VN gaat op bezoek bij broedplaatsen van vernieuwing. Met deze week: BroodNodig van Angelique Vandevenne. Dubbele aanpak van broodresten: verzamelen en vergisten voor energie.

Mettertijd moet de broodafvalkringloop worden gesloten.

Wat is dit nu weer?

Stichting BroodNodig wil de waarde van afval vermeerderen en ‘verspilling’ uit het woordenboek schrappen. De pijlen zijn gericht op de boterham, want de meest verspilde producten zijn van graan gemaakt en in Europa staan bammetjes op de eerste plaats van vaakst weggekieperd spul. Alleen in Nederland hebben we het al over 437.000 broden per dag, zegt BroodNodig-oprichter Angelique Vandevenne. ‘Toen kwamen we erachter dat je een zillion things kan verzinnen om dat tegen te gaan, maar – hé – brood is ook een geschikte grondstof. Met een calorische waarde die bijna twee keer zo groot is als GFT.’ Brood kan je net als GFT vergisten om energie op te wekken, en BroodNodig ziet daarin een kans voor kleine bakkers die zuchten onder de concurrentie van grote supermarkten. De energierekening is een van hun grootste kosten – wat als die post zich omzet in omzet? Er wordt (samen met de ingenieurs van de Better Future Factory) gebouwd aan een prototype vergister voor de bakker op de hoek. Daarnaast probeert BroodNodig Rotterdammers zo ver te krijgen hun brood niet zomaar in de vuilnisbak of op straat te gooien. Door ‘effectief beter gedrag te faciliteren’: broodbakken plaatsen, kookavonden organiseren en zakjes melkzuurbacteriën uitdelen waarmee je van sneetjes brood en een beetje water een homogeen zuur papje creëert dat lijkt op zuurdesem. Om weer nieuwe broden mee te bakken.

Foto: An-Sofie Kesteleyn
Hoe gaat dit de wereld veranderen?

Vandevenne noemt het een ‘transitieproject’ dat er bottom up, vanuit de doelgroep, uiteindelijk voor moet zorgen dat mensen energie uit hun eigen reststromen kunnen opwekken. ‘Misschien kunnen we op deze manier ook huishoudens helpen, of vergisters in hoogbouw plaatsen.’ BroodNodig denkt ook aan moskeeën. En kinderboerderijen: daar krijgen ze wekelijks twaalf kilo brood binnen, waarvan ze een paar kippen kunnen voeren en dat ze grotendeels ongesorteerd de container in werpen. Mettertijd moet de broodafvalkringloop worden gesloten, tot in de kleinste puntjes: er blijft altijd een beetje digestaat over in zo’n vergister waarmee je – heel vruchtbaar – weer graanakkers kan bemesten. En als we nog wat verder kijken, wat Vandevenne betreft een jaar of vijftien, moeten die vergisters droog komen te staan omdat we geen broodafval meer hebben.

En dan?

Dan kan er een andere monostroom worden aangepakt. Vandevenne: ‘Ik zat laatst bij de kapper en dacht: haar, dat moeten we toch ook goed kunnen gebruiken?’