Op straat wordt partijvoorzitter van de PvdA Hans Spekman steeds vaker uitgescholden. Met Thijs Broer en Max van Weezel loopt hij door zijn wijk in Utrecht, waar inmiddels bijna niemand meer PvdA stemt. ‘Veel mensen nemen het ons kwalijk dat we met de VVD zijn gaan regeren’

Voor liefhebbers van vergane glorie is het Museum van Zuilen aan de Amsterdamsestraatweg in Utrecht een klein Walhalla. Sinds de opening in 2009 brengt het museumpje de roemruchte geschiedenis van de arbeidersbuurt in het noordwesten van de Domstad in beeld. In de hoogtijdagen, de jaren zestig van de vorige eeuw, hadden machinefabriek Werkspoor en de nabijgelegen staalgieterij DEMKA duizenden bankwerkers, elektromonteurs, lassers en pijpfitters in dienst. Totdat de fabrieken bezweken onder de hevige buitenlandse concurrentie: bij Werkspoor rolde het laatste treinstel in 1972 de hal uit, DEMKA sloot in 1983 de poorten. Aan het industriële verleden herinneren in de expositieruimte aan de Amsterdamsestraatweg nog de portierspet van DEMKA en de legpenningen die aan jubilarissen bij Werkspoor werden uitgereikt. Ook wordt veel aandacht besteed aan het eertijds bloeiende verenigingsleven in Zuilen: het blauwfluwelen vaandel van brassband Utrecht Noord, het wapenschild van korfbalvereniging Sport Maakt Sterk, de zilveren bekers van voetbalclub Elinkwijk, sedert 1919. Er zijn boeken te koop met titels als Toen Zuilen nog Zuilen was en Sporen van Staal. Pronkstuk van de collectie is een maquette van de Werkspoorfabriek, compleet met rangeerterrein, hijskranen en vlijtig lassende miniatuurarbeiders.

Naast de maquette staat PvdA-voorzitter en buurtbewoner Hans Spekman aandachtig te luisteren naar Wim van Scharenburg, drijvende kracht achter het museum. De 68-jarige oud-juwelier licht toe wat voor prachtige producten Werkspoor destijds maakte: de staalconstructie voor de Euromast, onderdelen van bruggen, talloze treinstellen, de locomotief van de legendarische Trans Europ Express. ‘De werknemers hebben er alles aan gedaan om de fabriek te redden,’ zegt hij. ‘Maar de politiek vond dat treinen elders in Europa goedkoper konden worden gemaakt. Wat krijg je dan? De Fyra!’

Foto: Otto Snoek
Warme betrokkenheid

Buiten op straat vertelt Spekman, terwijl hij een sigaret opsteekt, hoe belangrijk hij initiatieven als dat van Wim van Scharenburg voor de buurt vindt: ‘Het is goed als mensen weten waar ze vandaan komen, dat ze trots zijn op de plek waar ze wonen. Elke dag komen hier mensen om spullen van DEMKA en Werkspoor langs te brengen die ze op zolder hebben gevonden. Ze raken in gesprek met elkaar. Dat zorgt voor samenhang in de wijk.’

Hans Spekman woont al bijna zijn hele leven in Zuilen. Van 2001 tot 2006 was hij wethouder van Sociale Zaken in Utrecht. Hij zette zich in voor daklozen en de minima maar trad ook keihard op tegen drugshandel en hangjongeren. Daaraan hield hij de bijnaam ‘Sociale Rambo’ over. Na zes jaar in de Tweede Kamer werd hij voorzitter van de PvdA, maar nog steeds bemoeit hij zich intensief met zijn buurtje. Dat oud-juwelier Wim van Scharenburg zich nu museumdirecteur mag noemen, is te danken aan Spekman, die hoogstpersoonlijk een subsidie bij de gemeente lospeuterde.

Als we verder wandelen door de wijk, zien we nog veel meer bewijzen van Spekmans warme betrokkenheid. Achter het museum ligt de De Lessepsbuurt, begin twintigste eeuw aangelegd als tuindorp voor de fabrieksarbeiders. In de lyrische taal van Bouwvereeniging Zuilen was het een plek waar ‘tusschen de frissche muren huismoeders een nieuw leven vonden, om zich met ons te verlustigen in den aanblik dier kleine kleuters, wier wangen zwellen en blozen, wier stemmetjes juichen en klinken in de vroolijke gezonde huiselijkheid; om met ons getuige te zijn van het stille geluk van den man, die na zijn dagtaak met vreugd naar zijn gezellige woning keert.’

Vijftien jaar geleden wilde de corporatie de inmiddels verloederde buurt tot woede van de bewoners tegen de vlakte gooien omdat de huisjes naar moderne maatstaven te klein zouden zijn. Hans Spekman, toen wethouder, stak daar een stokje voor. Nu zijn de huisjes gerenoveerd en zeer in trek bij jonge tweeverdieners.

Ook als Kamerlid en PvdA-voorzitter bleef Spekman zich bemoeien met de wijk. Bij het buurthuis van de Stichting Elinkwijks Belang in de Wattstraat zijn ze hem dankbaar dat hij een paar jaar geleden een dreigend alcoholverbod door de gemeente wist te voorkomen. Zo kan er op de burendag en bij de zondagmiddagbingo nog steeds een borreltje worden geschonken en kunnen ook de bierproefavonden doorgang vinden. De winkeliersvereniging Hart voor de Straatweg draagt hem op handen omdat hij samen met burgemeester Jan van Zanen de opening van een nieuwe grote supermarkt tegenhield, waardoor slagerij Van Es en banketbakkerij Steentjes aan de Amsterdamsestraatweg hun klandizie hebben behouden. Spekman gelooft heilig in het nut van zulke praktische politieke ingrepen. ‘Op kleine schaal is de samenleving wel degelijk maakbaar. In elke wijk wonen mensen die zich willen inzetten voor hun omgeving. Als vrijwilliger, mantelzorger of organisator van buurtfeesten. Het kunnen ook kleine ondernemers zijn. Vaak lopen ze op tegen de bureaucratie van de corporaties of de gemeente, soms worden ze regelrecht tegengewerkt. Als politicus moet je zulke mensen steunen en de ruimte geven omdat zij zorgen voor samenhang. Daarom heb ik er als partijvoorzitter de afgelopen jaren op gehamerd dat we als PvdA de wijken in moeten, dat we de bondgenoot moeten zijn van al die mensen die de handschoen weer willen opnemen.’

Steeds minder kiezers

Probleem is alleen dat steeds minder kiezers de PvdA als hun bondgenoot zien. Vooral in de traditionele volkswijken is de steun voor de partij dramatisch teruggelopen.
Volgens de peilingen van de laatste maanden kunnen de sociaal-democraten nog maar op tien tot twaalf Kamerzetels rekenen, in plaats van de achtendertig die ze haalden in 2012.

Maurice de Hond rekende voor dat met name de lager opgeleiden de Partij van de Arbeid massaal de rug hebben toegekeerd. Bij de verkiezingen van 1994, in de tijd van Wim Kok, stemde nog 31 procent van hen op de PvdA. Nu zou dat nog maar 4 procent zijn.

Zelfs in de buurt van Hans Spekman, de onvermoeibare strijder voor de gewone man en zijn belangen, ging de PvdA sinds haar toetreding tot het tweede kabinet-Rutte genadeloos onderuit. In Utrecht Noordwest, waartoe Zuilen behoort, boekten de sociaal-democraten bij de Tweede Kamerverkiezingen van september 2012 nog een grote overwinning, met 31,4 procent van de stemmen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2014 was daar nog maar 10,9 procent van over. D66 en GroenLinks waren de grote winnaars in de voormalige arbeidersbuurt.

Een gewone politieman uit Amsterdam kan zich niet meer veroorloven om binnen de ring te wonen.

In mei van dat jaar, bij de Europese verkiezingen, scoorde de PvdA nauwelijks beter in Noordwest: 11,4 procent. De partij wist de PVV, die bij deze stembusgang meedeed en 10,5 procent haalde, nauwelijks voor te blijven.
Een jaar later brachten de Provinciale Statenverkiezingen de PvdA de volgende nederlaag: 12,2 procent.
De partij was tweederde van haar kiezers kwijtgeraakt. En niet alleen in Ondiep, het deel van Noordwest dat vaak slecht in het nieuws kwam vanwege drugsoverlast en vechtpartijen tussen buurtbewoners, hangjongeren en de politie. Ook in Spekmans eigen stembureau, de Oranjekapel aan de Amsterdamsestraatweg, bereikte de PvdA bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 een absoluut dieptepunt: 7,7 procent van de stemmen. Een groot deel van de kiezers liep over naar andere linkse partijen of de PVV, of stemde helemaal niet meer.

Foto: Otto Snoek
Hij staat voor zijn idealen

Bij de harde kern van 7,7 procent hoorde Wim van Scharenburg van het Museum van Zuilen. ‘Ik stem nog steeds PvdA,’ zegt hij. ‘Spekman krijgt heel wat over zich heen, hoor, maar hij staat voor zijn idealen. En hij heeft zoveel voor het museum gedaan, ik vind: voor wat hoort wat.’

Maar niet iedereen is zo erkentelijk. Op de hoek van de Galvanistraat en de De Lessepsstraat wordt Spekman aangesproken door een oudere dame met rollator die hij ooit bijstond in haar strijd met de instanties. Ze klaagt steen en been over haar gezondheidstoestand, haar karige pensioentje en de kleinkinderen die alleen maar op haar geld uit zijn. Of ze PvdA stemt? ‘Ik stem helemaal niet meer!’ En als Spekman voorzichtig informeert waarom niet: ‘Het is allemaal één kliek!’ Mopperend schuifelt ze verder.

Via de Dieselweg en de Siemensstraat bereiken we de Bessemerlaan waar Spekman al decennia woont in een klein arbeidershuisje. De kamer is volgestouwd met oude meubels, weelderige planten en boeken over het socialisme.

Veel mensen nemen het ons kwalijk dat we met de VVD zijn gaan regeren Hoe komt het dat het geloof in de PvdA vooral in de volkswijken zo’n knauw heeft gekregen?‘Veel mensen nemen het ons kwalijk dat we met de VVD zijn gaan regeren,’ analyseert Spekman. ‘Ik vind die keus nog steeds verdedigbaar. Het kabinet heeft veel moeten bezuinigen, maar daar staat tegenover dat we de lasten eerlijk hebben verdeeld terwijl de economie weer aantrekt. De bankiersbonussen en de topinkomens in de publieke sector zijn aangepakt, ministeries als Economische Zaken en Sociale Zaken nemen schoonmakers met lullige flexcontractjes weer in vaste dienst. Dat lijkt misschien klein bier, maar voor hen is het ongelooflijk belangrijk. Ze voelen zich weer serieus genomen. Zo kan ik nog een heel rijtje afgaan. Het probleem is alleen dat veel mensen nog niet merken dat het beter gaat. Ze maken zich zorgen over hun baan en over hun kinderen die eindeloos moeten wachten op een sociale huurwoning.’

Daar zijn jullie toch ook verantwoordelijk voor? De PvdA heeft in eerdere kabinetten ingestemd met de liberalisering van de woningmarkt.
‘Dat moeten we ons aantrekken. Sinds de jaren negentig is de markt dominanter geworden in het volkshuisvestingsbeleid. Op dat moment functioneerden veel corporaties niet, de schimmel stond vaak in de huizen. Maar de marktwerking is te ver doorgeschoten. Dat moet nu worden bijgestuurd. Veel sociale huurwoningen, waar eerst mensen met een lager inkomen woonden, zijn verkocht. Of de huurprijs ging drastisch omhoog. Bovendien is er te weinig bijgebouwd. Met als gevolg dat mensen met een kleine portemonnee uit hun buurt worden weggejaagd. Dat speelt vooral in de grote steden. Een gewone politieman uit Amsterdam kan zich echt niet meer veroorloven om binnen de ring te wonen, laat staan zijn kinderen. Ik snap dat mensen daar boos over zijn en die woede wordt geprojecteerd op de PvdA. Daarom zullen we in het nieuwe verkiezingsprogramma voorstellen dat er 500.000 tot een miljoen extra huizen worden gebouwd en dat de gemeenten een wettelijke verplichting krijgen om voor voldoende betaalbare sociale huurwoningen te zorgen.’

Volgens rapporten van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en het Sociaal en Cultureel Planbureau groeit in Nederland de kloof tussen hoger en lager opgeleiden. Juist de lager opgeleiden lopen massaal weg bij de PvdA. Nog maar 4 procent van hen overweegt om op uw partij te stemmen.
‘Die verscheurdheid in de samenleving vind ik het grootste probleem. Wij zijn altijd de partij geweest van de solidariteit tussen arbeiders en intellectuelen, tussen mensen met werk en werklozen, tussen ouderen en jongeren en tussen autochtonen en allochtonen. Maar je ziet dat de tegenstellingen tussen die groepen zich nu verharden. Steeds meer kiezers denken vanuit hun eigen belang en dat maakt het organiseren van solidariteit hoe langer hoe moeilijker. Die ontwikkeling wordt versterkt door de groei van het flexwerken. Het is een monster dat ook in het hoofd van de mensen is gaan zitten. Voor je het weet, denken ze alleen nog aan zichzelf en wordt het: naar boven likken en naar beneden trappen. Bovendien zijn er partijen gekomen die de verdeeldheid aanwakkeren om voor zichzelf een electorale vijver te creëren: 50-Plus zet oud en jong tegen elkaar op. De PVV mobiliseert de blanke Nederlanders tegen de migranten. En DENK doet in spiegelbeeld precies hetzelfde door de allochtonen tegen de rest van Nederland op te stoken.’

Uw grootvader was landarbeider, uw vader timmerman. Dan moet het toch pijn doen dat 96 procent van de lager opgeleiden niet meer op de PvdA wil stemmen?
‘Zeker. Dat doet pijn.’

Uit de rapporten van WRR en SCP blijkt dat juist de voormalige arbeidersklasse steeds conservatiever en nationalistischer is gaan denken: tegen Europese integratie, tegen open grenzen, voor een harde aanpak van de minderheden. Geen wonder dat ze zich niet meer herkennen in de PvdA.
‘Ik begrijp die zorgen, maar wij gaan niet meedoen aan de polarisatie, aan mijn dooie dood niet. We zijn verfoeid als theedrinkers, maar we zullen daarmee doorgaan, wat de electorale consequenties ook zijn.’

Wat merkt u zelf van die polarisatie?
‘Ik word steeds vaker uitgescholden, meestal op internet maar ook wel op straat of als ik naar de supermarkt hier om de hoek ga. Sinds de PVV er is, noemen ze me “nikkervriend” en sinds DENK bestaat, krijg ik “vuile racist” naar mijn hoofd geslingerd. Het komt nu van twee kanten.’

En wat zegt u dan terug?
‘Ik ga in Utrecht veel langs de deuren. In Overvecht deed er een man open die riep dat hij hoopte op een reïncarnatie van Hitler. Ik vroeg hem waarom hij zo boos was. Er bleek drie keer bij hem te zijn ingebroken en er was geen instantie die hem hielp. Verderop was een dealerplek. Toen heb ik de burgemeester gebeld en die dealers zijn aangepakt. Later ben ik nog een keer naar die man teruggegaan. Inmiddels was hij aardig ontdooid. Hij hoopte niet meer op de reïncarnatie van Hitler, maar hij stemde nog steeds niet op de PvdA.’

Vindt u DENK net zo erg als de PVV?
‘Hun strategie is hetzelfde. Ze wakkeren het wantrouwen en de paranoia in de samenleving aan. Ze zaaien verdeeldheid om er zelf beter van te worden.’

In juni onthulde u in NRC Handelsblad dat u in 2014 sympathisanten van de Turkse president Erdogan heeft geweerd van de kieslijst voor de gemeenteraden. Sinds de Turkse staatsgreep van deze zomer is de kwestie extra urgent: kunnen aanhangers van de AK-partij actief zijn in de PvdA?
‘Ik zeg niet: als je ooit op Erdogan hebt gestemd, ben je bij ons niet meer welkom. Maar we kregen het signaal dat jongeren van de AK-partij in Nederland met elkaar hadden afgesproken om te infiltreren in de PvdA en een aantal andere partijen. Daarom heb ik ingegrepen.’

Blijft de vraag: kunnen AK-aanhangers actief zijn in de PvdA?
‘De PvdA is voor de democratische rechtsstaat. We waren tegen de coup, maar ook tegen de arrestatiegolf die op de mislukte staatsgreep volgde. Dat standpunt verwachten we ook van Turkse Nederlanders die de PvdA vertegenwoordigen in bijvoorbeeld de gemeenteraad of de Tweede Kamer.’

Als je namens de PvdA zo’n functie bekleedt, kun je niet zeggen: ik vind het terecht dat in Turkije duizenden mensen zijn opgepakt?
‘Nee, dat kan niet. Net zomin als je kunt zeggen: ik ben voor Guantánamo Bay.’

Gaat u Turkse Nederlanders die daar anders over denken uit hun functie zetten, zoals GroenLinks in Gorinchem heeft gedaan?
‘Eerst gaan we het gesprek aan, want ik ben benieuwd naar hun beweegredenen. We moeten in elk geval veel beter weten wie we in huis halen. Daarom hebben we de selectie voor de gemeenteraad, de Provinciale Staten en de Tweede Kamer aangescherpt. Vroeger werden er maar één à twee sollicitatiegesprekken gevoerd. Dat vind ik veel te weinig. Kandidaten moeten nu verplicht een opleiding van een jaar volgen. Dan haal je eruit hoe ze over de rechtsstaat en kwesties als integratie en homo-emancipatie denken.’

Tunahan Kuzu en Selcuk Öztürk zijn in 2014 uit de Tweede Kamerfractie van de PvdA gezet omdat ze weigerden het integratiebeleid van Lodewijk Asscher te steunen. Vervolgens hebben ze DENK opgericht. Hadden ze nooit op de kieslijst mogen komen
‘Nee, achteraf gezien niet.’

Foto: Otto Snoek
Traditionele linkse waarden

Een week na onze stadswandeling door Utrecht verspert een verhuiswagen van Koninklijke Saan de ingang van het partijkantoor van de PvdA aan de Amsterdamse Herengracht. Toen Hans Spekman in 2012 partijvoorzitter werd, deed hij een aantal stevige beloften: de PvdA zou haar ‘rode smoelwerk’ terugkrijgen, het ledental zou verdubbeld worden tot 100.000 en het partijkantoor zou verhuizen van de peperdure grachtengordel naar een sobere plek in een volkswijk. Vooralsnog is alleen dat laatste gelukt. In de hal staan stapels dozen klaar om te worden vervoerd naar het nieuwe onderkomen van de partij: een huurflat aan de rand van de Vogelaarwijk Bos en Lommer.

In zijn werkkamer met uitzicht op de gracht roept Hans Spekman: ‘Niet mijn cd’tjes vergeten!’ en stopt zijn lievelingsmuziek van Captain Beefheart en Frank Zappa (‘Die staan niet op Spotify’) in een doos. Nog niet ingepakt zijn de bronzen borstbeelden van Willem Drees en André van der Louw en zijn collectie vergeelde brochures uit de tijd van de SDAP, zoals ‘Weg met het Vlootplan’ en ‘Het socialisme nu’, met inleiding van vakbondsvoorman Henri Polak.

Als partijvoorzitter doe ik veel werk achter de schermen. Dat hoeft niet voor de bühne.

Het ledental is onder zijn voorzitterschap niet gegroeid maar juist gedaald, naar zo’n 47.000. Voor het ‘rode smoelwerk’ verwijst Spekman naar de 180 ‘Ombudsteams’ die inmiddels actief zijn in dorpen en steden. Daar kunnen burgers terecht als ze problemen hebben met het UWV, de sociale dienst of de woningbouwvereniging: ‘We doen daar nu meer aan dan de SP.’ Trots is hij ook op het project ‘Van Waarde’ van de Wiardi Beckman Stichting, de sociaal-democratische denktank, dat de partij van een nieuw ideologisch fundament moet voorzien. De PvdA, die de afgelopen decennia in neoliberaal vaarwater is terechtgekomen, moet zich weer richten op traditioneel linkse waarden als ‘bestaanszekerheid’, ‘binding’ en ‘verheffing’: ‘Misschien zien mensen daar nog niet zo veel van, maar voor de PvdA is het cruciaal. Het is een project van lange adem.’

Vorig jaar hield u in De Balie een vurig pleidooi voor linkse samenwerking tussen PvdA, GroenLinks en SP. Wat is daarvan terecht gekomen?
‘Ik wil die samenwerking nog steeds hartgrondig, ik blijf er aan duwen en trekken. Maar het loopt moeizaam. Wij hebben ons in het verleden horkerig gedragen tegenover de andere partijen. Zij denken dat ze zich dat nu kunnen veroorloven. Op zich begrijp ik het wel: bij de SP zijn ze nog steeds boos dat Wouter Bos ze bij de kabinetsformatie van 2006 aan de kant heeft gezet. Toen we in 2012 al snel met de VVD gingen praten, voelden de SP’ers zich ook niet serieus genomen. Ook GroenLinks is niet zo happig meer op gesprekken. Jesse Klaver heeft kennelijk het idee dat hij het wel alleen kan. Maar ik vind dat we moeten ophouden met kissebissen. Iedereen wil de grootste op links worden, maar dat stelt in deze tijd geen reet meer voor. Als we echt linkse politiek willen voeren, zullen we moeten samenwerken.’

In september 2015 zei u in de Volkskrant: ik denk dat Diederik Samsom een comeback kan maken. Gelooft u dat nog steeds?
‘Ja. Ik ben zeer voor een open lijsttrekkersverkiezing dus ik ga hier geen voorkeur voor een kandidaat uitspreken, maar in algemene zin wil ik wel zeggen dat we mensen in de politiek veel te snel afschrijven. De omloopsnelheid van politici is veel te hoog, dat doet de democratie geen goed.’

Bij uw aantreden als partijvoorzitter heeft u beloofd de PvdA weer een rood smoelwerk te zullen geven. Waarom heeft u zelf dan zo weinig kritiek geuit op het kabinetsbeleid van Rutte?
‘Als partijvoorzitter doe ik veel werk in stilte, achter de schermen. Dat hoeft niet voor de bühne.’

In Den Haag zeggen VVD’ers tegen ons dat de PvdA in het kabinet best veel voor elkaar heeft gekregen, maar dat de kiezers dat gelukkig niet weten omdat jullie je overwinningen nooit vieren.
‘Die eigenschap hebben we altijd gehad, al sinds de SDAP. Zelfs als sociaal-democraten prachtige resultaten behalen zijn ze nog chagrijnig over wat ze níet hebben bereikt. Dat heeft ook iets moois: het gevecht is nooit klaar.’

Hoe houdt u het vol als voorzitter van een partij die zo in de verdrukking zit?
‘Ik heb de overtuiging dat er een zwijgende meerderheid is in Nederland die helemaal niet zit te wachten op nog meer polarisatie. Overal in het land ken ik mensen van goede wil die buiten de politiek om allerlei mooie maatschappelijke initiatieven nemen. Zoals de Stichting Jarige Job die cadeautjes geeft aan kinderen die nooit hun verjaardag vieren omdat hun ouders geen geld hebben, zoals Heilige Boontjes in Rotterdam waar ze jongeren met een strafblad omscholen tot koffiebrander of barista, of zoals Jan Schuurman Hess, die zich in Zeeland inzet voor het behoud van kleine schooltjes. Bij zulke initiatieven moeten we als partij aansluiting vinden. Ik hoop nog steeds op een maatschappij waarin we voor elkaar opkomen. Dat is wat ik wil. Die ambitie blijft branden.’