Pfff, nou, we zijn er weer, hoor.

En ja, waarschijnlijk hadden we een gelukkiger moment kunnen kiezen om van de camping terug te keren dan afgelopen zaterdagmiddag, toen we na het ternauwernood overleven van 880 kilometer file, met twee colaflessen vol kinderurine op de achterbank, eindelijk de afslag Amsterdam namen en subiet in het gezicht werden geslagen door The Weather Girls, Gloria Gaynor en de aanblik van héél veel peervormige mensen in strakke witte broeken die eenvoudigweg niet voor hun lijven bedoeld waren. Vilten cowboyhoed: check. Roze boa: check.

Net als elk jaar probeerden we onszelf ervan te overtuigen dat hier broodnodige homo-emancipatie werd bewerkstelligd, maar waarom deed het ons allemaal dan toch vooral denken aan het allerergste van Koningsdag plus het allerergste van de Toppers in Concert, vermenigvuldigd met de Efteling? Die housende homo’s op de bootjes, allá, maar al die lallende, aapjeskijkende hetero’s langs de kade, konden die alsjeblieft wég? Resoluut het stuur omgooien om even af te koelen in zee was er niet bij, want traditiegetrouw bleken we te worden geteisterd door een levensgevaarlijk zomerdier: de zeevonk, naar verluidt een verre neef van de blauwalg en een halfbroer van de eikenprocessierups. Brrr.

Ineens meenden we een heel, héél klein beetje te begrijpen wat al die vluchtelingen moeten voelen.

Kortom, het viel allemaal nogal tegen, de thuiskomst. Terwijl we de laatste dagen bij onze opgooitent op La Playa Buena nu juist weer een sluimerend verlangen naar het Noorden begonnen te voelen. De aanhoudende guerrilla in de maagstreek, aangewakkerd door liters goedkope olijfolie en dito vino de mesa, de winkelier die steevast nét het rolluik naar beneden trekt op het moment dat je hoognodig papel higiénico moet inslaan, plus natuurlijk het feit dat je nog geen stiekem chorizo-windje kunt laten of dat uitgedroogde bos naast de camping vliegt in de hens, waarna die blushelicopters wéér in allerijl het zwembad leeg komen scheppen om de schade tot enkele hectaren beperkt te houden – het wordt na een paar weken gewoon wat veel. U zegt: het gras is nu eenmaal altijd groener aan die andere kant. Wij zeggen: ons gras ís toch ook gewoon groener?

En hoe ongelooflijk mank de vergelijking ook gaat, ineens meenden we een heel, héél klein beetje te begrijpen wat al die vluchtelingen moeten voelen, die we bij thuiskomst aantroffen op menige voorpagina: een diep verlangen naar een geromantiseerde wereld, gevolgd door intense teleurstelling, omdat de droom al uit elkaar is gespat nog voor de plaats van bestemming is bereikt. In ons geval op de ringweg rond Amsterdam, bij hen in een naar verrotting stinkend bos in de buurt van Calais.

In een reportage in NRC werd een 22-jarige Soedanees Amer, terwijl hij op het punt stond een nieuwe poging te wagen om via de Kanaaltunnel naar Engeland te komen, opgebeld door zijn moeder met de vraag wanneer zij de eerste overboeking kon verwachten. Als je zoiets leest vraag je je af: wisten Amer en zijn moeder niet hoe moeilijk en gevaarlijk het is om het rijke noorden te bereiken, en als dat al lukt, hoe groot de kans is op een mensonterend bestaan in de illegaliteit aldaar, of viel er in eigen land zo weinig te verliezen dat ze het niet wilden weten?

Als het aan Facebook ligt, wordt die eerste optie binnenkort een stuk minder waarschijnlijk. Mark Zuckerberg is van plan heel Afrika met behulp van drones met het internet te verbinden. Maar zal zo’n informatie-revolutie de vluchtelingenstromen nou groter of juist kleiner maken? Wij zien grofweg twee scenario’s. Eén: de moeder van Amer ontdekt al googlend dat heel het westen in de rouw is om een doodgeschoten leeuw, terwijl ze in haar dorp dood gaan van de honger, en besluit dat haar zoon van zulke types weinig goeds kan verwachten. Twee: Amer en zijn vrienden scrollen op Instagram langs de partypics van de gay parade, constateren dat iedereen volstrekt zorgeloos uit zijn broek barst, en er blijkbaar een ruim budget is voor een feestje. Dan zullen ze denken: daar moeten we zijn, die Gloria Gaynor overleven we wel.