Schrijver Elfie Tromp twijfelt. Moet ze om bij te blijven gaan storytellen, met audio, apps, virtual en augmented reality, en lezers laten meebouwen aan haar beleefwereld? Ze ging te rade bij Lance Weiler, een van de pioniers van ‘digital storytelling’.
Lance Weiler, directeur van de Digital Storytelling Lab aan Columbia University, houdt zich met één ding bezig: de toekomst van verhalen vertellen. Hoe verandert het publiek en de manier waarop het verhalen tot zich neemt?
Onlangs gaf hij een lezing tijdens de VPRO Medialab Meetup in Eindhoven. Zijn boodschap was voor mij, een schrijver van analoge boeken, even prikkelend als omineus. De oorspronkelijke auteur was stervende, aldus Weiler. De verhalen van de toekomst zijn collectief gemaakt. Zoals sprookjes in de orale tradities werden aangepast met elke hervertelling, lichtelijk gevormd door de tong die ze bracht, zo zal het publiek van de toekomst mee willen vormen in plaats van verhalen passief ondergaan. ‘Een boek is niet genoeg meer. We verlangen in onze fictie steeds meer naar de totaalervaring van de realiteit. Een onderdompeling waarin audio, apps, virtual reality en augmented reality net zo goed een deel zijn van een beleving als de woorden op een scherm.’
Hij noemt zichzelf een cultuurhacker en storyteller, won een Sundance-award voor zijn Pandemic 1.0, een interactieve multiplatformervaring waarin de gebruiker meemaakt hoe het is om te overleven in een epidemie.
Deze nieuwe vorm van vertellen heft de enkele verhalenverteller als genie op, maar biedt de mogelijkheid van een grote educatieve waarde. Het wordt makkelijk abstracte ervaringen of ver-van-mijn-bed-shows via bijvoorbeeld virtual reality dichtbij en tastbaar te maken. Zo worden verhalen fysiek ondergaan en wordt iedereen in de toekomst ervaringsdeskundige van een ervaring naar keuze.
We kennen inmiddels de interactieve longreads van The New Yorker, boeken die thematisch worden aangevuld op websites en kaartspellen die je via apps moet doorspelen. Maar wat doet een cultuurhacker als Lance Weiler nu precies? En wat is het verschil tussen een storyteller en een auteur?
Na zijn speech in Eindhoven, nodigde Weiler me uit een klas van hem bij te wonen in New York. Het is opvallend dat de toekomst van fictie niet wordt gemaakt in een van de met marmer geplaveide gebouwen op de Columbia University Campus, waar de uitgefreesde namen van Griekse filosofen boven de hoge deuren staan en studenten loom op het groene gras op hun telefoon scrollen. The Storylab, waar Weiler de scepter zwaait, zit naast een McDonald’s, tegenover een bouwput, twintig minuten lopen van de campus. In New York is de overgang van rijk naar arm abrupt en schril. In de ene straat kosten de koffies vijf dollar en zijn ze gemaakt met free-range low-fat geschuimde melk. Daar geloof je in de toekomst van de bewuste consument. In de straat ernaast krijg je koffie met een scheutje koude melk uit een vijfliterpak voor 1 dollar en heerst er de verslagen, grimmige sfeer van minimumloonmedewerkers, die je spottend aankijken als je een fooi geeft in munten. Trut, lijken ze denken. Buitenlandse trut met je vlotte kop en je gaatloze gebit. Ik houd van die openlijke vijandigheid. Het heeft iets Rotterdams misschien waardoor ik me thuis voel.
In de benauwdheid van het Prentiss-gebouw, met zijn sleetse betonnen vloer, zet Weiler de klapstoelen in een cirkel. Zijn studenten komen van allerlei achtergronden: economische studies, kunstopleidingen, filmmakers en journalisten in spe; iedereen wil weten what the fuzz is all about.
De studenten zijn al weken bezig met het bouwen van chatbots, experimenteren met artificial intelligence en leren de basis van code schrijven voordat ze groepsgewijs een verhaallijn bedenken. De uitkomst mag alle vormen hebben: een performance, een app of kaartspel; het enige doel is dat het publiek actief moet deelnemen om het verhaal te laten ontvouwen en er iets van moet opsteken.
Dat klinkt breed en dat is het ook; de ideeën lopen uiteen van spannende moordverhalen om te ervaren hoe het is om de wet te overtreden tot manieren om jongeren aan senioren te koppelen en eenzaamheid te verminderen. Weiler loopt tussen de groepen heen en weer, legt zijn oor te luister en reageert steevast enthousiasmerend. ‘Heel goed, hou dat vast en pak door,’ zegt hij en loopt verder.
Wat is een ‘culture hacker’ precies?
‘De term ‘culture hacker’ gaat eigenlijk over het het idee dat je een cultuur instapt en openbreekt. In mijn carrière heb ik altijd een ondernemende houding gehad. Ik creëerde mogelijkheden en werkgelegenheden die daarvoor nog niet bestonden. Ik begon als filmmaker van commerciële producties en las in 1996 dat je in de toekomst zou kunnen editen via een computer. Dit leek me zo’n revolutionair idee dat ik met een vriend leerde computers te bouwen. Dit eindigde in onze allereerste desktopfilm The Last Broadcast. Nog steeds te zien op YouTube, trouwens. De filmindustrie reageerde verbaasd; hier waren twee jongens op een grasboerderij in Pennsylvania die niet de regels volgde, maar vanuit een naïef enthousiasme de filmcultuur openbraken.’
https://www.youtube.com/watch?v=q8NzDgFtlrU&t=2606s
Is de toekomst van verhalen vertellen echt een collectieve gebeurtenis?
‘Het werkveld en ook de technologische mogelijkheden ontwikkelen nu zo snel dat het moeilijk is te zeggen wat er gaat gebeuren in de toekomst. We hebben nu al fantastische technologie zoals virtual reality, maar het belangrijkst zijn goede verhalen. Al die trucage is tof, maar je hebt een goed verhaal nodig om te kunnen boeien en raken. Ik denk dat er altijd soloprojecten blijven bestaan, zo werk ik momenteel aan een eigen filmscript, maar ik vind het heel gaaf om deel te zijn van grotere, internationale collectieven. We leven in een tijd met veel complexe problemen die ons allemaal raken. Verhalen zijn een manier om te helen, om contact te maken, te innoveren en via vermaak mensen dingen bij te brengen. Dat collaboratieve auteurschap vind ik heel voedend.’
Wat betekent dit voor schrijvers en makers in de traditionele maakvormen, zoals romans, journalistiek of film?
‘We leven in een spannende tijd waarin het nooit eerder zo makkelijk was om samen te werken. Tegelijkertijd zijn de bestaande media-industrieën steeds meer deadline-gedreven. Journalistieke media, maar ook de entertainmentindustrie, worden steeds meer contentfabrieken. De tijd nemen voor research zou geen luxe moeten zijn. Dat is het nu wel. Voor een collectief werkproces moet je kunnen vertrouwen op een ‘fuzzy’ werkproces, waarbij je niet precies weet waar je uitkomt. Als je verhalen maakt, zou ik in deze tijd experimenteren met vervlochten narratieven, klooien met chatbots of hypertext-fictie en nadenken hoe je een verhaal over verschillende platformen tegelijk kunt vertellen, want dat benadert onze realiteitsbeleving veel meer dan traditionele media momenteel. Godard zei: “Ik vertel verhalen met een begin, middel en einde, maar niet per se in die volgorde.” Ik denk dat multiplatformnarratieven zich daar uitstekend voor lenen.’
De manier waarop je praat over multiplatform, interactief verhalen vertellen – naïef enthousiasme, samenkomen, ontwikkelen – doet me denken aan de begindagen van het internet, toen niemand dacht aan verdienmodellen, maar puur aan het idee om informatie voor iedereen, overal ter wereld, beschikbaar te maken.
‘Er zit zeker een parallel tussen de ontwikkeling van het internet en deze collectieve manier van verhalen vertellen. Er zijn nog geen grote commerciële succesverhalen, maar je ziet dat mensen meer behoefte hebben om het digitale en fysieke te vermengen, en daar zelf graag een rol in spelen. Denk maar aan Escape Rooms. Het is moeilijk om een groot commercieel succes of investeerders te vinden voor een verteltechniek die nog zo nieuw is en zo alomvattend. We marcheren de toekomst in terwijl we steeds in onze achteruitkijkspiegel turen. We proberen het heden te definiëren door datgene waar we mee bekend zijn uit het verleden, maar we moeten deze noties loslaten en vooruit kijken.
Wat is de impact als het fysieke en het digitale zich vermengen? Van een interactief, makend publiek? Die eigen creativiteit die nu de techwereld binnenkomt, is revolutionair. Platforms zoals Facebook zijn qua mogelijkheden eigenlijk heel beperkend. IT-mensen bedenken nu de functies en de gebruiker vult netjes de hokjes in. Maar dit gaat niet meer genoeg zijn, we willen deel zijn van het ontwerp, niet alleen van de uitvoering. Dat gaat in de toekomst veel vrijer worden. Ik zie het al bij mijn zoontje dat Minecraft speelt. Met zijn vriendjes bouwt hij niet alleen een wereld, maar ook de regels en de verhalen die zich daar in afspelen. Daar komt geen enkele auteur bij kijken. Het publiek van de toekomst bestaat uit makers, let maar op.’
Opgewonden en lichtelijk verward lees ik na ons gesprek mijn notities door. Hoe zou ik mijn manier van verhalen brengen kunnen verbreden en verbeteren? Ik voel me miserabel analoog. Moet ik echt code leren schrijven om een verhaal te optimaliseren? Ik voel de druk van een volgende roman al maanden zwaar op me wegen. Moet ik mijn doelgerichtheid inruilen voor een ‘fuzzy’ werkproces om te leren coderen? Wordt mijn verhaal daar echt beter van?
Met een kop vol vragen maak ik mijn vaste rondje langs de sociale media. Ik heb een nieuw bericht van een lezer die mijn laatste boek net uit heeft. Hij vraagt me waarom de personages via sms met elkaar communiceren en niet whatsapp gebruiken. De vraag impliceert een verbetering en dat irriteert me. Het is mijn verhaal, wil ik schrijven, dus ik bepaal de details. Tegelijkertijd denk ik: ja, waarom eigenlijk niet? Misschien een klein detail, maar wel een die het verhaal misschien zou verbeteren, echter zou maken.
Ik denk na over de blinde vlekken in mijn werk en in mijn leven. Hoe ik altijd anderen nodig heb om ze te zien en op te heffen. Soms is dat pijnlijk en ongemakkelijk, soms bevrijdend en mooi. We hebben elkaar altijd zo verdomd hard nodig. In het leven en ja, ook in het werk. Ik weet niet of ik ooit samen zal vallen met mijn publiek, of ik mijn maakdrift zo vrij kan delen met anderen. Vooralsnog werk ik dit artikel alleen uit. Schrijf ik alleen mijn naam eronder.
Meer literatuur? Neem de nieuwsbrief van Vrij Nederland.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.