Nu de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Marokko een dieptepunt hebben bereikt – nog altijd zitten meer dan duizend Nederlanders ondanks de inspanningen van minister Blok van Buitenlandse Zaken vast in Marokko en nog altijd is staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Ankie Broekers-Knol niet welkom in Rabat – is het verleidelijk de verantwoordelijke bewindslieden de schuld te geven.

De VVD heeft inderdaad – zacht gezegd – niet de meest diplomatieke figuren naar voren geschoven om de kooltjes uit het vuur te halen. Stef Blok staat in Den Haag al vele jaren bekend om zijn prozaïsche rechtlijnigheid. Toen PvdA-leider Diederik Samsom na het sluiten van de coalitie met de VVD in 2012 een wervend regeerakkoord wilde schrijven merkte Blok droogjes op dat een lijstje bulletpoints voor hem ook wel genoeg was, en in juli 2018 kwam hij als beginnend minister van Buitenlandse Zaken al snel in de problemen toen hij tijdens een bijeenkomst met internationale organisaties Suriname een failed state noemde, en opmerkte dat hij geen enkele multiculturele samenleving kent waar mensen vreedzaam samenleven.

Je zou er haast van gaan terugverlangen naar de tijden dat Frans Timmermans en Bert Koenders de scepter zwaaiden.

Ook Ankie Broekers-Knol – die bij haar aantreden als staatssecretaris van Justitie over evenveel diplomatieke ervaring beschikte als Stef Blok, namelijk nul – kwam afgelopen jaar in de penarie toen ze in de Tweede Kamer moest toegeven dat ze er niet in was geslaagd een afspraak te maken met haar Marokkaanse evenknie om te praten over het terugnemen van uitgeprocedeerde asielzoekers. Waarna ook nog eens bleek dat zelfs de Marokkaanse ambassadeur in Nederland haar niet wilde ontvangen. Je zou er haast van gaan terugverlangen naar de tijden dat de oud-diplomaten Frans Timmermans en Bert Koenders de scepter zwaaiden op Buitenlandse Zaken.

Advertentie

Advertentie

Uit vrees voor de boze burger

Maar hoe bonkig Blok en Broekers-Knol wellicht ook opereren, de slechte diplomatieke verhoudingen met Marokko gaan verder terug in de tijd.

Eigenlijk begon het al tijdens het debat over de regeringsverklaring in 2007, toen Geert Wilders van leer trok tegen de dubbele nationaliteit van de kersverse staatssecretarissen Ahmed Aboutaleb en Nebahat Albayrak.

Prompt brandde er een woeste discussie los: hoe durfde de PVV-leider de loyaliteit de twee PvdA’ers in twijfel te trekken, puur op grond van hun afkomst? De motie van de PVV-leider werd met overweldigende meerderheid afgewezen, maar de toon was gezet.

Sindsdien laait het debat over Marokkaanse Nederlanders regelmatig op. Aanvankelijk ageerde Wilders nog vrijwel in zijn eentje tegen de Marokkanen in Nederland en de lange arm van de Marokkaanse overheid, die niet toestaat dat Marokkanen in den vreemde hun nationaliteit opgeven, maar geleidelijk aan bogen andere partijen mee, uit vrees voor de boze burger. In 2010 sloten VVD en CDA een gedoogcoalitie met de PVV, en steeds vaker haalden ook politici van de middenpartijen hard uit naar slecht geïntegreerde Marokkanen in Nederland en het autoritaire bewind in Marokko.

Rentenieren in de Noord-afrikaanse zon

Wat ook niet hielp voor de goede verhoudingen is dat toenmalig PvdA-minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher in 2013 ermee dreigde de uitkeringen van Marokkaanse Nederlanders in Marokko te verlagen, en daartoe zelfs een verdrag met Marokko op te zeggen. Onder aansporing van partijen in de Tweede Kamer die vonden dat het maar eens afgelopen moest zijn met rentenieren in de Noord-Afrikaanse zon op kosten van de Nederlandse belastingbetaler.

Zijn partijgenoot Bert Koenders moest zich de blaren op de tong praten om het contact met de Marokkaanse regering overeind te houden. In januari 2017 slaagde hij er nog in naar Marokko te reizen voor overleg met zijn ambtsgenoot over uitgeprocedeerde asielzoekers, VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff mocht mee.

Geen wonder dat Ankie Broekers-Knol en Stef Blok nu de grootste moeite hebben om met de Marokkaanse regering tot een vergelijk te komen.

Maar de relatie met Marokko liep pas echt op de klippen toen zijn opvolger Stef Blok later dat jaar de Marokkaanse regering de les las over het onderdrukken van demonstraties in het Rifgebergte.

Geen wonder dat Ankie Broekers-Knol en Stef Blok nu de grootste moeite hebben om met de Marokkaanse regering tot een vergelijk te komen.

De één doet er nu al meer dan twee maanden over om gestrande Nederlanders naar huis te halen, de ander, die wel even uitgeprocedeerde gelukzoekers zou terugsturen, wordt niet eens teruggebeld door de ambassadeur.

effectief in de achterkamers

Dat is dus het paradoxale effect van het boze geroep vanuit de Kamer over de Marokkanen en Marokko om bij de boze burger in het gevlei te komen: het werkt totaal averechts.

Oud-diplomaat en huidig D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma, die zelf de afgelopen maanden in tegenstelling tot Ankie Broekers-Knol wél goed contact heeft met de Marokkaanse ambassadeur, legde vorige week op de radio bij BNR fijntjes uit wat beter zou werken in het diplomatiek verkeer dan de botte Nederlandse opstelling: koester persoonlijke contacten (‘even een kopje koffie en marge van een conferentie’), en ga niet pardoes van alles eisen maar praat bijvoorbeeld ook over de handelsrelaties. Want dat is de keuze: wil je effectief zijn in de achterkamers, of alleen maar je gelijk halen in de media?

Een treffend voorbeeld is de wijze waarop de Belgen opereren: de Belgische regering blaast veel minder hoog van de toren dan de Nederlandse, en heeft inmiddels wél een prima deal met Rabat over het terugnemen van uitgeprocedeerde asielzoekers; ook het terughalen van gestrande reizigers komt daar aardig op streek.

Je zou zeggen: als de Belgen het kunnen, kunnen wij het ook.