De nacht van 8 op 9 november 2016 was er een die velen niet licht zullen vergeten. Volkskrant-columniste Sheila Sitalsing bijvoorbeeld bleef tot het ochtendgloren op om de uitslagen van de Amerikaanse presidentsverkiezingen te volgen. Toen duidelijk werd dat Donald Trump ging winnen, moest ze haar column inderhaast omgooien. In de eerste versie stond nog dat ze haar dochters op de dag van Hillary Clintons inauguratie voor de tv zou zetten om ze te laten zien dat ze alles konden bereiken, nu eindelijk een vrouw de machtigste persoon op aarde was geworden. Het pakte anders uit.
Intussen zat Europarlementariër Bas Eickhout in zijn Brusselse appartementje de hele nacht met groeiend ongeloof voor de tv met zijn laptop op schoot. ‘Ik dacht: het gaat wel goed komen. Niet dus.’
De Amerikaans-Nederlandse journaliste en programmamaakster Clarice Gargard verliet met een angstig voorgevoel een verkiezingsbijeenkomst in Rotterdam. Thuis in het Amsterdamse Bos en Lommer volgde ze de hele nacht de surrealistische ontwikkelingen. Toen de uitslag duidelijk was, belde ze ontsteld met haar moeder in Philadelphia, die het evenmin kon geloven.
Op de redactie van De Correspondent in Amsterdam keek journalist Rutger Bregman ’s avonds naar de televisie. Maanden eerder had hij geschreven dat Trump zou kunnen winnen, maar toen de eerste uitslagen in het voordeel van Clinton leken uit te pakken ging hij ‘lekker vroeg tukken’. De volgende ochtend zag hij het nieuws en dacht: ‘What the fuck!? Dit is slecht nieuws voor de hele wereld.’
Toen oud-PvdA-voorzitter Felix Rottenberg ongeveer op hetzelfde moment bij het ontwaken in de hoofdstad vernam dat Trump had gewonnen, was zijn gevoel: ‘Verdomme, wat hébben we dit onderschat.’
Ook econoom Rens van Tilburg, die thuis in Utrecht om halfdrie ongerust was gaan slapen, werd ‘héél vervelend wakker’, evenals oud-politicus Jan Terlouw, die in zijn landhuis in Twello het nieuws via de radio te horen kreeg. ‘Mijn eerste gedachte was: een presidentskandidaat die met schaamteloze leugens over het klimaat en migranten aan de macht komt, dat is het failliet van de politiek.’
Ondertussen in Heerlen was SP-voorzitter Ron Meyer vooral ‘verbaasd over de verbazing’ in de media. ‘Er waren twee kandidaten van het establishment: de een van de politieke kaste, de ander van de financiële. Dan moet je niet gek opkijken als een van die twee het wordt. Ik vind het pas écht verontrustend dat bijna vijfenveertig procent van de mensen niet is gaan stemmen. Zo groot is de afkeer van de gevestigde orde dat veel mensen niets meer met de politiek te maken willen hebben.’

Middelvinger naar het establishment
De verkiezing van Trump was het dieptepunt in een jaar dat voor veel progressieve mensen toch al een annus horribilis was. Bij het Oekraïne-referendum in april stemde een grote meerderheid van de kiezers onverwacht ‘nee’. Hetzelfde gebeurde bij de volksraadpleging over de Brexit in juni. Intussen kraakte de Europese Unie in haar voegen door de vluchtelingencrisis, en kregen bijna overal rechts-populistische partijen de wind in de zeilen: de FPÖ in Oostenrijk, de AfD in Duitsland, het Front National in Frankrijk, de PVV in Nederland. En de progressieve partijen hebben het nakijken.
Hoe is de massale onvrede te verklaren? Wat doen de linkse partijen verkeerd? En wat kan de vooruitstrevende beweging doen om het tij te keren? Vrij Nederland vroeg het aan elf progressieve kopstukken van verschillende pluimage, van jong tot oud, van socialistisch tot links-liberaal, van binnen en buiten de politieke partijen.
Het zijn altijd de mensen met bretels die vinden dat de rest de broekriem moet aanhalen.
Volgens Jan Terlouw (85), voormalig D66-leider, oud-vicepremier en voorvechter van duurzaamheid, is de belangrijkste oorzaak van de rechts-populistische revolte de angst voor het onbekende. ‘De vluchtelingenstromen uit het Midden-Oosten en de vrees voor aanslagen zorgen voor een groot gevoel van onzekerheid. De onvrede is explosief geworden doordat sociale zekerheden van heel veel mensen zijn weggevallen, ook in Nederland. Het vrije verkeer van kapitaal, goederen, diensten en personen is heel goed geweest voor de handel, maar de politieke partijen, ook de progressieve, hebben veel te weinig oog gehad voor de neveneffecten. Zelf ben ik daar ook een beetje schuldig aan. Veel te lang was het adagium: als het maar goed is voor de economie, volgt de rest vanzelf. Zo bleek het niet te werken. Door de privatisering van allerlei overheidstaken heeft de politiek steeds meer verantwoordelijkheden laten glippen. Dan zie je dat mensen angstig en onzeker worden, en hun heil zoeken bij de populisten. De politiek heeft totaal gefaald.’

Ron Meyer (35), oud-vakbondsman en huidig partijvoorzitter van de SP, spreekt over een ‘massale middelvinger naar het establishment’. En daar, zegt hij, is alle reden voor. ‘Een miljoen mensen in Nederland kan hun zorgkosten niet betalen, er zijn drie miljoen mensen met flexcontracten en een half miljoen kinderen groeit op onder de armoedegrens. Waar mensen ziedend van worden, is dat ze ondertussen lezen dat de baas van Achmea bijna een miljoen mee naar huis neemt. Het zijn altijd de mensen met bretels die vinden dat de rest de broekriem moet aanhalen.’
Woede op het verkeerde moment
De woede is terecht, meent ook Zihni Özdil (35). De NRC-columnist en historicus, tevens de kersverse nummer zeven op de lijst van GroenLinks, groeide zelf op in Rotterdam-Zuid, tussen ‘de spreekwoordelijke Henk en Ingrids’. ‘De economie groeit, maar het besteedbaar inkomen in Nederland is alleen maar gestagneerd of achteruitgegaan, behalve voor de rijken. Dat is een belangrijke oorzaak van de onvrede bij heel veel mensen.’
Probleem is, zegt Özdil, dat een groot deel van die ontevredenen op partijen wil gaan stemmen die de verkeerde oplossingen aandragen. ‘De groeiende kloof tussen arm en rijk is niet veroorzaakt door je buurvrouw met die hoofddoek of door Syrische vluchtelingen in het asielzoekerscentrum.’ Een treffend voorbeeld: onlangs ging wethouder Ronald Schneider van Leefbaar Rotterdam naar Hoogvliet om de mensen uit te leggen dat er twaalf asielzoekers gehuisvest zouden worden in hun buurt. ‘Hij werd bijna gelyncht, moest door de politie worden ontzet. Ze trapten tegen zijn auto, gooiden met bierflesjes. “Zij krijgen meteen een woning,” riepen ze, “terwijl wij steeds langer moeten wachten.”’
Op zich een begrijpelijk sentiment, vindt Özdil. ‘Alleen: die mensen uitten hun woede op het verkeerde moment. Want een half jaar eerder besloot diezelfde Ronald Schneider om 20.000 sociale huurwoningen in Rotterdam te slopen, omdat ze meer welvarende bewoners in de stad willen. Dat nieuws werd breed uitgemeten, maar niemand van die boze burgers ging toen de straat op. En dan wel boos worden op twaalf arme stakkers die helemaal niets te maken hebben met de oorzaken van het probleem.’

Te weinig oog voor de onderkant
Juist de progressieve partijen krijgen sinds de moord op Pim Fortuyn van boze kiezers en rechtse publicisten de schuld van wat er mis is in het land. Populistische politici stoken dat vuur graag verder op: het zijn partijen als de PvdA, D66 en GroenLinks die de grenzen zouden hebben opengezet voor immigranten en die de problemen rond de radicale islam nog altijd met de mantel der liefde bedekken. Vooral de PvdA, de progressieve partij die de afgelopen decennia het vaakst heeft meegeregeerd en de meeste compromissen heeft gesloten, moet het ontgelden.
Helemaal onterecht is de kritiek niet, vindt Felix Rottenberg (59), Parool-columnist, oud-voorzitter van de PvdA en huidig voorzitter van de Wiardi Beckman Stichting, de sociaal-democratische denktank. ‘Tijdens de Paarse kabinetten in de jaren negentig hebben we inderdaad te weinig oog gehad voor de problemen aan de onderkant van de samenleving. Ikzelf ook. Een jaar voor de moord op Pim Fortuyn maakte ik een driedelige documentaire over de Akbarstraat in Amsterdam-West. Daar waren enorme integratieproblemen. Ik zag dat er veel ouders van Marokkaanse afkomst waren die nauwelijks Nederlands spraken en zich bijna niet om hun kinderen bekommerden, maar daarvan heb ik weinig laten zien omdat ik hen in bescherming wilde nemen. We hebben te lang het liedje gezongen dat het goed ging met de multiculturele samenleving. Maar inmiddels zijn er nauwelijks linkse partijen meer die géén oog hebben voor de problemen rond integratie, terwijl ze nog steeds onder vuur worden genomen. De woede van Geert Wilders is vooral retorisch.’
Efficiency als hoogste maatstaf
Maar wat de gevestigde partijen ook proberen, de PVV blijft garen spinnen bij de onvrede. Logisch, meent Sheila Sitalsing. ‘Als je tegen migratie bent, moet je bij Wilders zijn. Alle andere partijen kunnen ook wel kritisch doen over de migratieproblemen, maar Wilders is the real thing.’
De populisten hebben een deel van de linkse agenda overgenomen. De progressieve partijen in Nederland stellen daar weinig tegenover.
Volgens Rens van Tilburg (42), econoom bij het Sustainable Finance Lab en tot voor kort Volkskrant-columnist, is de meest fundamentele fout die de linkse partijen hebben gemaakt het ‘gedachteloos omarmen’ van het marktdenken in de jaren negentig. ‘Dat werkt nog steeds door. Het geldt vooral voor de PvdA, die nu in het kabinet met Rutte weer uit de bocht is gevlogen. Je kunt niet zeggen dat zelfkritiek voor die partij nodeloze zelfkastijding is. Vier jaar geleden hadden ze een prima verkiezingsprogramma. Om de crisis te bestrijden, moest er minder worden bezuinigd en meer geïnvesteerd, ook in probleemlanden als Griekenland en Spanje. Maar eenmaal in het kabinet zaten ze direct op een heel andere lijn: de harde begrotingsdiscipline die in Europa vooral door Duitsland wordt afgedwongen. Jeroen Dijsselbloem loopt daar als voorzitter van de Eurogroep soms zelfs in voorop. Door dat beleid is het economisch herstel veel later op gang gekomen en neemt de tweedeling in de samenleving verder toe.’
Daar komt nog bij, zegt Van Tilburg, dat partijen als de PVV en 50Plus de afgelopen jaren in de bres springen voor het behoud van de pensioenen en de ouderenzorg. ‘De populisten hebben een deel van de linkse agenda overgenomen. De progressieve partijen in Nederland stellen daar weinig tegenover. Geen wonder dat ouderwets linkse leiders als Jeremy Corbyn en Bernie Sanders ook in Nederland zo populair zijn.’
Klimaatexpert en Europarlementariër voor GroenLinks Bas Eickhout (40) wijst erop dat de Europese eenwording begon met het idee van de interne markt. Toen waren daar goede redenen voor: door sterke economische banden tussen de lidstaten zouden toekomstige conflicten worden bezworen. ‘Maar in de afgelopen decennia is efficiency in Europa de hoogste maatstaf geworden. Ook de progressieve partijen in Europa hebben te weinig onder ogen gezien dat mensen steeds meer zekerheden kwijtraakten door de open grenzen en de vrije concurrentie. Vrijhandelsverdragen als TTIP zijn daar ook een voorbeeld van. Werk, zorg, pensioen, een betere toekomst voor je kinderen, het is allemaal op losse schroeven komen te staan. Als je al die zekerheden wegneemt, moet je niet verbaasd zijn dat de mensen zich tegen de politiek keren. Links is de afgelopen jaren bezig geweest het leed hier en daar te verzachten, maar als mensen hun vertrouwen kwijt zijn, is dat niet genoeg.’
Sinds de verkiezing van Trump zie je het weer elke dag: het gekruip voor mensen die kennelijk “het volk” zijn. Ik erger me daar mateloos aan.
Het leed verzachten, dat is wat Rutger Bregman (28), redacteur van De Correspondent, ‘verliezerssocialisme’ noemt. ‘Links heeft geaccepteerd dat de discussie wordt gevoerd onder de voorwaarden van rechts. De vrije markt, de terugtredende overheid, de privatisering, harde bezuinigingen in tijden van crisis: het zijn allemaal rechtse ideeën waar links zich in de praktijk bij heeft neergelegd.’ De dag na de overwinning van Trump schreef Bregman een veelbesproken artikel waarin hij betoogde dat het voor zijn generatie ‘tijd is om op te staan’. Het succes van Wilders, de schok van de Brexit en de verkiezing van Trump maken volgens hem één ding duidelijk: de tijd van het ‘arrogante links-liberalisme’ is voorbij. ‘Een jaar of vijf geleden,’ zegt Bregman, ‘was ik nog een bewonderaar van Maarten van Rossem, die PVV-stemmers halvegaren noemde. Ik dacht, net als hij: redelijke mensen moeten de feiten checken, vertellen hoe het wél zit. Maar de afgelopen paar jaar brak bij mij het besef door dat links geen verhaal heeft. Het zit ook in de taal. Links heeft heel veel woorden aan rechts weggegeven. Vooruitgang bijvoorbeeld ging altijd over rechten en vrijheden, maar is synoniem geworden met nieuwe producten uit het bedrijfsleven. Terwijl vrijwel alle grote innovaties, ook de iPhone, met overheidsgeld tot stand zijn gekomen. Hervormen is ook zoiets: dat is hetzelfde geworden als bezuinigen. Terwijl écht hervormen de invoering van het basisinkomen is, of het breken van de macht van de banken. Geen wonder dat de kiezers weglopen naar de populistische partijen.’

Mensen tegenspreken
De vraag is: hoe moet het dan wel? In de dagen na de verkiezing van Trump sloeg de verwarring toe in het progressieve kamp. Waarom had bijna niemand de overwinning van de grofgebekte miljardair zien aankomen? Hoe had de progressieve intelligentsia aan beide kanten van de oceaan zo blind kunnen zijn? Zo schreef Shula Rijxman, voorzitter van de NPO, een halfslachtig mea culpa in de Volkskrant. De strekking: luisteren wij van de publieke omroep wel genoeg naar de stem van de gewone man?
‘Dat was een bizar déjà vu,’ zegt Sheila Sitalsing. ‘Wilders maakt er al jaren een nummer van dat “het volk” niet wordt gehoord, en dat wordt in de media klakkeloos overgenomen. Sinds de verkiezing van Trump zie je het weer elke dag: het gekruip voor mensen die kennelijk “het volk” zijn. Ik erger me daar mateloos aan. De PVV trekt niet alleen teleurgestelde mensen aan, maar ook gespuis. En dat gespuis wordt vervolgens als “het volk” opgevoerd. Hoezo? Dan doe je de gewone mensen in Nederland wel heel erg tekort. Partijen als de PvdA doen daaraan mee. Ze moeten een keer ophouden met die eeuwige zelftwijfel, en zeggen: wij zijn er niet voor de extremisten, laat die maar naar de PVV gaan. Het volk, dat zijn wij allemaal.’ Bas Eickhout: ‘Wat links in elk geval níét moet doen, is zich nóg nederiger opstellen om de boze burger te behagen. Mensen hebben dat feilloos door. En dan kiezen ze alsnog voor de PVV.’
Wat links in elk geval níét moet doen, is zich nóg nederiger opstellen om de boze burger te behagen. Mensen hebben dat feilloos door.
Zihni Özdil: ‘Je moet Henk en Ingrid serieus nemen. Maar dat betekent niet dat je ze in alles gelijk moet geven. Wat vroeger met “allochtonen” werd gedaan, lekker doodknuffelen en zo, dat gebeurt nu met de boze witte burgers. Links moet zeggen: “Als je boos bent vanwege de armoede, omdat je de rekening van het ziekenhuis niet kan betalen, omdat je eindeloos op een huurwoning moet wachten, dan heb je helemaal gelijk, we staan achter je. Maar je blijft met je tengels van de asielzoekers en je Marokkaanse buren af.” Je moet mensen durven tegenspreken als het nodig is. Daar dwing je uiteindelijk meer respect mee af.’ Jan Terlouw: ‘De bottom line is dat de politiek de publieke zaak moet dienen. Als de politiek niet uitstraalt: wij zijn de baas namens jullie allemaal, verdwijnt het gezag. De overheid moet er zijn voor iedereen. Vroeger was dat doodgewoon, maar als je dat nu zegt, ben je opeens heel links.’
Een ánder verhaal
Alleen: moedig tegenspreken is niet genoeg, zoals Rutger Bregman al signaleerde. Clarice Gargard: ‘De kiezer is niet achterlijk. Je komt er niet als je alleen maar zegt hoe het níét moet. Dat laten de verkiezingen in Amerika ook zien. Als je mensen op de been wilt krijgen, moet je een alternatief bieden, een ánder verhaal vertellen.’ Volgens Rens van Tilburg komt er van dat andere verhaal tot op heden weinig terecht, omdat de politiek zich laat gijzelen door het rechts-populisme. ‘In de samenleving is al jaren een progressieve onderstroom zichtbaar die gericht is op sociale en duurzame vernieuwing. Zie hoe nu ook de werkgevers pleiten voor extra investeringen in duurzaamheid. Maar de progressieve partijen pakken dat nauwelijks op. Terwijl de samenleving verandert, zijn ze in Den Haag vooral bezig met de boze burger en draaien ze in een kringetje rond.’
Van die onderstroom zijn talloze voorbeelden aan te wijzen, van nieuwe lokale energiecoöperaties die de macht van de grote energiebedrijven uitdagen tot clubs als Buurtzorg Nederland, die de zorg in de wijken kleinschalig organiseren. Zelfs binnen de door leegloop geplaagde vakbeweging zijn tekenen van een nieuw progressief elan te zien, zoals de recente actie van Young & United, waarbij tienduizenden jonge mensen betrokken zijn. In april van dit jaar slaagden zij erin het jeugdloon af te laten schaffen voor eenentwintig- tot drieëntwintigjarigen. Als voorzitter van FNV Jong was Esther Crabbendam (26) vanaf het begin bij de acties betrokken. Meteen na de verkiezingsoverwinning van Trump begon ze een Facebookgroep onder de titel ‘Het kan wél’, als discussieplatform en verzamelplaats van progressieve ideeën. ‘De dag na de verkiezingen had ik een rotgevoel,’ zegt Crabbendam. ‘Ik dacht: er zijn vast veel meer jonge mensen die zich hier slecht over voelen. We moeten iets dóén. Dus ben ik met een paar vrienden die Facebookgroep begonnen. We hebben inmiddels meer dan duizend leden. Ik merk dat er de afgelopen jaren een steeds grotere bereidheid onder jonge mensen is om in actie te komen, om de wereld te verbeteren. Als de politiek het niet doet, doen we het zelf wel.’

Zélf de schouders eronder zetten
Nog een voorbeeld van nieuwe progressieve strijdlust: de Piratenpartij die in maart onder lijsttrekkerschap van Ancilla van de Leest (31) aan de Tweede Kamerverkiezingen meedoet. In 2012 besloot het voormalige fotomodel zich in te zetten voor digitale burgerrechten bij Bits of Freedom, nu lonkt de landelijke politiek. Dat de Piratenpartij dit jaar met tien zetels de tweede partij in IJsland werd, is een aardig duwtje in de rug. ‘Na de overwinning van Trump hoorde je sommige mensen roepen: moet iedereen wel stemrecht hebben? Maar de reactie moet het tegenovergestelde zijn: méér directe democratie. Dat voelt misschien contra-intuïtief, maar het is de enige manier om te laten zien dat de politiek er is voor de mensen, en niet andersom. Na de uitslag van het Oekraïne-referendum hoorde je ook veel mensen zeggen: dat komt ervan als je iedereen laat meebeslissen. En nu probeert Mark Rutte al maandenlang onder de uitslag uit te komen. Dat versterkt het gevoel van veel mensen dat ze niet worden gehoord, en dus roepen ze de volgende keer nóg harder nee.’ Volgens Van de Leest mogen we best wat wat meer begrip tonen voor Trump-stemmers. ‘Hij verwoordt het wantrouwen tegen de overheid. De oude politiek verzet zich tegen transparantie en meer zeggenschap van de burger, maar de digitalisering heeft invloed op álles. Met meer inspraak kun je referenda voorkomen. Eerst dacht ik nog: wie ben ik om hier iets aan te willen doen? Maar het gaat erom dat je er zélf de schouders onder zet. Burgers moeten zelf ontdekken dat ze wel degelijk verschil kunnen maken.
We moeten ons veel beter realiseren dat je alleen solidariteit van mensen kan verwachten als ze ook zekerheden hebben. Daar moeten we dus veel harder aan werken.
Alle gesprekspartners zijn het erover eens dat links alleen met een zelfbewust, strijdbaar verhaal de kiezer terug kan winnen. De vraag is alleen: hoe moet dat verhaal eruitzien?
Ron Meyer hoeft er niet lang over na te denken: ‘De klassenstrijd. Dat is elke keer de essentie. Ook toen het in de jaren negentig niet hip was daarover te beginnen. In wezen willen alle mensen, jong en oud, wit en zwart, hetzelfde: dat ze hun gezin goed kunnen onderhouden en trots kunnen zijn op het werk dat ze doen. Ik hoor mensen vaak zeggen dat ze moedeloos worden omdat de gevestigde orde niet naar ze luistert. Ze hebben gelijk. Maar ik zeg ook: als ze niet naar je luisteren, moet je luider spreken. Bernie Sanders in Amerika laat zien hoe het moet. Op de dag dat Trump won, kondigde hij aan door te gaan met zijn beweging. Het is prachtig dat een man van in de zeventig met steun van heel veel jonge mensen het establishment van de Democratische Partij aan het wankelen heeft gekregen. En dat hij dóórgaat, juist als het moeilijk wordt. Die bezieling en vastberadenheid geven hoop voor de toekomst.’
Volgens Felix Rottenberg moet zijn partij allereerst op zoek naar iconen zoals Bernie Sanders, naar persoonlijkheden met wie gewone mensen zich kunnen associëren. ‘Daar heeft het de afgelopen jaren aan ontbroken.’ Maar belangrijker nog is dat de sociaal-democraten terugkeren naar hun oude waarden zoals verheffing en bestaanszekerheid, wat de Wiardi Beckman Stichting onder zijn voorzitterschap ook bepleit. ‘En de zeggenschap van de burger moet radicaal worden vernieuwd: de rijksoverheid moet veel meer taken overdragen aan de gemeenten en veel meer ruimte maken voor maatschappelijke initiatieven als nieuwe energiecoöperaties en kleinschalige zorg in de wijken.’ Ook naar de overtuiging van Bas Eickhout moeten de linkse partijen terug naar waarden als solidariteit. ‘Dat is de kern van de progressieve beweging. Maar we moeten ons veel beter realiseren dat je alleen solidariteit van mensen kan verwachten als ze ook zekerheden hebben. Daar moeten we dus veel harder aan werken.’

Zihni Özdil meent dat links bij het uitdragen van z’n waarden best wat populistischer mag zijn, maar dan op een eerlijke manier. ‘Ik zeg tegen Henk en Ingrid: er zijn inderdaad buitenlandse gelukzoekers die van ons land komen profiteren. Ze heten Google, Ikea en Starbucks en komen hier lekker belasting ontwijken. Als we belasting heffen op al hun transacties hebben we zó tientallen miljarden die we kunnen besteden aan de zorg en de sociale zekerheid. Dat is helemaal niet moeilijk, het vergt alleen politieke wil, in Europa en hier in Nederland.’
De onverbiddelijke bestseller
Ook volgens Rutger Bregman hoeft het helemaal niet ingewikkeld te zijn. ‘Links moet niet alleen maar willen behouden wat we hebben. In de VS zei Trump: Let’s make America great again. En wat zei Clinton? America ís al great. Dan win je het dus nooit. Ik zeg: stel een radicaal plan op. In 2025 is de kinderarmoede in Nederland uitgebannen, in 2030 is de hele economie duurzaam, bam! Dan krijg je een veel gedurfder programma, waar mensen trots op kunnen zijn. Trots dat we het land zijn van het homohuwelijk, van de duurzaamheid, het land waar we meer vrijwilligers hebben om vluchtelingen op te vangen dan vluchtelingen zelf, waar we de kinderarmoede voorgoed gaan verslaan. Zo krijg je mensen in beweging. Je moet jezelf neerzetten als winnaar. Zoals Jan Cremer, die op zijn eerste boek liet zetten: “de onverbiddelijke bestseller”. Dát moet op het linkse programma staan.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.