In Deze Tijden van foto-obesitas, waarin iedereen oeverloos met z’n smartphone kan fotograferen en de foto’s meteen kan zien en delen, zou de instantcamera morsdood moeten zijn. Maar nee: uitgerekend tieners offeren al hun zakgeld op voor zo’n unieke foto met wit kader.

Alleen al de naam is een geest die is blijven hangen. Geen tiener die nog weet wat een VHS is, en de dvd of cd zal een volgende generatie (Z? A?) waarschijnlijk niet meer kunnen plaatsen. Maar ‘polaroid’ is zelfs onder jonge meisjes en jongens springlevend, alsof het bedrijf niet bijna tien jaar geleden failliet ging en de laatste door Polaroid geproduceerde fotocassettes niet allang over datum zijn.

Ze zijn opeens razend populair, instantcamera’s. ‘Polaroids’ in de volksmond, hoewel ze technisch gezien eigenlijk weinig met die failliete firma te maken hebben, laat staan dat je de foto’s die ze produceren nog een ‘polaroid’ zou mogen noemen. Maar die naam, die stond al in de hoogtijdagen voor veel meer dan alleen dat ene bedrijf, en is acht jaar na het faillissement misschien wel legendarischer dan ooit. Polaroid is niet meer het sufferdje dat veel te laat doorkreeg dat de toekomst van fotografie digitaal was, nee: polaroid is het craft beer van de fotografie, een vintage-legende die perfect aansluit bij de huidige hang naar authenticiteit.

Hype

Tegenwoordig is het het Japanse Fujifilm dat de onder tieners populaire Instax Mini-camera’s produceert. Ze liggen inmiddels zelfs in de schappen van de Hema en leveren een minifotootje, kleiner dan het formaat van een gemiddeld telefoonscherm, maar met het mythische witte kader rondom.

Foto: tim williams/cc/flickr

Ook populair is de duurdere Instax-printer, waarmee je foto’s vanaf je telefoon via Bluetooth doorsluist naar een printer en direct afdrukt. Een polaroid maak je tegenwoordig gewoon met je iPhone. De fotopatronen zijn niet goedkoop: voor twintig stuks betaal je vijftien euro. Desalniettemin sparen kinderen en tieners hun zakgeld om ze te kunnen kopen en een kostbaar moment te kunnen vastleggen.

Nog wonderlijker is misschien wel dat op foto-app Instagram #polaroid een veelgebruikte hashtag is. Zoek erop, en je vindt niet alleen de met een telefoon opnieuw gefotografeerde ‘polaroid’ maar ook allerlei beelden die op het eerste gezicht niks met het aloude bedrijf of een daadwerkelijke instantfoto te maken hebben: #polaroid is een gevoel, een soort aureool dat je aan je foto mee wilt geven. Iets waarmee je de oude jaren, toen foto’s nog zeldzamer en duurder waren, even herbeleeft. In tijden dat de nietszeggende snapshots aan de lopende band je telefoon binnenglijden, betekent ‘polaroid’, desnoods als hashtag, waarde.

De mooiste pose

‘De instantfoto is terug,’ schreef NRC Handelsblad onlangs over de hype. Ondanks het gemak en de stijgende kwaliteit van smartphone snapshots, is er een nieuwe belangstelling voor de foto als fysiek object. Iets wat je kunt aanraken, bewaren, aan je vrienden kunt laten zien, in je portemonnee kunt stoppen of in je agenda kunt plakken. Het is de trend waardoor ook vinylplaten en op duur papier gedrukte tijdschriften zo populair zijn. De lol van de instantcamera’s zit in het echte, oldschool plaatje, dat je opeens weer daadwerkelijk in handen krijgt gespuugd.

De lol van de instantcamera’s zit in het echte, oldschool plaatje, dat je opeens weer daadwerkelijk in handen krijgt gespuugd.

Het gaat niet alleen om dat oldschool gevoel: niet alleen zelf bier brouwende platendraaiende hipsters houden van de polaroid, maar ook tieners en kinderen. En als je kijkt naar hoe zij met de nieuwe instantcamera’s omgaan, dan zie je dat de hype om méér gaat dan het ‘authentieke’ plaatje alleen. Camera’s gaan mee naar school, naar het buitenspelen en naar slaapfeestjes, maar lang niet alles wordt vastgelegd: over het daadwerkelijke kiekje wordt zorgvuldig nagedacht. Juist omdat de foto’s kostbaar zijn, gaat er een rite aan vooraf, van het selecteren van de juiste vriend(inn)en tot de mooiste pose en het beste perspectief. Natuurlijk: het bekijken en inplakken van de instantfotootjes is leuk, opwindend en op een vreemde manier ‘nieuw’. Maar uiteindelijk is het ook het hele foto-spel, het moment van het maken, dat zoveel lol oplevert.

Wat maakt dat nog steeds zo leuk, in tijden van smartphones en instagram? Wat is de aantrekkingskracht van die kostbare, vaak ietwat overbelichte kiekjes? En waarom blijft de geest van Polaroid, terwijl het bedrijf zelf werd ingehaald door de techniek, zo lang hangen?

Dreinende peuter

Toen Polaroid in 2008 faillissement aanvroeg, was het precies 65 jaar geleden dat peuter Jennifer Land de instantcamera bedacht. Althans: dat is hoe het bedrijf het oorsprongsverhaal zelf graag vertelt. De driejarige dochter van Polaroid-directeur Edwin Land vroeg zich na een dagje vakantie in het Amerikaanse Santa Fe af waarom ze de foto’s die ze had geschoten niet meteen kon bekijken. Vader sloeg aan het denken, belde een paar technici van zijn bedrijf en vijf jaar later lag de eerste Polaroid Land Camera in de schappen.

Het is het soort legende waar Amerikanen van smullen. Edwin Land wordt door velen nog steeds gezien als de Steve Jobs van zijn tijd: een eigenzinnig genie boven wiens hoofd voortdurend gloeilampjes oplichtten. Ook Peter Buse, mediawetenschapper en hoofd van de School of Performance and Screen Studies op de Kingston University in Londen, begint zijn recent uitgekomen geschiedenis van Polaroid, The Camera Does the Rest, met Lands eureka-moment.

Maar volgens Buse is de echte held in dit verhaal niet vader Edwin, maar diens dochter Jennifer. Zij staat voor veel meer dan een dreinende peuter. Dat Polaroid vanaf het eerste model een hit werd, betekent dat we haar ongeduld deelden: kennelijk zat de wereld te wachten op een camera waar je de plaatjes direct uit kon trekken. En zo vanzelfsprekend als dat nu mag lijken, was dat toen allerminst. Foto’s waren er immers juist voor later, om terug te kijken, als herinnering aan wat ooit was geweest. Hun echte waarde, daar zouden we pas veel later achterkomen, na jarenlange rijping, als de schaterlachende baby een verstilde oma zou zijn geworden, of als het pasgetrouwde stel na een vechtscheiding de scherven bijeen zou rapen. Waarom zou je naar een momentopname kijken terwijl je nog in het moment zat?

Waarom zou je naar een momentopname kijken terwijl je nog in het moment zat?

Als Jennifers verlangen en Polaroids succes ons iets duidelijk maken, dan is het dat fotograferen niet alleen dáárom gaat. Niet het eindproduct, het plaatje, de witte kaders of de felle kleuren maakten een polaroid uniek; the act of photographing, het fotograferen zelf, was minstens even belangrijk, zo niet belangrijker, dan de foto. Buses geschiedenis wijkt daarin af van de vele die er al over Polaroid verschenen, die vooral bedrijfsgeschiedenis waren of een analyse van de lichtgevoeligheid en kunsttoepassingen. Buse richt zich expliciet op het populaire gebruik van de polaroid, door kinderen, of op vakanties en tijdens familiefeestjes.

Hij vraagt: waarom moeten we amateurfotografie altijd zien in het licht van herinnering, in termen van vergetelheid, verval en dood? Buse wil aantonen dat polaroid niet alleen staat voor het legendarische plaatje in een wit kader, maar dat de populariteit bewijst dat fotografie om méér gaat dan alleen de afdruk. En juist de camera die ons het resultaat direct in handen gaf, is daarvan het bewijs.

Felbegeerde Spicecam

In een reclamespotje uit halverwege de jaren negentig houdt een groepje jongeren een feestje bij een zwembad. Jongens dragen synthetische shirts en oranje cowboyhoeden, meisjes dobberen rond in het soort opblaasbare stoelen die je destijds ook nog wel eens in een huiskamer kon tegenkomen. Ze schreeuwen, lachen, stoeien en op de achtergrond klinkt nog zo’n twijfelachtige trend uit die tijd: bubbelgum-punkpop. De meeste lol hebben de tieners echter met hun camera. Met het nieuwste model Polaroid leggen ze elkaar voortdurend vast, om de beelden die het apparaatje uitspuugt vervolgens in hun mond te stoppen, op hun hoofd te leggen of uit elkaars handen te trekken. Whatever brings you joy, sluit de spot af, en in het geval van deze jongeren is dat duidelijk: zoveel mogelijk foto’s achteloos het toestel uittrekken.

‘Kijk toch uit met al dat water!’ zou je ze willen toeschreeuwen. Met zoveel joy kan er haast geen foto ongeschonden het eind van het feest halen, laat staan voor het nageslacht worden bewaard. Maar juist dat lijkt dan ook niet het doel te zijn. Niet voor niets noemde Polaroid dit nieuwste – en achteraf gezien tevens laatste – model de Joycam. Meer dan alleen een camera was het een stuk speelgoed, waarmee je ook als volwassene of puber onbeschroomd mocht spelen. Zo bezien is het niet zo gek dat Polaroid de tieners in de commercial achteloos laat gooien met de camera en de uitgepoepte foto’s in het water drijven. Fotograferen deed je met de Joycam niet om het resultaat – nee, vooral het klikken zélf would bring the joy.

De Joycam werd een van Polaroids grootste successen, maar lokte tegelijkertijd volop kritiek uit van serieuze fotografen. The Boston Globe noemde het nieuwe model ‘junk’, The New York Times sneerde dat Polaroid zichzelf opnieuw had uitgevonden als speelgoedfabrikant. Het eens zo gerenommeerde Polaroid, waarmee grootheden als Andy Warhol en Ansel Adams werkten, had zich volgens de critici verlaagd tot het niveau van kiekjesmachine voor bakvissen. Commerciële samenwerking met de Spice Girls (die tot de door mijzelf destijds felbegeerde ‘Spicecam’ leidde) en Britney Spears leek de kritiek te bevestigen. Nadat het bedrijf definitief ten onder ging, zagen critici de Joycam als een teken aan de wand, of zelfs een laatste stuiptrekking van een inmiddels tot anachronisme uitgegroeid Amerikaans icoon.

Maar eigenlijk week de Joycam helemaal niet zoveel af van andere polaroidcamera’s, laat Buse zien. In de jaren zestig had je al de razend populaire Polaroid Swinger, een goedkoop, plastic cameraatje dat je om je arm hing en dat vooral in jongerenbladen gepromoot werd. Het beeld van Polaroid als speelgoedfabrikant is niet alleen iets van de nadagen van het bedrijf: fotografie als spel is altijd een inherent onderdeel van de aantrekkingskracht en verkoopstrategie geweest.

Foto: tim williams/cc/flickr

Het Joycam-spotje heeft de Nederlandse televisie nooit gehaald en ook het fenomeen pool party kennen we hier vooral uit middelmatige highschool-films. Maar toch doen de beelden twintig jaar later, afgezien van het opblaasmeubilair, vertrouwd aan.
En dat komt nog niet eens doordat de instantcamera helemaal terug is en op kinderfeestjes, al dan niet bij een zwembad, weer een prominente rol speelt. Nee: het spelend, achteloos klikken heeft zich sindsdien nog veel verder uitgebreid. Zelfs al behoort die Polaroid ‘speelgoedcamera’ tot het verleden: is het niet zo dat we tegenwoordig allemaal een Joycam op zak hebben?

Het nieuwe millennium

Het regende na het faillissement van Polaroid in 2008 in de pers in memoriams en lijkredes. Het zou het eind van een tijdperk zijn, de dood van een technologie en het afscheid van een bepaald type fotografie.

Maar hoe beklagenswaardig de ‘dood’ van Polaroid ook mocht zijn, het is volgens Buse onzin er op die manier over te denken. Technologieën sterven niet uit, volgen elkaar niet met harde breuklijnen op, zijn geen gevolg van radicale ‘innovatie’. In hoe we nieuwe technologieën gebruiken, nemen we veel mee van het voorgaande. Zie hoe we kranten-pdfs op het computerscherm lezen, of hoe de eerste televisie-uitzendingen een vorm van visuele radio waren. Technologieën vloeien vaak juist naadloos in elkaar over.

In een reclamespotje voor Sony uit 2005 loopt een koppel langs een pittoresk meer. De jongen – dit is immers het nieuwe millennium – is aan het bellen, totdat zijn vriendin zijn telefoon uit zijn handen grist om een foto van een prachtige waterlelie met libelle te maken. De jongen is onder de indruk, maar overtreft haar direct door een vliegende vis in actie te fotograferen, waarna plotseling een beer tevoorschijn komt die ze met open mond samen vastleggen. Verbluft bekijken ze direct het resultaat op hun schermpje.

Gewapperd hoefde er niet te worden, en gewacht evenmin. En het is maar de vraag of het stel de foto’s ooit zal laten afdrukken. Maar dat Buse in het spotje veel raakvlakken ziet met polaroid-fotografie is niet onlogisch: ‘De foto bekijken is geen uitgestelde activiteit meer, maar valt samen met het nemen,’ schrijft hij. Productie en consumptie van foto’s gebeuren gelijktijdig, precies zoals dat bij een polaroid ook het geval was.

En zo bezien hebben polaroid en digitale fotografie eigenlijk opvallend veel gemeen. Een polaroid kon je maken, bekijken en afkeuren, om vervolgens tot een beter resultaat te komen, zonder dagen te hoeven wachten tot de foto ontwikkeld was. Net zoals je dat ook met een digitaal toestel kunt. En dat een foto niet door een extern iemand ontwikkeld hoefde te worden, maakte dat polaroid bij uitstek geschikt was voor pikanterieën en naaktfoto’s, precies zoals ook digitale camera’s en smartphones ons allemaal een beetje pornograaf hebben gemaakt. Vóór sexting was er de polaroid.

En ten slotte was polaroids maken een sociale vorm van fotografie, omdat het resultaat als vanzelf met alle aanwezigen gedeeld werd. Als foto’s direct zichtbaar en beschikbaar zijn, wordt het maken ervan als vanzelf iets wat je samen met de anderen doet. Het klikken, schudden, wachten, kijken, delen: op allerlei manieren is een polaroid verbonden met een sociale activiteit. Lang voordat de hashtag wijdverbreid zou zijn, was Polaroid al the social networking camera.

Kieken en kijken

Toen ik onlangs door mijn foto’s van een recente bruiloft heen scrollde, vond ik er met moeite één waarop geen andere fotograferende gast staat. Geen van die andere foto’s heb ik tot nog toe gezien, en ook mijn eigen foto’s zijn dusdanig door dans, vingertoppen en alcohol beïnvloed dat eventueel nageslacht die hopelijk bespaard blijft. Er was bovendien een fotograaf aanwezig die niet naliet zich op elk potentieel fotomoment voor iemands voeten te werpen. Waarom maakte ik die eigen foto’s dan toch? Op het moment zelf was het sfeerverhogend om elkaars dronken poses en kekke dansmoves vast te leggen, leek dat zelfs noodzaak. Alle ‘momentjes’ – de geloftes, de taart, de eerste dans – moesten op de foto, simpelweg omdat ze een ‘momentje’ zijn. Met een camera in de hand kregen ze betekenis. Maar juist het bewijs van de herinnering, de foto zelf, bleek er na afloop nog maar weinig toe te doen. Net zoals op de pool party was de joy vooral het maken van de foto’s geweest, op het moment zelf, nog voor ik later weer geconfronteerd werd met mijn beperkte kwaliteiten als fotograaf. We fotograferen tegenwoordig weliswaar wat af, maar veel van die smartphone-kiekjes zijn er helemaal niet voor het later: ze zijn er voor het nu.

Nu foto’s kinderlijk eenvoudig te maken zijn, is hun bestaan als object niet speciaal of interessant meer. Ze zijn eigenlijk de communicatie zelf.

De groeiende populariteit van de app Snapchat is daarvan het ultieme bewijs. Met Snapchat verstuur je foto’s of filmpjes die de ontvanger een aantal seconden kan bekijken, waarna ze in rook opgaan. Sterker dan ooit gaat het bij Snapchat dus om fotografie als een sociaal spelletje, een manier om iets te vertellen, zonder dat de afzonderlijke foto’s veel waarde hoeven te hebben. De Amerikaanse cultuursocioloog Nathan Jurgenson, die Snapchat als een van de interessantste nieuwe media ziet, beschrijft dat op zijn blog als volgt: ‘Nu foto’s kinderlijk eenvoudig te maken zijn, is hun bestaan als object niet speciaal of interessant meer. Ze zijn eigenlijk de communicatie zelf, als een nieuw visueel discours dat meer talige dan artistieke waarde heeft. Sociale fotografie als Snapchat moet je dus niet zien als een verwijdering van het moment of de conversatie, maar juist als een uiterst sociale handeling.’

Een niet tastbare foto, die je ook nog eens niet opnieuw kunt bekijken: verder verwijderd van polaroid kan fotografie bijna niet zijn. Toch kun je Snapchat ook zien als een verder gevorderd stadium van de speelse fotografie die Polaroid al in gang zette. Alleen is bij Snapchat het later terugkijken helemaal verdwenen. Kieken en kijken vallen nu volledig samen.

Het ritueel

In de epiloog van zijn boek vertelt Buse hoe hij de archieven indook om zich te vergapen aan oude amateur-polaroids. Maar hij vindt ze nauwelijks, alsof ze op mysterieuze wijze in rook opgingen, precies zo magisch als ze ooit tevoorschijn kwamen uit de camera. Als hij uiteindelijk in een lokaal archief toch een stapeltje aantreft, is hij verbolgen: de witte rand is er zonder pardon schots en scheef afgeknipt. Hoe kon iemand zoiets doen? Opeens leken ze gewoon weer op normale foto’s. Niets onderscheidde ze meer van andere snapshots uit de jaren zeventig. Als je ze niet omdraaide, zou je ze niet eens als polaroid herkennen.

Buse ziet het als bewijs dat de blijvende waarde en aantrekkingskracht van de polaroid niet in de plaatjes zit, die immers maar minimaal afwijken, maar in de manier waarop het bedrijf fotografie veranderde. Helemaal overtuigend is dat echter niet. Want hoe leuk het maken van de nieuwe instantfotootjes ook is, als het resultaat echt hetzelfde zou zijn als een smartphone-kiekje, zouden tieners hun zakgeld er niet voor opzij leggen. Zoals digitale fotografie door polaroid werd beïnvloed, zo wordt ook de nieuwe instantfotografie weer beïnvloed door de smartphone. Meer dan vroeger gaat het nu juist ook sterk om het echte papieren plaatje. Snapchat komt misschien voort uit de polaroid, maar Snapchat veranderde op haar beurt ook de betekenis van de polaroid. Vroeger was de instantcamera er misschien vooral om mee te spelen, in tijden van foto-obesitas zijn ze er ook vooral om nog een écht plaatje in handen te krijgen.

Dat maakt de afweging nu bewuster: welke momenten direct mogen verdwijnen en welke een tastbaar én kostbaar plaatje verdienen. De meeste kiekjes verdwijnen in de eindeloze scroll of in het zwarte Snapchat-gat, maar sommige verdienen nog steeds iets meer. En om dat onderscheid te maken, is er de aloude ‘polaroid’. Daarvan profiteren ook de polaroid-boeren, die ’s avonds in de drukste kroegen op zoek gaan naar de beschonken groep vrienden waarin iemand opeens beslist: ach kom, we doen het. Waarna het ritueel begint wie er voor de foto betaalt. Wie ’m mee naar huis neemt, en wie ’m met z’n smartphone opnieuw fotografeert om het beeld ook in de virtuele wereld te delen. Een polaroid nemen is een gezelschapsspel waarin ook het resultaat een belangrijke rol speelt.

Ooit was polaroid misschien the social networking camera, een stuk speelgoed, dat er vooral was voor de joy. Maar nu elke telefoon een Joycam is die herinneringen laat verdwijnen, hebben we af en toe ook weer behoefte aan de momentopname, lang nadat het moment geweest is, en aan het plaatje dat een beetje kan rijpen.