U bent een vluchteling en u bent net aangekomen in Nederland. Hoe gaat u om met al die moeilijke momenten? Hoe bouwt u iets op in dit vreemde land? Vluchtelingen die u voorgingen geven hier advies. Also available in English and Arabic.

Wonen in het AZC

1. Probeer eerst te landen

Ilias Mathab (28, ambtenaar bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, vluchtte in 1998 uit Afghanistan): ‘Toen ik aankwam in Nederland hadden we een heel lange reis afgelegd. En nu was ik opeens in Nederland, een land waar de deuren vanzelf open gingen, waar mensen kassa’s hadden in plaats van telramen. Ik voelde me compleet stoned, alsof ik tussen droom en werkelijkheid leefde. Ik had echt tijd nodig om te aarden.’

2. Meng u niet in ruzies op het AZC

Babak Amiri (45, muzikant, vluchtte in 1991 uit Iran): ‘In het asielzoekerscentrum is de sfeer vaak gespannen. Logisch: je gooit een paar honderd getraumatiseerde mensen bij elkaar, dan is het nog een wonder dat ze niet elke dag vechten. Probeer erbuiten te blijven.’

3. Ga niet op bed liggen overdag

Ilias Mathab: ‘Veel vluchtelingen doen de deur van hun kamer dicht en trekken de dekens over hun hoofd. Dat is een teken van depressie. Het helpt om met mensen te praten die je begrijpen, als een vorm van therapie.’

4. Koop een fiets

Babak Amiri: ‘Door te fietsen zie je de omgeving, maak je een verbinding met het landschap en denk je minder na over de zorgen die je hebt. Ik heb heel Noord-Holland afgefietst, van Alkmaar naar Heiloo naar Heerhugowaard. Mooi landschap.’

5. Zie uzelf als een baby

Ozjan van Schuylenburg-Isso (28, zelfstandig ondernemer, vluchtte acht jaar geleden uit Syrië): ‘Veel mensen blijven denken aan de tijd in hun vaderland, toen ze een baan hadden, vrienden, familie. Als je vasthoudt aan wie je was, word je depressief. Probeer jezelf te zien als een baby die alles opnieuw moet leren. En alles is eigenlijk even knap, net als wanneer een baby leert lopen.’

6. Richt uw kamer in het AZC elke drie weken opnieuw in

Hariwa Negisa (27, student, vluchtte in 1999 met haar ouders uit Afghanistan): ‘Ik heb als kind nooit gevoeld dat wij met zijn vieren op een piepkleine kamer zaten. Dat kwam omdat mijn moeder om de paar weken weer de meubels verplaatste. Ze creëerde de illusie dat er van alles mogelijk was in die kleine kamer.’

7. Doe net alsof u een uitwisselingsstudent bent

Leila Jazjy (25, drie maanden geleden gevlucht uit Syrië): ‘Mijn zussen en mijn ouders zijn achtergebleven in Aleppo, ik denk de hele tijd aan ze. Soms houd ik mezelf voor de gek en doe ik alsof ik een uitwisselingsstudent ben. Ik wilde altijd al studeren in het buitenland en Europa zien. Nou, dit is mijn kans.’

8. Ga sporten

Ilias Mahtab: ‘Ik ben gaan voetballen, mijn moeder is gaan zwemmen en mijn broertje is gaan volleyballen. Sporten maakt je bovenkamer leeg zodat je weer kunt nadenken.’

Wonen buiten het AZC

9. Onderzoek waar u wilt wonen

Mardjan Seighali (51, directeur studentenvluchtelingenorganisatie UAF, vluchtte in 1991 uit Iran): ‘Ik kon kiezen tussen Almere en Ouderkerk aan de Amstel. Ik heb toen een auto gehuurd en ben zelf gaan kijken. Almere zag eruit als een gloednieuwe stad, vlak bij Amsterdam. Nu is de PVV (populaire rechtse politieke partij die zich tegen immigratie en islam keert) de grootste partij in Almere, maar toen was het een goede beslissing.’

Illustratie: Pieter van Eenoge
10. Vertrek zo snel als u kunt

Baban Kirkuki (41, dichter, vluchte in 1999 uit Irak): ‘Ik heb een advertentie gezet in een lokale krant in Utrecht, en toen ik een kamer kon vinden ben ik meteen verhuisd uit het AZC. Ik had kunnen wachten totdat ik een eigen huis kreeg toegewezen. Maar die kamer maakte mij zo trots. Ik ben dolgelukkig naar de Ikea gegaan (een Europese keten waar je goedkope meubels kunt kopen) en heb een Billy-boekenkast gekocht.’

11. Verwonder en verbaas u over uw woonomgeving

Baban Kirkuki: ‘Ik weet nog dat ik langs een tuin liep, waar een oude vrouw bezig was. Ze was bezig met beelden van tuinkabouters (kleine mannetjes met een puntmuts, bekende Nederlands sprookjesfiguren), die ze met een doekje afnam en voorzichtig terugzette in het gras. Ik heb er wel een kwartier naar staan staren, zo mooi was dat beeld.’

De taal leren

12. Koop een woordenboek

Ozjan Van Schuylenburg-Isso: ‘Mijn woordenboek was lange tijd mijn beste – en enige – vriend, ik nam het overal mee naartoe.
Babak Amiri: ‘’s Morgens, na mijn koffie en mijn sigaretje, nam ik mijn woordenboek mee naar het toilet om een of twee woorden te leren.’

13. Doe net alsof u geen Engels spreekt

Babak Amiri: ‘Nederlanders vinden het ontzettend leuk om Engels te praten. Maar het is hun moedertaal niet, en het is jouw moedertaal niet, en voor je het weet word je toch buitengesloten.’

14. Zeg het eerlijk als u een woord of zin niet begrijpt

Mardjan Seighali: ‘Veel vluchtelingen denken dat als ze iets vragen, ze voor dom worden versleten. Maar durf te vragen wat iets betekent, dat waarderen Nederlanders.’

Illustratie: Pieter van Eenoge
15. Lees Nijntje

Ilias Mathab: ‘Kinderboeken zijn een heel goede manier om de Nederlandse taal te leren. Ik las Nijntje, een populair kinderboek over een wit konijntje.’

16. Kijk naar kindertelevisie

Hariwa Negisa: ‘Op de Nederlandse zenders heb je kinderprogramma’s waarmee je heel goed de taal kunt oefenen, Zoals Klokhuis of Het Jeugdjournaal. Gebruik ook Nederlandse ondertiteling als je tv kijkt, dat kun je instellen via “Teletekst”, een informatiebron die je via je afstandsbediening kunt opzoeken, en dan pagina 888.’

17. Oefen via apps en websites

Mardjan Seighali: ‘Toen ik naar Nederland kwam, was er niets, maar nu zijn er heel veel sites om Nederlands te leren, zoals oefenen.nl of de app lingua.ly.’

18. Gebruik uw kind niet als tolk

Mardjan Seighali: ‘Een kind moet een kind kunnen zijn en zich niet bezighouden met de taalproblemen van zijn ouders.’

19. Word lid van een bibliotheek

Ilias Mahtab: ‘ Een abonnement kost bijna niets en geeft toegang tot heel veel kranten en boeken die je mee naar huis mag nemen.’

Vrienden maken en verliefd worden in Nederland

20. Stap uit uw eigen kring

Ilias Mahtab: ‘Afghanen en andere vluchtelingen hebben de neiging om in hun comfort zone te blijven, en alleen met elkaar om te gaan. Maar alsjeblieft, zoek de Nederlander op, hoe moeilijk hij soms ook te vinden is.’

21. Ga naar de kerk

Laila Jazjy: ‘Christelijke instanties doen ontzettend veel voor vluchtelingen, ook als je zelf niet christelijk bent. In het eerste AZC waar ik verbleef, kwam er een groep langs. Ze gaven mij kleren, ze boden Nederlandse lessen aan, ze waren heel aardig.’

22. Ga naar de kroeg

Baban Kirkuki: ‘Zoek een café waar ze een beetje zachte muziek draaien. Bouw het rustig op, neem een boek of schrift mee, zorg dat mensen jou vaker zien daar, dan gaan ze je vertrouwen en kun je op een gegeven moment contact leggen door bijvoorbeeld iets te vragen over de taal.

23. Ga naar het buurthuis of de sportclub

Firas Al-Khoury (arts-assistent, vluchtte in 2006 uit Irak): ‘Voor mij is de voetbalclub mijn redding geweest. Op het veld, en in de derde helft (Nederlandse uitdrukking voor wat drinken na de wedstrijd) kun je vrienden voor het leven maken.’

24. Trek het u niet aan als Nederlanders kil doen

Ozjan van Schuylenburg-Isso: ‘Ik ben in Syrië gewend dat als je iemand op straat tegenkomt die je kent, je eventjes een praatje maakt. Dat is hier in Nederland anders, mensen zeggen alleen maar “hallo” of “doei”. Zelfs op een feestje vragen ze vaak niets aan je.’

25. Doe precies wat u zegt

Firas Al-Khoury: ‘In Irak zijn mensen voorzichtig met elkaar. Als iemand je vraagt om te komen helpen verhuizen, zeg je: “Ik ga mijn best doen, Inshallah.” Dat betekent nee, Irakezen begrijpen dat. Maar Nederlanders houden niet van die omfloerste communicatie. Ze gaan je pas vertrouwen als je precies doet wat je zegt. Ja is dus ja, nee is nee, en als je om 19.00 uur hebt afgesproken, dan moet je er ook echt zo laat zijn.’

26. Laat uw kinderen spelen met Nederlandse kinderen

Mardjan Seighali: ‘Na een tijdje zal je kind vriendjes mee willen nemen. Veel mensen worden dan bang: er komen andere kinderen die beter Nederlands spreken dan ik, straks weet ik niet wat er wordt gezegd. Wees toch gastvrij, het is belangrijk voor de ontwikkeling van uw kind.’

27. Denk niet dat Nederlandse vrouwen makkelijk zijn

Babak Amiri: ‘Elke Nederlandse vrouw is net zo interessant en net zo gecompliceerd als een vrouw in je thuisland. Dat Nederlandse vrouwen anders zijn, betekent niet dat ze makkelijker zijn.’

28. Behandel Nederlandse vrouwen als gelijke, niet als prinses

Paul Mbikayi (51, rijksambtenaar, vluchtte in 1994 uit Zaïre, nu Congo): ‘Soms mis ik het frivole spel zoals dat tussen mannen en vrouwen in mijn thuisland wordt gespeeld. Nederlandse vrouwen houden er niet van als je hoffelijk bent, als je ze behandelt als prinses. Ze gaan je juist alleen maar wantrouwen als je ze overlaadt met complimenten of cadeautjes.’

29. Spreek vrouwen niet op straat aan

Baban Kirkuki: ‘Op straat roepen “hey meisje, pssst”, werkt niet. Ga naar een plek waar je vrouwen kunt ontmoeten, waar je met ze kunt praten.’

30. Verwacht geen initiatief van Nederlandse mannen

Ozjan Van Schuylenburg-Isso: ‘Nederlandse mannen zijn heel afwachtend en niet romantisch. Ik had nooit gedacht dat ik met een Nederlandse man zou trouwen.’

Werk en studie

31. Vertel iedereen over uw talenten

Hariwa Negisa: ‘Ben je goed met talen, met kinderen, kun je fietsen of auto’s repareren? Zorg dat iedereen in het AZC en daarbuiten over je talent weet. Ook als je nog geen werkvergunning hebt, kun je al aan de slag. Mijn vader was in het AZC vertaler, dat verdiende nog niets, maar daardoor deed hij wel werkervaring op, bouwde hij aan zijn cv.’

32. Ga in een Turkse supermarkt werken

Adish Asgari (niet zijn echte naam, ondernemer, gevlucht uit Iran in 1992): ‘Ik heb niet gewacht totdat ik een verblijfsvergunning had, want ik werd gek in het AZC en wilde geld verdienen. In een Turkse supermarkt hebben ze vaak hulp nodig en kun je bijverdienen.’

33. Onderzoek of je diploma’s uit je thuisland hier wat waard zijn

Firas Al-Khoury: ‘Ik was al afgestudeerd in de geneeskunde, na een aantal examens kon ik hier verder aan de slag als arts. Ik heb daarbij veel hulp gekregen van stichting UAF.’

34. Volg een schakeljaar

Mardjan Seighali: ‘In veel niet-Europese landen is het gebruikelijk dat de leraar zendt en de student geen weerwoord hoeft te geven. In Nederland is het onderwijs echt heel anders. Ik raad aan om eerst een schakeljaar te volgen, dan krijg je de mogelijkheid om alle studievaardigheden aan te leren die je in Nederland nodig hebt.’

Illustratie: Pieter van Eenoge
35. Denk niet dat je culture achtergrond een voordeel is op de arbeidsmarkt

Rona Nisar (advocate, 26, vluchtte in 1998 uit Afghanistan): ‘Ik heb een aantal keren een baan niet gekregen omdat ze de voorkeur gaven aan iemand die een native speaker was. Ook al had ik betere papieren. Ik spreek vloeiend Russisch. Maar in Nederland wordt culturele achtergrond zelden als iets positiefs gezien. Het gaat erom of je de Nederlandse lidwoorden de en het goed gebruikt.’

36. Leer omgaan met de directheid van Nederlanders

Firas Al-Khoury: ‘Op je werk zullen mensen tegen je zeggen: “Dit doe je helemaal niet goed.” Daar kun je heel onzeker door worden. Maar Nederlanders zullen ook eerlijk zeggen wat je kunt verbeteren.’

37. Durf te kiezen voor een creatief beroep

Senad Alic (55, beeldend kunstenaar, in 1992 gevlucht uit voormalig Joegoslavië): ‘Ik wilde altijd naar de kunstacademie, maar mijn Bosnische vader vond dat geen goed plan, hij wilde zekerheid voor mij, en status. In het AZC heb ik mezelf opnieuw uitgevonden: ik ging schilderen en workshops geven. Het bleek dat ik het heel leuk vond om samen met anderen kunst te maken.’

38. Word zelfstandig ondernemer

Morty Balthazar (42, kaasboer, vluchtte in 1999 uit Iran): ‘Het is heel erg moeilijk om een baan te vinden op de Nederlandse arbeidsmarkt. Ik ben vertaler, hoogopgeleid. Maar toen de kaasboer bij mij in de buurt besloot ermee te stoppen, zag ik mijn kans schoon. Nu verkoop ik Hollandse kazen, wie had dat ooit verwacht?’
Ozjan Van Schuylenburg-Isso: ‘Er werd mij bij elke baan gevraagd: heb je ervaring? Dat had ik niet op de Nederlandse arbeidsmarkt. Nu heb ik mij een eigen toko van Syrische specerijen. Mijn grootste klantengroep? De mensen uit het AZC!’

Gelukkig worden in Nederland

39. Besluit dat u hier bent en blijft

Paul Mbikayi: ‘Asiel stopt pas als je niet meer denkt aan doorreizen, of terugkeren naar je thuisland. Het omslagpunt kwam voor mij in 2007, toen heb ik een fietstocht gemaakt langs alle plekken waar ik ben opgevangen. Ik heb al mijn frustraties eruit getrapt en de mensen bedankt die mij hebben geholpen. En toen pas wist ik: nu hoor ik hier.’

40. Probeer uw thuisland niet te idealiseren

Senad Alic: ‘Veel vluchtelingen leven in een droom, ze verlangen terug naar vroeger. Toen ik terugging naar Bosnië, merkte ik dat alles was veranderd. Dat thuisland in je hoofd bestaat in de werkelijkheid niet meer.’

41. Zoek iets in de Nederlandse cultuur dat u kunt verdedigen

Paul Mbikayi: ‘In dit land zijn homo’s en hetero’s gelijk, en kan een zwarte man burgemeester worden. Dat egalitaire en democratische, dat vind ik mooi aan Nederland. Ga op zoek naar een Nederlandse waarde die je wilt verdedigen, die bij jou past. Kun je niets vinden? Dan moet je nadenken over weggaan.’

42. Verdrink niet in zelfmedelijden

Ilias Mahtab: ‘Als nieuwkomer zul je vijf keer zo hard moeten werken om succes te hebben, of het nou met werk of met studie is. Nieuwkomers worden ook nu weer als een “probleem” gezien. Maar dat mag nooit een excuus zijn om in een hoekje te gaan zitten. Werk heel hard, en kom je shit tegen, loop dan door, zonder om te kijken.’

43. Sluit u af voor de nieuwsstroom uit uw thuisland

Firas Al-Khoury: ‘Ik heb iedereen die op Facebook over ISIS post, geblokt, en aan goede vrienden gevraagd of ze die berichten niet met mij willen delen. Het is te moeilijk voor mij, en het zuigt me in een oorlogsconflict. Ik heb honderd procent van mijn hersenen nodig om hier te zijn, dus ik volg het nieuws niet.’

44. Bevrijd uzelf van verstikkende elementen uit de cultuur van het thuisland

Babak Amiri: ‘Bedenk goed dat u nu in Nederland bent, dit is een vrij, liberaal land. Wees niet bang voor die vrijheid, en bedenk dat je kun stoppen met gewoonten of tradities uit jouw cultuur die je vervelend of belemmerend vindt.’

45. Accepteer dat u nooit volmaakt gelukkig zult zijn

Paul Mbikayi: ‘Er is gewoon geen betere, geen mooiere plek dan thuis. Soms mis ik het zo erg, dan wil ik in bed blijven liggen. Gelukkig begrijpt mijn vrouw mij heel goed en heb ik lieve vrienden met wie ik kan praten. Maar ik zal mezelf hier in Nederland altijd moeten uitleggen, elke dag weer opnieuw.’

Deze productie is tot stand gekomen met de hulp van VluchtelingenWerk Nederland, Stichting Keihan en UAF.

Vertaling: Ozjan van Schuylenburg-Isso en Laila Jazjy

كتيب اللجوء