Reizend van Moskou naar Kiev naar Sebastopol voelt Pieter Waterdrinker zich steeds verwarder. Hangt ons lot af van Poetin?

De Krim hebben we verloren, of is weer van ons – het is maar hoe je het bekijkt. Althans, hier in de voormalige USSR. De afgelopen maanden, zwervend van Moskou naar Kiev, van Kiev naar Sebastopol en van Sebastopol naar de droeve Donbass-kolenbekkens in het oosten van Oekraïne, raakte ik steeds meer verward. Naarmate ik langer in Moskou woon, begin ik Rusland steeds beter niet te begrijpen. Ik heb dit al vaker zo geformuleerd, maar herhaal het nog maar eens.

Na een langdurige afwezigheid ben ik weer in Moskou; het is een warme lentedag. Benendag. Zie de stroom van nieuwe auto’s. Zie de menigten in de luxe winkelpaleizen. Zie de jeugd, in de ban van de hormonen en Slavische levenslust. En van kolkend nationalisme. Want Poetin is terug. Zijn populariteit staat weer op ruim tachtig procent. De Russische jongeren mogen dan hopen op goede seks deze zomer op een Spaans of Italiaans strand, voor de pikanterie wellicht in een kelderbox ergens in Londen of New York; ze mogen dan uitpuilen van de in Silicon Valley ontworpen gadgets; ze mogen dan dromen van een rode Alfa Romeo, een Jaguar of een Amerikaanse Jeep; ze mogen dan vaker het vliegtuig naar het Westen nemen dan dat een bejaarde in Nederland inmiddels goede thuiszorg krijgt: de minachting voor, de triomferende haat jegens datzelfde Westen toe is overweldigend.


‘Nieuwe Lenin’

De enige parlementariër die het op 20 maart aandurfde in de Doema tegen de Russische annexatie van de Krim te stemmen, is Ilja Ponomarjov, toevallig een kennis van mij. De prozaschrijver Edouard Limonov – die ik ook wel ken – lijkt ineens vergeten dat hij nog maar onlangs door het Kremlin als fanatieke opposant in de gevangenis werd gegooid. Deze getalenteerde maar dubieuze nationalist springt nu op een kist, Poetin hysterisch manend: ‘Goed zo! Nu snel de rest van de gebieden heroveren die we in 1991 bij het uiteenvallen van de USSR hebben verloren.’ Het Linkse Front, met als voorman de onder huisarrest verkerende ‘nieuwe Lenin’ Sergej Udaltsov, is al even blij met het Heim ins Reich van de Krim. Alles wat ik destijds als puber op het lyceum in Haarlem tijdens de geschiedenisles leerde (we hadden nog zo’n ouderwetse leraar die dingen uit het hoofd wist en vertellen kon), heeft zich de afgelopen weken vlak voor mijn ogen herhaald. De ‘revolutie’ als product van een op drift geraakte anonieme massa en een kliek cynische slimmeriken; de externe vijand die intern de gelederen sluit; de hoeren als barometer voor de stand van zaken in een land (dit leerde ik overigens niet daar in Haarlem, maar hierover later meer).

De Russische jongeren mogen dan hopen op goede seks deze zomer op een Spaans of Italiaans strand; de triomferende haat jegens datzelfde Westen is overweldigend

Natuurlijk is er ook een ander deel van de jeugd: de Russische jongens en meisjes à la Pussy Riot. Zij, zeg maar, die in Nederland De Groene en VN zouden lezen. Maar deze houden zich angstig stil. De Russische sociale media zijn een slagveld waarop ze het tegen de eerder genoemde groep deerlijk afleggen. Mijn Petersburgse vriendin Masja, die doorgaans veel kan hebben, heeft voor het eerst uit haar kring van academici, kunstenaars, uitvoerende artiesten – kortom: van lieden die het goede en het schone zijn toegedaan, op Facebook vrienden ontvriend. Hun patriottistische retoriek werd haar teveel. Ze zegt, deze middelbare Russin met Joodse wortels: ‘Veel jongeren verlangen niet alleen naar een groot Rusland, maar naar een compleet herstel van de Sovjet-Unie. Maar ze weten niets! Ze geloven de verhalen van de repressie tijdens de USSR niet. Dissidenten van toen zien ze alsnog als verraders. Ze juichen een westerse boycot van Rusland toe. Ze kopen nu alleen nog maar Russische producten. Maar ze weten niet dat de Russisch yoghurtjes merendeels worden gemaakt van melk uit het Westen. Dat in de supermarkten zelfs de uien en de aardappelen nog altijd uit Europa komen.’

Simferopol, Leninplein: juichende massa's met vlaggen en banieren trekken door de straten. Foto: Marcello Fauci
Simferopol, Leninplein: juichende massa’s met vlaggen en banieren trekken door de straten. Foto: Marcello Fauci

Kozakken met korte zwepen

Ik spreek mijn Moskouse kennis Volodja. Zakenman. We kennen elkaar bijna twintig jaar. Hij is zojuist teruggekeerd van de Côte d’Azur. Daar heeft hij weer goede business gedaan. Soms verdient hij in een halve seconde een bedrag waarvoor ik drie jaar moet schrijven. We begluren de voorbijkomende benen. In vogelvlucht vertel ik hem intussen van mijn recente belevenissen in Oekraïne en op de Krim, waar inmiddels de roebel weer circuleert, de Russische driekleur wappert op schepen, kazernes en regeringsgebouwen. En waar nu een herverdeling van (voorheen Oekraïens) staatsbezit plaatsvindt die zijn weerga niet kent. In de lobby van Hotel Sebastopol in de gelijknamige militaire havenstad, met zijn hagelwitte neoclassicistische colonnades uit de Stalintijd, had ik ze zien arriveren: zakenlieden met goede politieke contacten uit Moskou. Ze waren snel naar het zuiden gereisd om de parels van de Krim (hotels, fabrieken, wijngaarden) voor een appel en een ei op te kopen. De omsingeling van de Oekraïense militaire bases en marineschepen was toen nog in volle gang; kozakken met korte zwepen, op zoek naar potentiële dissidente ruggen, stapten op hun Tolstoj-laarzen zij aan zij met de Russische volksmilities door de straten; de eerste paspoorten werden door Moskou al aan de bevolking uitgedeeld. Omdat hun levens door de ‘neofascisten’ die in Kiev na de afzetting en de vlucht van president Viktor Janoekovitsj eind februari aan de macht waren gekomen, zouden worden bedreigd.

Want, benadrukt Moskou voortdurend, het volgende moeten we vooral begrijpen: de invasie op de Krim was niet een antwoord op de dreigende exodus van Oekraïne uit de dampkring van de voormalige USSR, die Poetin volgens velen onder Russische vlag wil herstellen, maar een legitieme beschermingsmaatregel van het eigen volk dat door een treurige samenloop van de geschiedenis buiten de grenzen is geraakt. Zoals eveneens in Estland, Letland, Litouwen, Moldavië, Kazachstan en andere voormalige Sovjetrepublieken. Vandaar ook dat het Hogerhuis in Moskou Poetin expliciet het groene licht heeft gegeven om niet alleen op de Krim, maar ook in het verdere zuiden en oosten van Oekraïne militair in actie te komen als daar ‘Volksrussen’ worden bedreigd.

‘Hier worden met een paar pennenstreken nieuwe miljardairs gecreëerd’

Onfrisse types

Nu ben ik op de barricades in Kiev veel onfrisse types tegengekomen, rabiate nationalisten en antisemieten van Pravi sektor (Rechtse Sector), Svoboda (Vrijheid) en aanhangers van de naoorlogse Oekraïense nationalist Stepan Bandera. Het menselijke moerasgas, waarvan je minstens had gehoopt dat het na de vernietigde Midden-Europese wereld van Joseph Roth, Stephan Zweig en Gregor von Rezzori niet langer bestond, komt weer omhoog. Europa zou zich moeten schamen als het met die lieden op enig moment serieuze samenwerking zoekt, zoals je ook nog altijd vraagtekens kan zetten bij het feit dat Brussel überhaupt met de monsterlijk corrupte Janoekovitsj in gesprek is gegaan. Maar dat de levens van etnische Russen in Oekraïne worden bedreigd door rondtrekkende bendes ‘fascisten en moordenaars’ – zoals de Russische staats-tv hier in mijn Moskouse flatje dag-in-dag-uit meldt – is louter bullshit. Vooral dit maakt de huidige samentrekking van naar schatting 55.000 Russische manschappen aan de grens met Oost-Oekraïne nogal beangstigend. De Amerikaanse militaire inlichtingendiensten worden niet moe te melden dat Poetin nog altijd zijn ogen heeft gericht op steden als Donetsk, Charkov en Loegansk, en desnoods in één moeite door Transdnjestrië, een opstandige lap grond in Moldavië aan de westelijke Oekraïense grens dat feitelijk al onder Moskou valt, formeel à la de Krim zal annexeren.

Een lokale Krimpoliticus, die ik sprak op het terras voor zijn buitenhuis aan de weg tussen Sebastopol en Jalta, waar eerst Sovjetleiders als Michail Gorbatsjov en later Janoekovitsj en zijn maffiabende tussen de subtropische vegetatie bij elkaar schuilden, en binnenkort de nieuwe afgezanten van het Kremlin, vertelde mij: ‘Hier worden op dit moment met een paar pennestreken weer nieuwe miljardairs gecreëerd, zoals bij de privatiseringen onder Boris Jeltsin in de jaren negentig.’

Drie veteranen uit het Sovjet-leger. Foto: Marcello Fauci
Drie veteranen uit het Sovjet-leger. Foto: Marcello Fauci

Messias van het Russische volk

Mijn vriend Volodja is meer geïnteresseerd in geld dan in politiek, maar het ene hangt nu eenmaal met het andere samen. We zijn het erover eens dat de situatie in Rusland – het mooie weer en de benen ten spijt – sinds de val van de USSR nog nooit zo beroerd is geweest als nu. Op de staats-tv brult een journalistieke liklakei van het Kremlin dat Rusland het enige land op aarde is dat de Verenigde Staten kan veranderen in een wolk radioactieve stof; het is dezelfde Dmitri Kiseljov die eerder, toen de omstreden antihomowet werd bedolven onder een lawine van internationale kritiek, verklaarde dat de harten van homo’s moesten worden verbrand en begraven. De laatste onafhankelijke internetportalen, tv-kanalen en radiostations als Lenta.ru, Dozd (Regen) en Echo Moskvi (de Echo van Moskou) worden opgedoekt, afgeknepen of onder controle van het Kremlin geplaatst. En het merendeel van de natie is volkomen onverschillig; knort tevreden of applaudisseert zelfs.

Volodja legt op dit moment de laatste hand aan de bouw van een paleis voor een Russische oligarch aan de azuren kust nabij Juan-les-Pins. Alleen de garage met lift kost al drie miljoen euro. Hij zegt: ‘Zijn schizofrenie is potsierlijk. Ik zat vorige week met hem te lunchen in Nice. Op zijn iPad zag hij een model Mazerati dat hij nog niet had. Hij gaf zijn slaafje meteen opdracht om die in Milaan voor hem te kopen. Twee, drie ton – het is kleingeld voor hem. Van zo’n aankoop heeft hij hooguit een paar minuten plezier. Een leven vol snelle ejaculaties. Vaak letterlijk. Van de ene kick naar de andere. Hij heeft in Villefranche-sur-Mer een jacht liggen van zestig meter. Hij stond te juichen toen Poetin de inlijving van de Krim aankondigde. Hij vierde het met zeven meisjes, die hij in zijn privéjet uit Moskou liet overvliegen. Hij vond het prachtig! Maar tegelijkertijd ziet hij geen leven voor zichzelf en zijn familie in Rusland. Er is een immens sauve qui peut gaande onder types als mijn opdrachtgever. Hij loodst zijn miljarden in ijltempo uit Moskou weg. In het openbaar bewierookt hij Poetin als een Messias van het Russische volk. Maar binnenskamers scheldt hij op hem. Omdat hij door zijn kamikazegedrag en de dreigende westerse sancties niet alleen hun zakelijke maar ook hun persoonlijke belangen bedreigt. Het is totale waanzin.’

De hoeren zijn een barometer voor de stand van zaken in het land

Stinkende worst

Hoe het begon? Voor mij begin december, toen president Janoekovitsj juist een (nog) kleine rebellerende meute had neergeslagen, nadat hij de ondertekening van het voorgenomen associatieverdrag met de Europese Unie in de Litouwse hoofdstad Vilnius op het allerlaatste moment had afgeblazen. Ik vloog van Moskou naar Kiev. Altijd al was ik tegenstander geweest van het genoemde verdrag, althans in die vorm. Het betrof hier liefde die niets kostte. Door de bureaucraten in Brussel werd de Oekraïense bevolking een worst voorgehouden. De worst van democratie. Van visumvrij reizen. Van welvaart. Maar het was een stinkende worst, omdat werd ontkend dat de economie van het land, verpauperd en behorend tot de meest corrupte op aarde, grotendeels vervlochten is met die van Rusland. Zouden Oekraïense boeren opeens hun aardappelen, karnemelk en winterpenen kunnen slijten in Europa? Nee, want ze voldoen niet aan de Europese kwaliteitseisen. De kolen en het plaatstaal uit de Donbass? Om dezelfde reden: neen. En zouden studenten uit Kiev, Charkov en Odessa binnenkort visumvrij kunnen reizen naar Barcelona, Amsterdam of Berlijn? Wederom: neen.

De wens van Kiev om de weg naar Brussel te bewandelen was en is op zich zeer begrijpelijk. Al is het alleen maar omdat in Oekraïne het gemiddelde jaarinkomen vorig jaar op 6.394 dollar lag en dat in andere voormalige Oostbloklanden als Polen, Slovakije en Hongarije – comfortabel onder de Europese paraplu – inmiddels op 17.000 dollar. Maar in Brussel was men drie dingen kennelijk vergeten. Ten eerste, dat zo’n uitnodiging gepaarde diende te gaan met een soort Marshallhulp van tientallen miljarden euro’s; ten tweede dat men eerst harde eisen moest stellen aan Janoekovitsj en zijn praktijken van zuiver banditisme; ten derde dat de weg van Kiev naar Brussel onherroepelijk dient te lopen via Moskou.

Zonder een apologeet te zijn van het beleid van Vladimir Poetin – integendeel – hamer ik al jaren op een aantal legitieme economische en geopolitieke belangen van Moskou. Alsook op de (deels) terechte frustraties bij Poetin en zijn omgeving over de hypocrisie van het Westen inzake het oplossen van een aantal internationale geschillen en de vernederende uitbreiding van de NAVO naar het oosten na het uiteenvallen van de USSR, zoals ik die begin november in dit blad formuleerde in mijn Brief aan de koning (vn.nl/briefaandekoning), helaas nog altijd niet beantwoord.

Kozakken op het Leninplein in Simferopol
Kozakken op het Leninplein in Simferopol

Als in een gangsterfilm

We zijn nu ruim drie maanden verder. Sommige ogen in Brussel zijn eindelijk opengegaan. Nu willen Europa, het IMF en de Verenigde Staten het vrijwel bankroete Oekraïne alsnog redden. De ruim honderd doden en bijna duizend gewonden die in februari vielen op het Vrijheidsplein in Kiev zijn intussen deels tevens te wijten aan de domheid, het gebrek aan historisch besef en het Eurocentrisme van een stelletje rapporteurs en adviseurs, van wie ik er in de loop der jaren in Kiev een aantal ontmoette. Ze genoten van hun betaalde reisjes; van de goede restaurants en nachtclubs; van de gewilligheid der lokale meisjes. Mijn perceptie van de wereld is misschien enigszins literair, maar niet te onderschatten valt hoezeer een en ander doorspeelt bij een uiteindelijke positieve besluitvorming. Zelf vond ik het niet vreemd dat Janoekovitsj – die Brussel en Moskou meesterlijk tegen elkaar had uitgespeeld – te elfder ure alsnog koos voor de 15 miljard dollar steun van Poetin, al bleek dat al snel de nagel te zijn aan zijn politieke doodskist.

Ik kwam dus aan in Kiev. Ik had de Oranje Revolutie van 2004 meegemaakt, een vrolijke revolutie, gevolgd door een nationale kater, zoals vaker bij revoluties. De corruptie, het nepotisme, de zelfverrijking werden onder ‘Oranje Helden’ als Viktor Joesjtsjenko en Julia Timosjenko alleen maar erger. Poetins paranoia is stilaan potsierlijk, maar het is een feit dat de Verenigde Staten destijds de Oranje omwenteling hebben gefinancierd. In 2004 sprak ik Oekraïense jongelingen die in ruil voor dollars voor subversieve acties waren getraind op de Krim.

Zouden studenten uit Kiev, Charkov en Odessa binnenkort visumvrij naar Berlijn, Barcelona of Amsterdam kunnen reizen? Neen

Afgelopen december was de sfeer op het Vrijheidsplein, waar de eerste barricades zich al snel begonnen af te tekenen, opnieuw feestelijk, vrolijk, uitgelaten. Het ging de demonstranten allang niet meer om het gewraakte associatieverdrag, maar om de persoon van Janoekovitsj, die op hen had laten inslaan, en het regime waarvoor hij stond: endemische corruptie, een kleptocratie waarin zijn oudste zoon (ooit tandarts) binnen een jaar miljardair werd. Deze bende moest weg. ‘Slava Ukraini! Heil aan Oekraine!’ schalde iedere spreker vanaf het podium.

’s Nachts werd ik in mijn hotel vaak wakker van het volkslied, dat ieder uur vanaf het podium werd gespeeld en luid meegezongen. Ik sprak met de mensen; ik begreep hun wens naar een beter leven. De leraar uit Lviv; de boer uit Vinnitsa; de geestelijke die me vertelde hoe in zijn dorp, nabij Zjitomor, een melkfabriek gewoon werd gekaapt door de jongste zoon van Janoekovitsj: ze kwamen aan en namen de boel in. Als in een gangsterfilm. Dit moest afgelopen zijn.

Apocalyptische landschap

Maar de verdeeldheid op de barricades werd me ook al snel duidelijk. De beschaafde Arseni Jatsjenoek van de Vaderlandpartij was uit een ander hout gesneden dan de houwdegen Dmitro Jarosj van de Rechtse Sektor. Ik voelde me af en toe op de bladzijden van Konstantin Paustovksi, romancier en chroniqueur van de Revolutie van 1917. Ik had me altijd afgevraagd hoe Paustovski al die personen die later historisch zouden worden – als Lenin, Trotski en Babel – persoonlijk had ontmoet. Nu maakte ik zelf mee hoe eenvoudig dat was. Ik besefte eens te meer hoe belangrijke omwentelingen dikwijls het werk zijn van een klein clubje mensen van vlees en bloed. Op een nacht botste ik op het Vrijheidsplein bijna op tegen de bokser Vitali Klitsjko, snel uitgegroeid tot oppositiekopstuk van de Udar-partij. Hij voerde in het apocalyptische landschap van afgefikte autobanden, kampvuren en barricades, omgeven door mannen met helmen op en gewapend met knuppels, stokken en kapmessen als middeleeuwse krijgers, een verhitte discussie met een commandant. Er werd gescholden; vuisten werden opgeheven; er werd nog net niet gevochten. Klitsjko wilde dat de commandant – hij was van de Rechtse Sector – afzag van verdere provocerende acties. Hier werd live historie gemaakt.

Russische soldaat in de Karl Marxstraat in Simferopol. Foto: Marcello Fauci
Russische soldaat in de Karl Marxstraat in Simferopol. Foto: Marcello Fauci

De stoppen goed doorgeslagen

‘Weet u wat? Zo direct komt Generaal Vorst en dan zijn al die demonstranten voor het nieuwe jaar allemaal weg!’ had de ober in het barretje van Hotel Dnipro me begin december nog beloofd. Ik bleef al die tijd in Kiev. En de voorspelling bleek mis. Het verzet werd steeds hardnekkiger, grimmiger. Na iedere poging tot ontruiming van de Berkoet-oproerpolitie werden de barricades hoger. Tot de fatale nacht van 18 februari waarop in één keer 26 demonstranten en agenten werden gedood, mede door snipers vanaf de daken en uit de ramen van de hotels. Janoekovitsj, die onder immense druk stond en dagelijks vanuit het Kremlin scheldkanonnades te horen kreeg – wanneer maakte hij nu eens een einde aan die revolterende troep? – leek op 21 februari door de knieën te gaan. Hij beloofde vervroegde verkiezingen en een terugkeer naar de Grondwet van 2004, met minder macht voor de president. De oppositie ging akkoord.

De onderhandelingen werden gevoerd in bijzijn van de ministers van Buitenlandse Zaken van Duitsland, Polen, Frankrijk en de speciale afgezant van president Poetin van Rusland.

Een dag later bleek Janoekovitsj gevlucht, de toorn vrezend van het rebellerende volk op de Maidan dat hem (ik citeer uit mijn opschrijfboekje) ‘aan zijn zieke kloten’ wilde ophangen, dan wel van plan was hem ‘met een bot keukenmes langzaam te vierendelen’, dan wel ‘zijn lul in zijn achterkut’ wenste te stoppen. Op dat moment moeten bij Poetin, een dag voor de sluitingsceremonie van de Olympische Spelen in Sotsji waarbij het Westen hem al grotendeels het verwachte prestige had ontnomen, de stoppen goed zijn doorgeslagen. Niet alleen uit woede omdat Janoekovitsj de boel in Oekraïne had verkloot en de afgezanten van Europa hem hadden verraden, maar vermoedelijk vooral uit diep weggemoffelde existentiële angst. Want als de kleptocratie in Kiev zo eenvoudig kan omtuimelen, waarom zou dat dan niet – op een dag – ook kunnen gebeuren in Moskou, waar de corruptie en de zelfverrijking van de elite niet minder zijn? Het verklaart niet alleen de huidige repressie van alles wat oppositioneel is in Rusland, maar ook Poetins snelle actie op de Krim: de aanval als de beste verdediging.

Die valse heks

Die waterkoude maar zonnige zaterdag 22 februari reed ik met de triomferende meute mee naar de residentie van Janoekovitsj, veertig kilometer buiten de stad op de met berken en kale velden omzoomde weg naar Tsjernobyl. De inmiddels gearriveerde soldaten van de Maidan – zich bewust van hun historische taak – riepen de kijkers in de Versailles-achtige tuinen toe: ‘Niet op het gras! Niet op het gras staan!’ Iedereen wilde de legendarische ‘gouden wc’ van Janoekovitsj zien, maar de menigte was zo groot dat de poorten van het verblijf dicht bleven. Die gouden wc-pot, overigens, was er helemaal niet, wel andere proletenluxe als een stoeterij aan auto’s en een golfbaan bijna zo groot als het prinsdom Monaco.

‘En zij zelf dan, die valse heks?’

Dezelfde avond nog werd Julia Timosjenko, wier vrijlating de EU expliciet had geëist als voorwaarde tot het associatieverdrag, in een invalidenwagentje op het Vrijheidsplein het podium opgereden. Ze was snel overgevlogen uit Charkov, waar ze twee jaar in de cel had gezeten. Ze begon aan een nogal hysterische rede die ik met enige walging aanhoorde. Terwijl ik steeds werd weggedrukt door ordebewaarders, moest ik denken aan hoe ik in de winter van 2004 – op het hoogtepunt van de Oranje Revolutie – bij toeval verzeild was geraakt in de stripbar van Hotel Oekraïne. Naast mij zaten twee van Timosjenko’s lijfwachten. Tussen het whisky drinken en verveeld turen naar de halfnaakte meisjes door, blaften ze in hun telefoons. Ze deden zaken. Het ging over geld; heel veel geld. Ze scholden als gevangenisboeven. De egocentrische, staalharde miljardair Timosjenko, die haar fortuin vergaarde met schimmige gasdeals tussen Kiev en Moskou, had zich altijd al graag omringd met duistere figuren. Nu beloofde ze op het podium dat Janoekovitsj ‘zijn laatste gestolen geld’ aan het volk moest teruggeven. ‘En zij zelf dan?’ riep een oudere vrouw naast me. ‘En zij zelf dan, die valse heks?’

Stembureau voor het Krim-referendum. Foto: Marcello Fauci
Stembureau voor het Krim-referendum. Foto: Marcello Fauci

Zelfs de hoeren

Mijn Paustovski-gevoel kwam volledige tot wasdom ruim een maand later, op de Krim, waar ik getuige was van een van de merkwaardigste annexaties uit de geschiedenis. Eerst doken ze op bij de luchthaven en het parlementsgebouw in Simferopol, toen rond de Oekraïense legerbases, vervolgens overal: de groene marsmannetjes zonder insignes, van wie Poetin bleef volhouden dat het geen Russische soldaten waren. Juichende massa’s met vlaggen en banieren trokken door de straten. Het was filmisch, in bepaalde opzichten zelfs imponerend. Maar voor het eerst in zeventien jaar ondervond ik regelrechte vijandschap van Russen naar mij toe, als westerling. Niet alleen bij omsingelde kazernes – zoals in het Tataarse Bachtisaraj, waar de merendeels islamitische inwoners mij vertelden dat er ’s nachts door Russen kruisen op hun huizen werden geschilderd, zoals vroeger swastika’s op die van de Joden – maar ook op straat, flanerend aan de kades in Sebastopol. Een Brit, lang woonachtig op het schiereiland, bekende me verbijsterd dat plots zelfs de hoeren niet meer met hem naar bed wilden. ‘We neuken niet met buitenlandse spionnen! We neuken alleen nog met mannen van ons eigen ras!’

De waan van één man

Het meest beangstigende van de Krim-saga tot nu toe vind ik dat in korte tijd – onder de juiste druk, met de juiste propaganda – hele bevolkingsgroepen die eerder vreedzaam met elkaar leefden, tegen elkaar zijn opgezet. Dat is wat ik Poetin het meest verwijt; niet eens zozeer de inname van de Krim waar – al ging dat gepaard met een cynische machtspolitiek die zijn gehele verdere presidentschap zal overschaduwen – een overweldigende meerderheid inderdaad dolblij is terug te zijn in de Russische moederschoot.

Beleven we nu feitelijk het begin van het einde van het tijdperk Poetin?

Niet alleen van zijn naaste omgeving, maar stilaan van iedereen eist Poetin nu onvoorwaardelijke loyaliteit. Zijn coterie pikt het tot dusver, ook al tasten de afgekondigde Europese en Amerikaanse sancties hun bewegingsvrijheid en vermogens direct aan. Maar kan dat op een dag niet zomaar omslaan? Beleven we nu feitelijk het begin van het einde van het tijdperk Poetin? Een professor die de inname van de Krim onlangs ter discussie stelde, werd van de universiteit als verrader verwijderd. Zal de crisis in Oekraïne verder ontaarden? Is Poetin bereid om zijn volk desnoods in een dionysische ondergang mee te trekken?

Het klinkt misschien gezwollen, maar het nabije lot van Rusland – en dat van de wereld – hangt opnieuw grotendeels af van de waan en de luim van één man. Ik klamp me hier in Moskou dezer dagen met een soort religieuze bezieling vast aan het aloude Russische adagium dat ‘de hoop als laatste sterft’.

Een andere getuige

Tolstojs Sebastopol
Een van de eerste Russische oorlogsverslaggevers was een 26-jarige officier genaamd Leo Tolstoj. Na een diensttijd in Tsjetsjenië arriveerde hij in de winter van 1854 in Sebastopol op de Krim, midden in de Krim-oorlog met de westerse mogendheden en het Ottomaanse rijk. Tolstoj was er getuige van het dramatische beleg van de stad en de nederlaag van de Russen, waarover hij vertelt in de schitterende, gruwelijke Sebastopol vertellingen. Tolstoj werd op de Krim (en gaandeweg de verhalen) zeer sceptisch over het nut van oorlog, maar inmiddels verwijzen Russen vaak naar het boek om hun claim op het schiereiland kracht bij te zetten. Op YouTube een korte documentaire over Tolstojs ervaringen, met beelden van het moderne Sebastopol – van voor de crisis.