Geluk komt in gradaties, en het is meer dan iets dat je zomaar overkomt. Carel Peeters’ advies: tel je zegeningen.

Er waart een spook van geweld door de wereld, maar ook een glimlach. Bij die glimlach hoort een hand met een mobiele telefoon waarop gekeken wordt. Vandaar die glimlach. Het sturen van berichten en foto’s naar vrienden, kennissen, familie en geliefden zorgt op elk moment van de dag waar ook ter wereld voor een humeur dat even oplicht.

Dit is de mensheid door de techniek in haar schoot geworpen, als een van de betere geschenken van de schikgodinnen. Het is bescheiden geluk, en misschien wordt het niet helemaal op waarde geschat, maar het is een mijlpaal in de conditie van de mens. Het piepje van de telefoon staat voor de overwinning van ‘Only connect’, het motto van E.M. Forsters roman Howards End: ‘Live in fragments no longer. Only connect, and the beast and the monk, robbed of the isolation that is life to either, will die.’ De mobiele telefoon heeft gehakt gemaakt van de postmoderne bewering dat de samenleving is ‘gefragmenteerd’. Er is nog nooit zoveel contact geweest tussen mensen.

Bewijst dit bescheiden geluk dat het begrip geluk ‘onhanteerbaar’ is geworden en ‘alle kanten op spat, hoereert met de reclame en zich laat inpakken als betaalbare attractie’? Dat schrijft Herman Pleij in zijn essay voor de Maand van de Geschiedenis Geluk!? Van hemelse gave tot hebbeding. Is de mobiele telefoon zo’n hebbeding? Ongetwijfeld, maar wel een die zorgt voor verband tussen mensen, hoe dun ook. Zelfs zwervers willen niet zonder. Pleij heeft gelijk dat het begrip geluk is ‘uitgewoond’ door de oppervlakkige manier waarop het voor alles gebruikt wordt, maar in zijn essay geeft hij wel erg weinig ruimte aan wat ik reëel geluk noem. Hij verwijlt lang en in flamboyante bewoordingen bij de middeleeuwer die alleen gelukkig mocht zijn als hij ook ongelukkig was, maar komt al snel bij het tegenwoordige geluk. Dat noemt hij geen geluk, maar ‘welzijn en welbevinden’. Dat stelt dus niet veel voor.

Herman Pleij versmalt het begrip geluk tot een bleek straaltje zonlicht.Zijn eigen idee van geluk is een drastische verarming van het begrip en laat een rijkdom aan vormen en gradaties van geluk links liggen. Hij komt uit op even grote als magere ‘momenten van spontaan geluk’. Dit soort geluk ‘overkomt je’. Dat komt neer op: ‘een voltreffer van een goed glas wijn met een weids uitzicht en het onverklaarbare gevoel dat ineens alles op zijn plaats valt’. Dit zullen zeker mooie momenten zijn, maar Pleij versmalt hiermee het veelomvattende begrip geluk tot een bleek straaltje zonlicht. Is er niet meer? Wat te denken van het geluk toen de Berlijnse muur viel? Dat iemand de grote liefde heeft gevonden? Dat iemand na jaren een examen haalt? Wat betekent het dat Remco Campert zegt: ‘Ik heb een talent voor geluk’? Waar is het geluk dat grootouders aan kleinkinderen beleven? Waar is het geluk waarvoor herinneringen kunnen zorgen? Heeft Proust voor niets geschreven? Wat te denken van het over jaren uitgesmeerde geluk van twee mensen? En van Sisyfus, die we ons van Albert Camus moeten voorstellen als een gelukkig iemand? Tel eenvoudig je zegeningen.