‘Have you been here before?’ De doorhost voor De School is een lange, slanke man met een pilotenbril en een jas die bestaat uit twee delen: half enkellange regenjas, half kort trainingsjack. Het groepje van vier vooraan in de rij is duidelijk voorbereid. ‘Nee,’ zegt het meisje dat het woord voert in het Engels, ‘maar we hebben veel goede verhalen gehoord over deze plek. We komen uit Londen, en we willen hier graag naartoe voor we teruggaan.’

https://www.vn.nl/product/vrij-nederland-nr-11-2018/

‘Wat hebben jullie vandaag gedaan?’ vraagt de host. Zijn ogen gaan ondertussen over de rij, die achter het groepje Britten steeds langer wordt. Het is halfeen ’s nachts op een zaterdagavond, het begin van een weekender in De School – een feest dat zal doorgaan tot maandagochtend.
‘We hebben rondgelopen in de Jordaan,’ zegt het meisje serieus, alsof ze een getuigenverklaring afgeeft, ‘en gezwommen in het IJ.’

De doorhost laat een stilte vallen, onduidelijk waar hij over nadenkt. ‘Oké,’ zegt hij dan, en opent het koord dat tussen hem en het groepje in hing. ‘It’s fine with me.’
‘Thank you so much,’ het meisje kan haar enthousiasme nu toch moeilijk onder controle houden, ze hijgt bijna. ‘We really appreciate it.’

De man knikt bijna onzichtbaar, het koord gaat weer dicht. Daar komt het volgende groepje. ‘Met hoe veel zijn jullie?’ vraagt hij.
‘Zes,’ antwoordt de volgende woordvoerder, dit keer een meisje in een wit werkpak, broek en bijpassend jasje van stevige spijkerstof.
‘Jullie kunnen niet naar binnen,’ antwoord de doorhost. ‘Maximaal groepen van vier.’

Iedereen loopt door elkaar, zit naast elkaar; niemand danst in een groepje, iedereen danst voor zichzelf, alleen, samen.

De vrienden zijn even uit het veld geslagen, ze kijken zwijgend omhoog naar de lange man.
‘Dan zijn we toch een groep van twee en een van vier?’ oppert een jongen die achteraan staat.
Maar de doorhost heeft het koord dat naar de zijkant van de rij leidt al open geklikt. ‘Geen groepen,’ zegt hij.

Een sfeer van vrijheid

Bij de ingang wordt iedereen vakkundig gefouilleerd, tassen moeten open. Camera’s op iPhones worden afgeplakt: dit is geen plek om foto’s te maken. Binnen in dit oude schoolgebouw verbergt zich een bonte verzameling mensen in alle soorten en maten: meisjes, jongens, vrouwen, mannen, meisjes die op jongens lijken, jongens die op meisjes lijken, afgetrainde mannen in kleine broekjes, vrouwen met kortgeknipt haar en tepelpiercings. Jongens met lang klitterig haar en verwassen T-shirts, meisjes met hippe sneakers en opgeknoopte bloesjes. Iedereen loopt door elkaar, zit naast elkaar; niemand danst in een groepje, iedereen danst voor zichzelf, alleen, samen.

Als een jongen een meisje lastigvalt, komen twee gays zonder shirt hem vertellen dat dat hier niet de bedoeling is. De sfeer hier is, abstract gezegd, een sfeer van vrijheid. Van niets moet, alles kan – maar dan ook echt alles. Het is een sfeer die je ervan verzekert dat je anders mag zijn, dat je niet hoeft te voldoen aan een of ander ideaalbeeld, dat je je niet aan de regels hoeft te houden als je daar geen zin in hebt.

En laat dat nou precies zijn waar de meeste mensen hier naar op zoek zijn.

Begin januari 2016 opende De School, het nieuwe project van het team achter de notoire tijdelijke clubs 11 en Trouw, in een oud ROC-gebouw diep in Amsterdam West, voorbij de Baarsjes en Bos en Lommer. De verwachtingen waren hooggespannen: het afscheid van Trouw aan de Wibautstraat was voor veel vaste feestgangers zo emotioneel dat ze tijdens de laatste partymarathon aandenkens begonnen mee te nemen. Glazen, kaarsenhouders en – naar verluidt – zelfs wc-rollen. Een jaar later ging De School open – daar moest het de komende vijf jaar gaan gebeuren.

Alles ultiem

Als de Randstedelijke millennial een gebouw zou zijn, zou het De School zijn. De club heeft, net als voorganger Trouw, als een van de weinige gelegenheden in Amsterdam een 24-uursvergunning. En veel meer dan dat: er is ook een sportschool, een café, een restaurant, er zijn ruimtes voor workshops en werkplekken voor zzp’ers. De eigenaren hebben bewust of onbewust perfect ingespeeld op de wensen van de yup. Die wil namelijk niet meer alleen uitgaan, maar ook flink sporten, zelfverbeterende cursussen en yogalessen volgen, en een rustgevende omgeving om zijn flexwerk naar behoren te kunnen doen.

Lees ookDe moderne drugsgebruiker: ’s ochtends naar de yoga, ’s avonds aan de keta14 juni 2018

‘Yogasnuivers’, noemde korpschef Erik Akerboom de huidige generatie twintigers en dertigers op een politietop eerder dit jaar: ze zijn hoogopgeleid, streven doordeweeks een gezond en succesvol leven na, maar worden in het weekend ‘stomdronken’ en nemen ‘cocaïne en diverse andere pillen’ – zonder over de gevolgen na te denken. Waarom zouden ze? Over een paar uur is het toch weer maandag, en dan maken ze alles goed in de sportschool.

Bij de huidige generatie twintigers en dertigers moet alles ultiem zijn: niet zomaar sporten, maar een serieus bootcampschema, of trainen voor een marathon. Geen doorsnee vakantie naar Frankrijk, maar een levensveranderende trektocht door Mongolië. Natuurwijn en Ethiopische geishakoffie, in plaats van rommel uit de supermarkt.

En al die ultieme dingen moeten allemaal tegelijk en door elkaar – ook als ze op het eerste gezicht lastig te combineren lijken. Wat de Roxy en de iT waren voor de jaren tachtig en negentig – de eerste plekken waar je kon dansen op house en drugs kon gebruiken, waar homo’s, hetero’s en travestieten door elkaar liepen – is De School voor de jaren tien van deze eeuw. Het is een monument voor de onverzadigbare en veelzijdige yup. Hier kan je keihard feesten in het weekend; even hard sporten en carrière maken door de week. De jonge Randstedeling wil zijn leven zo veel mogelijk onder controle houden – zolang hij maar ook af en toe helemaal los kan.

De foto’s uit deze serie zijn op een maandagochtend om zeven uur gemaakt, na afloop van een weekend in De School.
Een uur boksen

Zaterdagochtend, kwart over twaalf. De werkdag van Lenny Ylstra (28) begint standaard met een uur boksen. Vijf dagen per week, dinsdag tot en met zaterdag, van elf tot twaalf. Ylstra is chef van restaurant DS, het restaurant in De School. Ertegenover zit de sportschool: Het Gymlokaal. Boksen is intensief, uitputtend, je verbrandt zo achthonderd calorieën per uur. Lenny vindt het lekker: alle frustratie uit je systeem rammen, daarna ben je helemaal leeg. Na de boksles lopen de deelnemers zwijgend en uitgeput over het terras, rechtdoor naar de fietsenrekken. Lenny gaat rechtsaf, de keuken in. Het zweet parelt nog op zijn voorhoofd, zijn handen trillen na van het slaan.

Op zaterdag zit het restaurant altijd vol – Lenny weet precies hoeveel mensen er komen, 120, en wat die gaan eten. Er is een vast menu van drie, vijf of zeven gangen, geen à la carte. Lenny begint met vis schoonmaken en portioneren, vlees schoonmaken en portioneren, sausjes maken. Kalfslende met cantharel en een jus van steranijs. Tarbot met geroosterde prei, mosselen en een beurre blanc van groene curry. De leden van het team druppelen binnen, vier jongens, Lenny groet ze, kijkt of ze min of meer fris uit de ogen kijken. Uitgaan voor werk moet kunnen, hoor, vindt Lenny. Maar zeiken over brak- of moeheid moet hij niet hebben in de keuken – dat doe je maar thuis. Door met de voorbereiding: gepikkelde spitskool met messenklever. Croutons van zuurdesembrood.

De eerste periode – goed, het eerste jaar – was het hier ‘één groot feest’, vertelt Lenny na zijn boksles op het terras van café DS, het kleine broertje van zijn restaurant dat overdag geopend is. Voor hem staat een zwarte koffie, hij steekt een sigaret op. ‘De club is natuurlijk maar één stap verwijderd van het werk, en we mogen allemaal gratis naar binnen.’ Lenny is geboren en getogen in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt: een brede gast met kort donker haar, hij praat snel, een licht Amsterdams accent. Hij zat op de Sint Antoniusbasisschool, vertelt hij, en daarna op ‘een heleboel’ middelbare scholen. Zijn bijbaantje in een restaurant vond hij leuker dan leren: daar waren geen bazige docenten, kreeg je geen slechte cijfers.

‘Uitgaan voor werk moet kunnen. Maar zeiken over brak- of moeheid – dat doe je maar thuis.’

Lenny ging een koksopleiding doen en werkte zich in rap tempo op tot sous-chef bij Le Restaurant, met Michelin-ster. Toen de oprichters van De School hem vroegen of hij chef wilde worden van hun nieuwe restaurant, was Lenny vereerd, maar ook ‘een beetje nerveus’. ‘Ik vroeg me af of dit niet te veel hooi op mijn vork was. Zo’n sicke plek, met én club, én café, én sportschool, én kantoren. Er is hier zo veel vrijheid en ruimte. Dan kan het ook helemaal misgaan.’

Maar het ging niet mis: restaurant DS kreeg een paar maanden na de opening een 9 in Het Parool. ‘Toen werd het in één keer superdruk.’ Het heftige feesten werd lastiger vol te houden. ‘Als je om acht uur in je bed ligt en je moet er twee uur later weer uit, kan je het niveau dat al die mensen verwachten niet bijhouden.’ Vandaar dat Lenny het feesten inmiddels heeft ingeruild voor boksen. ‘Als ik een dag niet ga, voel ik me echt slechter, dan mis ik die endorfine.’

Hij ziet het wel meer om zich heen, zegt hij, dat mensen die eerst heel actief waren in de ‘partyscene’ nu ineens keihard aan het sporten zijn. ‘Dat is sowieso wel een beetje van nu, toch. Pillen in het weekend, yoga en gembershots door de week.’ Hij lacht, neemt nog een sigaret. ‘De laatste tijd vind ik het chiller om rond een uur of één naar huis te gaan, dan heb ik de volgende dag nog wat aan m’n weekend.’

Als Lenny niet werkt, gaat hij in plaats van boksen een uur hardlopen. Hij maakt zijn sigaret uit in een asbak en grinnikt. ‘Ik begin een oude lul te worden, geloof ik.’

Epiphany

Zaterdagnacht, 3:00. Linksvoor in de kelder, vlakbij de dj-booth, danst Tessa (31). Ze draagt een kort zwart jurkje van gaas, met een leren tuigje om haar hals. ‘Vanavond ben ik all out gegaan met mijn outfit,’ vertelt ze. De mensen om haar heen zien er min of meer hetzelfde uit: netpanty’s, shirtjes met gaten, plateauzolen – alles zwart. Tessa is van plan zo veel mogelijk van dit weekend mee te maken. ‘Straks ga ik denk ik even naar huis om een paar uur te slapen, dan kom ik morgenmiddag terug. Ik denk dat ik dan een xtc-pil ga nemen. Daar heb ik echt heel veel zin in, ik heb dat al zo lang niet gedaan. Zeker twee maanden. Het wordt supermooi weer, achtentwintig graden of zo, dus we kunnen lekker gaan dansen in de binnentuin.’

Tessa groeide op in de Achterhoek en ging na de middelbare school studeren in Utrecht. Vervolgens ging ze samenwonen in Amsterdam en aan de slag als journalist. Alles ging – zou je kunnen zeggen – goed: Tessa bouwde een zeker bestaan voor zichzelf op, een veilig leven. Maar zeker en veilig kunnen na een tijdje gaan aanvoelen als beklemmend en benauwend, merkte ze. Iets meer dan twee jaar geleden verbrak ze haar relatie, ongeveer gelijktijdig met de opening van De School.

Het klinkt cliché, zegt Tessa, maar de eerste keer dat ze naar De School ging, was echt een epiphany. ‘Alsof ik het hele concept uitgaan opnieuw ontdekte.’ Ze was eerder weleens naar technofeesten geweest, maar dit was anders. ‘Ik weet nog dat ik de derde of vierde keer dat ik hier was in de kelder stond te dansen en het heel warm had, echt zo helemaal doordrenkt van het zweet. Toen trok ik mijn shirtje uit – ik dacht er nauwelijks bij na – en danste ik gewoon verder in mijn bh.’ Niemand vond dat raar, niemand keek. ‘Dat was zo’n belangrijk moment. Vroeger schaamde ik me voor mijn lichaam. Maar hier is alles oké, niemand vindt ergens iets van. En niemand maakt een foto.’

‘Toen trok ik mijn shirtje uit – ik dacht er nauwelijks bij na – en danste ik gewoon verder in mijn bh. Dat was zo’n belangrijk moment.’

Tessa werkt nog altijd als journalist, maar op dit moment even niet. Ze is aan het bijkomen van een ‘lichte depressie’ als gevolg van te veel werkdruk bij haar laatste werkgever, vertelt ze. Nu zit ze af en toe in café DS om weer voorzichtig wat te freelancen en te solliciteren. ‘Het is daar heel relaxed,’ zegt ze. ‘Lekkere ijskoffie.’

Drugs gebruikt Tessa meestal als ze De School bezoekt – zo’n beetje elk weekend. ‘Maar het is niet zo dat ik elke week een pil neem,’ zegt ze. ‘Soms neem ik ook alleen een lijntje speed voordat ik van huis ga – daar kan ik dan wel een paar uur mee voort.’ Af en toe komt daar later in de nacht nog keta bij. ‘Dat heb ik pas net ontdekt. Als je er een klein beetje van neemt, kan het heel chill zijn. Je wordt lekker lacherig, krijgt zin om te dansen.’

Keta – kort voor ketamine – is een verdovingsmiddel; voor mensen, maar ook voor bijvoorbeeld paarden. Wie teveel neemt, raakt in een ‘K-hole’: een staat van verlamming waarbij je niet kan praten. Maar bij Tessa is daar geen sprake van: ze danst uitbundig. ‘Misschien dat ik straks wel even yoga nidra ga doen thuis,’ zegt ze nog. ‘Dat is een meditatieoefening waardoor je in een half uur evenveel uitrust als door drie uur slaap. Heel chill is dat.’

Speed, keta, 2cb

Zondagochtend, halfelf. In het gymlokaal van De School zit een groepje van een stuk of twaalf mensen, twintigers en dertigers, vooral vrouwen, in kleermakerszit op yogamatten. ‘Focus op je ademhaling,’ begint de docent de les. ‘Zoek naar verstilling in jezelf.’

Door de massieve stenen schoolmuren klinkt dof de beat van het feest dat enkele tientallen meters verderop nog altijd in volle gang is. Hier gaan als in een parallel universum de sportlessen gewoon door vandaag: crosstrainen om tien uur, boksen om halftwaalf, kickboksen om half één. En nu dus yoga. ‘Adem in – 2, 3, 4 – en weer uit – 2, 3, 4.’

Halftwaalf. In het muzieklokaal – de bovenzaal van De School, ruim verlicht door de ochtendzon – staan nog altijd mensen te dansen. Sommigen zijn gebleven sinds gisteravond. Anderen zijn vanochtend vroeg op de fiets gesprongen om zo min mogelijk van deze dag feest te hoeven missen.

Andrea (27) zette de wekker om zes uur zodat hij nog in de kelder kon dansen bij JP Enfant. Inmiddels staat hij met zijn armen in de lucht bij Oceanic. ‘Ik ben een beetje een fanboy aan het worden van hem,’ zegt Andrea, een lange, tengere jongen met grote oorringen en tattoos. Om acht uur vanochtend heeft hij een halve 2cb-pil genomen. ‘Ja, best vroeg,’ zegt hij. ‘Maar iedereen die ik hier tegenkwam, had al iets gebruikt. Ik wil dan toch een beetje mee kunnen doen in die sfeer, anders kan ik mezelf zo moeilijk een houding geven.’ Een half uur geleden ging de tweede helft erin.

Andrea schrijft in de notitie-app in zijn iPhone nauwkeurig op wat hij allemaal gebruikt. ‘Dat doe ik altijd. Anders vergeet ik wat ik genomen heb.’ Hij houdt niet alleen rekening met de hoeveelheid, maar ook met combinaties. ‘Ketamine moet je niet mengen met andere dingen, tenzij je een paar uur niet wilt kunnen praten.’

‘Ketamine moet je niet mengen met andere dingen, tenzij je een paar uur niet wilt kunnen praten.’

Van xtc is hij de laatste tijd minder fan. ‘Tot een paar maanden geleden gebruikte ik dat nog vaak. Maar omdat ik het steeds meer gebruikte, voelde ik de high minder, maar de low’ – de depressie die een paar dagen later volgt, de suicide Tuesday, de dinsdagdip – ‘des te sterker.’ Vaak zat hij de eerste paar dagen van de week met een heftige drugskater op zijn werk. ‘En als het dan eenmaal weg was, op donderdag of zo, begon het weekend alweer zo ongeveer.’
Afgelopen winter besloot Andrea daarom ‘helemaal klaar’ te zijn met xtc, en over te gaan op andere middelen: speed, keta, 2cb. Zonder drugs uitgaan doet hij eigenlijk niet meer. ‘Van dat uitgaan in een groep, en dan zo dansen,’ hij doet het voor: zijn vuisten cirkelen ritmisch voor zijn borst, hij zet een big smile op, ‘en foto’s van elkaar maken, daar heb ik niets mee.’

Andrea komt uit Italië, studeerde Nederlands en woont al vier jaar in Amsterdam. Hij werkt voor een vertaalbedrijf, zet teksten van het Engels om in het Italiaans. Hij begon er drie jaar geleden, kreeg een vast contract en verveelde zich naar eigen zeggen dagelijks dood aan zijn bureau. ‘De mensen, het werk, de sfeer, alles daar is zo ontzettend saai en geestdodend.’

Andrea dacht eigenlijk dat hij wel klaar was met uitgaan, maar september 2016 ging hij voor het eerst naar De School. ‘Het was daar precies wat ik wilde,’ zegt hij. ‘Een plek waar ik even kon ontsnappen aan mijn saaie leven op kantoor.’ Niet alleen door de drugs, zegt Andrea, maar ook door de ‘community’ van mensen op de feesten. ‘Toen ik er een paar maanden elk weekend naartoe was gegaan, hoorde ik er al helemaal bij. Eindelijk ontmoette ik mensen bij wie ik mezelf kon zijn, die niet oordeelden.’ In de donkere kelder kan je naakt dansen als je dat wil – niemand kijkt er van op. ‘Ik heb dat een keer gedaan,’ vertelt Andrea. ‘Dat was zo intens bevrijdend. Alle body issues die ik in het verleden heb gehad, gleden in één keer van me af.’

Inmiddels is Andrea gaan freelancen als vertaler. Veel beter, vindt hij. ‘Nu kan ik gewoon thuis werken, in mijn eigen tempo, met mijn eigen muziek aan.’

Tessa is een van Andrea’s beste vrienden. ‘Wij spreken elkaar ook weleens buiten De School.’ Dat is best uitzonderlijk: veel van de vriendschappen die binnen De School gesloten worden, blijven binnen De School – naast wat doordeweeks appen zien mensen elkaar alleen daar, in het weekend. ‘Ik heb ook weleens met anderen afgesproken voor een biertje op een “school night’’, zegt Andrea, ‘maar dan gingen de gesprekken algauw weer over hoe high we toch waren geworden drie dagen ervoor. Daar vond ik weinig aan.’

Doen wat ze echt leuk vinden

De zon klimt hoger; het wordt drukker in de binnentuin. Mensen hangen op banken onder een grote boom, eten bananen en energierepen, staren voor zich uit. Ondertussen stijgt uit het kantoordeel – afgesloten voor bezoekers – een branderige koffielucht op. Het is de grote brander van Francesco Grassotti en Elmer Oomkens (allebei 33), die sinds de oprichting van de school een eigen ruimte huren waar ze hun White Label Coffee branden, verpakken en versturen naar klanten.

Opgestapeld langs de muur van hun werkplek staan zakken rauwe koffiebonen, groen en taai, geïmporteerd uit Guatemala en uit Ethiopië. Voorin staat de grote, zwarte, brommende brander waar de bonen ingaan en na negen tot elf minuten – afhankelijk van de gewenste smaak – bruin uitkomen. ‘Het is heet, man,’ zegt Francesco; zijn pilotenbril is beslagen, hij strijkt zijn donkere krullen naar achter.

Francesco en Elmer hadden allebei niet van tevoren bedacht dat ze koffie zouden gaan verkopen. Francesco groeide op in Apeldoorn, ging natuurkunde studeren in Utrecht. ‘Tien jaar mee bezig geweest,’ vertelt hij, ‘niet afgemaakt.’ Waarom niet? Hij lacht. ‘Omdat ik het gewoon heel moeilijk vond. Kijk, ik ging aan het eind van de middelbare school alleen maar studeren omdat dat van me werd verwacht. Door mijn ouders, maar ook door de school. Ik was goed in natuurkunde, dus dacht: dat zal wel wat voor mij zijn.’ Uiteindelijk rondde hij zijn bachelor niet af.

Elmer komt uit Haarlem en maakte wel een studie af – hij studeerde sociale psychologie en strafrecht – en wilde daarna promoveren. ‘Er was een plek bij rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit, maar die kreeg ik net niet.’ Zin om een nieuw onderzoeksvoorstel te schrijven had Elmer daarna even niet meer.

Een eigen zaakje

Waar hij wel zin in had: ‘Een eigen zaakje. Een restaurantje voor overdag en ’s avonds, zoiets.’ Ja, totaal iets anders dan die rechtssociologie. ‘Ik was wel even klaar met in mijn hoofd zitten, en in mijn computer.’ Elmer was 27, had twee masters op zak en ging op zoek naar een baantje in de horeca. Het werd assistent-manager bij Brandmeesters. ‘Mijn moeder vond dat wel lastig, dat dat promoveren niet doorging,’ zegt hij. ‘Zij ziet dat echt als het hoogst haalbare.’ En achteraf is het natuurlijk wel een beetje gek, zegt hij, dat de meest relevante werkervaring die hij in zijn school- en studententijd heeft opgedaan zijn bijbaantje bij de pizzeria is geweest.

Francesco’s ouders vonden het ook moeilijk toen hij fulltime bij de Espresso Fabriek in Amsterdam ging werken en stopte met zijn studie. ‘Vooral mijn vader zat ermee in zijn maag,’ zegt hij. ‘Die vond dat ik advocaat moest worden, of hoogleraar.’ Toch staan ze hier nu, Elmer en Francesco, omringd door zakken zelfgebrande koffie die ze straks naar klanten moeten versturen.
Hun carrièremove past eigenlijk wel in de trend die nu gaande is, analyseren ze zelf. ‘Mensen gaan toch steeds minder alleen werken om te kunnen leven,’ zegt Francesco. ‘Meer doen wat ze echt leuk vinden.’ Elmer: ‘Ik heb vrienden die advocaat zijn, of in de reclame werken, hartstikke veel geld verdienen en helemaal niet gelukkig zijn. Die raken dan in een burnout, of nemen zo’n vage coach in de arm die ze moet helpen.’

Helemaal losgaan

De twee leerden elkaar kennen toen Elmer ook bij de Espresso Fabriek ging werken. Daar ontstond het plan voor ‘hun eigen ding’, en ook hun vriendschap. Samen gingen Francesco en Elmer buiten werk om feesten, in Club 11, en later in de Trouw – allebei initiatieven van Post CS, het bedrijf dat nu De School runt. ‘Dat was echt helemaal losgaan,’ vertelt Elmer.

Ze gebruikten 2cb, xtc, gingen nachtenlang door. ‘Ik vind het vet ook die kant van mezelf te ontdekken,’ gaat Elmer verder, ‘dat spirituele, zeg maar.’ Hij denkt dat zijn connectie met Francesco daarom ook zo sterk was – ze deelden niet alleen de liefde voor koffie, maar ook voor ‘knallen’.

Toen hun koffiemerk eenmaal stond – ze openden vier jaar geleden een eigen zaak in de Jan Evertsestraat – hoorden ze van de opvolger van Trouw: De School. ‘We wilden natuurlijk dat ze daar onze koffie zouden gaan schenken,’ vertelt Francesco. ‘Dus we maakten snel een afspraak met Ernst en Jochem,’ gaat Elmer door. Ernst Mertens en Jochem Doornbusch staan op dit moment aan het roer van Post CS, na elk project wisselt de bv van eigenaars. ‘Serieus, ik was echt zenuwachtig die middag,’ zegt Elmer. ‘Die clubs van Post CS waren legendary. Ik keek zo tegen die mannen op.’

Ze kregen ze uiteindelijk niet alleen zover om hun koffie te schenken – White Label kreeg ook een plek in het zzp’ers-gedeelte. Daar delen ze een gang met een uitgeverijtje – Elmer: ‘Handig als we papier moeten snijden’ – en een lichtkunstenaar. ‘Hij gaat ook een lichtinstallatie maken voor onze nieuwe zaak,’ zegt Francesco. Die gaat later dit jaar open aan de Amsterdamse Overtoom.

Ja, ze hebben de tijd mee, denken Elmer en Francesco. ‘Jonge mensen willen toch steeds vaker serieus goede koffie drinken,’ zegt Elmer, ‘het is echt een beetje zo’n hype nu.’ Het feesten is nu wat minder geworden: hoewel ze technisch gezien in een club werken, willen ze de meeste avonden het liefst om een uur of tien naar bed. Ze zijn allebei de dertig gepasseerd, Elmer heeft al twee kleine kinderen. ‘Nu vindt m’n pa het wel mooi, hoor, wat ik heb neergezet,’ zegt Francesco nog, voor hij zijn plek bij de brander weer inneemt. ‘Ja, hij weet niet van jouw studieschuld,’ zegt Elmer. Ze lachen, Elmer iets harder dan Francesco.

De School

Verdraagzamer

Inmiddels is Tessa ook weer terug in De School en heeft ze zich bij Andrea gevoegd. Het is bijna acht uur ’s avonds, in Andrea’s notitieboekje staan de porties drugs netjes onder elkaar genoteerd: keta, speed, 2cb, allemaal met een afgemeten twee uur ertussen. ‘Wat ik nog wilde toevoegen,’ zegt Tessa vrolijk – ze draagt lichtere kleding dan gisteren: een gebloemd bloesje en een witte korte broek – ‘is dat ik hier heb ontdekt dat ik langer jong kan zijn dan ik dacht. Ik dacht dat ik moest voldoen aan allerlei standaardidealen, maar hier besefte ik: fuck dat. Als ik nog niet wil settelen, geen kinderen wil, dan hoeft dat ook niet.’

Andrea beaamt dit volledig. ‘Daarom heb ik ook een tattoo genomen met het logo van De School erop.’ Hij laat hem zien, een vierkant op zijn bovenarm. ‘Ik heb zoveel meer zelfvertrouwen gekregen door deze plek. Ik voel me gek genoeg veel volwassener sinds ik hier elk weekend kom.’

Dat de pilletjes die ze gebruiken in De School het eind vormen van een keten van illegale productie en onderlinge lynchpartijen door handelaren – daarover hebben Tessa en Andrea dezelfde, duidelijke mening: drugs zouden legaal geproduceerd en verkocht moeten worden. ‘Ik begrijp niet dat alcohol wel gewoon verkrijgbaar is, maar bijvoorbeeld 2cb niet,’ zegt Andrea. ‘Alcohol is veel verslavender.’

Tessa is ervan overtuigd dat de wereld een betere plek zou worden als iedereen een keer xtc zou proberen. ‘Je wordt er gewoon opener van, meer relaxed, verdraagzamer.’

De vrijheid die we nodig hebben

De School is door het grootste deel van de tijdelijke huur heen: over minder dan tweeënhalf jaar gaan de deuren weer dicht. En dan? Francesco en Elmer zullen een andere plek moeten zoeken voor hun brander. ‘Maar we zijn daar eigenlijk nog helemaal niet mee bezig,’ zegt Francesco. ‘Eerst maar eens die nieuwe tent openen. Ken jij nog een goeie chef die het eten zou kunnen verzorgen?’

Lenny weet niet wat hij gaat doen als zijn restaurant sluit, misschien een tijdje naar Portugal om te surfen. ‘Beetje hamburgers bakken op het strand.’

En Tessa en Andrea zullen een nieuwe plek moeten vinden waar ze hun zelfvertrouwen vandaan kunnen halen – als ze dat nog nodig hebben, tenminste. ‘Weet je,’ gaat Tessa verder, ‘oudere mensen denken altijd dat onze generatie maar wat aankloot. Omdat we geen vaste banen willen en zo, geen huisje boompje beestje. Maar eigenlijk zijn we juist op zoek naar wat we nou echt willen. In plaats van dat we maar gewoon doen wat van ons verwacht wordt. We nemen de vrijheid die we nodig hebben. Snap je?’

De namen Andrea en Tessa zijn gefingeerd.