Het maakt niet uit of het een beetje klinkt of niet. Zingen biedt afleiding, zingen biedt troost.
Dus je staat met een vol gestouwde auto op weg naar je vakantieadres in een ellenlange file omdat ze zo nodig de Tour de France naar Nederland moesten halen, uitgerekend in het weekend dat de weergoden een hittegolf over je uitstorten. Je bent nog niet eens bij Utrecht. Je kinderen beginnen te jengelen. De vraag ‘zijn we er al?’ is gevallen, het spelletje ‘wie ziet er het eerst een gele auto’ biedt geen soelaas omdat je al uren naar dezelfde auto zit te staren.
Wat doe je dan? Dan zeg je: zullen we een liedje zingen? Maakt niet uit wat. Of het nu gaat over een kabouter met spillebenen of een duizendpoot die schoenenpoetser is – zolang het maar niet ‘we zijn er bijna’ is. Het maakt ook niet uit of het een beetje klinkt of niet. Zingen biedt afleiding, zingen biedt troost. Voor je het weet, ben je anderhalf uur verder en kun je opgetogen uitroepen: ‘Kijk jongens, we zijn al bij Vianen!’
Had die Dijsselbloem dat land nou niet gewoon netjes in het laagseizoen de nek kunnen omdraaien?
Soms zou je wensen dat het in de grotemensenwereld ook zo werkt. De kop ‘Nergens Meer Veilig’, die je na de aanslagen in Frankrijk, Tunesië en Koeweit op de voorpagina van het Algemeen Dagblad zag staan, maalt maar door je kop. Je maakt je zorgen over je tante Gerda die nu al die koffers vol vooraf gepinde euro’s met zich mee moet zeulen tijdens haar Griekse vakantie. Had die Dijsselbloem dat land nou niet gewoon netjes in het laagseizoen de nek kunnen omdraaien? Je haar is een week later nog steeds paars van dat verdomde verfpoeder dat ze bij de Colour Run over je heen gooiden. En je vraagt je af of die asperges, je lievelingskostje, voortaan altijd naar labbekak zullen smaken als die Hans de Boer zijn zin krijgt. Het wordt je gewoon tevéél allemaal. Was er maar iemand, liefst iemand van enige statuur, die al je wanhoop een klein beetje zou weten te verlichten met zoiets doodsimpels als het zingen van een lied.
Barack Obama dééd het. Hij had een wereldspeech gegeven tijdens de begrafenisceremonie voor de slachtoffers van de brute schietpartij in Charleston, maar hij wist dat woorden tekort schoten – welke woorden dan ook. En dus barstte hij uit in ‘Amazing Grace’. Al bij de tweede regel viel de hele kerk gemeenschap in. Maar het mooiste was misschien nog wel hoe tergend vals de machtigste man ter wereld klonk. Had hij loepzuiver gezongen, zoals hij ooit deed in het Apollo Theatre in Harlem toen hij een paar frases van Al Green’s ‘Let’s Stay Together’ liet horen, dan was het onder deze omstandigheden misschien een beetje showing off geweest. Maar het vruchteloos zoeken naar de goede toon maakte hem kwetsbaar, en juist daarom zo sterk.
Het was om jaloers van te worden. Een leider die je op zo’n manier bij de hand neemt – kom er eens om in Europa. Dat Frans Timmermans afgelopen week in het Europarlement Thé Lau herdacht en de woorden ‘Iedereen is van de wereld, de wereld is van iedereen’ citeerde, je kon het een beginnetje noemen. Al is oplezen natuurlijk iets anders dan zingen, en weet je bij Frans bovendien nooit precies of zoiets een eerbetoon is voor de overledene of voor zijn eigen oneindige eruditie. Maar goed, in Den Haag is het nog veel slechter gesteld. Als er al eens een lied voorbijkomt op het Binnenhof, dan is het in de vorm van verontwaardigde Kamervragen omdat onze tere kinderzieltjes niet bestand zouden zijn tegen de woorden ‘drank’ en ‘drugs’.
In Nederland komen er deze maand twee momenten aan waarvan je van tevoren weet dat woorden tekort zullen schieten: de herdenking van twintig jaar Srebrenica, en die van de ramp met de MH17. Zou het niet geweldig zijn als Mark Rutte dan ook een lied zou aanheffen? Welk lied dan ook. Zelfs al kiest hij Mieke Telkamps ‘Waarheen, waarvoor’ en zingt hij zo vals dat de honden ervan aanslaan, wij beloven bij deze dat we uit volle borst zullen meezingen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.