
Hij neemt het kapitalisme voortdurend de maat en is vegetariër, maar loopt intussen vrolijk rond op krokodillenleren laarzen van achthonderd euro. De wereld noemt hij een ‘puriteins bordeel’. Dus waar neem je hem mee naartoe, als hij toevallig in Moskou is?
Niets beters dan het dakterras van het Ritz Carlton aan de Tverskajastraat; de locus delicti van Trumps ‘Golden Shower Gate’, het vermeende seksschandaal van de Amerikaanse president met een roedel Russische hotelhoeren, dat nog altijd als een zwaard van Damocles boven het Witte Huis hangt. ‘Ja, dat van die krokodillenleren laarzen is misschien wel vreemd. Maar het zijn fantastische dingen; schoeisel voor oude rockers,’ humt de filosoof als we over het rood gevlamde marmer in de lobby naar de liften stappen: kristallen kooien vol licht die ons naar de twaalfde verdieping voeren.
Een ‘cascade van catastrofes’
Vanaf deze maand mag hij zich twee jaar Denker des Vaderlands noemen. René ten Bos, een jongen van 57 die al zijn haar nog heeft, zoon van een Twentse textielarbeider, hoogleraar Filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en gelauwerd auteur van boeken als Het geniale dier, Water, Bureaucratie is een inktvis en zijn meest recente studie Dwalen door het antropoceen. Het is geen vrolijke materie die de denker ons doorgaans voorhoudt. In Water, waarin hij op erudiete wijze een geofilosofisch panorama geeft van de materie waaruit we allen voor circa 60 procent bestaan, is de conclusie deze: zorgen we niet goed voor de zeeën, die verworden tot een soort oersoep vol plastic afval en andere ellende, dan zijn de dagen van de mensheid geteld.
Onze hang naar perversiteit bevindt zich in een moeilijke balans met onze hang naar zuiverheid. Niemand weet nog precies wat goed en kwaad is.
In Dwalen door het antropoceen vat hij dit thema onder een nog weidsere koepel samen. Ten Bos stelt dat het lot van de 4,5 miljard jaar oude aardbol, die geologisch eerder werd ingedeeld in tijdperken als het pleistoceen, het cambrium en het holoceen – heen en weer schommelend tussen ijstijden en warmere perioden – nu vooral door de homo sapiens wordt bepaald. Van een natuurlijke klimaatontwikkeling is niet langer sprake. De menselijke soort is een geologische kracht op zich geworden. Een potentieel fatale kracht. We bevinden ons in een wolk die bestaat uit een ‘cascade van catastrofes’ als de klimaatverandering, de verzuring van de oceaan, het opkomen van nieuwe ziektes en het uitsterven van soorten.
De rampspoed is vooral te herleiden tot één fenomeen: het kapitalisme. We oscilleren tussen de lokroep om zoveel mogelijk te consumeren enerzijds en het appèl tot matigen anderzijds. Seks kan ontaarden in seksverslaving, drank in alcoholisme, voedsel in obesitas, het handelen van de mens – uiteindelijk – in de ondergang van de aarde. Dan duikt dat puriteinse bordeel op. ‘Onze hang naar perversiteit bevindt zich in een moeilijke balans met onze hang naar zuiverheid. In het puriteinse bordeel weet niemand nog precies wat goed en kwaad is. Anders gezegd: niemand weet precies waarheen men moet gaan.’
Eerlijke taal, voor een filosoof.
Als een dure Russische escort
Toen ik zijn jongste boek las – grotendeels geschreven in de Trans-Siberië Express en opgedragen aan Julia en Boris – dacht ik dat Ten Bos een Russische vrouw en een zoon heeft. Abuis: de filosoof is getrouwd met een Brabantse; Boris is inderdaad de zoon en Julia de dochter. Eenentwintig jaar oud, geblondeerd, met felrode lippen, trippelt ze op hoge hakken in een zwarte bontjas naast ons voort. Een en al stijl, als een dure Russische escort. Zelden heb ik een Nederlandse zo kameleontisch in het Moskouse decor zien opgaan. Voor het Bolsjoj Theater, badend in smakeloze feestverlichting, wil ze even met papa op de foto. Voor haar Instagram. Een paar tellen later al zijn er de eerste likes.
De studente Europese Studies aan de UvA in Amsterdam werd een paar jaar geleden gegrepen door het Russische virus: ze studeerde een half jaar Russisch in Sint-Peterburg en is dolblij dat ze nu weer even terug is. Papa lijkt de liefde van zijn dochter niet erg te vinden; integendeel. Vorige zomer reisden ze samen met de trein naar Vladivostok. Nu is hij hier met een groep Nijmeegse studenten op studiereis. ‘Normaal gaan die trips naar Londen, Parijs of Barcelona. Omdat ik zo gek geworden ben op dit land, koos ik zelf voor Rusland.’
Zo’n bontjas kan een meisje in Amsterdam met enig fatsoen toch niet dragen? ‘O, jawel, hoor,’ zegt Julia ten Bos als we de dakterrasbar van het Ritz betreden, het nachtelijke Moskou in een oceaan van pinkende lichtjes om ons heen. ‘Ik ben verzot op bontjassen. Ik zou er wel meer willen hebben. Misschien moet ik ook maar eens een Russische oligarch vinden. Zodra men in Amsterdam wat van die bontjas zegt, begin ik gewoon Russisch te spreken. Wow paps, moet je eens zien wat een waanzinnig uitzicht!’
Veertig, vijftig fluitjes
De dochter drinkt gin-tonic, de heren witte wijn. Het allergoedkoopste glas sauvignon blanc doet hier 1360 roebel – 22 euro. De filosoof: ‘Ik vind bier heerlijk, maar kan het helaas niet langer verdragen. Ik krijg er jicht van, net als van whisky. En vroeger van vlees. Mijn eerste jichtaanval had ik al voor mijn dertigste. Maar wat heb ik in mijn leven een bier gedronken! Als we het bij ons in Twente hadden over een “natte dag” – nou, dan praatte je al snel over zo’n veertig, vijftig fluitjes. Jarenlang kampte ik met obesitas; ik heb een hele geschiedenis van diëten achter de rug, maar sta nu iedere dag op de weegschaal en heb alles onder controle.’
In een donkerpaars overhemd met zwart dasje, een nauwsluitende broek en op die krokodillenleren laarzen zit de filosoof strak op de verchroomde kruk. Terwijl Julia oogcontact zoekt met een van de knappe jongens achter de bar, komen bij de twee oude vijftigers aftastenderwijze Trump, Poetin en Wilders voorbij; maar al snel keren we terug naar de drank. De vader van René ten Bos was alcoholist. Na een traumatische ervaring in zijn jeugd waarbij twee vriendjes omkwamen (een gevel van een huis stortte neer, zelf kwam de vader er met slechts een verbrijzeld been vanaf, na een wonderlijke soort Buster Keaton-tournure) werd hij in 1977 door de Koninklijke Nederlandse Katoenspinnerij ontslagen. ‘Hij was toen 47 jaar oud, dronk een fles jenever per dag. Intussen kluste hij zwart bij als poelier. Mijn vader had een kwade, zeer agressieve dronk. Ik was toen achttien, we hebben in de huiskamer staan vechten. Op een keer sloeg hij de rugleuning van een stoel kapot op mijn rug. Dat geweld vond ik walgelijk, maar ik heb nooit een hekel aan hem gehad.’ Zelf, zegt de wijsgeer, heeft hij een uiterst suave dronk: de alcohol maakt hem vooral auto-narcistisch.
Tasmaanse buidelwolf
Op dat moment gaat op de toog zijn mobiel over. Vrouw Juliette aan de lijn, vanuit De Tempelier, zijn stamkroeg in Nijmegen. ‘Ja, ja, alles goed hier… Daar ook alles goed? We zitten in de bar van het Ritz… Zeg, wat is de code van mijn nieuwe creditcard ook alweer?’ Julia, inmiddels aan haar tweede gin-tonic, kirt: ‘O, is dat mams? Doe haar van mij de groeten!’
Mijn eerste tatoeage liet ik zetten toen ik geen baan kon krijgen. Het is ook een vorm van berusting: we kunnen niet veranderen aan de wereld, dus laten we dan onszelf maar veranderen.
De Tempelier wordt nog altijd bezocht door A.F.Th. van der Heijden. Diens vader – merk ik op – had destijds ook last van een kwade, althans van een zijn karakter metamorfoserende dronk.
‘Ja verrek, nu je het zegt…’ mompelt de filosoof in zijn Twentse Herman Finkers-tongval, terwijl hij energiek beide hemdsmouwen opstroopt. ‘Ik heb een tijdje geleden, ter gelegenheid van De ochtendgave, nog met Adri staan drinken in Nijmegen.’
Op elke arm van de denker figureert een Tasmaanse buidelwolf, in egaal blauwe inkt. Julia vraagt of ik in Moskou een goede tattooshop weet. ‘Ook mijn vrouw is van de tatoeages,’ herneemt René ten Bos. ‘Ze zit onder de kevers. Het is een wonderlijke vorm van automutilatie. Mijn eerste tatoeage liet ik zetten toen ik na mijn afstuderen geen baan kon krijgen. Het is ook een vorm van berusting: we kunnen niets veranderen aan de wereld, dus laten we dan onszelf maar veranderen. Past precies bij Rusland!’
Ik ben een gemankeerde dichter
Het gesprek wordt voortgezet in de Franse bistro Zjan Zjak, ooit een haard van Poetin-verzet. Nu wordt de bistro vooral bevolkt door jeugdigen die het onder Poetin geweldig hebben, of het althans geweldig vinden. Ten Bos heeft veel over ethiek geschreven, maar is geen moralist. Dat is hij ook niet van plan te zijn in zijn functie als Denker des Vaderlands. Hij wil vooral de filosofie uit de ivoren toren halen. ‘Al jaren doe ik mijn stinkende best om mijn boeken zo begrijpelijk mogelijk te houden; gelukkig verkopen ze goed,’ zegt de auteur, wiens stijl wordt gekenmerkt door een prettig-laconieke toon, waarbij de literator op de achtergrond voortdurend meeneuriet. ‘Ja, ik geef het toe: ik ben een gemankeerde dichter. Ik heb veel gedichten geschreven, maar vond ze nooit goed genoeg om te publiceren. Naast mijn bed staat een apart kastje met louter poëzie.’
De twee jaar geleden overleden Nijmeegse bard H.H. Ter Balkt was zijn held.
Als student in de jaren tachtig wilde hij vooral twee dingen: zoveel mogelijk boeken lezen en zoveel mogelijk neuken. Lang moest hij leuren met zijn geschriften; pas halverwege de dertig debuteerde hij. In 2000 werd hij hoogleraar. Sedertdien gaat het crescendo. Zijn voorlaatste boek Bureaucratie is een inktvis verschijnt binnenkort in het Frans. Sinds hij af en toe in Rusland komt, wil men van hem graag een oordeel over Poetin horen. Het liefst dat hij niet deugt. Maar Ten Bos weet het niet; bovendien vindt hij de vraag nogal simplificerend.
‘Dat klopt helemaal…’ Julia ten Bos kijkt gebiologeerd toe hoe twee met zwarte helmen en wapens uitgedoste kerels de bistro binnenkomen om een dronken wanbetaler en zijn eveneens straalbezopen slanke vriendin – ze ziet eruit als een actrice uit de jaren dertig – tot betaling te manen. ‘Papa zal nooit moralistisch uit de hoek komen. Voor mij is hij als een vriend; soms weet ik het even niet. Dan luister ik naar hem. Maar nooit zal hij zeggen dat ik iets niet mag. Als ik verdrietig ben, zegt hij: “Verdriet is een nutteloze emotie.”’
Ze werd geboren op Curaçao, waar Ten Bos – na een eerder avontuur met een ondernemer uit Deventer – met zijn vrouw twee jaar lang woonde om een business school op te zetten. Een nogal wilde tijd. Hij komt er nog graag. Als Julia, die op de universiteit louter droomcijfers haalt en zelf ook een wetenschappelijke carrière nastreeft, vraagt waarom ze eigenlijk geen huis op Curaçao hebben, klinkt het: ‘Omdat ik daar het geld niet voor heb, lief…’
De straalbezopen Weimar-actrice maakt de incasso-guerrillero’s inmiddels uit voor ‘hoerenneukers’; bij de bar begint een schijngevecht als een ballet.
Cynisch vrolijk
Volgens zijn moeder las de kleine René reeds toen hij twee was (‘maar dat is gesnoef van haar’). Op zijn zevende besloot hij filosoof te worden, nadat hij een boekje over wijsbegeerte had gelezen. Het slingerde rond door het huis, kort nadat een zusje was gestorven als gevolg van een luierspeld die ze had ingeslikt. ‘Vroeger was ik een arbeidersjongen, tegenwoordig ben ik elite,’ herneemt Ten Bos, als de zalm met honingsaus en een nieuwe fles Italiaanse witte wijn zijn gebracht. Cynisch vrolijk: ‘Ik weet nog steeds niet wat dat is. Kan er maar niet aan wennen.’
‘Maar die elite bestaat toch?’
‘Hoezo?’
‘In het Ritz vertelde je dat je pas na je 45ste lekker bent gaan verdienen. Met lezingen en cursussen over management voor instellingen als AKZO, Philips, Corus en de Rabobank. Soms verdien je in een uurtje vijftienhonderd euro. Voor velen een netto maandsalaris. Ik denk dat veel mensen dat toch wel elite noemen.’
‘Ik ben zeker niet rijk hoor, maar well tot do. Heb althans genoeg geld om een glas wijn te drinken in een dure tent waar een Amerikaanse president zich door hoeren heeft laten onderpissen…’Rutte met z’n “pleur op”: die directheid is de pest van de huidige samenleving. En voor een premier institutioneel volledig verkeerd. Het einde van de beschaving.
De filosoof, aimabel, intens gelukkig ogend en volledig in evenwicht met zichzelf, lacht. ‘Ik woon in Nijmegen, nog altijd een links bolwerk. Het is natuurlijk het eeuwige gevaar van de arbeidersjongen: verraad aan je afkomst, aan je vroegere milieu. Het probleem in Nederland ligt volgens mij niet zozeer bij een zogeheten “elite”, maar bij de middenklasse die zich massaal beroofd voelt van alle zekerheden.’
Directeurszoontje
De anti-moralist en chroniqueur van het puriteinse bordeel blijkt – bij nader inzien – toch wel een beetje een moralist. Althans, iemand met duidelijke opvattingen. Zijn vrouw geeft taalles aan een Eritrese vluchteling. Er komen soms idioten die zeggen: waarom geef je niet eerst onderwijs aan je eigen volk? In Nijmegen lijkt alles niettemin beter te gaan dan elders in het land. Er is minder woede.
Bij de naam Wilders dalen des denkers mondhoeken. ‘Toen Wilders opkwam, zei mijn vader, die altijd vol weerzin heeft gesproken over de textielbaronnen: ‘Dat is een typisch directeurszoontje!’ Dat vond ik wel mooi van hem; dat hij hem meteen ontmaskerde. Met zijn eeuwige gescheld op de elite. Mijn moeder begon vlak voor haar dood plots positief over Wilders te spreken. En te klagen over “de wouden van minaretten” in de omgeving van Hengelo. Maar enfin: Wilders had toen, geloof ik, net beloofd dat hij goed zou zijn voor de ouderen.’
Erger vindt de Denker des Vaderlands iemand als Rutte, die het discours van Wilders schaamteloos heeft overgenomen. Met z’n pleur op. ‘Deze directheid is de pest van de huidige samenleving. En ook voor een premier institutioneel volledig verkeerd. Het is het einde van de beschaving. Sans détour heb je nooit ergens toegang. Op een mooie vrouw loop je ook niet zomaar af, en zeg je: laten we neuken.’
Als een dweil over een kruk
Het kapitalisme – en vooral de problemen die dat veroorzaakt – is een leitmotiv in zijn filosofische werk. Kan er wel duurzaamheid zijn in een wereld die louter draait om steeds meer bevrediging van behoeften? Ten Bos is nooit marxist geweest, al vindt hij Marx nog steeds een geweldige analist. Van de verrijking, de Verelendung. Maar als therapeut is hij waardeloos. Dat hebben we hier in de voormalige USSR gezien. Weet ik waarom de uitbuiting van het kapitalisme nooit tot een revolutie zal leiden? Omdat iedereen in het systeem een managementfunctie heeft gekregen; kaltgestellt is.
Als dochterlief even naar de wc is, verzucht de filosoof, turend naar de dronken Russin die nog altijd vecht tegen de zwarte helmen terwijl haar wanbetalende vriend als een dweil over een kruk hangt: ‘Dat is geen lelijke dame daar… Ach ja, de vrouwen…’ Hij haalt zijn smartphone tevoorschijn, toont een frêle brunette. ‘Mijn minnares, ze werd zomaar verliefd op mij… En ik op haar… Man, wat doet dat een mens goed! Zo’n liefde! Mijn vrouw en ik hebben een soort van open relatie. Julia weet ervan.’
Volgende boek over seks
In Dwalen door het antropoceen haalt Ten Bos de Duitse filosoof Peter Sloterdijk aan, die eind jaren tachtig – toen de halve wereld dacht dat een nucleair Armageddon nabij was – constateerde dat velen ronduit geil werden bij het idee van de naderende catastrofe. Kunnen we daarmee ook fenomenen als Poetin, Wilders en Trump verklaren? Uit geilheid voor de ondergang?
‘Elke tijd heeft zijn eigen dromen over de eindtijd,’ repliceert Ten Bos, zich krabbend over een van de uitgestorven Tasmaanse buideltijgers. ‘Maar ik denk niet dat mensen die Wilders, Trump en Poetin aanhangen bewust stemmen op de ideologie van de dood. Integendeel. Ze denken juist dat ze stemmen op een betere toekomst.’
De filosoof, wiens volgende boek zal gaan over seks (‘Ook pornografie heeft alles te maken met kapitalisme’), voegt er optimistisch aan toe: ‘Natuurlijk kan alles de komende jaren ontaarden in een soort burgeroorlog. De verschillen tussen arm en rijk, hoog en laag opgeleid, de haves en de have-nots, moeten worden aangepakt. Maar de politiek heeft inmiddels wel meer body gekregen. Het antagonisme is terug. Er is gelukkig weer iets om voor te vechten.’
Julia ten Bos laat spinnend weten haar vaders nieuwe plan cool te vinden: ook zij vindt pornografie interessant. Haar generatie doet wat die wil. Wist ik hier nou inmiddels een goede tattooshop? Terwijl de Denker des Vaderlands een warme blik over zijn hoogblonde dochter laat glijden, verandert de actrice uit de jaren dertig bij de bar van tactiek. In plaats van te schelden, begint ze een van de zwarthelmen nu te bewerken met haar heupen – zwierig, geil, hem zoete woordjes toedichtend. De wereld is een puriteins bordeel. Natuurlijk, wie twijfelt daaraan? Al heeft de Nijmeegse denker dat ‘puriteins’ er natuurlijk ingefietst voor louter calvinistisch gebruik. Rusland is een bordeel tout court.
Genoten van de bourgondische filosoof? Lees ook het interview met zijn tegenhanger Ton Lemaire.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.