Als mensheid zijn we ongelofelijk slim. Onze creaties overstijgen onze individuele intelligentie, wie begrijpt bijvoorbeeld hoe een smartphone werkt? We zijn eraan overgeleverd, maar wat nou als het opeens allemaal wegvalt?

Weinig zo ergerlijk als op de grenzen van je eigen intelligentie stuiten. Kan ik als romanschrijver een personage creëren dat een briljante natuurkundige is? Nou, misschien nét. Door zoveel mogelijk natuurkundeboeken voor leken te lezen en misschien, als ik ooit zo ver weet te komen, door een paar boeken voor gevorderden te bestuderen. En natuurlijk ook door biografieën van briljante natuurkundigen door te nemen, door gesprekken te voeren met mensen uit het vakgebied. En bluffen, dat vooral ook. Fictie schrijven is liegkunst bedrijven. Of je slaagt, hangt af van hoe geloofwaardig je weet over te komen. Maar een briljante wetenschappelijke ontdekking, die ook naar de maatstaven van de werkelijkheid briljant is, kan ik zo’n personage niet laten doen. Dan zou ik hem of haar zelf moeten zíjn, namelijk, en dan was ik dus geen romanschrijver.

Peter Buwalda ging er eens zachtjes de mist mee in, toen hij in zijn debuutroman Bonita Avenue het hoofdpersonage – een wiskundige – een wiskundig raadsel liet bedenken. Het bleek niet te kloppen, zo ontdekte de échte wiskundige Ionica Smeets. Ze was zo goed een alternatief sommetje aan te leveren voor vervolgdrukken van het boek.

 Fictie schrijven is liegkunst bedrijven.

De truc is over het algemeen: wees schimmig. Veel suggereren, hier en daar een vakterm laten vallen. Nergens in al te technisch detail treden. Soms wél imponeren met ondoordringbare taal. Michel Houellebecq deed dat fantastisch in zijn roman Elementaire deeltjes, waarin de moleculair bioloog Michel Djerzinski de theoretische grondslagen ontwikkelt om tot perfecte menselijke klonen te komen. Tussen heel normale, alledaagse beschrijvingen tref je dan ineens zoiets aan: ‘Toen Michel de brief ontving, zat hij net midden in een theoretische impasse. Volgens de hypothese van Margenau kon het individuele bewustzijn worden beschouwd als een waarschijnlijkheidsveld in een Fockruimte, gedefinieerd als directe som van Hilbertruimten. Die ruimte kon in principe worden geconstrueerd op basis van elementaire elektronische feiten die optraden op het microniveau van de synaptische contactplaatsen.’

Klinkt overtuigend. Maar hoe Michels theorieën er exact uitzien, blijft schimmig.

Schimmig zijn. In feite is dit ook wat de mens met God heeft gedaan: een briljant en almachtig personage creëren, maar schimmig doen over de technische details van het creatieproces en de gevolgen ervan. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, nietwaar? Het lullige voor het personage God is dat de mens geleidelijk aan van schrijver in kritische lezer is veranderd. De mens is nu een soort Ionica Smeets. Let wel: dé mens. Niet: mensen in het algemeen. (Die fout maakte ruimtereiziger Neil Armstrong toen hij voet zette op de maan en de gedenkwaardig bedoelde woorden sprak: ‘That’s one small step for man, one giant leap for mankind.’ Hij vergat het lidwoord ‘a’ voor ‘man’ te plaatsen.)

Onze creatie overstijgt ons

De mensheid als geheel weet krankzinnig veel. Eén individuele mens weet niks. Ik vind dat op een bepaalde manier doodeng. De wereld waarin we leven is bedacht door anderen. We kijken naar de smartphone in onze hand, de meeste van ons hebben geen idee hoe zo’n ding werkt, maar we willen niet zonder, net zo min als we zonder onze woning voorzien van gas, elektriciteit en stromend water willen, of zonder de supermarkt met dat ongekend rijke aanbod van producten die we kunnen aanschaffen met de pinpas waar we niet zonder kunnen.

Maar tegelijkertijd zijn al die dingen ook angstaanjagend, zoals het hebben van een geliefde of een kind angstaanjagend is: ze kunnen uit je leven verdwijnen. Je grootste angst tekent zich af rondom je dierbaarste bezit. Want wat moeten we zonder al die moderne voorzieningen? Wat als de apocalyps zich aandient, als klimaatverandering of een nucleaire ramp de wereld tot een ruige hel maakt? Hoeveel mensen kunnen vuur maken zonder lucifer of aansteker? Hoe filter je water? Hoe slacht je een wild dier? Welke planten kun je wel eten en welke niet? Hoe stelp je een wond als je geen verband of pleisters hebt en hoe kom je aan jodium of penicilline? Hoe haal je metaal uit erts? Hoe blaas je glas? En hoe slijp je dat glas vervolgens, zodat je als bril- of lenzendrager kunt zien wat je eigenlijk in godsnaam aan het doen bent?

We hebben samen iets gecreëerd dat onze individuele intelligentie te boven gaat.

Te dom voor de waarheid

Er zijn schrijvers geweest die hun romanpersonages het zelf lieten uitzoeken. Daniel Defoe’s Robinson Crusoe is het bekendste voorbeeld. Hoe overleef je op een onbewoond eiland? Het mooiste voorbeeld vind ik een nóg ouder werkje, getiteld Hayy Ibn Yaqzan, geschreven door de twaalfde-eeuwse Andalusische filosoof Ibn Tufayl. Die Hayy uit de titel wordt geboren zonder ouders, hij ontstaat uit een chemisch proces op een onbewoond eiland. Geheel op eigen kracht weet hij de raadselen der natuur te doorgronden, en als hij min of meer een idee heeft van hoe levenloze materie, planten en dieren van elkaar verschillen, wendt hij zich tot de wereld van het geestelijke.

Hayy’s filosofische overwegingen brengen hem tot de conclusie dat er een schepper moet bestaan. Hij onderzoekt de aard van die schepper en weet daar dankzij zelf ontwikkelde mystieke technieken mee in contact te treden.

Op een dag krijgt Hayy gezelschap van ene Asal, die zijn thuisland ontvlucht is om zich als kluizenaar geheel aan God te kunnen wijden. Hayy raakt nieuwsgierig naar dat thuisland en reist erheen. De heersende religie aldaar – die verdacht veel van de islam weg heeft – bedient zich van omslachtige allegorische beelden en allerhande gedragsregels. Hayy heeft medelijden met de bevolking en begint zijn eigen, veel directere waarheid te prediken, maar daar zit niemand op te wachten. ‘Het enige resultaat was dat zij nog meer afkeer en tegenzin voelden, hoewel het mensen waren die het goede beminden en ernaar verlangden de waarheid te leren kennen. Maar door hun gebrekkige intelligentie zochten ze de waarheid niet op de wijze waarop ze haar zouden kunnen bereiken; ze benaderden haar niet van de kant waar zij met zekerheid te vinden was en klopten niet aan de deur waar zij woonde, maar wilden haar via hun zegslieden te weten komen.’

Ze zijn, kortom, te dom voor de waarheid. En daarom is er de religieuze wet. Om hen in het gareel te houden en te zorgen dat zij toch een godvruchtig leven leiden, zonder God werkelijk te begrijpen. Onverrichterzake keert Hayy terug naar zijn eiland, waar hij zich weer aan zijn mystieke bezigheden wijdt.

Auteur Ibn Tufayl zelf zou het op een onbewoond eiland misschien niet overleven. In feite bedacht hij met Hayy Ibn Yaqzan een personage dat intelligenter was dan hijzelf – en misschien wel intelligenter dan de mensheid.

Van Ibn Tufayl zijn ook enkele gedichten bewaard gebleven. In één daarvan schrijft hij: ‘Geen mens kan verder dan de grenzen van zijn aanleg gaan.’ Dat is net iets mooier geformuleerd dan de zin waarmee ik dit stuk begon.