Heel lang geleden is het niet dat Ferdinand Grapperhaus, huidig minister van Justitie en Veiligheid voor het CDA, zich opwierp als vurig verdediger van de rechtsstatelijke beginselen. Als topadvocaat en hoogleraar publiceerde hij kort voor de verkiezingen van 2017 het pamflet Rafels aan de rechtsstaat, waarin hij fel van leer trok tegen de groeiende ongelijkheid, de oprukkende segregatie in het onderwijs, de toenemende discriminatie van etnische en raciale groepen en de opkomst van het ‘planloze populisme’.

Hij noemde Alexander Pechtold een ‘windvaan’, verweet Mark Rutte ‘flutpolitiek’ en verklaarde Geert Wilders ‘ontoerekeningsvatbaar.’

Lees ookMeer Macht op vrijdag: Hoe olie letterlijk en figuurlijk de brandstof is van smerige internationale spelletjes28 september 2018

Daardoor, waarschuwde de auteur, dreigde de rechtsstaat te worden ondergraven. Ook op Twitter en in zijn column in Het Financieele Dagblad toonde Grapperhaus zich een tegendraads beschouwer, die ook politieke kopstukken en toekomstige coalitiepartners niet spaarde: hij noemde Alexander Pechtold een ‘windvaan’, verweet Mark Rutte ‘flutpolitiek’ en verklaarde Geert Wilders ‘ontoerekeningsvatbaar.’ Het terugsturen van goed geïntegreerde jonge asielzoekers was ‘absurd’, stelde hij, want ze zijn ‘een levende reclame voor ons beste Nederlandse exportproduct: de open samenleving’.

Tegendraads

Geen wonder dat goede bekenden van Grapperhaus bij het aantreden van het kabinet voorspelden dat hij best eens een soeverein, eigenzinnig en tegendraads minister kon worden, in dit populistische tijdsgewricht. In Trouw verklaarden zijn goede vriend en CDA-bestuurslid Alwyn de Jong en voormalig SER-voorzitter Wiebe Draijer te hopen dat Ferd in de ‘Haagse dynamiek’ zichzelf zou blijven.

Even leek het daar ook op, toen Grapperhaus in mei bij Pauw suggereerde dat hij zou laten onderzoeken of de ontheemde kinderen van Syriëgangers teruggehaald konden worden naar Nederland, zoals de Kinderombudsman al bepleitte met het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties in de hand.

grapperhaus
Beeld: Hollandse Hoogte/Laurens van Putten
Planloos populisme

Prompt regende het kritiek van de rechterflank. ‘Voor je het weet komen de ouders er achteraan,’ twitterde VVD-Kamerlid Arno Rutte. ‘De VVD kiest voor de veiligheid en de vrijheid van de kinderen in Nederland!’ – waarna Grapperhaus schielijk meldde dat hij ten onrechte de indruk had gewekt de kinderen écht terug te willen halen. Tot zover de eigenzinnigheid en de strijd tegen het ‘planloos populisme’.

En nu komt Grapperhaus dus met het voorstel om bij de aanvraag van wapenvergunningen de etniciteit, de religie én de politieke opvattingen van de aanvragers te registreren. Dat alles ongetwijfeld tot vreugde van de door de óude Grapperhaus verfoeide PVV, want zo kunnen mogelijke islamitische terroristen sneller worden geïdentificeerd – al worden de moslims natuurlijk nergens in het wetsvoorstel uitdrukkelijk genoemd.

Het plan is op het ministerie boven komen drijven naar aanleiding van een verscherpte Europese richtlijn, tegen de achtergrond van de dreiging van terroristische aanslagen: voor minister Grapperhaus een brisant onderwerp. In zulke situaties zijn er altijd wel overijverige ambtenaren te vinden die vanwege de efficiency en de gewenste daadkracht de grenzen van de rechtsstaat willen oprekken. Een minister met een rechte rug krabbelt dan in de kantlijn van de betreffende ambtelijke notitie: ‘gaan we niet doen’. Maar Grapperhaus, voorheen vurig verdediger van rechtsstatelijke beginselen, zette er een krulletje onder.

Zo snel kunnen principes verdampen in het centrum van de macht.

Tot zover de eigenzinnigheid en de strijd tegen het ‘planloos populisme’.

Bezwaren

Het onberaden plan gaat helemaal niet door, bleek al deze week, omdat het niet alleen stuit op de in de Grondwet verankerde burgerrechten, maar ook op grote bezwaren van de coalitiepartners: ‘Wij doen niet aan discriminatie en etnisch profileren, dus deze bijzondere persoonsgegevens moeten uit het voorstel,’ verklaarde D66-Kamerlid Monica den Boer. CDA-Kamerlid Chris van Dam, partijgenoot van Grapperhaus, voegde eraan toe: ‘Ik kan me geen situatie voorstellen die rechtvaardigt dat dit zo in de wet wordt opgenomen.’

Zo gaat Grapperhaus al snel Stef Blok achterna, die sinds zijn suggestie dat het ‘diep in onze genen’ zou zitten om niet vreedzaam met andere culturen te kunnen samenleven, als minister van Buitenlandse Zaken nauwelijks meer serieus wordt genomen. Dat krijg je dus, als je als bewindsman de principes prijsgeeft waar je voor zou moeten staan. Met je rafels aan de rechtsstaat.