Nederlanders in Dubai
‘Bhartie! Gefeliciteerd! Wat zie je er beeldschoon uit! En zo afgeslankt. Was je nanny ziek? Zodat je zelf aan de bak moest?’
‘Esther! Waar is je man? In Saoedi? Alweer? Bestaat hij eigenlijk wel?’
‘Joyce! Vietnam overleefd? Had je tijd voor jezelf nodig?’
Gegrinnik. Margriet Marbus, Marbi voor intimi, maakt haar entree op de Beach Party van Bhartie Nalinie van Loon-Birdja. Geheel in het wit, zoals de dresscode luidt. Na de zoenen: ‘Girls, dit is een journaliste uit Amsterdam.’
Joyce: ‘Ook ingevlogen voor het feest? Kwam je met de A380 van Emirates? Goed hè, die douche in de First! Je zat business? Nou, ook lekker! Daar heb je ook je eigen bed en je staat aan dezelfde loungebar als wanneer je first vliegt. Hoe geweldig is die bar! Al die hapjes ook. Heeft een stewardess een polaroid van je gemaakt? Enig toch!’
Veertig wordt Bhartie en dat wordt gevierd op Palm Jumeirah, het duurste deel van Dubai. Op dit kunstmatige, palmvormige eiland, aangelegd door de Rotterdamse baggeraar Van Oord, bezitten Frits en Coby Neyendorf een villa met privéstrand die is opengesteld voor het feest van de fulltime levensgenieter. Smak, smak, smak. Daar is de gastvrouw. ‘Schitterend die fakkels op het strand, Co!’ Een stralende Coby: ‘Waar is de roze champagne?’
Terwijl DJ Dulce, een Amsterdams ex-fotomodel, hits van Luv’ en Lenny Kuhr de Arabische nacht in knalt, ploffen Margriet (43), Esther (40) en Joyce (50) op de loungebank. ‘Typisch,’ zegt freelance journaliste Margriet, ‘er zijn bijna alleen maar Nederlanders.’
Zakenvrouw Esther, knikkend: ‘Wanneer komt Peter Klashorst eigenlijk?’
Joyce, net als Margriet getrouwd met een piloot: ‘Wie?’
Margriet: ‘Een Amsterdamse schilder zonder geld. Ik trof hem laatst en zei: “Kom naar Dubai. De leuke moedertjes die ik ken willen vast voor 250 euro een portretje van hun kids.”’
Esther: ‘Ik dacht dat het geld was bedoeld voor arme Afrikaanse kindjes. Zoiets zei je toch?’
Margriet: ‘Hij heeft zelf kinderen in Afrika rondlopen die hij moet voeden. Dus heb ik voor 3.500 euro aan opdrachten geregeld, maar nu is hij in Cambodja verliefd geworden op een hoertje en wil hij haar meenemen omdat ze anders bij zijn afwezigheid elke vent met 30 dollar op zak haar hut intrekt. “Slecht idee,” mailde ik. “Jullie zijn ongetrouwd dus wordt op het vliegveld gevraagd waar jullie logeren en kan Marbi bij de douane 5.000 dirham komen lappen.”’
Esther: ‘En nu?’
Margriet: ‘Nu ga ik door voor racist.’
Joyce, giechelend: ‘En ik voor snobist.’
Want Joyce heeft een gedoetje met een Haags vriendinnetje. ‘Ik mag van haar mijn Dolce & Gabbana-bril niet dragen. Die is volgens haar te groot, te goud, te zilver. En ik gebruik te veel parfum. Ze vindt dat ik ben veranderd sinds ik in Dubai woon.’ Ze recht haar rug. ‘Maar dat is alleen de buitenkant, zei ik. Van binnen ben ik nog steeds dezelfde Joyce.’
Maserati’s en Rolls Royces
Een jaar of vijf wonen Joyce, Margriet, Esther, Coby en Bhartie in Dubai, en het polderiaanse ‘doe maar gewoon’ staat haaks op het groter en luxer dat dit Emiraat kenschetst. In Dubai, dertig jaar geleden nog een woestijnvlakte met wat kamelen, staan ’s werelds hoogste toren (de Burj Khalifa, 828 meter), duurste hotel (de Burj Al Arab, zeven sterren) en grootste winkelcentrum (de Dubai Mall) met daarin het grootste aquarium denkbaar. In Dubai wordt bij 50 graden Celsius naast een aircomachine getennist. Goud kan hier, zoals condooms bij ons, in alle maten uit de automaat worden getrokken. Op de snelweg Sheikh Zayed spuiten Ferrari’s, Maserati’s en Rolls Royces elkaar voorbij.
Hoe anders is het in Nederland. Daar is het misschien wel minder dan ooit bon ton om met bezit te pronken en worden de rijken steeds vaker als de nieuwe uitvreters beschouwd. Grootverdieners heten ‘graaiers’, belastingverhoging voor de topinkomens is zelfs onder liberaal Rutte geen taboe meer en de naamsverandering van de Miljonairs Fair in het minder opzichtige Masters of Luxury kon protesten tegen de beurs niet voorkomen.
In Dubai tel je zonder poen niet mee. ‘Wie maandelijks minder dan 10.000 dirham verdient, moet wegblijven’, is de gevleugelde uitspraak onder expats. Nu is 10.000 dirham slechts zo’n 2.000 euro, maar het schetst de teneur: in Dubai stinkt geld niet. Wie er woont, woont er niet vanwege het zalige woestijnzand, maar om te cashen. Belastingvrij. Daar is van een crisis geen sprake meer. Na de dip in 2008 en 2009 die prestigieuze bouwprojecten stillegde, de huizenprijzen met zestig procent deed kelderen en losers met schulden het land uit joeg, zit Dubai opnieuw in de lift. Dankzij investeringen in de bouw. Er wordt weer volop gemetseld door (goedkope) Indiërs en Pakistani (die na gedane arbeid worden opgeborgen in afgelegen kampen). Baggeraar Van Oord sleepte in oktober een contract van twintig miljoen binnen. ‘Er wordt gesproken over een nieuwe boom,’ stelt Rob de Leeuw, de Nederlandse consul-generaal in Dubai. Daar waar de Nederlandse regering de crisis bestrijdt met ‘nivellering’ en ‘forse bezuinigingen’ (achttien miljard per jaar) pompt Dubai een vermogen in megalomane bouwprojecten. Gepland staat de mall of the World die nog imposanter moet worden dan de Dubai Mall, en een reeks architectonische iconen waaronder een kopie van de Indiase Taj Mahal, alleen vier keer zo groot als de bestaande.
Deze investeringen zorgden ervoor dat de huizenprijzen in 2012 met dertien procent stegen. Volgens ’s werelds grootste vastgoedadviesbureau CBRE zullen ze dit jaar opnieuw fors toenemen. En dat economisch optimisme trekt volgens de consul-generaal weer investeerders en Nederlanders aan. De Leeuw: ‘Ik ontmoet wekelijks zakenmensen die zich recent in Dubai hebben gevestigd.’
Zeilkamp op de Filippijnen
Onder de twee miljoen inwoners die dit opulente stadstaatje telt, bevinden zich naar schatting een kleine vierduizend Nederlanders. Ze vertegenwoordigen internationals waaronder de Nederlandse Export Combinatie, zoals Hans (van Bhartie) en Frits (van Coby). Verder wonen er veel architecten, en piloten die het kwakkelende Martinair verlieten om bij een van de florerende luchtvaartmaatschappijen van het Midden-Oosten aan de slag te gaan, zoals Ed (van Margriet) en Nic (van Joyce). Een maatschappij als Emirates biedt bijvoorbeeld op slechts zes uur vliegen van Schiphol een riant salaris, een huis (met veelal een zwembad), internationale scholen voor het kroost en ziektekosten voor het hele gezin. En dan schijnt in Dubai altijd de zon en werken nanny’s er voor een habbekrats.
Het is genieten in Dubai, zei consul-generaal De Leeuw kort na zijn aantreden in september. Voorafgaand aan de show van de door de Nederlandse Vereniging ingevlogen cabaretier Leon van der Sanden bekende De Leeuw publiekelijk dat hij in Nederland een appartement bewoonde en met het openbaar vervoer had gereisd. ‘In mijn woonplaats Zoetermeer zat ik achter in de tram. In Dubai daarentegen heb ik de beschikking over een auto met chauffeur en een huis met een ruime tuin en personeel, en een zwembad.’
Wordt het enthousiasme van de consul ook gedeeld door de andere Nederlanders in Dubai? Of is het toch lastig aarden in een land waar alles draait om geld?
Kunstgras in alle soorten
Het huis waar journaliste Margriet Marbus met haar piloot en drie kinderen woont, staat nabij hotel Burj Al Arab en ligt verscholen achter talloze tropische planten. Margriet heeft ze ‘gevonden’ in tuinen van expats die tijdens de crisis het land moesten verlaten. ‘Mooi hè,’ zegt ze terwijl ze wat dood blad van een Bougainville verwijdert. ‘En ze zijn echt. Dat kun je van best veel dingen in Dubai niet zeggen. Kunstgras is er in alle soorten. Ik heb dan ook geregeld heimwee naar de groene Hollandse polders.’ Maar eenzaam is ze niet. Als auteur van de Hollandse Nieuwe, een uitgave van de Nederlandse Vereniging in Dubai, kent ze hier veel mensen.
‘Joehoe,’ klinkt het op deze late ochtend. Margriet wil net, in flanellen pyjama, voorgaan naar het zwembad als Cilly Dartell langs wipt. De voormalige SBS-presentatrice, het nieuwe Omroep Max-gezicht, is net als Margriet de vrouw van een geëmigreerde piloot. Ze woont drie kwartier verderop, in Silicon Oasis, maar moet in de buurt zijn en wil even lunchen. ‘Leuk,’ zegt Margriet. ‘Bij Trader Vics? Daar krijgen we met onze pilotenpas 35 procent korting.’ Na Cilly’s hoongelach: ‘Hé! Jouw kinderen zijn volwassen. Ik kreeg vorige week een brief van school. Of we even tweeduizend dollar willen ophoesten omdat Sebastiaan op zeilkamp gaat op de Filippijnen. Dat is een jaarlijkse schoolreisjes voor twaalfjarigen.’
Cilly: ‘Wat is het probleem?’
Margriet: ‘We krijgen ons huis in Amsterdam niet verkocht. Dat kost ons elke maand vierduizend euro. Zit je goddomme in Dubai, heb je nog last van de Nederlandse crisis.’
Cilly: ‘Dan gaat Sebas toch niet mee op schoolreis? Jullie waren laatst al op de Filippijnen. Het is toch niet verplicht?’
Margriet: ‘Nee, maar ik gun hem alles omdat ik als kind nooit iets leuks had. Ik kom uit de pauper.’ Margriet maakt geen geheim meer van haar achtergrond sinds ze haar arme jeugd, met een criminele vader en een afwijzende moeder beschreef in het recent verschenen boek Het verdriet van Gouda.
Cilly: ‘Kijk, hoe ver je het hebt geschopt!’
Margriet: ‘Ja, Marbi woont tegenwoordig in Dubai mensen! Ze heeft een nanny, een zwembad en rijdt een Chevrolet.’
Cilly: ‘Nou… Het is toch relaxed hier? En schoon en veilig!’
Margriet: ‘Er is nauwelijks criminaliteit oké, maar ik moet nog steeds wennen aan het verkeer hier. Veel arbeiders komen uit ontwikkelingslanden. Daar zijn de verkeersregels anders. Je moet hier ook nooit je middelvinger opsteken. Daar houdt de politie niet van.’ Ze refereert aan de strenge beleefdheidsregels in Dubai. De krant 7Days, zeg maar de Spits van Dubai, meldde onlangs de deportatie van een Britse verpleger die het ‘fuck you’-gebaar maakte tegen een medeweggebruiker – ondanks de excuses die hij daarna publiekelijk maakte. En wie in Dubai met een druppel alcohol op achter het stuur zit, riskeert maandenlange gevangenisstraf.
Later die dag verplaatsen we ons naar de tuin van een Russisch echtpaar, waar Margriets negenjarige dochter is uitgenodigd voor een feestje dat wordt opgeluisterd met een mobile zoo. Op een gazon van kunstgras en over polyester rotsblokken zien we chinchilla’s, slangen, schildpadden en leguanen voortbewegen. De moeder van een Frans feestgangertje: ‘Alles in Dubai is zo nep als mijn Chaneltas.’
Margriet werpt lachend een blik op haar piepende iPhone: ‘Kom! Bij de overburen staat de chablis koud.’
Vrijdag is een heilige en vrije dag in de koran, dus begint in het islamitische Dubai op donderdagavond het weekend, en dat betekent voor ongelovige Nederlanders veel feestjes. Met veel drank, want het verhaal dat in Dubai nauwelijks alcohol voorhanden is, blijkt een fabel. Er zijn zat winkels met een alcoholvergunning, de benodigde pas heeft elke expat. En anders kan er nog belastingvrij worden ingeslagen bij de Barracuda in Umm Al-Quwain, twee ministaatjes verderop.
Miniwereld
Na de donderdagavond waarop Margriets buurvrouw ontdekt dat er in de vitrinekast nog maar vier flessen chablis staan, en ‘de rest helaas champagne is’, volgt Bharties Party. Daar ontvangen we de uitnodiging van Esther Boers’ buurman Ron voor een barbecue de volgende namiddag. Het blijkt wederom een Hollandse aangelegenheid. Ditmaal in The Villa, een wijk in de woestijn waar Julio Iglesias een buiten heeft.
Esther arriveert bij haar buurman en schenkt zichzelf een glas in. Ze is sinds vanochtend vroeg met haar zoon van tien en dochter van acht op pad geweest, naar de rugbyclub en de zeilclub, en is afgepeigerd na een drukke dag, een drukke maand ook. Haar man werkt offshore in Saoedi Arabië, maand op, maand af. De afgelopen tijd was hij aan het werk en heeft Esther voor de kinderen gezorgd. ‘Dat is best pittig, maar we hebben een geweldige nanny,’ zegt ze. ‘Anders had ik niet kunnen werken, en om die reden kwam ik naar Dubai.’
Toen haar man in 2005 als ingenieur aan de slag ging op dat booreiland in Saoedi zou Esther wat paardrijden en moederen totdat de kinderen naar school gingen, maar na twee jaar werd de Zeeuwse blondine gek van de miniwereld waarin ze verkeerde. De fiscaliste stuurde haar cv rond en kon beginnen voor een international corporate service provider (waarvan de naam niet mag worden genoemd). In Dubai. ‘Mijn man bleef in Saoedi dus vertrok ik in 2007 in mijn eentje met twee kleine kinderen.’
Het was een enorme stap. ‘Ik moest mijn draai vinden in een nieuw bedrijf, als werkende moeder, wennen aan Dubai met zijn bling bling en omgaan met het commentaar dat ik kreeg van Nederlanders om me heen. Zij vonden dat ik in een oud barrel reed, een verkeerde school had uitgekozen en op een foute plek woonde.’ Triomfantelijk: ‘En toen brak de crisis uit en raakten veel expats in financiële problemen. Op dat moment schafte ik mijn droomauto aan en kocht ik en passant bij de juwelier de “tank”.’ Lachend toont ze het beroemde Cartierhorloge aan haar tengere pols. ‘En wat denk je? Toen was het verwijt van diezelfde mensen: “Hoe kun je dat doen terwijl anderen honger lijden?!” Nou, op dat moment had ik zin in bling bling.’
Inmiddels werkt Esther in het gerenommeerde Dubai International Financial Centre (DIFC), woont ze in The Villa in een ware villa en loopt haar huishouden gesmeerd, ‘Dankzij onze nanny, die meedenkt, kookt en huiswerk maakt met de kinderen. Als ik rond zeven uur thuiskom, hoef ik Isis en Thomas alleen nog te overhoren. Red ik het niet om thuis te eten, dan komt de nanny met de kinderen naar de DIFC en eten we daar een hapje. Iedereen blij.’
Maar commentaar van landgenoten krijgt Esther nog steeds. Van het type vrouw dat de dagen vult met ‘Cocktailtasting golf’. ‘Ik werk te veel, vinden ze. Eigenlijk zou ik niet moet werken want onze kinderen hebben ook al een werkende vader die ze weinig zien.’ Haar kinderen komen geen aandacht tekort, stelt Esther. ‘Ik moet vaak naar het buitenland, maar ik ga alleen op reis als mijn man in Dubai is. Elke avond is een van ons tweeën thuis, en als mijn man er is, wijkt alles voor de kinderen. Hij gaat nooit uit.’ Lachend: ‘Vandaar dat er op feestjes wordt gegrapt dat hij mogelijk niet bestaat.’
Dat oordelen en veroordelen, ach. Esther is happy in Dubai. Voor geen goud wil ze terug. ‘In Nederland wordt het niet gewaardeerd dat je geld wilt verdienen. Dat is de reden waarom steeds meer Nederlanders naar Dubai komen of hier een baan zoeken. Hier wordt er alles aan gedaan om het opzetten van een bedrijf laagdrempelig te houden, en je betaalt geen belasting. Daarbij zijn Dubai en de andere Verenigde Arabische Emiraten goede opstapjes om zakelijk voet aan de grond te krijgen in andere landen in het Midden-Oosten, Afrika en Azië – markten die er economisch beter voorstaan dan veel Europese landen.’
Niet alleen het ondernemingsklimaat in Dubai is dynamischer, vindt Esther. Het hele leven is er dynamischer. ‘Er is elke avond wel een event van Armani of Gucci, en in het weekend gaan we zeilen of, zoals volgende week, naar Oman.’ En dan rijdt ze op zondagochtend, de eerste werkdag van de week, weer opgetogen in haar Porsche Cabrio richting het financiële hart om lekker te gaan knallen. ‘Want hard werken vind ik ook heerlijk,’ zegt ze.
Stewardoos
Voor de meeste dames in Dubai is het echter alle dagen weekend. ‘Kom je lekker wijn drinken in Pilote valley,’ luidt de sms van Marieke Hagelen, die in dezelfde straat woont als Cilly Dartell in de pilotencommunity Silicon Oasis.
De fles staat al op de tuintafel als de taxi na een rit van een uur arriveert voor het huis waar Marieke (40) en Ramon (42) zes jaar geleden vanuit Alkmaar terechtkwamen. Ramon zat niet lekker bij KLM, het Emiraat bood uitkomst, al bleek Dubai als woonplaats heel anders dan het Dubai dat het stel kende als vakantieland. ‘Parttime-werk bijvoorbeeld bestaat hier niet,’ zegt Marieke. ‘Ik ben een stewardoos zoals de meeste vrouwen in Oasis, want zowat alle piloten hebben een stewardess geschaakt. Maar goed, twee fulltimebanen bij een vliegtuigmaatschappij zijn niet te combineren met een gezin.’ Na een jaar zei Marieke haar baan bij Fly Dubai op en sindsdien zorgt ze voor haar vierjarige zoon en negenjarige dochter, sport ze, decoreert soms een muurtje en werkt af en toe als hostess. Vaak drinkt ze koffie en wijn bij de buren. ‘Ik voel me soms een Gooische vrouw,’ grapt Marieke. ‘Alleen mijn parelketting ontbreekt.’
De onderlinge contacten in Oasis zijn hecht. Logisch. De pilotencompound ligt nabij de luchthaven en dus afgelegen. Zeker in het begin waren de bewoners op elkaar aangewezen. Ramon: ‘Er was in de verre omtrek niets dan zand. De dichtstbijzijnde supermarkt lag 35 kilometer verderop en dus kon je weer zeventig kilometer rijden als je thuis ontdekte dat je de melk was vergeten.’ Marieke: ‘Of de sigaretten.’ Intussen is er veel bijgebouwd in de buurt, ook een supermarkt, en is Marieke gestopt met roken, maar toch zou ze wel een sigaretje lusten, verraadt het gebaar dat ze maakt naar de buurvrouw op het balkon. Prompt vliegt een pakje Marlboro Menthol over de muur die de tuinen scheidt. Marieke vrolijk: ‘We schieten ook champagnekurken over en weer.’
Er wordt veel gekkigheid uitgehaald en gelachen, maar er wordt ook veel gescheiden, vertelt Marieke. ‘Er is veel gedoe dat ontstaat als mensen dicht op elkaars lip zitten, dus je moet een goede relatie hebben.’ Zijzelf hebben ‘wel een lekker leventje’, al zijn ze niet super-de-fuck-rijk’. Marieke kiest de lekkerste flessen wijn, maar koopt geen Ralph Lauren voor de kids en rijdt in een lullige Nissan. Lachend: ‘Die heeft de beste inruilwaarde. We blijven Nederlanders.’ Ramon: ‘We vinden het ook belangrijk dat de kinderen weten dat welvaart niet vanzelfsprekend is.’ Om hen te tonen hoe gefortuneerd ze zijn, bezocht het gezin vorige zomer de familie van hun maid in de Filippijnen. Het was een bezoek dat enorme indruk maakte op iedereen. Marieke: ‘Ik zag een oma van 92 op mijn afgedankte slippers lopen.’ Ramon: ‘Vanwege onze komst werd er een varken geslacht, wat daar een vermogen kost, terwijl ik er niets van heb gegeten. Heel gênant. Maar ik lust geen buikspek.’
Marieke: ‘Die spareribs heb je toch wel gegeten?’
Ramon, besmuikt: ‘Die heb ik op Tamars bord gelegd.’ Dan: ‘Onze dochter vond het schokkend om te poepen in een gat in de grond.’ Marieke: ‘Vanwege het ongedierte in ons gehuurde huisje zijn we na een dag vertrokken, naar een viersterren resort.’
Ramon duikt de wijnkelder in. Marieke toont de wc die vol staat met klompjes en molentjes. ‘Dit is ons Holland House.’ Het gemis van Nederland komt aan de oppervlakte. ‘Expats zijn hier geen eersterangs burgers,’ zegt Marieke. ‘We zouden bijvoorbeeld graag een groter huis laten bouwen, maar ja, dingen gaan hier anders dan in Nederland…’ Ze kijkt naar Ramon en zwijgt. Het uiten van kritiek op ’s lands reilen en zeilen is een heikel punt, blijkt uit de gesprekken met diverse expats. Want Emirati zijn allergisch voor slechte pr, luidt de verklaring. De Nederlandse consul-generaal: ‘Er heersen in de Verenigde Arabische Emiraten andere opvattingen over vrijheid van meningsuiting dan in Nederland.’
Omdat de dingen in Dubai anders gaan, hebben Ramon en Marieke geen huis gekocht in dit woestijnstaatje maar ‘in de klei van Medemblik’. Voor later. Marieke: ‘Ik kan erg naar Nederland verlangen, maar daar is in deze crisistijd geen werk voor ons, en wij hebben nu eenmaal de keuze gemaakt om tot Ramons pensioen in Dubai te blijven.’ Ze vult haar glas bij. ‘Dat is nog vijftien jaar.’
Nutteloos
In huize Marbus checkt Margriet op internet of de A380 naar Amsterdam overmorgen nog een lege stoel heeft op het bovendek waar de first en business van deze dubbeldekse airbus zich bevinden. Want first class reizen in dit meest luxueuze vliegtuig aller tijden is volgens Margriet voor ‘ons Dubai-expats dé manier van reizen’. Ah! Hebbes. Ze gaat Cilly achterna, een frisse neus halen in Amsterdam. ‘Hoe was het met Marieke?’ Als ze hoort dat zij ook wel eens heimwee heeft, zegt ze: ‘Het is natuurlijk ook niet altijd leuk om tijd te hebben om met vriendinnen aan de koffie of de wijn te zitten. Dan voel je je nutteloos. Dat heb ik ook als ik te weinig werk en mijn onderbroeken niet kan vinden omdat het personeel die voor mij heeft gewassen en opgeborgen.’
Nutteloos. Dat woord had de werkloze Brabantse docente op de barbecue van de buurman van Esther in The Villa ook gebruikt. ‘Somber’, noemde ze haar gemoedstoestand. ‘Volgens mijn arts is zeventig procent van de vrouwen in Dubai aan de antidepressiva,’ zei ze. ‘En volgens mij is de rest aan de drank,’ had ze er na een slok bubbels smalend aan toegevoegd. En ook dat haar naam onvermeld moest blijven. Zij overwoog te kiezen voor een gescheiden gezinssituatie en terug te keren naar Nederland. Een situatie waarvoor de consul-generaal en zijn vrouw ook hebben gekozen omdat ‘Trudi in Dubai niet mag werken en zij in Zoetermeer op ons eerste kleinkind past en bovendien mijn vader ondersteunt met de zorg voor mijn hulpbehoevende moeder.’
Margriet kan zich er iets bij voorstellen. ‘Veel expatvrouwen zijn goed opgeleid, zij willen werken. Ik vlieg geregeld naar Amsterdam om interviews te doen die ik hier uitschrijf. Ik heb dus het geluk dat ik iets omhanden heb, al werk ik minder dan ik zou willen omdat ik afhankelijk ben van de Nederlandse markt. In Dubai zit alleen Life After Football, een tijdschrift van Regi Blinker (voormalig Feyenoord-speler, AT), waarvoor ik ooit een interview deed met Fabio Cannavaro. Zei de eigenaar vooraf: “Niet te diep graven. Ik wil alleen weten hoeveel Rolexen hij heeft…”’
Life After Football staat symbool voor Dubai, stelt Margriet. ‘Het gaat om showen wat je hebt, met alle franje en bling bling erbij.’ Dit zegt ze alleen niet altijd hardop. ‘Je mag niet ontevreden zijn met je mooie huis en je nanny die je vanaf zes uur ’s ochtends alle rotklussen uit handen neemt.’
Leuk toch!
Terwijl Esther naar Qatar vliegt voor een werkoverleg, plaatst Margriet in de first naar Amsterdam een kiekje van zichzelf op Facebook en volgt Joyce tennisles bij het Hyatt Hotel. ‘Ga mee,’ had ze gezegd op Bharties feest. ‘Een tennisles kost maar een tientje en de koffie is gratis. Leuk toch!’
Ja, bekent ze na de les, nippend aan een latte bij het zwembad. Er zijn dames die het lastig hebben in Dubai, of lastig hebben gehad. Net als Coby en Margriet heeft Joyce zelf het eerste jaar veel gehuild. ‘Ik kende nog niemand en wist niet hoe ik de dag moest doorkomen.’ Daarna heeft de moeder van twee bijna volwassen zoons besloten om er het beste van te maken. ‘Ik leer hier tennissen, golfen en snowboarden – dat kost allemaal geen drol. De nagelstudio’s zijn spotgoedkoop, je kunt hier geweldig shoppen en als ik ziek ben, kan ik zelfs in het weekend gratis in het ziekenhuis terecht.’ Stellig: ‘Ik krijg op een dienblad luxe gepresenteerd. Dan ga ik toch niet lopen zeiken? Als ik sommige vrouwen hoor afgeven op dit land, denk ik: hallo! In Nederland is het crisis hoor! Daar is geen baan te vinden. En daarbij: het is toch lachen om te kunnen zeggen dat je hebt leren snowboarden in Dubai!’
Toch. Eerlijk is eerlijk, ook Joyce vliegt voor ‘any good excuse’ naar Nederland, zo bekent ze later bij een bruin bammetje met kaas in haar ommuurde woning. In de A380. First class, zoals het expatvrouwen betaamt. Liefst op stoel 1A. Met een knipoog: ‘Dan zitten alle andere passagiers achter je.’
Met dank aan Eden Yachting
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.