Starend naar een zon die botweg weigerde onder te gaan, koud biertje in de hand, omringd door honderden mensen met een gelukzalige grijns op hun gezicht, dacht ik heel even aan alle virtuele berichten die op dat moment boven onze hoofden heen en weer vlogen. Heck, misschien wel door ons héén. Wist ik het.
L’ophef du jour fladderde overal rond, en via een device dat bij iedereen in de achterzak stak, kon je ’m eenvoudig beetpakken. Maar je zou wel gek zijn als je het deed. Ergens was iemand verbeten aan het beweren dat het na vierentwintig uur wel weer genoeg was met die heldenverering van Muhammad Ali, en dat we bij het bepalen wie er ‘the greatest’ was toch zeker Anky van Grunsven niet ongestraft konden negeren. Ergens haakte iemand woedend aan bij een discussie over vermeend racisme, terwijl-ie eigenlijk had willen reageren op een geretweete tweet van iemand die meende in een fittie over betaalde plastic zakjes op de markt terecht te zijn gekomen. Ergens zei iemand iets zinnigs dat schandalig werd gevonden, en vice versa. En op een euforisch, afgeladen stadsstrand was er helemaal niemand die het ook maar ene biet kon schelen.
Gedurende het jaar zijn we gewend om sociale media, vooral Twitter, als een thermometer van de tijdgeest te beschouwen. Wat stiekem best gek is, voor een medium waar volwassen mensen hun volgers met ‘tweeps’ aanspreken, ‘twexit’ gaan, en zeker tweemaal daags beweren dat ze lachend uit luid over hun floor rollen, terwijl ze in werkelijkheid gewoon doorgaan met het raspen van hun worteltjes/knippen van hun neusharen/zoeken naar een sok waar géén gat in zit.
En dit strandtafereel dan? Dat was toch echt de werkelijkheid, al moest je toegeven dat het de allerbeste versie van de werkelijkheid was die we konden bedenken. Niet voor niks ging alles gehuld in een knalroze waas. Niettemin: één weekend summer in the city was genoeg om hevig te gaan twijfelen aan de zo vaak gehoorde stelling dat we allemaal permanent chagrijnig en boos zijn.
Ach, wat kwebbelde Harry er aandoenlijk op los, in die weldadige zekerheid dat hij het centrum van het universum is.
Maar goed, we waren dan ook allemaal zwaar geïnspireerd door Harry ‘emotiemens’ Mens, die in een heerlijk interview met Volkskrant Magazine aantoonde dat je gewoon zelf kunt bepalen waar de werkelijkheid ligt. In Harry’s geval lag die bij het betreurenswaardige feit dat we Harry nooit hadden verzocht om als gekozen minister-president hier de hele flikkerse bende over te nemen, zodat hij als ‘een net Poetintje’ orde op zaken had kunnen stellen. En nou niet weer volkomen voorspelbaar vallen over de nare associaties die je kon hebben bij die naam, want het was voor iedereen goed nieuws geweest, zelfs voor Marokkanen. Want: ‘In de kern is er best iets met die mensen te doen.’
Ach, wat kwebbelde Harry er aandoenlijk op los, in die weldadige zekerheid dat hij het centrum van het universum is. Het was verdraaid jammer dat ‘de Bolkesteinen van Nederland’ hem in de weg hadden gestaan, precies zoals ‘de Bolkesteinen van Amerika’ (???) dat nu proberen met Donald Trump (u weet wel: de man die, zoals alleen Harry weet, ‘de arme mensen zal helpen’), maar je kreeg toch de indruk dat we, als we het hem héél lief vragen, nog altijd een kans maken op Harry. En dan zal blijken dat de mensheid er misschien beroerd voor mag staan, maar dat er voor de Harry Mensheid nog volop hoop is.
Toen ik het stuk uit had, meende ik te weten dat de mooiste weken van het jaar voor de deur staan. Die paar weken dat alles en iedereen de luwte kiest, ditmaal ook nog met een groot voetbaltoernooi dat we voor het eerst in veertien jaar zonder gierende zenuwen met een half oog van ons af kunnen laten glijden. Die fantastische periode waarin er nergens ruis van talkshows is, en ze op krantenredacties tegen elkaar zeggen: goh, hoe zou het eigenlijk met Harry Mens zijn? En dat we dat dan nog willen weten ook.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.