Houellebecq zonder tekst (1)
Terwijl elders in het gebouw de geest van voormalig hoofdredacteur Martin van Amerongen wordt opgeroepen en aan de Meningenbar een mening kan worden gekocht, wordt in de grote zaal naarstig gezocht naar een asbak. Michel Houellebecq staat bij de microfoon, klaar om een verhaal voor te lezen voor het publiek dat bijeen is in de Stadssschouwburg ter ere van honderddertig jaar De Groene Amsterdammer. Houellebecq staat geprogrammeerd tijdens het debat ‘Pornonorm: probleem of verschijnsel’, samen met een evolutionair bioloog, een psychologe gespecialiseerd in wat porno met kinderen doet en journaliste Ingeborg Beugel.
Het is stil, de schrijver rookt. Zijn tolk buigt haar hoofd naar hem toe, hij zegt iets. ‘Het spijt me, de tekst, ik weet niet uit mijn hoofd,’ vertaalt ze met zwaar Frans accent. ‘Monsieur Houellebecq, hij wil graag de tekst in het Frans.’ Voor hem ligt alleen de Nederlandse tekst.
‘Interessant,’ zegt de panelleidster. ‘We dachten dat hij die zelf zou meenemen.’ Naast Houellebecq zit een kunstenares die vagina’s knutselt van plakjes zalm. Dit wordt geprojecteerd op een groot scherm. ‘U hoeft het niet in het Nederlands voor te lezen, dat zullen we u niet aandoen,’ zegt de panelleidster. Houellebecq zwijgt, rookt. Een horde fotografen flitst zijn portret.
‘Blijft u staan?’ ‘Oui, d’accord.’
Iemand anders leest het verhaal voor in het Nederlands, het gaat over een videosalon waar mannen naar pornografie kijken waarin martelingen, verkrachtingen en sadistisch geweld voorkomen. Daarna is er paneldiscussie.
Eerste vraag aan Houellebecq: ‘Is pornografie de kanker van deze tijd?’ Fluisterend overleg tussen de schrijver en zijn tolk. ‘Van deze vraag, hij houdt niet,’ zegt de tolk. ‘Kanker is kanker.’ Geschuifel met stoelen. Er komen meer vragen, over extreem gewelddadige pornografie, en of dat de seksualiteit beïnvloedt. ‘Pornografie en realiteit, ze hebben niets met elkaar te maken,’ zegt Houellebecq via de tolk.
Dan volgt de uitsmijter: ‘Maar dat betekent niet, dat ik nodig denk, wat het is.’ Triomfantelijk kijkt de tolk de zaal in. Er wordt voorzichtig geapplaudisseerd. Houellebecq rookt. De kunstenares is klaar met de zalm-vagina’s. Vrolijk op een dienblad prijken ze als borrelhapjes, met een feestelijk prikkertje erdoorheen. Ze worden aangeboden aan de schrijver.
Padu Boerstra
Houellebecq zonder tekst (2)
Alle sprekers krijgen zo’n kuthapje en ik eet dat van Houellebecq ook maar op, want hij blieft ’t niet. De schrijver, klein, ongezond en zo te zien dronken, stuurt zijn vertaalster op me af. Wie ik ben en wat ik doe?
Ik was vereerd dat ik werd uitgenodigd voor een debat over porno met mijn held Houellebecq. Ik heb nu eenmaal de neiging verliefd te worden op schrijvers die ik geweldig vind. Maar mijn idool is zojuist behoorlijk van zijn voetstuk gevallen.
Ik kijk hem aan en vraag of hij me niet zelf kan vragen hoe ik heet. Bang kruipt hij weg achter de rug van zijn tolk. ‘Hij houdt er niet van om zelf vragen te stellen,’ verduidelijkt ze.
Even later tref ik hem helemaal achterin Café Cox, omringd door onduidelijke types. De gespreksleidster biedt voor de zoveelste keer haar excuses aan voor de zoekgeraakte tekst.
Denk je dat porno tot meer geweld en verkrachtingen zal leiden, vraag ik aan de schrijver om het ijs te breken. Enfin, uh non, je ne sais pas… finalement… enfin… sje pas. Hij doet verwoede pogingen om me vooral niet aan te kijken.
Heb je zelf ooit wel eens seks? Enfin, uh non, je ne sais pas… finalement … enfin… sje pas.
Ja maar die seksscènes van jou, die liegen er niet om. Verzin je dat dan allemaal of heb je toch enige ervaring waaruit je put? Enfin, uh non, je ne sais pas… finalement… enfin… sje pas.
Oké: wanneer heb je voor het laatst seks gehad? Vorig jaar? Een paar maanden geleden? Enfin, uh, nous sommes en quel mois maintenant?
Ik krijg enorme zin om hem door elkaar te rammelen. Een blond, zwijgend meisje aan de andere kant van de tafel kijkt nauwlettend toe. Wie is dat? vraag ik. Dat is Fanny, die is overal waar ik ben, zegt hij.
Eindelijk iets dat ik begrijp. O, ze is een groupie? Ze houdt van je? Hij knikt. En jij van haar? Geen antwoord.
Voor het eerst die avond kijkt hij me aan. Vind je mijn seksscènes echt zo goed? vraagt hij. Ik vertel dat ik die scène met Valérie in Cuba met het dienstmeisje schitterend vond. En die scène van Bruno die masturbeert onder een krant is ook niet mis.
Oui, uh, enfin… non, oui, c’était pas mal la séquence de Bruno…
Hij lacht, voor het eerst. Ik ben uitgeput en stel voor om terug te gaan naar de schouwburg waar nu gedanst wordt. Enfin, uh non, je ne sais pas… finalement… enfin… sje pas.
Ik sjor hem in zijn jas en neem hem mee. We lopen op de voet gevolgd door het groepje en Fanny langs de posters waarop zijn toneelstuk Platform wordt aangekondigd, maar hij ziet niks en heeft moeite om aan mijn arm overeind te blijven.
Opgelucht stort ik me in het dansgewoel, zo ver mogelijk bij hem vandaan. Als ik even later naar de wc ga, zie ik Houellebecq op de trap ongegeneerd innig kussen met Fanny. Enfin, zij kust en hij laat het gebeuren.
Ingeborg Beugel
Streng regime in Slotervaart
Het Turkse internaat Ekmel biedt doordeweeks onderdak aan tachtig jongens van wie de ouders het moeilijk vinden hen adequaat bij hun schoolwerk te begeleiden. Het internaat in Amsterdam-Slotervaart is op islamitische grondslag gestoeld, de moskee ligt pal onder de slaapzalen van de jongens. Maar islamitisch of niet, Ekmel wérkt. De schoolprestaties van leerlingen gaan zienderogen vooruit. Er heerst een streng regime, vroeg op, corvee, naar school, ’s middags huiswerk onder begeleiding, samen eten, bidden en naar bed. Ekmel houdt nauw contact met de ouders en met de scholen van de jongens.
Ekmel en nog twee organisaties die huiswerkbegeleiding geven aan allochtone scholieren, De Witte Tulp en de Weekendacademie, ontvouwen vandaag hun plannen in de Amsterdamse Balie. Allemaal gedreven mensen, die vaak op basis van vrijwilligheid jongeren bijspijkeren. De zaal is goed gevuld, vooral dankzij de jonge bewoners, leeftijd twaalf tot achttien jaar, van het Turkse studiecentrum Ekmel. De jongens zijn meegesleept door hun begeleiders.
Minister Ella Vogelaar van Integratie vertelt tijdens haar openingswoord over haar rondgang langs de veertig door haar aangewezen achterstandswijken. En wat viel haar het meest op?
Haar PvdA-anno-1985-antwoord is, met de brandende auto’s in Slotervaart nog op het netvlies, opmerkelijk. De oud-vormingswerker: ‘Wat me schokte, is dat er nauwelijks buurthuizen meer zijn. Hoe hebben we dat met zijn allen kunnen laten gebeuren? Er is echt veel te weinig te doen voor de jongeren.’
Om met een nog grotere platitude haar betoog voort te zetten: ‘Ik zie in de wijken veel kracht en energie, práchtig vind ik dat. Ik ben écht, ábsoluut van mening dat het belangrijk is dat we het met elkáár doen, dat mensen van verschillende achtergronden elkaar op een natuurlijke manier leren ontmoeten.’
Intussen schuift Musa, de begeleider bij Ekmel die een presentatie zal houden, zenuwachtig op zijn stoel. Voor het eerst treedt Ekmel naar buiten. De begeleiders zijn allemaal kinderen van immigranten die zelf kampten met een intellectuele en culturele kloof. Ze zijn vastberaden en zeer ambitieus om het hier in Nederland te gaan maken. Het geloof is hun leidraad; discipline en hard werken is hun strategie. En daar zijn ze dag en nacht mee in de weer. Het fenomeen buurthuis, sorry minister, zegt hen helemaal niets.
Margalith Kleijwegt
De extreme sports van de filatelie
Meneer Broeke laat een ansichtkaart van de gemeente Den Haag zien met een afbeelding van een ooievaar. Op de voorkant een postzegel van Den Haag, óók met ooievaar. Een postzegel met stempel op de vóórkant van een kaart? Welkom in de hobbywereld van de maximafilie. De extreme sports variant van de filatelie.
Maximafielen pluizen postzegels uit tot in detail. Van elke afbeelding die op een zegel te zien is, zoeken ze een ansicht met daarop datzelfde beeld. Ook de afstempeling moet bijpassend zijn: een stempel van de afgebeelde stad, liefst op de dag van uitgifte.
De Haagse zegel is er een uit de nieuwe serie ‘Mooi Nederland’: postzegels van Nederlandse landschappen en steden.
Meneer Broeke (62) is voor de nieuwe zegels afgereisd van Vlissingen naar Den Haag, waar ze worden gepresenteerd in het Museum voor Communicatie. Hij is een van de drie, vier filatelisten onder de vijftig aanwezigen, waaronder ook een complete schoolklas. Accordeonmuziek luistert de feestelijke presentatie in Hollandse stijl op.
‘Ik trek het hele land door,’ vertelt hij, ‘om bijpassende poststempels te verzamelen. Bolsward, Monnickendam, Goes. Ongeveer vier dagen per maand ben ik ermee bezig. Wat mijn vrouw ervan vindt? Geweldig! Laatst was ik in Leerdam, bij een glasblazer heb ik een glas voor haar meegenomen.’
Veertig jaar lang heeft Broeke bij de posterijen gewerkt. ‘Mensen dachten dat ik wel zou ophouden met de postzegels toen ik met de vut ging.’
Ook aanwezig in het museum zijn de ontwerpers van de drie zegelseries. De horizons op de postzegelvelletjes lopen perfect in elkaar over. Zo ontstaat een Nederlands panorama. Dat idee komt van Esther de Vries, die twee jaar geleden de eerste reeks ontwierp.
‘Ik hoopte dat mensen de hele serie zouden verzamelen. Anders missen ze een stukje in het panorama. Dat bleek een succes,’ vertelt ze vanachter een tafeltje waarop de postzegels liggen.
Er stapt een man op de tekenaar van serie twee af: ‘Namens de Bicycle Stamps Club, mag ik u hartelijk bedanken!’ De ontwerper kijkt hem niet begrijpend aan. ‘In uw serie postzegels van vorig jaar zaten heel veel fietsen, fantastisch!’
Dan, licht verontwaardigd, richt hij zich tot de ontwerper van de nieuwe serie: ‘In deze reeks zit er maar één!’
Broeke bergt zijn bestempelde kaarten zorgvuldig op in een lederen map. Op naar de volgende etappe.
Nicole Carlier
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.