Ergens tussen luiheid en overmoed ligt de gulden middenweg naar een groener leven. Geen smoesjes meer: Evert maakt het je griezelig gemakkelijk.

Als de champagnekurken zijn geland, de vuurpijlen zijn gedoofd en de laatste oliebol is verschalkt, dient het onvermijdelijke moment zich aan waarop je goede voornemens als krokusjes uit de koude voorjaarsgrond tevoorschijn komen. Ze lachen je toe en vragen smalend: ‘En, wanneer gaan we beginnen?’

O ja, die goede voornemens. Je bent niet de enige die vervloekt ze ooit omarmd te hebben. Volgens Amerikaans onderzoek strandt bij maar liefst 91 procent het Oudejaarse streven naar een betere versie van zichzelf op de klippen van het dagelijks leven. Hoe behoor je tot die succesvolle 9 procent die wel zijn goede voornemens laat uitkomen? Drie keer per week hardlopen, gezonder eten, vaker bij je moeder langsgaan en elke dag je tanden flossen zijn uitstekende voornemens die we op de burelen van VN van harte toejuichen. Maar deze rubriek – jouw gids naar een groener leven – richt zich vooral op maatschappelijk verantwoord consumeren: hoe jij als consument de wereld minder vervuilt en wie weet zelfs iets groener en rechtvaardiger maakt. Maar hoe maak je je groene voornemens waar?

1. Maak het concreet

Minder vlees eten, minder vliegen, beter afval scheiden en thuis minder energie verbruiken zijn fraaie voornemens, maar vaag en vrijblijvend geformuleerd. Enerzijds bied je zo jezelf alle kansen om er onderuit te wriemelen, anderzijds ontneem je jezelf de mogelijkheid om bij welslagen jezelf een schouderklopje te geven (broodnodig, waarover later meer).

Maak je voornemen daarom concreet en meetbaar. Bijvoorbeeld: ‘Ik wil dit jaar 25 procent minder stoken’, ‘dit jaar maar één vliegvakantie boeken’ of ‘drie dagen per week geen vlees eten’. Dergelijke voornemens leiden tot een helder antwoord: het lukt je wel of niet om ze waar te maken.

2. Maak het niet te moeilijk…

De grootste vijand van elk goed voornemen is overmoed. Wie nog nooit heeft hardgelopen en binnen een jaar een marathon wil lopen, rent met zevenmijlslaarzen richting mislukking. Een marathon is gewoon te hoog gegrepen – probeer eerst eens een halve marathon.

Dit geldt ook voor de groene zelfverbeteraar. Wie al enige decennia elke avond een lekker vleeslapje verorbert, moet niet verwachten dat hij of zij binnen enkele weken tevreden is met een sojaburgertje. Houd daarom je doel haalbaar; halveer het desnoods, om na het eerste succes weer een tandje bij te zetten.

3. …maar ook niet te makkelijk

Wees realistisch, maar leg de lat niet te laag. Als het om klimaatverandering gaat, biedt het adagium ‘alle kleine beetjes helpen’ valse zielenrust. De ongemakkelijke waarheid is dat ‘alle kleine beetjes maar een klein beetje helpen’ – terwijl we juist reuzenstappen moeten zetten om ontwrichtende klimaatverandering te voorkomen.
Jouw geweten wil dat jij zoveel mogelijk bijdraagt aan een groene wereld, maar niet zoveel dat je afhaakt en niets meer doet. Ergens tussen luiheid en overmoed ligt de gulden middenweg naar een groener leven. Waar die voor jou ligt, kan jij alleen bepalen.

4. Houd het overzichtelijk

De wereld vergaat en jij kunt niet meer dan een miezerig kiezeltje in de rivier verleggen. Tegelijkertijd is er zoveel te doen: van een elektrische auto aanschaffen tot de plastic broodzakken van de bakker hergebruiken. Waar te beginnen?
Neem niet te veel hooi op je vork. Kies één groen doel en begin volgend jaar aan een ander of zet een tandje bij.

5. Informatie leidt tot motivatie

Het lastige met groen en eerlijk consumeren is dat je er vaak zelf niet direct de vruchten van plukt. Stel: je moet in de supermarkt kiezen tussen biologische en gewone broccoli of duurzaam gekweekte zalm en reguliere. Je weet wat de betere keuze is, maar de voordelen ervan ervaar je niet direct. Want biologische broccoli en duurzame zalm zijn niet per se lekkerder dan hun reguliere evenknie. Wat jij wél merkt, is dat de bio-variant veel duurder is.

Met het voornemen ‘drie keer per week hardlopen’ is dat anders. Je merkt direct de voordelen: je voelt je fitter en de bijkans bovenmenselijke prestatie dat je je luie stoel uit bent gekropen om door weer en wind te gaan rennen, doet je gemoed razendsnel opklaren. De voordelen in de verre toekomst, zoals een gezondere en dus gelukkigere oude dag, zijn welhaast van ondergeschikt belang.

De bevrediging die je groene voornemens opleveren, is doorgaans niet nabij en fysiek, maar abstract en veraf. Klimaatverandering is vooral iets dat je (klein)kinderen en mensen in verafgelegen, arme landen aangaat. Hoe nobel we ook zouden willen zijn, in het dagelijks leven geldt vooral het hier en nu.

Het is dus zaak om je groene voornemens extra gewicht te geven. Zorg er daarom voor dat je weet waarom jouw groene daad belangrijk is. Lees je in (op de thema-pagina van Het Geweten vind je afleveringen van deze rubriek) en bekijk de nieuwe klimaatfilm van Al Gore eens.

Ook belangrijk: juist omdat je de positieve gevolgen van je groene daad niet direct voelt, is het raadzaam om jezelf schouderklopjes te geven. Benoem het in gedachten als je iets goeds doet en wees onbescheiden: ‘Ik heb zojuist geen vlees gegeten en dat was goed van me, want de productie van vlees levert zeer veel CO2-uitstoot op.’ Mindfulness-adepten kennen deze techniek ook wel als noting: benoem positieve gedragingen en gewaarwordingen en vergoot zo hun positieve mentale effect.

6. Neem jezelf de maat

Hoe word je een goede komiek? vroeg iemand ooit aan Jerry Seinfeld. ‘Schrijf elke dag een grap,’ antwoordde hij, ‘and don’t break the chain.’ In zijn keuken heeft Seinfeld een kalender hangen en elke dag dat hij een grap schrijft, zet hij een kruis door de datum op de kalender. Zo ontstaat een keten van kruizen, en het is zijn taak om die keten zo lang mogelijk te laten zijn.

Met andere woorden: vertaal je voornemen (komiek worden) in kleine stappen (dagelijks een grap schrijven) en noteer of je die stappen ook echt zet, zodat je niet aan je goede voornemen kunt ontsnappen. Elke dag zonder vlees levert bijvoorbeeld een kruis op (of elke week waarin je maar drie keer vlees at). Een variant is om in je agenda op elke laatste zondagavond van de maand te noteren hoe het ervoor staat met je voornemen: dalen de meterstanden voor gas en licht inderdaad?

7. Wees lankmoedig en vermijd perfectionisme

Een groener leven komt niet vanzelf. Er zullen momenten van zwakte zijn, maar zie je dwalingen niet als het failliet van je voornemens. Net als overmoed is perfectionisme dodelijk voor je streven naar een groener leven. Wie een paar keer te lang geniet van een warme douche of op zijn vleesvrije dag toch dat broodje filet americain eet, is snel geneigd om te zeggen: ‘Zie je wel, ik kan het niet. Het heeft geen zin, ik stop ermee.’ Zonde, want een misstap hoeft niet het einde van een reis te zijn.

Na het lezen van Jonathan Safran Foers Dieren eten (2009), een misselijkmakende rondgang door de vleesindustrie, probeerde ik vegetariër te worden. Een nobel streven dat niet opgewassen was tegen mijn lust naar vlees. Ik was teleurgesteld in mijzelf en gaf daarom mijn streven naar geen vlees eten maar helemaal op. Wel zo makkelijk, want dan hoefde ik ook niet boos te zijn op mezelf. Niet lang daarna at ik weer vlees als altijd tevoren.

Maar het bleef knagen. Een paar jaar geleden probeerde ik het anders: nog maar drie keer per week vlees eten en louter biologisch. Dat ging – en gaat – wel goed. Heb ik als vegetariër gefaald? Zeker. Eet ik nu milieuvriendelijker? Zeker. Met andere woorden: laat het betere niet de vijand van het goede zijn.

Groene voornemens

Voeding: Eet drie dagen per week geen vlees.
Vervoer: Geen vliegvakantie dit jaar; minstens twee keer per week met ov of fiets naar je werk.
Energiegebruik in huis: Neem zonnepanelen; kies voor 100% groene stroom.
Woning & inrichting: Isoleer dak of spouwmuren.
Vrije tijd: Zondags uitje voortaan met de trein i.p.v. auto (vinden je kinderen ook leuker).
Kleding: Koop alleen nieuwe kleding om oude kleding te vervangen.
Verzorging: Koop een kwart minder make-up.