Op woensdagochtend overlegt Fatima Aitja met collega’s over de kinderen van de Huizingaschool die zij ondersteunt. Leerlingen met dyslexie, angst of concentratieproblemen. Het gesprek komt op een ontwikkeling die haar en de schoolleiding zorgen baart: kinderen die verdwaald raken tussen twee talen. Kinderen uit minder talige gezinnen die in hun jonge leven hun thuistaal niet goed leren en vervolgens ook in het Nederlands niet meekomen.

Uiteindelijk kunnen ze zich zowel op school als thuis niet volledig uiten. Heel zielig, luidt de consensus aan tafel, en het gesprek valt even stil. ‘Maar als wij nu constateren dat we dat zielig vinden,’ klinkt Aitja dan fel. ‘Wat doen we daar dan aan?’

lees ook deel 1 van deze serieHoe dealen scholen met kansenongelijkheid? Op zoek naar het antwoord op de Huizingaschool19 september 2020
Het perspectief van de ander

De opmerking kenmerkt Aitja, die naast haar rol als ondersteuner van individuele kinderen ook fungeert als...