Het eerste wat je deed na terugkomst van de vakantie was alle zeikerds ontvolgen. Ho ho: inslikken, terugnemen, schelden gaf geen pas. Je doelde natuurlijk op het smaldeel dat meningen verkondigde waarvan je tenen gingen krullen tot de kramp erin schoot, en dat steevast deed (koor: ‘OMG, hij gaat toch niet weer OVER DIE TÓÓN beginnen!!??’) op een toon die alles steeds maar weer nog iets erger maakte.
Je moest het de zeikerds nageven: er viel heel wat te zeiken. Alleen zeken ze zo vaak over je schoenen, of gewoon de verkeerde kant uit. In jouw opinie dan, hè. En met alle respect natuurlijk. Want zoals je ergens las: decency is the new punk. Mocht dat ooit een beweging worden, dan was je de eerste om een veiligheidsspeld door je wang te rammen, een rat op je schouder te zetten en boze twitteraars te gaan helpen bij het oversteken.
Maar nu trok je het allemaal even niet. Je las de vooraanstaande columnist die Donald Trump misschien een tíkje lomp, maar verder een heerlijke vent vond, met ‘goede denkbeelden’ bovendien. Kort daarna hintte The Donald op het neerschieten van Hillary Clinton en zei hij dat Obama de founder van IS was. De mensen die het zo verfrissend vonden dat De Sinaasappelkleurige altijd precies zei waar het op stond, vonden het nu onbegrijpelijk dat we niet zagen dat hij gewoon een geintje maakte. En daar had je de zeikerds alweer, die de verontwaardiging over de uitspraken van de man die wellicht straks de machtigste ter wereld is, snoevend afdeden als ‘verbijsterend’ en ‘hysterisch’. Potten, ketels, wie roerde ze toch telkens weer zo onnavolgbaar door mekaar?
Ondertussen schuilde overal het ongemak. Bijvoorbeeld toen een aantal prominente Republikeinen Trump een ‘gevaar voor de nationale veiligheid’ noemde. Hé, George W!, ouwe verkeerde oorlog-ontketenaar, ouwe schoenenontwijker, met je plastic kalkoen. Je mag dan tegenwoordig gezellige Bob Ross-schilderijtjes maken, je dacht toch niet dat we vergeten waren wat je zelf in een recent verleden allemaal voor ellende had aangericht? Kon je nou blij zijn met zo’n waarschuwing, onder het mom: de vijanden van je vijanden zijn je vrienden?
Het ongemak had je trouwens meteen bij de terugkomst keihard in je gezicht geslagen, toen je al die duizenden jongens- en meisjestoeristen de tijd van hun leven zag hebben. ‘I Amsterdam, too,’ mokte je inwendig, want je kon er niet door/langs/overheen, terwijl je toch kattenvoer nodig had.
Je wilde geen zeikerd zijn, maar helaas zag je zo akelig helder wat tegenwoordig het basale plan is: jaarlijks duwen we dik 15 miljoen mensen door de cloaca van het Centraal Station, die vervolgens zo snel mogelijk heel stoned moeten worden. Hiertoe hebben we rond het station een strategische halve cirkel van zo’n 80 coffeeshops geplaatst. Het proces verloopt gladjes. Zijn ze eenmaal stoned, dan verhuren we hun een fiets. En komt er een geheimzinnige figuur die toeristen influistert dat er, in tegenstelling tot waar ze vandaan komen, in Amsterdam geen verkeersregels gelden. Als na een uurtje of wat slingerend rondpeddelen dan de onvermijdelijke vreetkick indaalt, bieden we hun overal instant-verlossing in de vorm van Nutella-winkels die een week eerder nog boekhandel of schoenmaker waren.
Je wilde geen zeikerd zijn, maar onherroepelijk mis ging het wél, temeer daar het concept zo succesvol was dat er elk jaar nog een extra miljoentje kotsers en botsers bijkwam. In De Groene had je gelezen dat de voorzitter van het Stadsdeel Centrum het standpunt huldigt dat het ‘niet de rol van de overheid is om groeisectoren af te remmen’. Prettig liberaal, maar als niemand afremde, was het een kwestie van tijd voordat bezorgde en verwarde burgers met rieken en staken oprukten richting gemeentehuis.
O god, het ongemak. Je had alle zeikerds ontvolgd, maar misschien was je er zelf wel een geworden. Gelukkig hadden ze je een stressbal voor je verjaardag gegeven. Die kneep je maar eens goed fijn, terwijl je zeer voorbarig naar toekomstige vakantiebestemmingen begon te googelen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.