We zaten in kleermakerszit op het Zandvoortse strand naar de overkant van het Kanaal te turen. Naar dat gekke eiland waar ze onder aanvoering van twee heel rare mannetjes iets bloody reckless hadden gedaan, en waar terstond de complete chaos was uitgebroken. Door onze verrekijkers zagen we bolhoedjes en getatoeëerde bierbuiken panikerend in het rond rennen. ‘Huh? Wut? Waarom hadden ze dat niet eerder gezegd? Wie ging nu…? Hoe moest…? Waar wás…? Good gracious!’
Het ene rare mannetje, van wie we ons altijd afvroegen of-ie niet ooit een rolletje speelde in Are You Being Served?, had na zijn zege meteen trots getrompetterd dat dit alles toch maar mooi gelukt was ‘without a single bullet being fired’. Waarmee hij niet alleen de nog rulle aarde op het graf van Jo Cox stevig aanstampte, maar ons ons ook even deed afvragen wat zijn plan B was geweest als het referendum twee procentjes naar de andere kant was uitgevallen.
Een uurtje later moest hij al live op tv toegeven dat een van zijn voornaamste beloftes aan de kiezer (de wekelijkse EU-afdracht van 350 miljoen pond zou voortaan integraal aan de zorg besteed worden) misschien niet helemaal, en, eigenlijk, helemaal niet klopte. Het andere rare mannetje, de verwachte nieuwe eilandbaas, hield warempel een lofrede op de vertrekkende premier die hij, zoals iedereen daar schijnt te weten, intens haat. Daarna was hij een beetje zoek. Eigenlijk was poes Larry, die cool, calm and collected de stoep van Downing Street 10 bewaakte, de enige eilandbewoner die het hoofd koel hield.
Alles duwde ons in de richting van leedvermaak. Ha, met je lauwe pils. En die smerige bonen bij het ontbijt. En je speelgoedauto’s met de stuurtjes aan de verkeerde kant. En je luciferdoosjes die je als hotelkamer durft te verkopen. En je sneue waanbeeld dat jullie nog altijd de waves rulen. Hoe voelt dat nu, zo in je up? Splendid zeker? Maar mooi dat het nu onbetaalbaar wordt om nog langer lallend, zingend en halfnaakt op ónze bierfiets ónze hoofdstad te terroriseren. Ja, het ging er lelijk aan toe daar aan de overkant, maar we hadden nauwelijks door dat we er meteen onze eigen lelijkheid tegenover stelden. De Brit als ‘de ander’ – een simpel ‘ja maar The Beatles’ volstaat om te beseffen wat een onzinnige karikatuur het is. Omdat het kleinzielig voelde om alleen tégen iets te juichen (kamp Brexit), presenteerden we ons maar als de hartstochtelijke EU-supporters die we de rest van het jaar toch meestal niet zijn. Met je Brussel en je ondoorzichtige wetjes.
Na het leedvermaak kwam de rancune, in de vorm van politici die de Britten er quick and dirty uit wilden bonjouren. Plus de vraag: what’s in it for us? ‘Nederland moet op de voorbank blijven zitten,’ sprak Bert Koenders ferm, ‘niet in de kattenbak.’
Hé, zagen we daar te midden van al het geweeklaag over de teloorgang van de Europese Droom de Hollandse handelsgeest alweer gezellig opveren? Nou, de gemeente Amsterdam bleek al vóór het referendum in onderhandeling te zijn gegaan met bedrijven uit de City. Kortom: eigen hachje eerst.
Dat ging ons wat rap allemaal. Van doomsday naar goed-voor-de-portemonnee binnen vierentwintig uur. Waar was toch die persoon die ons er in een gloedvol betoog van doordrong dat het uiteindelijk toch best leuk was, dik zeventig jaar zonder massale oorlogen op Europese bodem, na een millennium of twee waarin je op doordeweekse dagen meestal van lijk naar lijk kon schotsspringen?
We keken verwachtingsvol naar Mark, maar die was druk met de voorbereidingen van zijn optreden in Zomergasten. Het schijnt dat ene Frans hierover iets op Facebook heeft gepost. Maar daarvoor waren we eerlijk gezegd een beetje te druk met googelen naar die plotseling zeer voordelige vliegtickets en hotelkamers in Londen, en verlekkerd mijmeren hoe we nog vóór de Britse pond weer aantrekt Harrod’s eens even helemaal leeg konden trekken.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.