DocLab

DocLab onderzoekt sinds 2007 de grenzen van de documentaire, en is inmiddels een van de belangrijkste onderdelen van IDFA. De DocLab-tentoonstelling is dit jaar ingericht als restaurant voor digitale kunst, met meer dan dertig interactieve documentaires en interactieve optredens op het menu. Ook zijn er culinaire experimenten, zoals een lunch gemaakt van recepten die gevonden zijn in gelekte mails op sites als WikiLeaks.

‘Een verhaal is het verslag van hoe iemand met gevaar omgaat,’ schreef Dwight V. Swain in zijn boek Techniques of the Selling Writer.

Een mooi voorbeeld van zo’n verslag is Tatsuniya van Rahima Gambo. Ze ging terug naar de Shehu Santa Kyarimischool in Noordoost-Nigeria, waar in maart 2013 zes schutters van Boko Haram een bloedbad aanrichtten. Gambo, die zelf uit Noordoost-Nigeria komt, zag dat er een kloof lag tussen hoe de Nigeriaanse scholieren werden afgebeeld in de pers én hun echte ambities, angsten en herinneringen.

De gebeurtenissen in Noordoost-Nigeria zijn aan de ene kant groter en aan de andere kant kleiner dan je in nieuwsberichten kunt terugvinden. Tatsunya is een onderdeel van het grotere project Education is Forbidden waarin Gambo laat zien hoe studenten proberen om hun opleiding af te ronden, onder het altijd aanwezige gevaar van aanslagen van Boko Haram.

Ze maakt daarbij gebruik van foto’s, filmpjes en illustraties uit Nigeriaanse schoolboeken, die op een timeline van Instagram zouden kunnen staan. Het doet denken aan de manier waarop verhalen van goede bekenden vaak tot ons komen als timelines op Twitter, Facebook of WhatsApp.

Tatsuniya van Rahima Gambo
Op sociale media bestaan geen genieën

De Russische journalist en filmmaker Mikhail Zygar zag ook de kracht van dit soort timelines. Hij kreeg het idee om het verhaal van de Russische Revolutie te vertellen als een serie opeenvolgende berichten. Hij digitaliseerde alle dagboekaantekeningen en brieven van 1917 die hij kon vinden, geschreven door meer dan drieduizend mensen, om zo een tijdlijn te maken van de Russische revolutie, zoals die op Facebook zou zijn te volgen als er nu een revolutie plaatsvond.

Het resultaat is een news feed van iedere dag van het jaar 1917, met updates van Lenin, Stravinsky, Pavlova en anderen. Het geeft een compleet ander beeld dan de gebruikelijke manier waarop de geschiedenis verteld wordt, met staatslieden, mijlpalen en grote gebeurtenissen. Op social media bestaan geen genieën.

‘Wow-effect’

Minder natuurlijk dan een timeline op een mobiele telefoon is het volgen van verhalen via een beeldschermbril. In feite is Virtual Reality een mobiele telefoon die je voor je ogen plakt, waardoor je je kunt afsluiten van andere afleidingen. Door ieder oog een iets ander filmpje te laten zien, ontstaat er een driedimensionaal beeld.

Virtual Reality is daarom te vergelijken met een pop-up boek, waarbij bij het omslaan van iedere bladzijde en groot knipselwerk naar boven komt. Een ‘wow-effect’ dat vaak een afleidt van ‘het verhaal’, maar wel mooi is, zoals bij het VR-project Awavena van de Australische Lynette Wallworth, het verhaal van de eerste vrouwelijke sjamaan van de Yawanawá en de ‘medicijnen’ die de kracht hebben om je naar plaatsen te brengen die niet bestaan in de fysieke wereld.

Awavena van Lynette Wallworth
Bosje bloemen in het raamkozijn

De makers zoeken bij Virtual Reality nog duidelijk naar de mogelijkheden. Je voelt dat ze er zijn en voor een deel nog ontdekt moeten worden. Je betreedt een wereld die tussen droom en werkelijkheid inhangt. Een beetje een comateuze toestand waarin je af en toe geluiden van de ‘echte wereld’ opvangt. Het leent zich daarom goed voor psychedelische en filosofische bespiegelingen over de aard van realiteit, zoals in Ahorse! van Wendy Gutman.

De meest indrukwekkende VR-ervaring is die waarbij het minst te zien is. De Deense dichter en radiomaker Pejk Malinovski maakte met This Room een film over het leven in een kleine kamer in een vluchtelingenkamp. Daar zit je dan ook, terwijl gevangenen verhalen vertellen over hoe ze het in de cel leefbaar maakten. Bijvoorbeeld door een bosje bloemen in het raamkozijn te zetten. Of door teksten op de muur te schrijven.

Tijdens het vertellen worden de details zichtbaar. De aanwezigheid in een kleine ruimte waarin steeds opnieuw kleine details van het gevangenisleven zichtbaar worden, is aangrijpend, aangrijpender waarschijnlijk dan zonder de ervaring van virtuele realiteit. Alleen herinneringen en de geluiden van de zee die nabij is, maken het leven in de cel dragelijk.

Een goede schurk

Het gevoel dat op DocLab ook aanwezig is, is dat nieuwe technologische ontwikkelingen voor nieuwe angsten en monsters zorgen. En dat is goed nieuws voor een verhalenmaker, want een goed verhaal, heeft een goede schurk. En de nieuwe technologie geeft ons een veelkoppig monster dat updates van social media, locatiedata en teksten eet, en dat op deze manier de kennis vergaart om ons te kunnen manipuleren en ons te kunnen sturen.

Een metafoor voor dit monster is te zien in het project Algorithmic Gardening: een robot met camera’s als ogen en scharen, die gebogen staat over een klein plantje. Met zijn surveillance-ogen houdt de robot het plantje in de gaten, de beelden vormen de input van een algoritme dat bepaalt waar en wanneer in de plant geknipt wordt. Een video laat het perspectief van de robot zien. Ieder tuintje is de uitkomst van een een ander algoritme.

Het monster omarmen

Het veelkoppige datamonster duikt bij DocLab ook op bij interactieve spellen zoals The Social Sorting Experiment van Steye Hallema van The Smartphone Orchestra, dat de deelnemers laat voelen wat er aan de andere kant van onze telefoon, in de datacentra van de grote tech-bedrijven gebeurt.

Kunstmatig intelligente algoritmes categoriseren ons. Ze geven ons een plaats in een ranglijst. In The Social Sorting Experiment rangschikken mensen elkaars uiterlijkheden en vaardigheden. Ook het interactieve verhaal Lies van Alexander Devriendt laat deelnemers ervaren wat de gevoelens zijn achter de algoritmes van het financiële systeem.

Lies van Alexander Devriendt

Het moderne monster is een technologie die gemaakt is door mensen, maar de mens lijkt te ontglippen. Wat betekent het als je iets creëert wat je ontglipt? Het is relevanter dan ooit. Het is niet moeilijk om je voor te stellen hoe Mark Zuckerberg zijn handen in zijn haar grijpt en uitroept: ‘Welk monster heb ik gemaakt?’

En dat verhaal is al eens verteld door Mary Shelley: het verhaal van Frankenstein. Frankenstein AI is een project dat probeert te laten zien dat we Kunstmatige Intelligentie menselijker en aardig kunnen maken. Net als het monster dat Frankenstein maakte ook goed wilde zijn, maar werd verstoten door Frankenstein zelf.

Frankenstein AI is een kunstmatig intelligent algoritme dat het internet afspeurt naar zijn makers. Ze identificeerde de grootste bronnen van online verkeer, plaatsen als Facebook, Twitter en Reddit, waar ze naast polarisatie en extreme haat ook extreme liefde vond. Ze at zo veel informatie als mogelijk, om haar eigen bestaan te kunnen begrijpen. Ze vond het verhaal van Frankenstein, en zag haar evenbeeld. Daarom noemde ze zich: Frankenstein AI, een monster gemaakt door velen.

Frankenstein AI is te ervaren als een interactief project. Het zal ongetwijfeld onverwachte dingen opleveren. En dat is precies waar je kunstenaars voor nodig hebt. Om nieuwe technologie te misbruiken, binnenstebuiten te keren en in te zetten zoals de uitvinder het niet bedoeld had. Zodat er happy accidents kunnen gebeuren en de techniek, hoe mechanisch ook, weer menselijk wordt.

IDFA DocLab Expo vindt 15 tot 25 november plaats in de Brakke Grond. De toegang is gratis.