Fotodocument

Lievelingsbeelden in de tuin van het Kröller-Müller

De redactie
Foto: Maarten Kools

We vroegen vier liefhebbers van de beeldentuin van het Kröller-Müller Museum naar hun favoriet.

Alexander Pechtold neemt zijn hoed af voor Monsieur Jacques. Maar iedere Kröller-Müller-bezoeker heeft zijn eigen lievelingsbeeld. Wat zijn die van Francine Houben, Wim Pijbes en Johanna ter Steege? Bekijk de foto’s hier.

Lievelingsbeelden in de tuin van het Kröller-Müller

Monsieur Jacques (1956), Oswald Wenckebach
Monsieur Jacques (1956), Oswald Wenckebach

Alexander Pechtold (politicus): ‘Als je na een fietstocht het park binnenkomt, staat hij er altijd. In weer en wind. Monsieur Jacques. Aanwezig, maar toch bescheiden. Hij verwelkomt alle bezoekers. Handjes op de rug, de neus parmantig in de lucht. Kinderen die voorzichtig langs zijn jaspand strijken. Japanners die een arm om hem heen slaan en het tafereel met de selfie-stick vastleggen. En voor mij een moment om hem te groeten. Hij doet me zelfs een beetje denken aan m’n opa. Als ik een hoed zou dragen, zou ik hem afnemen, voor Monsieur Jacques.’

Jardin d'Email (1974), Jean Dubuffet
Jardin d'Email (1974), Jean Dubuffet

Johanna ter Steege (actrice): ‘Jardin d’émail heeft mijn leven veranderd. Ik was dertien jaar oud. Staande in de zwart-witte tuin ontdekte ik een nieuwe manier van kijken en denken. Ik begreep dat er verschillende manieren zijn om de wereld te zien en ervoer de zin van betekenis geven. Het overkwam me, het was een schitterend moment.’

Spin out, for Robert Smithson (1972-1973), Richard Serra
Spin out, for Robert Smithson (1972-1973), Richard Serra

Wim Pijbes (museumdirecteur): ‘Enigszins verscholen in het gebladerte prijken drie weerbarstige stalen platen in een komvormige vallei. Deze harde menselijke ingreep in het romantische bos lijkt misplaatst, maar schept tegelijk een eigen, nieuwe ruimtelijkheid. De ruimte tussen de platen is ongeveer gelijk, maar doordat ze net niet concentrisch zijn geplaatst, creëren ze samen geen middelpunt. Het middelpunt vliedt, zogezegd. En dat ervaar je pas echt wanneer je er niet alleen naar kijkt, maar er doorheen loopt. Juist die fysieke ervaring geeft dit beeld iets magisch.’

Rietveldpaviljoen (1964-1965; herbouwd 2010), Gerrit Rietveld
Rietveldpaviljoen (1964-1965; herbouwd 2010), Gerrit Rietveld

Francine Houben (architect): ‘De opbouw van horizontale en verticale vlakken vind ik heel mooi. Het is een ruimtelijke sculptuur. De compositie met die gaatjes in de wanden brengt een mooi spel van schaduw en licht, waarin de organische beelden van Barbara Hepworth goed tot hun recht komen.’