Biesheuvel aftuigen?

Met de bekroning van zijn oeuvre met de P.C. Hooftprijs stijgt Maarten Biesheuvel tot de hoogste rangorde in de vaderlandse letteren, maar komt hem die eer toe? Tenminste een van zijn gelauwerde voorgangers zou daar zijn bedenkingen tegen hebben gehad, zo blijkt uit een nagelaten document. De hevig door Biesheuvel bewonderde Gerard Reve ontving de staatsprijs in 1969. Hij zorgde voor nationale opschudding door minister Marga Klompé, die de prijs uitreikte, met drie klapzoenen te bedanken. Met de broer van de volksschrijver, de slavist en ­publicist Karel van het Reve, verkeerde Biesheuvel op voet van vriendschap. Dat verklaarde wellicht waarom het intermenselijk contact met zijn inspirerende voorbeeld altijd wat stroef verliep, opperde Biesheuvel in 1988 in een interview met Vrij Nederland: ‘Ik ben nog steeds een enorme Gerard Reve-fan. Als ik hem af en toe zie, zegt hij alleen: “Dag collega,” tegen me, verder wil hij niets met me te maken hebben. Misschien komt dat omdat hij vindt dat ik te veel met Karel omga.’

Dat de bewondering bepaald niet wederzijds was, bleek uit een ongepubliceerde brief die Gerard Reve naar aanleiding van het interview aan de interviewer schreef. Citaat: ‘Hij zegt dat ik zulke mooie ­gepolijste zinnen schrijf. Dat is alleen maar bedoeld om mij te schaden, want het publiek wil geen krullentrekkerij of sierschrijver, maar een ontroerend verhaal. Goed, ik weet uit mijn woorden te komen, maar het zijn het thema en de bouw die mijn werk zijn waarde geven. De taal is hoogstens voertuig en nooit meer dan middel.’

Voor de psychische ongemakken waar Biesheuvel langdurig mee worstelde, wist Reve wel een oplossing: ‘Ik heb ook mijn depressies en mijn – de laatste jaren zeer zeldzaam geworden – afdalingen in de wijnkelder, maar ik bel, als het echt scheef gaat, des namiddags de dokter op om hem te vragen mij voor zijn eerstvolgende dagronde van de volgende dag te noteren. Als ze die B. gewoon eens grondig aftuigden, zoude dan die ­piasserij niet subiet ophouden?’ Over de letterkundige waarde van de romans en verhalen van Biesheuvel toonde Reve zich minder geestdriftig dan de jury van de P.C. Hooftprijs 2007. ‘Het is soms briljant, maar het blijft op een studentikoos niveau en het houdt niets in. Het zijn bedenksels, want hij heeft nooit iets gezien of gevoeld. Hoe minder talent, hoe meer vertoon en gejammer en de omgeving terroriseren.’

Rudie Kagie

Ventiel van de hele wereld

Een enorme plastic globe staat midden op het grasveld. De wereld met ventiel wordt vastgehouden door twee vrouwelijke bewakers. Tegen het leed van de wereld en haar inwoners wordt vanmiddag geprotesteerd op het Museumplein. We zien een oudere man in witte legerbroek zwaaien met een Palestijnse vlag. We lezen folders over politieke gevangenen. We praten met jonge mensen in rode T-shirts met een tomaat erop. We horen de stem van Def P uit de boxen knallen: ‘Wie de haat met haat bestrijdt, bestrijdt de haat geheid.’

Cindy Sheehan, de moeder die na de dood van haar zoon in Irak activiste werd, leert de betogers de leus ‘De-esca-late, In-ves-ti-gate, Troops home now!’

Iedereen schreeuwt mee. Het gaat niet alleen over oorlogen in Irak, Afghanistan en het Midden-Oosten, ook klimaat­verandering, energie, mondiale armoede, neoliberale globalisering, burgerrechten en racisme staan centraal op de ‘Top van onderop’, een protestmanifestatie tegen de rijkste landen. Er wordt gedroomd en gezongen over een betere wereld.

‘Hallo, ik ben van Vrij Nederland. Zou ik je mogen vragen waarom je hier bent?’ vraag ik aan een jongen met zonnebril. ‘Ah, je gaat hier vast zo’n cynisch stukje over schrijven?’ zegt de jongen met een grijns. ‘Niet per se,’ zeg ik snel. ‘De Kleine Wereld, toch?’ antwoordt hij meesmuilend. ‘Eh, misschien.’ ‘Leuke rubriek hoor, maar het gaat vandaag over belangrijke zaken. De Gróte Wereld, zeg maar.’ Hij lacht om zijn eigen grapje. Dan, ineens volstrekt serieus: ‘Jullie media belichten steeds maar één kant, en dan ook nog vanuit het beursdenken.’ ‘Wat bedoel je daar precies mee?’ vraag ik. We worden allebei gered doordat de groep zich gereed maakt om te vertrekken. Er worden nog protestballonnen opgelaten in de hoop dat de wind ze naar Washington zal waaien. De meeste vliegen in de richting van de Apollolaan en de Beethovenstraat. Sommige blijven warempel hangen tegen het grote gebouw op de hoek van het Museumplein: het Amerikaanse consulaat. Dan wordt de grote, plastic wereld opgepakt, op de schouders genomen en meegevoerd naar de volgende plaats op de route.

Maurits Martijn

1-0 voor Kamp Vught

Op zoek naar de allerlaatste ­asperges besluit ik in Vught van de snelweg te gaan en plotseling rijd ik langs een bord: Kamp Vught. Ik neem de afslag naar het kamp: daar heeft mijn opa per slot van rekening nog een poosje gewoond en gewerkt. Het kamp is vijf jaar geleden verbouwd tot een herinnerings­centrum. ‘De toegang is gratis hoor,’ zegt een stralende vrijwilligster als ik mijn museumjaarkaart zoek. 1-0 voor kamp Vught, denk ik bij mezelf (want voor Westerbork moet je tegenwoordig betalen). Een plattegrond van het Nationaal Monument Kamp Vught kost 1,30 euro. Ik volg de stippellijntjes op het kaartje en kom terecht in een expositieruimte.

Even zoek ik tussen de foto’s en briefjes naar iets van mijn opa, maar dan realiseer ik me dat hier duizenden mensen zijn langsgekomen. Zo bijzonder was mijn opa dus ook weer niet.

Op de binnenplaats straalt de zon. Er is een maquette van het kamp gebouwd. Daarachter staat een nagebouwde barak. Hij ziet er van binnen schoon en opgeruimd uit. De stapelbedden zijn vooral klein. Met plexiglazen bordjes wordt de bezoeker er op attent gemaakt dat het niet de bedoeling is om op de bedden te klimmen. Wie dat wel doet, wordt door de directie aansprakelijk gesteld voor ‘de eventuele schade’.

Even verderop, naast het kindermonument, staat het crematorium. Ook schoon en opgeruimd. Het ijzerwerk van de oven doet me denken aan het Openluchtmuseum.

Ik stap weer naar buiten en zie aan de andere kant van het terrein een grote blinde muur met daarboven prikkeldraad. Daarachter zitten de gevaarlijkste gevangenen van Nederland, in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) Vught. Bij de maquette heeft zich inmiddels een groepje kinderen verzameld rond een gepensioneerde gids. De man vertelt over de SS. ‘Die waren corrupt zeker?’ wil een jongetje met dreadlocks weten. Hij probeert zich duidelijk voor te stellen hoe het allemaal geweest moet zijn. De gids knikt. ‘Er zullen er ongetwijfeld tussen hebben gezeten die corrupt waren.’

Even aarzel ik of ik in zal breken in de les: ‘Corrupt bij de SS, dat zouden we tegenwoordig het verzet noemen.’ Maar ik loop door naar de ‘actualiteitsgang’. Daar kun je een video-installatie zien waarop een aantal mensen in een café toekijkt hoe een mevrouw die haar lenzen is verloren, wordt gepest door de mannelijke cafégangers. Ik vermoed dat deze video bij de kinderen straks een discussie over onverschilligheid moet opleveren. Als ik naar mijn auto loop zie ik een Surinaamse familie. Moeder, dochter en kleinkind wachten voor de grote blauwe poort van de EBI. Ik hoop dat ze na hun bezoek ook wat asperges gaan halen.

Micha Wertheim

Pamela en de zweefteef

Debby Verheij, alias de zweefteef, is een paar dagen vrij. In Planet Hollywood Resort & Casino worden opnamen gemaakt voor NBC’s talentenjacht America’s Got Talent, dat wordt gepresenteerd door Jerry Springer en gejureerd door David Hasselhoff, Sharon Osborne en Piers Morgan. Debby is nu twee maanden in Las Vegas en de lijst met beroemdheden aan wie ze al is voorgesteld, wordt met de dag langer. Bruce Willis, Pete Sampras, talloze mensen van wie ze nog nooit gehoord heeft. Voormalig Knight Rider en Baywatch-bedenker Hasselhoff vertelt haar dat hij jaren in Bussum heeft gewoond en goed bevriend is met autocoureur Jan Lammers.

Debby hoeft het komende jaar nergens in de rij te staan en drinkt her en der op The Strip champagne met de sterren. Hoe anders was het een paar jaar geleden toen de Haarlemse vijf maal per dag moest optreden in de Efteling voor negentig euro. Er zijn betere tijden aangebroken voor illusionist Hans Klok en zijn drie assistentes. Debby heeft van haar collega’s de bijnaam ‘de zweefteef’ gekregen, omdat Hans haar altijd op magische wijze hoog boven alles uittilt. Het enthousiasme en de miljoenen van Joop van den Ende hebben de illusionist naar Las Vegas gebracht waar hij de concurrentie aan moet gaan met David Copperfield.

Omdat niemand in de Verenigde Staten ooit van Hans Klok gehoord heeft, moet er een beroemde assistente bij. In de eerste weken repeteert Debby met playmate en Baywatch-actrice Carmen Electra. De bloedmooie Carmen was ooit heel even getrouwd met basketballer Dennis Rodman en tekende eens een platencontract bij Prince. Maar alles was ze doet, loopt uit op een fiasco. Ook haar carrière als goochelaarsassistente. Ze durft geen truc van Debby over te nemen en heeft zelfs geen aanleg voor het lopen van het ene kruisje naar het andere. ‘Eigenlijk,’ zegt Debby, ‘kan ze alleen een beetje geil kijken.’ De crew is de wanhoop nabij als Carmen voor vijfduizend euro een kapper laat invliegen. Door de hele stad hangen al posters met Hans en Carmen, maar het wordt echt niets.

De redding komt in de weelde­rige vorm van Pamela Anderson, ook ooit beroemd geworden door Baywatch. Met de platina blondine, die wordt ingevlogen vanuit Malibu, klikt het stukken beter. Debby vindt Pamela ‘een gestoord leuk wijf’, hartelijk en open en charmant en sexy als Marilyn Monroe. Het enige dat zij geëist heeft, zijn roze muren en roze lampen in haar kleedkamer. Pamela zit te joelen van plezier als Hans en zijn meiden de show voor de eerste keer voor haar alleen opvoeren. Voor Debby is het wel even slikken dat Pamela een stuk moediger en professioneler is dan Carmen. Haar glansrol in het spectaculaire en romantische slotnummer waarin Hans haar neerlegt, een roos geeft en hoog boven de grond laat zweven, zal door Pamela worden overgenomen. Sta je na jaren sappelen in de modder van Brabant en de woestijn van Dubai eindelijk op The Strip…

Maar ze begrijpt het wel. De mensen komen voor Pamela, niet voor haar of voor Hans.

Marie-José Kleef