Kirkuk, 3 februari, 8.50 uur

Op zondagmorgen 3 februari 2013, om tien voor negen, hangt politiebrigadier Sarhad Qadr zijn jack over zijn bureaustoel. Hij kijkt op naar zijn assistent als vlakbij een oorverdovende explosie klinkt. De vloer schudt. Ramen springen. Het glas schiet over de geel gestoffeerde banken en donkerhouten bijzettafeltjes. De vitrage danst in de binnenstromende koude februarilucht. Dit was heel dichtbij, beseft hij. En zijn mannen verlaten net het omheinde politiebureau.

Burgerdoden

De 51-jarige Koerdische brigadier Sarhad Qadr heeft de uitstraling van een boeddha: ronde buik, grote neus, diepe, vriendelijke frons. Hij geeft leiding aan alle vierduizend politieagenten buiten de stad in de provincie Kirkuk. Sarhad valt sinds 2004 twee tot drie nachten per week met zijn manschappen dorpen binnen en pakt terroristen op. Hij verloor zeker honderd man in de strijd, onder wie zijn eigen broer. In 2006 en 2007 stierven er wel 2500 Iraakse burgers per maand. Al-Qaida...