De uitslag van het Oekraïne-referendum maakt het boek ‘Het einde van het midden’ van Farid Tabarki verrassend actueel. Voor traditionele politieke partijen is de opkomst van de extremen in dit internettijdperk vooral heel slecht nieuws.

Terwijl de uitslag van het Oekraïne-referendum de afgelopen dagen nog even nasudderde in de media las ik Het einde van het midden. Wat een maatschappij van extremen betekent voor mens, bedrijf en overheid, het nieuwe boek van ’tijdgeestonderzoeker’ Farid Tabarki. Daarin beschrijft hij hoe traditionele, vaste vormen in deze tijd steeds meer plaatsmaken voor vloeibare – en dat we maar beter blij kunnen zijn met die onontkoombare ontwikkeling. ‘Het industriële tijdperk van Ford en Taylor met hun strak geplande bedrijven is definitief voorbij,’ schrijft Tabarki. ‘We moeten onze kantoren en andere hokjes uit het strikt hiërarchische denken bij het vuilnis zetten.’

Daar hadden de kiezers bij het referendum afgelopen donderdag geen aansporing voor nodig: een aanzienlijke meerderheid van de stemmers zei keihard ‘nee’ tegen het associatieverdrag, en zette daarmee het kabinet, Brussel, de politiek, de elite of alle vier tegelijk langs de stoeprand.

Welbeschouwd deden de vele thuisblijvers (bijna zeventig procent) dat óók, door de oproep van de politieke partijen om vooral wél te gaan stemmen straal te negeren. Terwijl de aanhang van de extremen – PVV en SP aan de ene kant, GroenLinks en D66 aan de andere – massaal opkwam, bleven de kiezers van de traditionele middenpartijen – PvdA en VVD – in groten getale thuis.

Enter Farid Tabarki, oprichter van Studio Zeitgeist: het einde van het midden. In zijn voorwoord citeert hij Margaret Thatcher, die zei: ‘Standing in the middle of the road is very dangerous: you get knocked down by traffic from both sides’. Dat is precies wat PvdA-leider Diederik Samsom (acht zetels in de peilingen) bij dit referendum voor de zoveelste keer meemaakte. Als steun en toeverlaat van het VVD-PvdA-kabinet ging hij braaf op campagne voor het associatieverdrag maar werd weer de kop van jut, niet alleen voor rechts maar ook voor zijn eigen kiezers. VVD-leider Mark Rutte leek er genadiger van af te komen, niet omdat hij steviger stond op het midden van de weg, maar omdat hij er helemáál niet stond – zoals wel vaker als het hem niet uitkomt. Geen van beide voorbeelden belooft veel goeds voor de toekomst van dit politieke bestel: regeringspartijen worden weggevaagd als ze impopulaire dingen zeggen, of houden uit angst maar hun mond.

Farid Tabarki zou best eens gelijk kunnen hebben met zijn pleidooi tegen grote, logge hiërarchieën en voor dynamische, flexibele ‘platforms’, zoals – verrassend genoeg – de katholieke kerk: de meest succesvolle organisatie aller tijden, die in de praktijk heel wendbaar en decentraal wordt bestuurd. De vraag is alleen wat de democratische instellingen die nu zo onder vuur liggen daarvan kunnen leren, want je kan veel zeggen van Uber en de Kerk van Rome, maar democratisch zijn ze niet.

Het einde van het midden is een inspirerend, optimistisch boek, vooral voor vrije, betrokken burgers die zelf hun muziek willen kiezen via Spotify, via de sociale media willen ageren tegen malafide bedrijven en zich af en toe willen inzetten voor hun buurt. Maar voor het politieke midden – de plek waar nog steeds de belangrijkste beslissingen worden genomen – is de opkomst van de extremen in dit internettijdperk vooral heel slecht nieuws.