Rond het Binnenhof lopen weinig politici rond die eerlijk antwoord geven op lastige vragen – Haagse verslaggevers die dagelijks geconfronteerd worden met ontwijkende formuleringen, met vaagheid en drogredeneringen en kluitjes in het riet en mist en meel in de mond, kunnen erover meepraten. Zeldzaam zijn ook politici die de moeite nemen zo nu en dan een boek te schrijven. De meesten, opgeslokt door de politieke rat race, hebben er geen talent voor of menen er geen tijd voor te hebben, en als ze zich er al toe zetten is dat meestal ná hun politieke carrière, als niemand meer in hun vrijblijvende bekentenissen geïnteresseerd is.
Al helemaal met een lampje te zoeken zijn politici die af en toe een boek schrijven én eerlijk antwoord geven op lastige vragen. Gert-Jan Segers van de ChristenUnie is er zo een. Waar hij als leider van een kleine coalitiepartij, belaagd door de opstand van boeren, bouwers en leraren, de tijd voor het schrijven vandaan heeft gehaald is een raadsel, maar van de week verscheen zijn nieuwe boek: De verloren zoon en het verhaal van Nederland.
In het essay verdiept Segers zich in wat Pim Fortuyn ‘de verweesde samenleving’ noemde: Nederland is welvarender dan ooit en de Nederlandse kinderen horen bij de gelukkigste van de wereld, maar toch woekert het maatschappelijk onbehagen voort. Hoe is die onvrede de verklaren, en – daar spreekt de politicus – wat is eraan te doen?
Daarbij laat Segers zich leiden door de Bijbelse parabel van de verloren zoon: het verhaal van de jongste zoon die zijn erfdeel vraagt, de wereld intrekt, zijn vermogen verbrast, en gedesillusioneerd terugkeert naar huis, waar zijn vader hem met open armen en een feestmaal ontvangt – tot wrok van de oudste zoon, die al die jaren gehoorzaam thuis is gebleven.
Ook veel progressieve kiezers zullen zich in de analyse van Segers kunnen vinden, en ook in de antwoorden die hij geeft op het maatschappelijk onbehagen.
In een meanderend betoog schetst Segers de oorzaken van de maatschappelijke ontheemding die veel mensen voelen: de individualisering en de neergang van maatschappelijke verbanden die mensen op zichzelf terugwerpen, de prestatiedrang, de flexcontracten en andere uitwassen van het doorgeschoten marktdenken, de woede over een overheid die niet luistert, de zorgen over de groeiende ongelijkheid, de onzekerheid over de culturele veranderingen die met de toegenomen immigratie zijn meegekomen, de ‘valse messiassen’ aan de rechter- en linkerkant van het politieke spectrum die de onvrede aanwakkeren, de polarisatie door de identiteitspolitiek, de groeiende culturele kloof tussen wat de Britse auteur David Goodhart anywheres en somewheres noemt: de ‘overalmensen’, de academisch geschoolde elite van individualistische wereldburgers, en de ‘ergensmensen’ die hechten aan de tradities en de cultuur van de plek waar ze geworteld zijn, en zich eerder zorgen maken over een veranderende wereld.
Waarbij Segers aantekent dat we allemaal elementen van die beide typen in onszelf kunnen herkennen: het verlangen naar vrijheid en de weerzin tegen knellende verbanden, maar ook het gevoel van maatschappelijke ontworteling.
Omarmen van de Roetveegpiet
Ook veel progressieve kiezers zullen zich – in meerdere of mindere mate – in de analyse van Segers kunnen vinden, en ook in de antwoorden die hij geeft op het maatschappelijk onbehagen: het koesteren en stimuleren van kleine verbanden in de buurtzorg en de thuiszorg, een eerlijker, duurzamer belastingstelsel, het tegengaan van ongelijkheid, de heruitvinding van het oer-Nederlandse polderoverleg op een kleinere schaal, de ‘minipolder’, nu de traditionele, grote verbanden van vakbonden en werkgevers op steeds minder steun kunnen rekenen, en – verrassend misschien uit de mond van de leider van een kleine christelijke partij die als cultureel conservatief bekend staat: het omarmen van de Roetveegpiet.
De gedachte dat eenzame bejaarden straks met een pil een einde kunnen maken aan hun leven stuit zelfs onder sommige D66-sympathisanten op instinctieve weerstand.
Ook in Segers’ pleidooi voor een streng maar rechtvaardig asielbeleid zullen veel links-liberale kiezers wel wat herkennen. Zoals Segers het uitdrukt: een voordeur die de hele tijd openstaat, waarbij willekeurig iedereen in en uit kan wandelen, heeft niets met gastvrijheid te maken en alles met onveiligheid. Hetzelfde geldt voor zijn oproep meer aandacht aan eenzame ouderen te besteden, in plaats van versoepeling van de regels voor euthanasie: de gedachte dat eenzame bejaarden straks met een pil een einde kunnen maken aan hun leven – een vurige wens van D66-politica Pia Dijkstra en een nachtmerrie van Gert-Jan Segers – stuit zelfs onder sommige D66-sympathisanten op instinctieve weerstand.
Typerend is de anekdote die de ChristenUnie-leider aanhaalt in zijn boek: toen de nieuwe directeur van één van de verzorgingstehuizen van Humanitas zijn personeel op het hart had gedrukt voortaan altijd ja te zeggen als de bewoners bijvoorbeeld een huisdier wilden houden, hun oude meubeltjes niet wilden wegdoen of wilden roken op hun kamer, kreeg hij al spoedig geen enkel euthanasieverzoek meer op zijn bureau. Waarmee Segers dus wil zeggen: met echte aandacht is veel leed te voorkomen.
Minder instemming
Maar op minder instemming zullen Segers opvattingen over dubbele nationaliteit kunnen rekenen. ‘Ik vraag me steeds meer af,’ schrijft hij, ‘of het houdbaar is nu we tweede, derde en latere generaties hebben van mensen met een dubbele nationaliteit, waarbij het andere paspoort is uitgegeven door een land dat fundamentele vrijheden met voeten treedt. Een land als Turkije is nu zo onvrij geworden, dat een dubbele nationaliteit en een dienstplicht voor Turkse Nederlandse jongens onhoudbaar geworden is.’
In de talkshow Pauw legde Segers van de week uit wat hij daarmee bedoelde en wat hij eraan wilde gaan doen. Nu het Turkse leger Syrië is binnengevallen, stelde hij, is het denkbaar dat Nederlands-Turkse jongens die vanwege hun Turkse nationaliteit in militaire dienst moeten, worden ingezet tegen de Koerden, onze bondgenoot tegen IS: een ‘onbestaanbare situatie’.
Volgens Segers zou bij wet geregeld moeten worden dat migranten hun dubbele nationaliteit opgeven: ‘Na de eerste generatie moet je een keuze maken: ben je Nederlander of ligt je loyaliteit ergens anders. Dat kan, dat mag, maar dan is Nederland niet jouw land.’
Segers was nog niet uitgepraat of er kwam al een boos appje binnen op zijn mobiele telefoon van DENK-voorman Tunahan Kuzu, die zelf een Turkse achtergrond heeft. En via social media hagelde het boze commentaren, ook uit de Turkse gemeenschap. De strekking: populisten als Fortuyn en Wilders waren ook al over de dubbele nationaliteit begonnen, en vooral: wat heeft loyaliteit met een paspoort te maken?
De ChristenUnie-voorman had het zich gemakkelijker kunnen maken als hij alleen zijn zorg had uitgesproken over de bizarre situatie dat Nederlandse jongens vanwege hun Turkse paspoort straks tegen de Koerden zouden moeten vechten. Hij gaf het eerlijke antwoord. En dat is op zichzelf te prijzen: nu is het voor voor- en tegenstanders in ieder geval duidelijk waar Segers staat, en kan het debat beginnen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.