Een mijnenveld, waarmee ook menig ‘weldenkende’ witmang zich niet goed raad weet.

Zoals de pepernoten tegenwoordig al in de HEMA liggen terwijl je nog in korte broek aan een waterijsje likt, zo beperkt ook de Zwarte Pieten-discussie zich niet meer tot de weken voorafgaand aan het heerlijk avondje. Sterker: hij beperkt zich allang niet meer tot Piet alleen, maar strekt zich uit van het begrip ‘white privilege’ en de blinde vlek die ook veel ‘weldenkende’ blanken hebben voor onderhuidse racisme, tot aan een zwarte rapper die zichzelf wit schminkt bij wijze van aanklacht tegen het ‘witte’ Hilversum. Stof genoeg om het hele jaar zoet mee te zijn, al is het maar omdat in deze discussie niks zwart-wit is, en tegelijkertijd, nu ja, alles.

Voorsorterend op het kritische rapport van de Verenigde Naties kondigde kinderzender Nickelodeon aan dit jaar alleen ongeschminkte Pieten te tonen, en introduceerde de Bijenkorf de ‘Gouden Klimpiet’, omdat die beter zou passen bij de nieuwe ‘luxueuze uitstraling’ van het warenhuis. Ook werd bekend dat de Gouden Koets de komende jaren niet te zien zal zijn vanwege een restauratie, wat leidde tot geruchten dat het rijtuig nu zal worden ontdaan van de panelen waarop halfnaakte slaven staan afgebeeld – al schijnt het ook een optie te zijn dat ze gewoon een gouden gezicht krijgen, omdat zoiets nu eenmaal véél beter past bij de luxueuze uitstraling van de koets.

Wellicht zou het anders zijn als Sinterklaas, bijvoorbeeld, eens op pad zou gaan met louter Joodse hulpjes die met grote opplakneuzen heel zuinigjes pepernoten uitdelen aan de kindjes, om vervolgens de ouders daarvoor woekerprijzen te berekenen.

Het is een mijnenveld, dit hele debat, dat ook aantoont dat menig ‘weldenkende’ witmang zich er niet goed raad mee weet. Die lijkt soms net een ezel die geen zin heeft uit de stal te komen. Af en toe verplaatst hij schoorvoetend een hoefje – ‘oké, Zwarte Piet heeft merkwaardige trekjes’ – om het daarna weer in het zand te planten. Wellicht zou het anders zijn als Sinterklaas, bijvoorbeeld, eens op pad zou gaan met louter Joodse hulpjes die met grote opplakneuzen heel zuinigjes pepernoten uitdelen aan de kindjes, om vervolgens de ouders daarvoor woekerprijzen te berekenen.

Nu wordt er alom gezucht als Quinsy Gario wat aan te merken heeft op een Bavaria-reclame waarin een zwarte man tijdens het joggen de mobieltjes met hardloop-apps van zijn blanke makkers bij zich draagt, zodat zij daarna thuis kunnen veinzen dat ze gesport hebben, terwijl ze eigenlijk bier zaten te hijsen. ‘Zwarte man als werkpaard waar witte man zijn voordeel uit haalt,’ twitterde Gario. ‘Fuck that.’

Zelf zagen we vooral vier blanke losers en een knappe zwarte man met een jaloersmakend lichaam. Maar goed, ook als je een stereotypering positief kunt uitleggen, blijft het nog altijd een stereotypering. Draai de rolverdeling om – vier zwarte zuiplappen en een atletische blanke man – en niemand die meer de pointe van het filmpje snapt.
Anderzijds: het is ook gewoon moeilijk om helemaal geen kleur te zien. Dat Dafne Schippers zoveel bewondering oogst, komt mede doordat ze uitblinkt in een sport waarbij bijna altijd zwarte mensen er met de medailles vandoor gaan. Zoals omgekeerd ook menig Tour-kijker een soft spot had voor die Eritreër die zich opeens in het peloton bevond.

En hoever moet je gaan in je pogingen om het ‘goed’ te doen? NRC kreeg onlangs woedende reacties nadat het bij een artikel een kop plaatste met het woord ‘nigger’ erin. Misschien nogal onnadenkend, maar tegelijkertijd roept het vragen op. Kan je bijvoorbeeld als blanke journalist in een recensie van de film Straight Outta Compton nog gewoon vermelden dat het hier gaat om de geschiedenis van de groep Niggaz Wit’ Attitudes – of moet dat voortaan N-woord Wit’ Attitudes zijn?

‘Weldenkend’ of niet, dat is de witmang meestal te gortig. Als wij eerlijk zijn, zitten we ook liever in het café met mensen die af en toe een fijne foute negergrap durven te maken dan met types die daarop meteen met een vuist in de lucht Malcolm X beginnen te citeren. Maar dat zal dus ook met die blinde vlek te maken hebben. En dat de humorloosheid van Quinsy Gario ons af en toe nogal tegen de blanke borst stuit, wil nog niet zeggen dat hij daarom geen gelijk heeft.