Liever luisteren dan lezen? Lou-Anna Druyvesteyn heeft dit verhaal ingesproken.

Onlangs maakte de vriend met wie ik in een Indiaas restaurant een maaltijd deelde, een paar opmerkingen die me hard raakten. Eerst probeerde ik zijn kwetsende uitspraken te negeren, toen beledigde ik hem terug, en daarna begon ik over zijn persoonlijkheid.

Kortom, helemaal volgens de lijn die sociaal wetenschapper Arthur Brooks dus nooit zou volgen.

Negeren, beledigen, vernietigen, het waren drie strategieën die Brooks wel overwoog toen een Texaanse lezer van zijn boek Who Really Cares: The Surprising Truth About Compassionate Conservatism, hem mailde met de woorden: ‘Beste professor Brooks: je bent een oplichter.’ In vijfduizend woorden brak de lezer het boek hoofdstuk voor hoofdstuk af.

Brooks had de Texaan kunnen negeren: waarom zou hij zijn tijd besteden aan iemand die hij nooit zou zien? Hij had hem kunnen beledigen: get a life, joh, heb je niks beters te doen? Of hij had hem onderuit kunnen halen door hem te wijzen op zijn inhoudelijke fouten en te concluderen: zeg domkop, waarom jezelf voor schut zetten bij een doorgestudeerde econoom als je er duidelijk de ballen verstand van hebt?

Dit zijn de strategieën die we tegenwoordig gebruiken als iemand het niet met ons eens is. We leven in een cultuur van minachting, stelt Brooks in zijn recente boek Love your enemies. We kijken niet naar elkaars argumenten maar delen de ander meteen in het kamp ‘moreel geperverteerd’ in. Ben je een Democraat? Dan ben je evil. Vóór Trump? Dan ben je achterlijk. Trump noemde Hillary Clinton een leugenaar en een misdadiger, Clinton zei over Trumps aanhangers dat de helft afkomstig is uit ‘the basket of deplorables’. ‘De racisten, sexisten, homofoben, xenofoben, islamofoben. Helaas zijn er mensen zoals zij.’ De progressievelingen zeiden: dat is toch gewoon waar?

Het gevolg van die scheiding op moraal is dat een op de zes Amerikanen niet meer met een familielid of een goede vriend praat vanwege de verkiezingen in 2016. Een ander indrukwekkend getal uit Love Your Enemies: in 1960 zei maar 5 procent van de Amerikanen het vervelend te vinden als hun kind zou trouwen met iemand die op een andere politieke partij stemt, in 2010 was dat 40 procent. En dat percentage is inmiddels vast gestegen, schrijft Brooks. Dat is erg, want ‘wat ons hart nodig heeft is vriendelijkheid, verzoening en verbinding’.

We lijken aan minachting verslaafd als een tong die steeds opnieuw op een pijnlijke kies drukt.

Verharding

Ook in Nederland is het publieke debat gepolariseerd. Wie laat blijken graag een wereld voor zijn of haar kinderen te willen overhouden, heet ‘een milieufanaat’, wie zich bezorgd toont over Nederlands cultureel erfgoed is een racist of een fascist. Wat horen we niet allemaal als we onze standpunten uiten: we zijn paniekzaaiers, onheilsprofeten, verziekt, stommelingen, lafaards, nazi’s. En dat zijn nog de vriendelijkste woorden. Langs die as van goed en kwaad vinden onwaarschijnlijke annexaties plaats. Zo horen de protesterende boeren ineens bij Wilders.

Die verharding is er niet alleen in het publieke debat. Thema’s als ‘zwarte piet’, ‘de boerka’ en Greta Thunberg kunnen tegenwoordig de meest gelukkige families splijten.

Die minachting op basis van elkaars standpunten is gegrond in wat de wetenschap ‘motive attribution symmetry’ noemt: denken dat je eigen idealen voortkomen uit goedheid en de idealen van je tegenstander uit eigenbelang, bekrompenheid en haat. We lijken aan die minachting verslaafd als een tong die steeds opnieuw op een pijnlijke kies drukt. Zodra iemand op Twitter iets schandaligs roept, gaat ons bloed koken, versnelt onze hartslag en slingeren we onmiddellijk wat beledigingen het platform op. Dat zal ze leren!

Brooks, directeur van de conservatieve denktank American Enterprise Institute, schrijft: ‘Minachting is als het volgende glas, terwijl je weet dat je met een kater zult wakker worden.’

Erger nog: je bent een speelbal van andermans manipulaties. Op de retoriek van minachting en uitsluiting wordt volgens Brooks door politieke leiders en media geoefend omdat het aandacht, macht en geld oplevert. Ze gooien hun kwetsende opmerkingen welbewust de arena in als rood vlees voor de leeuwen.

Beledigen heeft het averechtse effect dat mensen zich juist nog meer verschansen achter het eigen gelijk.

Respectvol verschillen van mening

Die minachting is slecht voor een land, sociale relaties en het hart, stelt Brooks. Woede is niet zo erg, zegt hij, woede is erop gericht om iets dat problematisch is beter te maken. Maar minachting wil geen reparatie maar uitsluiting. Waarom compromissen sluiten met mensen die je moreel laakbaar vindt?

Minachting maakt ongelukkig, ongezond en onaantrekkelijk. Afwijzen isoleert, afgewezen worden zorgt voor stress. Beledigen heeft het averechtse effect dat mensen zich juist nog meer verschansen achter het eigen gelijk.

De oplossing, stelt Brooks, is niet minder ideologische onenigheid, want de competitie van ideeën is een belangrijk onderdeel van een goed werkende democratie. Een intellectuele strijd voorkomt stagnatie en zorgt voor vernieuwing. We hoeven ook niet naar eenheid te streven, stelt hij, maar wel naar méér eenheid, of naar genoeg eenheid. Wat we moeten leren is ‘to disagree better’: respectvol in verbinding blijven met iemand die er anders over denkt dan jij.

Een ander gesprek

Door maatschappelijke en politieke omstandigheden is er een kloof ontstaan die we door middel van een ander soort gesprek kunnen leren overbruggen. Brooks is niet de enige die dat probeert. In Praten met vreemden stelt de Amerikaanse auteur Malcolm Gladwell dat sinds Hernán Cortés begin zestiende eeuw de Aztekenleider Montezuma om zeep hielp, we in de mist verkeren over elkaars werkelijke bedoelingen. Die koloniale expansie van weleer heeft tot op de dag van vandaag het samenleven met een keur van etniciteiten tot gevolg. In die pluriforme samenleving ontmoeten we volgens Gladwell voortdurend mensen wier overtuigingen, standpunten en achtergronden afwijken van de onze. Daar moeten we ons toe zien te verhouden; we moeten zegt hij, de vooronderstellingen die we hebben over de ander aandachtig tegen het licht houden, ons steeds realiseren dat we iets makkelijk kunnen misinterpreteren.

face to face

Ook een luchtiger gids als het recent verschenen Small talk survival hoopt door praktische oefeningen de digitale zombies weer dichter bijeen te brengen: het kletspraatje als smeermiddel tussen mensen die in leeftijd, sociale klasse en opleidingsniveau flink kunnen verschillen. We moeten daar niet op zulke kletspraatjes neerkijken, betogen Liz Luyben en Iris Posthouwer, ze kunnen een doorslaggevende factor zijn als het gaat om persoonlijke relaties aangaan en vertrouwen winnen.

Een paar woorden van dankbaarheid voor andermans aandacht en de cirkel van minachting was doorbroken

We hebben face to face contact nodig. Zo toonde onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Nicholas Epley dat de mensen die in een treincoupé met elkaar hadden gekletst, vrolijker waren dan de mensen die dat niet hadden gedaan. Terwijl ze van tevoren allemaal hadden aangegeven dat ze een ritje in de stiltecoupé prefereerden boven een coupé waarin je een praatje kon maken.

Juist omdat het debat gepolariseerd is, omdat de samenleving zo pluriform is, en omdat we door de komst van sociale media en eeuwige haast minder gewoon maar een beetje kletsen met elkaar, moeten we die gespreksvaardigheden weer leren. Dialoog is het toverwoord tegenwoordig.

Het doorbreken van de cirkel

Brooks koos ervoor de kritische Texaan die hem voor oplichter had uitgemaakt niet te negeren, beledigen of vernietigen. De hoogleraar was weliswaar gekrenkt over de uitgebreide giftige weerlegging van zijn betoog, maar ook wel weer gevleid dat iemand zijn hele boek gelezen had, iets wat hij als academisch auteur niet gewend was. Meestal reageerde er niemand. ‘I waited for the phone not to ring.’ En zo schreef hij de man dat hij zich ervan bewust was dat die zijn boek haatte, maar dat hij, Brooks, er lang aan gewerkt had, en dat hij diens aandacht voor ieder detail van het boek echt kon waarderen. Vijftien minuten later kreeg hij antwoord. De Texaan was verrast dat Brooks zijn mail überhaupt helemaal had gelezen, en stelde voor samen eens wat te gaan eten als Brooks in Dallas was. Er volgde een hartelijke uitwisseling.

Een paar woorden van dankbaarheid voor andermans aandacht en de cirkel van minachting was doorbroken, stelde Brooks perplex vast.

We moeten weer opnieuw leren praten met elkaar, meent hij. Niet alleen omdat het betere politieke beslissingen oplevert, maar ook omdat hersens en hart opbloeien in verbinding, en verschrompelen bij isolatie en vijandigheid.

Universele waarden

Praktiseer warm-heartedness, stelt hij. Het is een tip van zijn vriend zijne heiligheid de Dalai Lama die hij in een onverwachte wending van het boek in de uitlopers van de Himalaya in diens klooster gaat opzoeken.

Brooks geeft gelukkig ook een paar strategieën:

Beantwoord andermans uitspraken met vriendelijkheid. ‘Ik kan het wel niet met je eens zijn, maar dat wat je zegt doet ertoe.’ Het maakt volgens hem niet uit of je die vriendelijkheid echt voelt, zegt Brooks. Doe het en het gevoel van warmte volgt vanzelf op de reactie van de ander.

Zoek de gemeenschappelijke moraal. Geen seks voor het huwelijk versus seksuele vrijheid, respect voor autoriteit of juist voor het individu, loyaliteit tonen aan de groep waartoe je behoort of in plaats daarvan ideologie laten voorgaan; morele standpunten kunnen flink uit elkaar lopen. Maar er zijn ook universele waarden waarmee we allemaal geprogrammeerd zijn, betoogt de hoogleraar, die zich onder meer baseert op onderzoek van psycholoog Jonathan Haidt (The Righteous Mind).

We kunnen niet omgaan met boodschappen van de ander die ons niet bevallen, dat geldt niet alleen voor politieke kwesties.

Zoals rechtvaardigheid en zorg voor anderen. Richt je in je argumenten op die gedeelde waarden. Dus als je voor een strengere wapenwet bent, zegt dan niet dat je tegenstander meer geeft om geweren dan om kinderen, maar stel dat het niet eerlijk is dat kinderen zich niet meer veilig voelen op school. Dat zullen je opponenten beamen. En als je tegen die strengere regels bent, maak de ander dan niet voor gek uit, maar zeg dat het niet eerlijk is om kwetsbare mensen hun wapens af te nemen waardoor ze zich niet meer kunnen verweren tegen geweld.

Het gaat niet om het winnen van het debat zegt Brooks, het gaat om eenheid creëren in gedeelde waarden, – dat maakt het veel makkelijker om verder te praten. Dan kun je zeggen: ik wijs je zorgen niet af, ik denk alleen dat ik een betere manier weet om daarmee om te gaan. Maak een onderscheid tussen ‘the why and the what’. In het ‘waarom’ zouden we elkaar kunnen vinden.

Brooks vergelijkt de morele punten die we niet delen met onze voorkeuren voor eten. Hij houdt van koriander, zijn vrouw niet. Daar valt weinig aan te veranderen. Dat betekent niet dat ze aan tafel steeds steggelen of koriander heerlijk is of naar zeep smaakt, ze doen het gewoon niet in hun gezamenlijke maaltijd.

Een vreemde taal

In verharding zit een vreemd soort genoegen.

De vriend en ik die het Indiaas restaurant hadden bezocht, zeiden elkaar gedag. Ik dacht opstandig: tot nooit meer ziens, hij schudde verdrietig zijn hoofd.

Er zit iets in mijn familielijn dat grimmig vasthoudt aan andermans slechte bedoelingen. Je maakt daar zo snel mogelijk korte metten mee, en neemt de benen.

Good riddance!

Kan dat nu niet anders, dacht ik de volgende ochtend.

Ik dacht aan wat Arthur Brooks schreef: als je een conflict hebt met iemand die je graag mag, vraag de ander dan wat hij of zij het liefst wil. En ik stelde die vraag ook aan mezelf. Wat had ik nou het allerliefst willen horen?

Mokken, kwaad worden, verkillen, het zijn eigenlijk tekenen van emotionele onvolwassenheid, stellen de auteurs van The Book of Life, een site van de Britse School of Life die in handen is van filosoof Alain de Botton. We kunnen niet omgaan met boodschappen van de ander die ons niet bevallen, dat geldt niet alleen voor politieke kwesties.

Wat we moeten leren is: rustig kunnen uitleggen waarom je overstuur bent, kalm blijven en je kwetsbaar tonen. Als je geluk hebt, zijn die vaardigheden je door ouders en andere volwassenen voorgedaan tijdens de kindertijd, zo niet, dan zul je ze echt moeten gaan leren. ‘Vergelijk het met het aanleren van een vreemde taal.’

‘We zullen terug naar school moeten,’ concluderen de auteurs.