘Als er een crisis uitbreekt, zullen ook mensen die nu een goede baan hebben, vrijwel meteen in de bijstand terechtkomen. Dan zal een deel van de Duitse middenklasse heel diep vallen.’